Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Johannes 10:1-10 – Preekinspiratie 

Waar gaat het om in dit gedeelte?

Het beeld van Jezus als de goede herder is een van de bekendste typeringen uit de Bijbel. In Johannes 10:1-10 staat echter een ander, minder bekend beeld centraal: Jezus als de deur. Jezus is de deur die toegang geeft tot de schapen en tevens de deur waardoor de schapen in- en uitgaan. Daarmee typeert Jezus zichzelf als méér dan een leidsman: Hij is de weg naar het leven en de bron van het leven zelf.  

Deze tekst zet ook een beeld neer van christelijk leiderschap. Jezus is daarbij niet alleen een voorbeeld, maar ook het criterium. Wie uit is op eigen roem en eer, wie de kudde aan zichzelf wil binden in plaats van aan Christus, is – in de stevige woorden van deze tekst – een dief of een rover. Wie uit liefde voor Christus iets van zichzelf opgeeft (Joh. 12:25-26) voegt zich naar het beeld van herderschap dat het Johannes-evangelie neerzet (Joh. 21:15-19).   

Klik om deze passage te lezen in de NBV21  

Hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen.

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan).

Invalshoeken voor de verkondiging

  • Jezus is méér dan een goede leider tegenover slechte leiders. In Hem openbaart God zichzelf als de herder die zijn volk komt redden. Dat sluit aan bij het hoofdthema van het Johannes-evangelie: Jezus’ eenheid met de Vader. Die eenheid is niet statisch, maar dynamisch. De cirkel die Jezus en de Vader omsluit, breidt zich uit naar ieder die in Jezus gelooft. Uiteindelijk moet heel de wereld in Gods licht worden gezet. Verkondiging speelt daarbij een cruciale rol. Het evangelie vraagt om mensen die de boodschap verder dragen. Kan er levend geloof zijn zonder levende verkondiging?  
  • Jezus noemt zichzelf niet alleen de goede herder, maar ook de deur, de enige toegang tot de schapen. Dat betekent dat leiders (voorgangers en anderen die leidinggeven) de gemeente niet binnenstappen op eigen gezag, maar alleen door de deur die Christus is: door zijn waarheid, zijn zachtmoedigheid, zijn liefde. Welke lessen kunnen we hieruit trekken voor kerkelijk leiderschap?  
  • Johannes 10 plaatst de herder tegenover dieven en rovers, die gaan voor eigen gewin (vergelijk ook de herder tegenover de huurling verderop in het hoofdstuk). De herder is daadwerkelijk begaan met de schapen. Dieven en rovers zijn op zoek naar schapen om er zelf beter van te worden. Leiderschap zoals Jezus het uitdraagt, verdraagt zich niet met het welvaartsevangelie. Hoe kunnen we ons daartegen wapenen? 
  • De herder en zijn kudde als beeld van de koning of leider en het volk was gangbaar in de Bijbelse tijd: een cultureel cliché. Jezus geeft er echter een verrassende en unieke wending aan door zichzelf met ‘de deur’ te identificeren, de toegang naar en voor de schapen, en daarmee ook de poort naar het leven. Dit is iets moois om uit te leggen in de verkondiging, maar wellicht ook iets om na te volgen: bedenk een verrassende wending in je eigen beeldgebruik in de verkondiging.  

Context van Johannes 10:1-10

Het boek Johannes als geheel 

Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Johannes vind je in deze inleiding op het Evangelie volgens Johannes.

Plek van deze passage in het geheel 

In het eerste, verhalende deel van het Evangelie volgens Johannes verricht Jezus zeven tekenen waarmee Hij zijn goddelijke identiteit openbaart, te beginnen met het water dat in wijn verandert en uitlopend op de opwekking van Lazarus (1:19-12:50).  

Onze passage maakt deelt uit van Jezus’ bezoek aan Jeruzalem (Joh. 7-10). In Johannes 7 lezen we dat Jezus op het Loofhuttenfeest in Jeruzalem verschijnt. Daar blijft Hij tot het feest van de Tempelwijding (10:22). Het eindigt met Jezus’ vertrek uit Jeruzalem na een poging van de Joden om Hem te stenigen (10:31-42). Tijdens zijn verblijf in Jeruzalem geneest Jezus iemand die blind is geboren (Joh. 9). Dit is het zesde teken van zijn publieke optreden. Het brengt Hem in conflict met de farizeeën en andere Joodse leiders.  

