Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Johannes 20:19-31 – Preekinspiratie

Waar gaat het om in dit gedeelte?

In Johannes 20:19-31 verschijnt Jezus aan de leerlingen. De eerste keer dat Jezus verschijnt is Tomas er niet bij. Wanneer de leerlingen hem vertellen over wat er gebeurd is, gelooft hij hen niet. Hij moet het met eigen ogen zien en de wonden van Jezus aanraken, wil hij het geloven. Tijdens een tweede bijeenkomst, waar Tomas wel bij is, verschijnt de Heer opnieuw. Jezus zegt tegen Tomas dat hij zijn wonden mag aanraken. Zonder ze aan te raken komt Tomas tot geloof.  

De passage vertelt over het wonder van de verrijzenis. Het is tevens een tekst die schippert tussen geloof en ongeloof. Tomas gelooft de leerlingen niet wanneer zij komen zeggen dat Jezus aan hen verschenen is. Hij wil tastbaar bewijs. Toch komt hij uiteindelijk tot geloof zonder Jezus aan te raken maar enkel door Hem te zien. Jezus’ woorden waarbij Hij diegenen prijst die tot geloof komen zonder te zien, zijn ook voor ons vandaag bedoeld. Geloven wij standvastig dat Jezus verrezen is zonder het met eigen ogen gezien te hebben? 

Klik om deze passage te lezen in de NBV21  

Hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen.

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan).

Invalshoeken voor de verkondiging

  • De verrijzenis van Jezus is het wonderlijkste dat we lezen in de evangeliën. Het is tevens de kern van ons geloof. Toch is het niet zo vanzelfsprekend om in zoiets wonderbaarlijks zomaar te geloven. Net zoals Tomas willen we vaak enkel geloven dat iets daadwerkelijk plaats heeft gevonden als we het met eigen ogen hebben gezien of als er tastbaar bewijs voorhanden is. De woorden van Jezus in Johannes 20 herinneren ons eraan dat we ook zonder bewijzen mogen geloven dat Jezus verrezen is. Jezus’ woorden die de mensen gelukkig prijzen die niet zien en toch geloven, resoneren nog steeds voor gelovigen vandaag. Kunnen wij blindelings in zo’n wonderbaarlijke gebeurtenis geloven of hopen we soms toch nog bewijs te vinden van Jezus’ verrijzenis? 
  • Met de figuur van Tomas kunnen we ons allemaal wel op bepaalde momenten in onze geloofsreis identificeren. De verrijzenis is niet iets waar je als gelovige nooit over twijfelt. We hebben enkel de getuigenissen over Jezus’ opstanding die neergeschreven zijn in de evangeliën. Twijfelen mag. Ook Tomas wordt niet veroordeeld als hij in eerste instantie niet gelooft. Hoe gaan we als gelovigen om met onze twijfels? Welke ruimte is daarvoor? Hoe ondersteunen we elkaar hierbij?  
  • In het Johannes-evangelie gaat het er niet zozeer over dat Jezus na de kruisdood verschijnt aan zijn leerlingen. De verschijning functioneert als een ‘teken’ dat wijst op de zending van Jezus door God alsook op hun eenheid. De getuigenis van het Woord staat in het Johannes-evangelie centraal. Hoe getuigen wij vandaag dat Jezus en God één zijn? Op welke manier voelen wij ons ook door Jezus gezonden om het Woord aan de wereld te verkondigen? 

Context van Johannes 20:19-31

Het boek Johannes als geheel 

Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Johannes vind je in deze inleiding op het Evangelie volgens Johannes.

Plek van deze passage in het geheel 

Hoofdstuk 20 van het Johannes-evangelie vindt plaats na de kruisiging. In de eerste verzen van het hoofdstuk komt Maria van Magdala aan bij het lege graf en vertelt het onmiddellijk aan de leerlingen. Petrus en de geliefde leerling snellen naar het graf en constateren wat Maria hun vertelde. Hierop komt de geliefde leerling tot geloof. Hierna verschijnt Jezus aan Maria. Deze ontmoeting vertelt ze aan de leerlingen. Daarna, in onze passage, verschijnt Jezus tweemaal aan de leerlingen, waarbij Tomas eerst niet en daarna wel aanwezig is en tot geloof komt. In hoofdstuk 21, het laatste hoofdstuk van het Johannes-evangelie, zal Jezus een derde maal aan de leerlingen verschijnen. 

