Jezus zei: ‘Ik ga iets zeggen over jullie, de mensen die nu leven. Jullie lijken op kinderen op een plein, die nergens zin in hebben.
Als er vrolijke muziek gemaakt wordt, dan zeggen ze: ‘Wij willen niet dansen.’ En als er een verdrietig lied gezongen wordt, dan zeggen ze: ‘Wij willen niet huilen.’
Zo is het ook met jullie. Eerst kwam Johannes de Doper. Hij at geen brood en hij dronk geen wijn. Toen zeiden jullie: ‘Hij heeft een kwade geest in zich.’
En daarna kwam ik, de Mensenzoon. Ik eet wel brood en ik drink wel wijn. En nu zeggen jullie: ‘Kijk eens, die man eet zich vol en hij is gek op wijn. Echt een vriend van tollenaars en slechte mensen!’ Maar het wijze plan van God komt uit. Dat zie je aan alle dingen die ik doe.’
Jezus had vooral veel wonderen gedaan in een paar steden in Galilea. Toch hadden de inwoners van die steden hun leven niet veranderd. Daarom sprak Jezus deze dreigende woorden tegen hen:
‘Jullie daar, inwoners van Chorazin en Betsaïda! Jullie zullen gestraft worden. Jullie hebben veel wonderen gezien, maar jullie hebben niet geluisterd. Stel dat de mensen in Tyrus en Sidon al die wonderen meegemaakt hadden. Dan hadden ze allang laten zien dat ze spijt hadden van hun fouten. En dan hadden ze hun leven veranderd!
Luister naar mijn woorden: Als God rechtspreekt over de wereld, zal hij jullie zwaar straffen. Nog zwaarder dan Tyrus en Sidon.
En jullie daar in Kafarnaüm. Denk je dat jullie welkom zijn in de hemel? Nee, jullie komen in de hel terecht! Stel dat al die wonderen gebeurd waren in Sodom. Dan had die stad vandaag nog bestaan.
Luister naar mijn woorden: Als God rechtspreekt over de wereld, zal hij jullie zwaar straffen. Nog zwaarder dan Sodom.’
In die tijd zei Jezus: ‘Vader, Heer van de hemel en de aarde, ik dank u! Want u hebt al die dingen bekendgemaakt aan heel gewone mensen. Maar voor wijze en verstandige mensen hebt u die dingen verborgen.
Ja, Vader, zo wilde u het doen.’
Daarna zei Jezus: ‘Alle macht die ik heb, heeft mijn Vader aan mij gegeven. Alleen de Vader kent de Zoon. En alleen de Zoon kent de Vader. En de Zoon vertelt over zijn Vader aan de mensen die hij uitkiest.’
Jezus zei tegen de mensen: ‘Vind je het moeilijk om te doen wat God wil? Is het een te zware eis voor je? Kom dan bij mij. Ik zal je rust geven.
Doe wat ik je zeg, en leer van mij. Je moet vriendelijk zijn, net als ik, en jezelf niet het belangrijkste vinden. Dan zul je werkelijk rust vinden.
Wat ik van je vraag, is eenvoudig. Wat ik van je eis, is niet zwaar.’