Johannes 9 eindigt ermee dat een paar farizeeën met Jezus in discussie gaan (9:40-41). Daarop volgt direct Johannes 10:1-18, het gedeelte dat onze passage insluit. Hoewel Jezus een nieuw onderwerp aansnijdt, over de herder en zijn schapen, blijft de setting van Johannes 9 verondersteld. De personen aangeduid in 10:6, aan wie Jezus de gelijkenis vertelt zonder dat ze het begrijpen, zijn de farizeeën genoemd in 9:40-41. Johannes 10:19-21 verwijst nog eens terug naar de genezing van de man die blind was, en bevestigt de hechte band tussen Johannes 9 en 10.  

Vanaf hier zijn het ‘de Joden’ (hoi Ioudaioi, 10:19; 10:24; 10:31) die de confrontatie met Jezus zoeken. Daarmee worden, zoals vaak in Johannes, waarschijnlijk de Joodse leiders in Jeruzalem bedoeld. In 10:26-27, tijdens het feest van de Tempelwijding, verwijst Jezus nogmaals naar het beeld van de schapen. Als Jezus zijn eenheid met de Vader benadrukt, willen de Joodse leiders Hem stenigen, maar Jezus verlaat Jeruzalem. Het verbindende thema van Johannes 9-10 is dat van de slechte leiders tegenover de ene goede leider: God zelf, in de persoon van Jezus. 

De passage van deze zondag, 10:1-10, is het eerste deel van Jezus’ beeld en uitleg over de herder en de schapen. Het tweede deel, 10:11-18, focust op Jezus’ uitspraak ‘Ik ben de goede herder’ (vs. 11, 14). Het contrasteert de herder en de huurling. Het kenmerk van de herder (Jezus) is dat hij zijn leven geeft voor de schapen. In vers 15 en 16 lopen beeld en uitleg door elkaar. De twee slotverzen, 17 en 18, vormen de theologische climax. Jezus duidt hier rechtstreeks en onomwonden zijn eigen dood: ‘Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik heb de macht om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.’   

Opbouw en kern van Johannes 10:1-10 

Johannes 10:1-10 bestaat uit drie delen: 

  • vers 1-5: beeld van de schapen, de herder en de dieven en rovers 
  • vers 6: onbegrip bij de toehoorders 
  • vers 7-10: verdieping en toelichting van Jezus: ‘Ik ben de deur’ 

Het verrassende element in deze passage is Jezus’ uitspraak ‘Ik ben de deur’ (vs. 7, 9). Hoewel de deur van de schaapskooi een prominente rol speelt in het beeld van vers 1-5, zie je dit niet aankomen. Je verwacht dat Jezus zal zeggen: Ik ga door de deur naar binnen, dus Ik ben de herder. Maar Hij gaat veel verder door te zeggen: Ik ben de deur.  

Het beeld in vers 1-5 wordt aangeduid als paroimia (vs. 6). Dat is een synoniem van parabolē, ‘gelijkenis’. Het is een beeldverhaal, gelijkenis of allegorie. Het heeft betekenis op twee niveaus. 

  1. Het eerste niveau is dat van de alledaagse werkelijkheid van schapen en herders. Schapen verblijven in een ommuurde ‘kooi’ (ommuurd maar zonder dak, dus eigenlijk een soort kraal) die kan worden afgesloten. Het hek wordt bewaakt. Een dief of rover vermijdt de toegang, maar probeert ergens over de muur naar binnen te klimmen. De herder neemt uiteraard wel de deur en voor hem doet de bewaker open. Ook de schapen reageren op tweeërlei manier: de stem van de herder herkennen ze, hem volgen ze. De stem van een vreemde kennen ze niet, van hem vluchten ze weg.
  2. Het tweede betekenisniveau volgt uit het feit dat Israël in het Oude Testament vaak wordt voorgesteld als kudde geleid door een herder (bijv. de typering van Jozua in Num. 27:16-17). Essentieel zijn de teksten in de profetenboeken waarin de leiders als slechte herders veroordeeld worden en God zich presenteert als de herder die zelf zijn kudde zal bijeenhalen en weiden. De bekendste van die passages is Ezechiël 34, maar denk ook aan Jeremia 23:1-2, Micha 2:12-13 en Zacharia 10:3. Tegen die achtergrond krijgt Johannes 10:1-10 een diepe lading: Jezus is niet zomaar een goede herder, een leider die het beter doet dan andere leiders. In Hem voltrekt zich wat geschreven staat bij de profeten: God zelf stelt zich als herder op aan het hoofd van zijn kudde.  