Opbouw en kern van de passage 

De passage bestaat uit drie onderdelen: Jezus’ eerste ontmoeting met zijn leerlingen (vs. 19-23), de tweede ontmoeting, waarbij Tomas tot geloof komt (vs. 24-29), en een afsluitende passage (vs. 30-31).  

In vers 19 lezen we dat Jezus’ leerlingen verzameld zijn achter gesloten deuren uit vrees voor de Joden. Jezus verschijnt op dat moment voor het eerst aan zijn leerlingen. Na een groet toont Hij hun zijn wonden (vs. 20). Vervolgens zendt Hij de leerlingen uit (vs. 21) en blaast Hij de Geest over hen uit, die hen ook in staat stelt om de zonden van anderen te vergeven (vs. 22-23). Deze laatste verzen duiden de eerste kern van de passage aan. Net zoals Jezus door God gezonden is om Hem te openbaren, worden de leerlingen gezonden om te getuigen dat Jezus daadwerkelijk Zoon van God is. 

Nadien vertellen de leerlingen aan Tomas, die er niet bij was, wat er is gebeurd (vs. 24-25). Tomas gelooft hen niet en stelt het alleen te kunnen geloven als hij het met eigen ogen kan zien en de wonden met zijn handen kan aanraken. Een week later komen de leerlingen opnieuw bij elkaar, ditmaal met Tomas erbij (vs. 26). Jezus verschijnt voor een tweede keer. Na een groet richt Hij zich onmiddellijk tot Tomas en spoort hem aan Hem aan te raken (vs. 27). Zonder op Jezus’ aansporing in te gaan, komt Tomas tot geloof en spreekt hij een geloofsbelijdenis uit (vs. 28). Vervolgens prijst Jezus diegenen die niet zien en toch geloven (vs. 29). Dit bevat de tweede kern van de passage, die tevens als de kern van het Johannes-evangelie kan worden gezien. In Jezus laat God zien wie Hij is. Jezus is God. Daarnaast speelt de getuigenis een belangrijke rol. Niet door een verschijning kom je tot echt geloof, maar door de kracht van het Woord. 

Tot slot stelt de evangelist dat Jezus nog tekenen heeft verricht die niet in het evangelie opgenomen zijn (vs. 30). De tekenen die wel opgenomen zijn, zijn opgenomen zodat de lezers tot geloof komen in Jezus (vs. 31). 

Aantekeningen per vers

Bij vers 19 

Verschijningen

19Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; uit angst voor de Joden hadden ze de deuren op slot gedaan. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie!’

Johannes 20:19NBV21Open in de Bijbel

  • de deuren op slot (…) in hun midden: Aangezien Jezus verrezen is, is Hij niet meer ondergeschikt aan wereldse zaken. Dat Hij door een gesloten deur naar binnen kan komen is hier een voorbeeld van. 
  • uit angst voor de Joden: Al zijn de leerlingen en Jezus ook Joods, het gaat hier over het onderscheid tussen diegenen die Jezus als messias aanvaarden en diegenen die dat niet doen. Het gerucht dat het graf leeg was, zal zich verspreid hebben en de Joodse leiders bereikt hebben. De leerlingen waren bang dat ze door hen vervolgd zouden worden. Daarnaast kan dit ook de moeilijke relatie reflecteren tussen de Joden en de eerste christengelovigen in de periode waarin het Johannes-evangelie tot stand gekomen is. 
  • de leerlingen: Tien van de twaalf leerlingen zijn op dit moment aanwezig. Judas en Tomas waren er niet bij. 
  • Vrede zij met jullie: Deze uitspraak was een standaard begroeting in die tijd. Ook kan men hier een allusie van de schrijver van het Johannes-evangelie naar Johannes 14:27 in lezen. Tevens dient de vredesboodschap begrepen te worden in het licht van de kruisdood en de opstanding. De vrede is er een vrucht van. De vrede die Jezus hier wenst, dient in dit opzicht ook beschouwd te worden als het goede voor de mensheid en de schepping. Het is als het ware een eschatologische vrede die verwezenlijkt wordt in drie zaken: (1) de zending van de leerlingen, (2) de gave van de heilige Geest en (3) de mogelijkheid om de zonden te vergeven (zie vs. 21-23). 

