Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

De Bijbel ontdekken, lezen en delen

Bijbeltekst van vandaag

De Heer had de andere volken dus in het land Kanaän laten wonen. Dat deed hij omdat hij wilde weten of de Israëlieten zich aan de regels zouden houden. Dat zijn de regels die hij via Mozes aan hun voorouders gegeven had. Maar hij deed het ook om de jonge Israëlieten te leren hoe ze oorlog moesten voeren tegen die volken. Dat konden ze namelijk nog niet. Dit zijn de volken die in het land gebleven waren: de Filistijnen in hun vijf steden, de Sidoniërs en de Kanaänieten. De Kanaänieten waren: de Hethieten, de Amorieten, de Perizzieten, de Jebusieten en de Chiwwieten. De Chiwwieten woonden in de Libanon-bergen, tussen de berg Baäl-Hermon en de stad Lebo-Hamat. De Israëlieten waren tussen de Kanaänieten gaan wonen.
Veel Israëlieten lieten hun kinderen trouwen met kinderen van die andere volken. En ze gingen ook de goden van die volken vereren.
De Israëlieten deden dingen die de Heer slecht vond. Ze gingen de afgoden Baäl en Asjera vereren, en ze dachten niet meer aan de Heer, hun God.
Toen werd de Heer woedend op de Israëlieten. Hij zorgde ervoor dat ze verslagen werden door Kusan-Risataïm, de koning van Aram-Naharaïm. Acht jaar lang moesten de Israëlieten hem dienen.
Toen riepen de Israëlieten de Heer om hulp, en de Heer stuurde iemand om hen te bevrijden. Dat was Otniël, de zoon van Kalebs jongere broer Kenaz.
De geest van de Heer kwam in Otniël, en Otniël werd de rechter van het volk. Hij viel koning Kusan-Risataïm aan, en de Heer hielp hem om de Arameeërs te verslaan.
Daarna was er veertig jaar vrede in het land. Toen stierf Otniël.

Welkom op debijbel.nl

Bijbellezen de moeite waard

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.44.0
Volg ons