In dit licht is het niet meer zo vreemd dat Jezus zegt: ‘Ik ben de deur.’ Er is geen leiderschapscompetitie tussen Jezus en de farizeeën of andere Joodse leiders. Jezus zelf is het criterium voor heilzaam leiderschap over Gods kudde. Wie niet ‘door Hem’ werkt, is per definitie een dief of rover.  

Dat Jezus zichzelf tweemaal als ‘de deur’ typeert (vs. 7 en 9), komt wellicht doordat de deur hier een dubbele functie heeft. Het is de deur náár de schapen – de rechtmatige herder gaat via die deur. Degenen die Jezus’ ware identiteit niet erkennen, kunnen dus per definitie geen rechtmatige herders zijn. Daarnaast is het de deur vóór de schapen: de doorgang naar goede weidegrond. Dat is een beeld voor het volle, eeuwige leven.  

De slechte leiders en valse messiassen staan als ‘dieven en rovers’ in contrast met Jezus. Hij is als deur het criterium voor en het model van de ware herder. Dat hiermee de farizeeën en hogepriesters als leiders gediskwalificeerd worden, is duidelijk. Toch is dat niet de kern van de passage. De kern is dat Jezus gestalte geeft aan de profetische belofte dat God zelf als herder van zijn volk zal optreden.  

Voor roepingenzondag kun je haast niet om Johannes 21:15-19 heen, de enige andere passage in het evangelie volgens Johannes waarin schaap- en herder-terminologie genoemd wordt. Ook in deze tekst is liefde voor Jezus, de bereidheid Hem te volgen en iets van jezelf op te geven, het criterium voor herderschap.   

Johannes in vergelijking met Matteüs, Marcus en Lucas  

Johannes 10:1-10 heeft geen parallel in de andere evangeliën. Wel komen enkele beelden die hier een rol spelen ook in andere evangeliën voor:  

  • Matteüs 9:36; Marcus 6:34: Jezus beziet de menigte als schapen zonder herder. 
  • Matteüs 10:6; 15:24: De verloren schapen van het volk van Israël. 
  • Matteüs 18:12; Lucas 15:4, 6: De gelijkenis van het verloren schaap. 
  • Matteüs 25:32: Jezus als herder die de schapen van de bokken scheidt. 
  • Matteüs 26:31; Marcus 14:27: ‘Ik zal de herder doden en de schapen zullen verstrooid raken’ (Zach. 13:7). 
  • Lucas 12:32: Wees niet bang, kleine kudde.  
  • Lucas 13:24: Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan. 
  • Matteüs 7:13: Ga door de nauwe poort naar binnen. 

In de synoptische evangeliën wordt Jezus’ relatie tot het volk of zijn leerlingen omschreven met het beeld van een herder en zijn schapen. Verder bevatten de synoptische evangeliën veel gelijkenissen die betrekking hebben op het koninkrijk van God. Dat geldt ook voor de aansporing om naar binnen te gaan door de smalle deur of poort – de toegang tot het koninkrijk. In Johannes wordt paroimia, ‘gelijkenis, beeldverhaal’, op een andere manier gebruikt. Hier zijn het geen beelden van het koninkrijk, maar beeldende typeringen van Jezus zelf (zie vooral Joh. 16:25). Dé sleutel om de beeldtaal van het Johannes-evangelie te begrijpen is het inzicht dat Jezus en de Vader één zijn.  