Bij vers 20 

20Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zij. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen.

Johannes 20:20NBV21Open in de Bijbel

  • De leerlingen waren blij: In tegenstelling tot Lucas 24:37, waar de leerlingen in eerste instantie angstig en verbijsterd waren, is er van deze gevoelens geen sprake bij Johannes. De leerlingen waren blij om de Heer te zien. 

Bij vers 21 

21Nog eens zei Jezus: ‘Vrede zij met jullie! Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.’

Johannes 20:21NBV21Open in de Bijbel

  • Zoals de Vader (…) zend Ik jullie uit: Verwijzing naar Johannes 17:18. De vraag is ook wie hier bedoeld wordt met ‘jullie’. Worden hiermee diegenen bedoeld die aanwezig zijn wanneer de woorden worden uitgesproken, namelijk de apostelen? Of gaat het hier ook over andere leerlingen die in Hem geloven? Bij Johannes lijkt de zending specifiek gericht tot de apostelen. Zij dienen, net zoals God Jezus gezonden heeft om Hem te openbaren, de wereld in te gaan om de openbaring van God in Jezus aan de wereld bekend te maken. 

Bij vers 22 

22Na deze woorden blies Hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest.

Johannes 20:22NBV21Open in de Bijbel

  • blies Hij: Net zoals God de mens levensadem in de neus blies (zie Gen. 2:7), zo blaast Jezus in dit vers de Geest over zijn leerlingen uit. Op die manier geeft Jezus niet enkel de gave van de Geest aan zijn leerlingen maar evenzeer de gave van het leven.  
  • Ontvang de heilige Geest: De Geest werd aan Jezus geschonken in Johannes 1:32-33. In Johannes 7:39 wordt gezegd dat de Geest nog niet geschonken kon worden aan diegenen die in Jezus geloofden omdat Jezus nog niet tot Gods majesteit verheven was. Nu Jezus verrezen is, zendt Hij de Geest uit over zijn leerlingen. Het is door de verrijzenis dat Jezus in staat is de Geest aan zijn leerlingen te geven. Op die manier zijn bij Johannes het paas- en pinkstergebeuren met elkaar verweven.  

Bij vers 23 

23Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’

Johannes 20:23NBV21Open in de Bijbel

  • vergeven (…) niet vergeven: Letterlijk: ‘loslaten’ (aphiēmi) en ‘vasthouden’ (krateō). Bij Johannes moet men vooral letten op de totaliteit die beide begrippen vormen, als uitdrukking van volmacht om de zending van Jezus, het mededelen van leven, voort te zetten. Reeds in Johannes 1 is er een verband tussen ‘de zonde van de wereld wegnemen’ (vs. 29) en ‘dopen met heilige Geest’ (vs. 33). Zonde dient hier niet verstaan te worden als een begrip dat duidt op moreel verval maar eerder als het afwijzen van de Godsopenbaring in Jezus. Zoals eerder aangeduid in vers 21, moeten de leerlingen het werk van Jezus voortzetten en dienen zij de openbaring van God in Jezus aan de wereld bekend te maken. 

Bij vers 25

25Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’

Johannes 20:25NBV21Open in de Bijbel

  • als ik mijn hand in zijn zij kan leggen: Deze zin duidt op de wonde die een van de Romeinse soldaten met een lans in Jezus’ zij had toegebracht (zie Joh. 19:34). Al was Tomas niet bij de bijeenkomst van de leerlingen na de verrijzenis, deze zin duidt wel aan dat hij bij de kruisiging aanwezig was. 

Bij vers 26 

26Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren op slot zaten, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Vrede zij met jullie!’ zei Hij,

Johannes 20:26NBV21Open in de Bijbel

  • Dit vers is zo goed als een herhaling van vers 19, met enkele verschillen. Zo wordt de vrees van de leerlingen voor de Joden niet vermeld en is Tomas deze keer aanwezig op de bijeenkomst. 

Bij vers 27 

27en daarna richtte Hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’

Johannes 20:27NBV21Open in de Bijbel

  • richtte Hij zich tot Tomas: Jezus laat Tomas uitvoeren waar hij in vers 25 om vroeg. Tevens duiden de woorden van Jezus op zijn alwetendheid. Jezus weet reeds wat Tomas dacht. 

