Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Matteüs 13:24-30 en 36-43 – Preekinspiratie

Waar gaat het om in dit gedeelte?

In deze passage maakt Jezus duidelijk dat in Gods koninkrijk goed en kwaad voorlopig naast elkaar bestaan, omdat een vroeg oordeel ook het goede zou kunnen schaden; pas aan het einde van de tijd zal God een rechtvaardige scheiding maken, waarbij het kwaad wordt weggenomen en de rechtvaardigen zullen stralen in zijn koninkrijk. 

Klik om Matteüs 13:24-30 te lezen in de NBV21

Klik om Matteüs 13:36-43 te lezen in de NBV21

Hier en hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen.

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier en hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan).

Invalshoeken voor de verkondiging

  • De gelijkenis van het goede zaad en het onkruid laat zien dat de rechtvaardigen helemaal niet zo verschillen van de onrechtvaardigen: het graan en het onkruid (dolik) lijken enorm veel op elkaar. Pas bij de oogst zal God scheiding brengen. Dat zegt iets over het streven van sommige mensen naar een ‘zuivere gemeenschap’ in de kerk; kan dat wel?
  • In diverse kerkelijke stromingen worden ‘rechtvaardigen’ vandaag de dag getypeerd als mensen die geloven dat Christus hen heeft gerechtvaardigd, rechtvaardig heeft verklaard. Maar Matteüs laat zien dat je rechtvaardig bent als je juist handelt. Op wat voor manier komen deze twee elementen in jouw geloof aan bod?
  • De akker is de wereld. Jezus maakt in deze gelijkenis dus geen onderscheid tussen de kerk en de wereld. Het onderscheid tussen graan en onkruid loopt niet per se langs die lijn. Wat heeft dat ons te zeggen? En wat is dan het nut van de kerk?
  • Matteüs spreekt vaak over het oordeel waarin Jezus optreedt als rechter. Ook in deze gelijkenis. Het beeld voor het lot van de onrechtvaardigen is heftig: vernietiging. Ze worden in de vuuroven geworpen, waar ze al jammerend en knarsetandend te gronde gaan. Jezus zal het oordeel vellen, daarom hoeven wij dat niet te doen: wij hoeven niet nu al mensen (geestelijk) te beoordelen. Maar hoe gaan we met deze heftige beelden om? En wat staat er eigenlijk op het spel?

Context van Matteüs 13:24-30 en 36-43

Het Evangelie volgens Matteüs als geheel 

Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Matteüs vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Matteüs

Plek van deze passage in het geheel 

Deze passage staat in Matteüs 13, de derde van de vijf grote toespraken van Jezus. Deze toespraak onderscheidt zich van de andere doordat er ook onderbrekingen zijn waarin het verhaal verdergaat. De directe context bestaat uit groeiende weerstand en onbegrip (o.a. in hoofdstuk 11-12), waarna Jezus begint te spreken in gelijkenissen over het koninkrijk van de hemel (hoofdstuk 13). De gelijkenis van de zaaier fungeert als een soort inleiding op alle andere gelijkenissen in dit hoofdstuk (tot en met vers 53), omdat ze uitlegt waarom mensen verschillend reageren op Jezus’ boodschap en waarom niet iedereen het koninkrijk begrijpt of aanneemt. De gelijkenis van de heer des huizes (vs. 52) vormt het slotstuk. Binnen het Matteüs-evangelie als geheel werpt deze passage licht op het centrale thema van de reacties op Jezus: zoals al eerder zichtbaar in het evangelie reageren mensen uiteenlopend (van geloof tot afwijzing). Het hoofdstuk eindigt dan ook met de woorden: ‘En Hij verrichtte daar niet veel wonderen, vanwege hun ongeloof.’

Opbouw en kern van Matteüs 13:24-30 en 36-43

Deze passage is driedelig en logisch opgebouwd – vrijwel gelijk aan de gelijkenis van de zaaier (zie deze Preekinspiratie): eerst vertelt Jezus een beeldende gelijkenis over een zaaier en vier typen bodem, zonder direct uitleg te geven, waardoor de hoorder wordt uitgedaagd om na te denken over de betekenis (vs. 24-30). In het tussenstuk (vs. 31-35) vertelt Jezus nog enkele korte gelijkenissen en vinden we een vervullingsprofetie: Jezus maakt bekend wat verborgen is. Daarna (vs. 36-43) volgt een uitleggend gedeelte waarin de leerlingen Jezus eerst vragen wat de gelijkenis betekent (zie ook vs. 10), waarop Jezus de gelijkenis uitlegt. Elk element heeft een specifieke betekenis, maar in tegenstelling tot de parabel van de zaaier (13:3-9) gaat het nu niet over goede of minder goede aarde, maar over de opkomst van zaad en onkruid. Dat blijft naast elkaar bestaan, tot de oogst.

