De Heer zegt: ‘Volk van Israël! Mensen die godenbeelden maken, zijn niets waard. Want die beelden kunnen niemand helpen. Als je de mensen vraagt wat hun goden gedaan hebben, dan weten ze geen antwoord en zullen ze zich schamen.
Maar als die goden niets kunnen, waarom maken mensen er dan beelden van?
Je kunt geen hulp verwachten van beelden die door mensen gemaakt zijn. Als de mensen bij elkaar komen om die beelden te vereren, zullen ze schrikken. Want dan merken ze dat er niets gebeurt. Ze zullen teleurgesteld zijn.’
Een smid gebruikt gereedschap om een beeld te maken. Eerst smelt hij ijzer in het vuur. Daarna slaat hij met een hamer het ijzer in de goede vorm. Zijn sterke armen hebben veel kracht. Maar als hij niet eet en niet drinkt, dan heeft hij geen kracht meer en wordt hij moe.
Ook een timmerman gebruikt gereedschap om een beeld te maken. Daarmee meet hij het hout en tekent hij heel precies de vorm. Dan hakt hij het beeld uit het hout. Hij geeft het beeld de vorm van een mens. Hij maakt een prachtig beeld dat iemand in zijn huis kan zetten.
Maar om aan hout te komen, moet de timmerman eerst een paar bomen planten. De bomen zullen groeien door de regen. Als ze groot genoeg zijn, hakt de timmerman ze om.
Een deel van het hout gebruikt hij voor de oven. Zo houdt hij zich warm en bakt hij zijn brood. Met de rest van het hout maakt hij een godenbeeld, waarvoor hij knielt.
De helft van het hout gebruikt hij dus om een vuur te maken. Dan kan hij vlees roosteren en daarvan eten zo veel hij wil. En dan geniet hij van de warmte en zegt: ‘Ha, wat is het lekker warm. Ik voel de hitte.’
Met de andere helft van het hout maakt hij een godenbeeld, waarvoor hij knielt. En dan bidt hij tot dat beeld en zegt: ‘Red mij, want u bent mijn god!’
De mensen begrijpen het niet. Hun ogen lijken wel dichtgeplakt, ze zien niets en ze begrijpen niets.
Het dringt niet tot hen door wat er gebeurt. Ze snappen het niet. Ze begrijpen niet dat ze een beeld hebben gemaakt van hout! Met zulk hout maken ze ook een vuur om brood op te bakken en om vlees op te roosteren. Ze knielen dus voor een gewoon stuk hout!
De mensen vertrouwen op iets waar ze niets aan hebben. Ze laten zich bedriegen. En het loopt verkeerd met hen af. Ze begrijpen niet dat ze zichzelf voor de gek houden met zo’n houten beeld.