Aantekeningen per vers

Bij vers 1-10 

  • In veel vertalingen staat boven Johannes 10 als kopje ‘De goede herder’. In de NBV21 staat er geen kopje boven de tekst, omdat er in 10:1 geen nieuwe eenheid begint. De formule ‘werkelijk, Ik verzeker u’ waarmee 10:1 begint (en die in Johannes 25 keer voorkomt) vormt nooit het begin van het nieuw gedeelte. Jezus gebruikt deze formulering om verdieping te geven in een gesprek of discussie. Jezus snijdt in 10:1 een nieuw onderwerp aan maar de setting verandert niet (zie ‘Plek van deze passage in het geheel’).  

Bij vers 1 

1Werkelijk, Ik verzeker u, wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover.

Johannes 10:1NBV21Open in de Bijbel

  • de schaapskooi: ‘Omheinde ruimte van de schapen’. Veel Nederlandse vertalingen kiezen voor ‘schaapskooi’. Een verschil is dat bij ons een schaapskooi doorgaans een dak heeft, terwijl het hier gaat om een ommuurde ruimte onder de open hemel. Toch zijn alternatieven als ‘hof’ of ‘kraal’ hier niet veel beter. De Griekse term aulē betekent ook ‘binnenplaats’ en wordt gebruikt als aanduiding van de voorhof van de tempel. Aangezien hier aulē tōn probatōn, ‘omheinde ruimte van de schapen’, staat kun je dit moeilijk zien als een directe toespeling op de tempel.  
  • de deur: De deur (Grieks: thura) wordt in deze tekst viermaal genoemd (vs. 1, 2, 7 en 9). Het speelt een grote rol, in het beeld en in de uitleg. Hoe zag zo’n deur er concreet uit? Als de schaapskooi al een eenvoudig bouwsel is, moeten we ons van die deur niet te veel voorstellen. Wij zouden het misschien eerder een hek noemen (zie deze afbeelding).    
  • een dief of een rover: Dit is waarschijnlijk een verwijzing naar de farizeeën en Joodse leiders met wie Jezus in discussie is (zie Joh. 9). Het is moeilijk te zeggen hoe vaak het voorkwam dat dieven of rovers een schaapskooi probeerden binnen te dringen door over de muur te klimmen. Uit archeologische opgravingen blijkt in elk geval wel dat de muren van schaapskooien vaak met doornstruiken of scherpe stenen waren afgedekt. Dit laat zien dat men inderdaad bang was voor indringers. De werkwijze van indringers was om dieren te doden (zie vs. 10), over de muur te tillen, en mee te nemen om zelf op te eten of om het vlees te verkopen.   

Bij vers 2 

2Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen.

Johannes 10:2NBV21Open in de Bijbel

  • herder: In de Bijbelse cultuur was het beeld van de herder een vaste metafoor voor een koning of leider. Dit beeld komt ook vaak voor in de Hebreeuwse Bijbel. Het wordt gebruikt voor de koning of leider (bijv. Num. 27:17; 1 Kon. 22:17; Ps. 78:71-72; Jes. 44:28). Het wordt ook gebruikt voor God als herder van Israël (bijv. Ps. 23; Ps. 80:2; Jes. 40:11). De profeten klagen geregeld de leiders van Israël aan als slechte herders (bijv. Jer. 23:1-2; Ezech. 34; Zach. 10:3). Daartegenover spreken ze uit dat God zelf als herder van Israël zal optreden (zie ‘Opbouw en kern van Johannes 1-10’). 

Bij vers 3  

3Voor hem doet de bewaker open. De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten.

Johannes 10:3NBV21Open in de Bijbel

  • doet de bewaker open: De bewaker (thurōros, poortwachter, deurwachter). Meestal was het de herder zelf die de ingang bewaakte. In dit geval is het belangrijk dat er een aparte poortwachter is, omdat hij de legitimiteit van de herder bevestigt.       
  • luisteren naar zijn stem, hij roept (…) en leidt: Deze termen doen denken aan Johannes 5:25. Daaruit kun je al afleiden wat in 10:10 expliciet wordt gemaakt: voor de schapen gaat het om een zaak van leven en dood.  