De kern van de passage is dat God goed en kwaad voorlopig samen laat bestaan, maar dat Hij uiteindelijk rechtvaardig oordelen zal en het kwaad van het goede zal scheiden.

Eigen accenten van Matteüs, in vergelijking met Marcus en Lucas

Hoewel gelijkenissen met een agrarisch thema zeker voorkomen in de synoptische evangeliën, komt de gelijkenis van het zaad en onkruid alleen in Matteüs voor, niet in Marcus en ook niet in Lucas. In deze gelijkenis zien we een belangrijk thema terug in het hele Evangelie volgens Matteüs, namelijk het oordeel (zie ook de unieke gelijkenis in vs. 47-50). Bij Marcus komt wel de gelijkenis van het vanzelf groeiende graan voor (Marc. 4:26-29). De gelijkenis in Matteüs zou als een commentaar daarop gelezen kunnen worden.

Opvallend is wel dat deze gelijkenis ook in het latere Tomas-evangelie voorkomt, maar dan in een kortere versie. Het grootste verschil is dat in het Evangelie van Tomas 57 ‘koninkrijk van de Vader’ staat in plaats van ‘koninkrijk van de hemel’ (maar ‘koninkrijk van [hun] Vader’ komt wel voor in vs. 43).

Aantekeningen per vers

Bij vers 24 

24Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide.

Matteüs 13:24NBV21Open in de Bijbel

  • Het is met het koninkrijk van de hemel als: Deze inleidingsformule vinden we vaker in dit hoofdstuk (vs. 31, 33). 
  • een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide: Een zaaier die zijn vak verstaat, zaait uiteraard goed zaad. Maar dit bereidt het contrast met slecht zaad (onkruid) voor.  

Bij vers 25 

25Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand giftig onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer.

Matteüs 13:25NBV21Open in de Bijbel

  • kwam zijn vijand giftig onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer: In de oudheid kwam het voor dat iemand onkruid in iemands akker zaaide om wraak te nemen; dat weten we omdat er zelfs een Romeinse wet was die dat expliciet verbood. In België vinden we dit verbod ook in het strafboek (artikel 536), zelfs met het onkruid dolik (Lolium temulentum, of zizania in het Grieks), dat in Jezus’ parabel wordt genoemd. Het is een grasachtige eenjarige plant die ongeveer een meter hoog wordt. Het lijkt sterk op graan, en kan daarvan onderscheiden worden als de aren, die giftig zijn, zichtbaar worden.

Bij vers 26 

26Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid tevoorschijn.

Matteüs 13:26NBV21Open in de Bijbel

  • Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid tevoorschijn: Het verschil tussen graan en het onkruid wordt pas echt zichtbaar als de gewassen vrucht gaan dragen. Maar tot die tijd zijn de ‘kinderen van het koninkrijk’ en de ‘kinderen van het kwaad’ in deze tijd niet eenvoudig van elkaar te scheiden. Volgens sommige uitleggers is dit een impliciete kritiek op groepen die een ‘zuivere gemeenschap’ willen afdwingen (denk aan bepaalde stromingen binnen het jodendom van de Tweede Tempelperiode). Anderen denken aan de ervaring van de christelijke gemeente: het zaad van het woord groeit niet vanzelf op terwijl de zaaier slaapt (zoals in Marc. 4:26-29 staat), maar de vijand strooit onkruid: onrechtvaardigheid en al wat ten val brengt. 

Bij vers 27 

27De knechten kwamen de heer des huizes vragen: “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?”

Matteüs 13:27NBV21Open in de Bijbel

  • De knechten kwamen de heer des huizes vragen: In tegenstelling tot de gelijkenis van de zaaier (vs. 3-9) heeft de zaaier hier knechten (doulois, wat ook met ‘slaven’ vertaald kan worden), die het werk waarschijnlijk voor hem deden. 

Bij vers 30 

30Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Haal eerst het onkruid weg, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.’”’

Matteüs 13:30NBV21Open in de Bijbel

  • oogsttijd: Dit is een metafoor voor het laatste oordeel (Jer. 51:33; Hos. 6:11; Joël 4:13). 
  • Haal eerst het onkruid weg, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het: Onkruid, en ook dolik, werd vaak weggehaald, vastgebonden en verbrand, maar de volgorde is opvallend. Eerst het onkruid, dan pas het graan in de schuur verzamelen. Uitleggers zijn niet zeker of dat opzettelijk is en er dus een diepere betekenis achter zit. 
  • Breng dan het graan bijeen in mijn schuur: Voor Matteüs is dit een symbool voor redding. Zie onder meer Matteüs 3:12, waar Johannes de Doper zegt: ‘Hij houdt de wan in zijn hand, Hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur.’ 

Bij vers 31-35 

31Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand in zijn akker zaaide. 32Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een boom, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’

33Hij vertelde hun een andere gelijkenis: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op zuurdesem die een vrouw mengde met drie zakken meel tot alle meel doordesemd was.’

