Toen het Joodse Pinksterfeest begon, waren alle gelovigen bij elkaar in een huis.
Opeens kwam er uit de hemel een vreemd geluid. Het klonk alsof het hard begon te waaien. Het was overal in huis te horen.
Ook zagen de gelovigen iets dat op vuur leek. Dat vuur verdeelde zich in vlammen, en op iedereen kwam een vlam neer.
Zo kwam de heilige Geest in alle gelovigen. Daardoor begonnen ze te spreken in vreemde talen.
Op dat moment waren er in Jeruzalem veel Joden uit alle delen van de wereld. Ze waren gekomen om het Pinksterfeest te vieren.
Toen het geluid uit de hemel klonk, kwamen ze er allemaal op af. Ze begrepen er niets van. Want iedereen hoorde de gelovigen spreken in zijn eigen taal.
Iedereen was erg verbaasd en zei: ‘De mensen die daar praten, komen allemaal uit Galilea.
Hoe kan het dan dat we ze allemaal horen spreken in onze eigen taal?
Wij komen allemaal ergens anders vandaan. Sommigen van ons komen uit landen in het oosten. Anderen komen uit landen in het noorden, het zuiden of het westen. Sommigen komen uit de grote stad Rome zelf. Weer anderen komen van het eiland Kreta, of uit de woestijn van Arabië. Er zijn hier Joden uit alle delen van de wereld. Er zijn ook mensen die uit andere volken komen en Joods geworden zijn. En toch horen we allemaal onze eigen taal! We horen dat er verteld wordt over de geweldige dingen die God doet.’
De mensen snapten er helemaal niets van, en ze wisten niet wat ze ervan moesten denken. Ze vroegen aan elkaar: ‘Wat betekent dit toch allemaal?’
Maar anderen lachten om de gelovigen en zeiden: ‘Die mensen zijn gewoon dronken!’
Toen kwam Petrus naar voren. Hij begon de mensen toe te spreken en zei: ‘Beste mensen in Jeruzalem, ik zal jullie vertellen wat dit allemaal betekent. Luister goed naar mijn woorden.
Jullie denken dat wij dronken zijn. Maar dat is niet zo, want het is nog maar negen uur in de ochtend!
Nee, vandaag gebeurt er iets waarover de profeet Joël al gesproken heeft. In zijn boek staat:
«God zegt: Als het einde van de tijd dichtbij is, zal ik mijn Geest geven aan de mensen. Aan mannen en vrouwen, aan oude en jonge mensen. Dan zullen ze dromen krijgen en als profeten spreken.
Ja, ik zal mijn Geest geven aan alle mensen die mij dienen. Dan zullen ze mijn boodschap bekendmaken.
Ik zal wonderen doen in de hemel, en bijzondere dingen laten zien op aarde. Jullie zullen bloed zien, en vuur en rookwolken.
De zon zal zwart worden, en de maan zo rood als bloed. Als dat allemaal gebeurt, dan is de grote en geweldige dag dat ik kom, dichtbij.
Op die dag zal iedereen gered worden die mij om hulp vraagt.»