Bij vers 6 

6Jezus vertelde hun deze gelijkenis, maar ze begrepen niet wat Hij bedoelde.

Johannes 10:6NBV21Open in de Bijbel

  • deze gelijkenis: De term paroimia is synoniem met parabolē, en kan eveneens als ‘gelijkenis’ worden vertaald. In Johannes 16:25-29 blijkt de diepere bedoeling van deze term paroimia. Het is een figuurlijke manier van spreken die je moet interpreteren. De een begrijpt het, de ander niet. De sleutel tot het juiste begrip is inzicht in de ware identiteit van Jezus: Hij en de Vader zijn één (zie Johannes in vergelijking met Matteüs, Marcus en Lucas).   

Bij vers 7  

7Daarom vervolgde Hij: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, Ik ben de deur voor de schapen.

Johannes 10:7NBV21Open in de Bijbel

  • Ik ben: Grieks: egō eimi. In het Johannes-evangelie staan veel uitspraken van Jezus die beginnen met ‘Ik ben …’: Ik ben het brood dat leven geeft, Ik ben het licht voor de wereld, Ik ben de opstanding en het leven, Ik ben de weg, de waarheid en het leven, et cetera. Het gaat telkens op typeringen die Jezus heel direct verbinden met God. Uitleggers wijzen erop dat de woorden ‘Ik ben’ doen denken aan de naam waarmee God zich openbaart in het Oude Testament, ‘Ik ben die Ik ben’.      
  • Ik ben de deur: Het beeld verschuift van de herder naar de deur. Op het eerste gezicht is dat een verrassende wending, maar de goede verstaander kan het begrijpen (zie hiervoor: ‘Opbouw en kern van Johannes 10:1-10’). 
  • de deur voor de schapen: De Griekse wending thura tōn probatōn kan worden opgevat als de deur ‘voor’ of ‘naar’ de schapen. De meeste vertalingen kiezen voor het eerste. Dan is de functie van de deur hier identiek met die in vers 9: de deur waardoor de schapen in- en uitgaan. Sommige uitleggers wijzen er echter op dat vers 8 impliceert dat het in vers 7 gaat over de deur ‘naar’ de schapen.  

Bij vers 8 

8Zij die vóór Mij kwamen waren allemaal dieven en rovers, maar naar hen hebben de schapen niet geluisterd.

Johannes 10:8NBV21Open in de Bijbel

  • allemaal dieven en rovers: Als Jezus de deur is, valt elke leider of messias die vóór Hem kwam automatisch in de categorie van dieven en rovers – buiten Jezus is er dan immers geen toegang tot het heil dat God beloofd heeft. We moeten dit niet lezen als diskwalificatie van de leiders van weleer, zoals Mozes, Jozua of David, maar lezen in het licht van de profeten: zij voorzien dat God de slechte, falende en rovende leiders aan de kant schuift en zelf als herder van zijn volk naar voren treedt. Die heilvolle belofte is met Jezus werkelijkheid geworden.  

Bij vers 10  

10Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.

Johannes 10:10NBV21Open in de Bijbel

  • vernietigen: Dat een dief komt om te roven en te slachten past bij het beeld van de schapen. De derde term, vernietigen, steekt boven het beeld uit. De Griekse term apollumi, ‘vernietigen, verloren doen gaan’, wordt in het Evangelie volgens Johannes vaak gebruikt. Het doel van Jezus’ missie is dat niemand van degenen die bij Hem horen en in Hem geloven, ‘verloren gaat’ (Joh. 3:16; 6:39; 10:28; 17:12; 18:9). Zo presenteert Jezus zichzelf als de enige weg naar het leven (Joh. 14:6). 
  • om hun het leven te geven in al zijn volheid: Letterlijk ‘opdat zij leven hebben en overvloed hebben’. Daarbij moet je ‘leven en overvloed’ opvatten als ‘overvloedig leven’, een synoniem voor ‘eeuwig leven’.  

Achtergrondinformatie

Toelichting bij kernwoorden en begrippen 

Blijf op de hoogte

Wil je een seintje ontvangen wanneer er nieuw materiaal online staat?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.42.3
Volg ons