Uit de heilige boeken kennen we dus veel mensen met een groot geloof. We moeten hun voorbeeld volgen en de zonde achter ons laten. Want die zonde zorgt er steeds weer voor dat we ons geloof willen opgeven. Maar we moeten juist aan ons geloof blijven vasthouden.
Laten we daarbij steeds blijven denken aan Jezus. Hij zorgde ervoor dat we gingen geloven, en hij maakt ons geloof volmaakt. Hij is voor ons aan het kruis gestorven. Hij vond het niet erg dat hij op die manier vernederd werd. Want hij dacht aan de beloning die hij in de hemel zou krijgen. En nu zit hij naast God, aan de rechterkant van Gods troon.
Ja, blijf aan Jezus denken. Toen slechte mensen hem uitscholden, heeft hij volgehouden. Ook jullie moeten volhouden, en niet opgeven.
Jullie moeten nog veel harder vechten tegen de zonde dan jullie nu doen. Je moet er zelfs je leven voor willen opgeven.
Zijn jullie vergeten wat er in de heilige boeken staat? Dit gaat over jullie, de kinderen van God: «Als de Heer streng voor je is, verzet je dan niet tegen hem. En als hij je straft voor je fouten, geef dan niet op.
Want de Heer straft de mensen van wie hij houdt. Net zoals een vader zijn kinderen straft omdat hij van hen houdt.»
Alle kinderen worden wel eens door hun vader gestraft. Dat hoort erbij. En jullie worden door God gestraft. Dat betekent dat God jullie als zijn kinderen behandelt.
God straft alle gelovigen. Als God je straft, weet je dus dat je echt zijn kind bent.
Onze aardse vaders gaven ons straf, en daardoor hadden we respect voor hen. Dan zal de straf van onze hemelse Vader er zeker voor zorgen dat we gehoorzaam zijn aan hem. En zo zullen we dan het eeuwige leven krijgen.
Onze vaders straften ons toen we jong waren. Dat deden ze als ze last van ons hadden. Maar God straft ons alleen als dat goed voor ons is. Door die straf worden wij voor altijd heilig, net als hij.
Niemand vindt het leuk om straf te krijgen. Op het moment dat het gebeurt, brengt het verdriet. Maar als je leert van je straf, heb je daar veel voordeel van. Dan zul je later in vrede leven, en goed zijn voor anderen.
Houd dus moed en probeer nieuwe kracht te vinden.
En zorg dat je goed leeft. Want dan kun je vasthouden aan je geloof. Alles wat jou bij het geloof weghaalt, zal dan verdwijnen.