34Al deze dingen zei Jezus in gelijkenissen tot de menigte; Hij sprak uitsluitend in gelijkenissen tot hen. 35Zo moest in vervulling gaan wat gezegd is door de profeet: ‘Ik open mijn mond om in gelijkenissen te spreken; Ik zal bekendmaken wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen was.’

Matteüs 13:31-35NBV21Open in de Bijbel

  • Jezus vertelt dat het koninkrijk van de hemel klein begint maar groot wordt, zoals een mosterdzaadje dat uitgroeit tot een boom waarin vogels schuilen, en zoals een beetje zuurdesem dat het hele deeg doorwerkt; tegelijk legt de tekst uit dat Jezus in gelijkenissen spreekt om diepe, verborgen waarheden duidelijk te maken voor wie bereid is te luisteren, en zo ook profetieën vervult (in dit geval Psalm 78:2). 

Bij vers 36 

36Daarop stuurde Hij de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij Hem en vroegen: ‘Wilt U ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?’

Matteüs 13:36NBV21Open in de Bijbel

  • ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij Hem: Jezus gaat weer naar huis, Kafarnaüm. Zijn leerlingen komen daarnaartoe. Privéonderwijs werd in huis gegeven. 
  • uitleggen: Zoals bij de andere gelijkenissen ligt de betekenis niet voor het oprapen. De leerlingen vragen Jezus de gelijkenis uit te leggen (diasapheō).

Bij vers 37-39 

37Hij antwoordde hun: ‘Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, 38de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, 39de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen.

Matteüs 13:37-39NBV21Open in de Bijbel

  • de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn (…): De uitleg begint met een soort verklarende woordenlijst, waarbij de symbolische betekenis van het woord wordt toegelicht; ‘dit staat voor dat’ – weliswaar met het werkwoord ‘zijn’. Opvallend is dat de slapende mensen niet worden genoemd. Wie zijn zij? 
  • Mensenzoon: Zie hier voor meer informatie. 
  • engelen: In vroeg-Joodse literatuur, ook van de Tweede Tempelperiode, zien we vaker dat engelen een rol spelen bij het vergaren van de ‘oogst’ – dat wil zeggen de ‘rechtvaardigen’. 

Bij vers 40-42 

40Zoals het onkruid bijeengebracht wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: 41de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk al wat ten val brengt en al wie onrecht pleegt bijeenbrengen 42en in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden.

Matteüs 13:40-42NBV21Open in de Bijbel

  • de Mensenzoon zal zijn engelen (…) ze zullen uit zijn koninkrijk: Opvallend is dat de Mensenzoon eigenaar is van de engelen en het koninkrijk. Hier is het niet God die handelt, die de eigenaar is, maar de Mensenzoon die de goddelijke plek inneemt en als rechter handelt en zijn dienaren eropuit stuurt. 
  • al wat ten val brengt en al wie onrecht pleegt: Al het ‘onkruid’ wordt weggehaald. Deze woorden lijken een echo van Sefanja 1:3: ‘Mens en dier zal Ik wegvagen. Ik zal de vogels aan de hemel wegvagen en de vissen in de zee, alles wat de zondaars ten val heeft gebracht. En Ik laat de mensen van de aardbodem verdwijnen – spreekt de HEER.’ 
  • vuuroven: Normaal gesproken werd het onkruid in een vuuroven verbrand. Daar bleef niets meer van over. Zo lijkt het ook te gaan met de onrechtvaardigen; het vuur verwijst hier niet zozeer naar een eeuwige straf, maar veelmeer naar vernietiging; het gaat om het resultaat. 
  • jammeren en knarsetanden: Dit is een gebruikelijke zin die Matteüs veel vaker gebruikt (8:12; 13:50; 22:13; 24:51; 25:30) en die we ook in het apocalyptische boek Enoch terugvinden (bijv. 1 Enoch 108:3, 5). 

Bij vers 43 

43Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren!

Matteüs 13:43NBV21Open in de Bijbel

  • rechtvaardigen: Voor Matteüs zijn rechtvaardigen degenen die gerechtigheid onderwijzen (zie Mat. 10:41 en ook 13:17), en die ook op de juiste manier handelen (zie Mat. 25:35-41). 
  • stralen als de zon: De rechtvaardigen zullen stralen als de zon, een teken van eer en glorie. Jezus straalt ook als de zon (een element dat alleen Matteüs in het verhaal van de gedaanteverandering op de berg heeft; 17:2). Dat de rechtvaardigen zullen stralen als de zon, vinden we ook in Daniël 12:3 over degenen die worden opgewekt uit de dood: ‘De verlichten zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf, en degenen die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd.’ 

Achtergrondinformatie 

Toelichting bij kernwoorden en begrippen 

Blijf op de hoogte

Wil je een seintje ontvangen wanneer er nieuw materiaal online staat?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.46.1
Volg ons