Bij vers 28 

28Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’

Johannes 20:28NBV21Open in de Bijbel

  • Tomas antwoordde: Er wordt niet gezegd dat Tomas ingaat op de uitnodiging van Jezus om zijn wonden aan te raken. Enkel het horen en zien van Jezus is voldoende om Hem te erkennen als zijn Heer en God.  
  • Mijn Heer, mijn God: Dit is een geloofsbelijdenis en ook dé geloofsbelijdenis die de theologische kern van het Johannes-evangelie samenvat. Tomas herkent Jezus en erkent Hem als de Heer en God. Op die manier wordt de zin ‘het Woord was God’ (Joh. 1:1) bevestigd door Tomas. Zo functioneert deze geloofsbelijdenis als inclusie met de proloog. Jezus is niet meer van de wereld maar bevindt zich bij God. Hij laat zich niet kennen door tastbaar bewijs maar kan enkel gevat worden met geloof.  

Bij vers 29 

29Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je Me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’

Johannes 20:29NBV21Open in de Bijbel

  • Omdat je Me gezien hebt, geloof je: In de Nestle-Aland, de kritische teksteditie van het Nieuwe Testament, wordt deze zin als een vraag geformuleerd. Door het als een vraag te formuleren krijgt de uitspraak een verwijtende toon. De meeste vertalingen geven het ook als een vraag weer. De NBV21 doet dat niet. Dat Tomas niet gelooft omdat hij Jezus aangeraakt heeft, wordt in deze zin bevestigd. Hij gelooft omdat hij de Heer heeft gezien. 
  • Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven: De leerlingen hadden de kans om Jezus nog te zien vooraleer Hij ten hemel werd opgevaren. De komende generaties gelovigen zullen die kans niet krijgen. Johannes prijst hier, in de woorden van Jezus, hun geloof dat niet berust op empirie maar op geloof alleen. Daar gaat het in het gehele Johannes-evangelie over. Men moet niet tot geloof komen door wonderen of verschijningen maar door de verkondiging en getuigenis van het Woord. In die zin is de verschijning aan Tomas een soort handreiking aan de menselijke zwakte. Al hechtte de vroegchristelijke traditie (Paulus, tweede slot van Marcus, Lucas en Matteüs) veel belang aan de verschijningen, dat is bij Johannes niet het geval. Wat telt is het getuigenis dat God zichzelf heeft geopenbaard in Jezus. Als zodanig kan de verschijning van Jezus aan de leerlingen als een ‘teken’ beschouwd worden. Het gaat voorbij aan de aardse werkelijkheid en wijst op Jezus’ ware, goddelijke autoriteit en identiteit.   

Bij vers 30 

30Jezus heeft in het bijzijn van zijn leerlingen nog veel meer tekenen verricht, die niet in dit boek staan,

Johannes 20:30NBV21Open in de Bijbel

  • tekenen: Semeia in het Grieks. Volgens sommige geleerden maakte de schrijver van het Johannes-evangelie gebruik van een bron die deze tekenen bevatte, de zogenaamde Semeia-bron. Johannes maakt er van een aantal heel bewust gebruik om duidelijk te maken wie Jezus werkelijk is. Het eerste teken vinden we in hoofdstuk 2, waar Jezus water in wijn verandert op de bruiloft te Kana. Daarna geneest Hij nog de zoon van een hoveling, een verlamde man, en een blindgeborene, geeft Hij een hele menigte brood te eten, wandelt Hij over het water en doet Hij Lazarus weer opstaan uit de doden. Soms gaat daar een ‘Ik-ben-uitspraak’ mee gepaard, bijvoorbeeld bij de wonderbaarlijke spijziging (‘Ik ben het brood dat leven geeft’). 

Bij vers 31 

31maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leven ontvangt door zijn naam.

Johannes 20:31NBV21Open in de Bijbel

  • opdat u door te geloven leven ontvangt: Dat men door het geloof het leven ontvangt, is een centraal thema in het Johannes-evangelie. Denk in dit verband aan het bekende vers Johannes 3:16

Achtergrondinformatie 

Toelichting bij kernwoorden en begrippen 

Blijf op de hoogte

Wil je een seintje ontvangen wanneer er nieuw materiaal online staat?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.41.0
Volg ons