Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Matteüs 21:1-9 – Preekinspiratie 

Waar gaat het om in dit gedeelte?

In Matteüs 21:1-9 trekt Jezus Jeruzalem binnen op een jonge ezel, precies zoals de profeet Zacharia had voorzegd, en zo openbaart Hij zich als de zachtmoedige en door God gezonden koning. Terwijl Hij de stad nadert, begroet de menigte Hem jubelend met takken en lofkreten – ‘Hosanna voor de Zoon van David!’ – waardoor duidelijk wordt dat dit intochtsritueel een geladen messiaans moment is, waarin verwachting, vervulling en koninklijke nederigheid samenkomen. 

Klik om deze passage te lezen in de NBV21

Hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen.

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan).

Invalshoeken voor de verkondiging

  • Matteüs citeert Zacharia: ‘Kijk, je koning is in aantocht, Hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen.’ Matteüs laat zien hoe de profetie tot in de komma wordt uitgevoerd. Matteüs vindt de vervulling zo belangrijk dat het bijna tot onmogelijkheden leidt. Jezus vervult de Schriften, maar vaak niet op de manier hoe wij verwachten. Hoe staan wij open voor het ‘onmogelijke’? 
  • De menigte spreidt hun kleren uit om te laten zien: ‘U bent de koning, U verdient alle eer.’ Maar ook: ‘U mag over ons leven gaan.’ Durven wij hetzelfde te doen, of houden we liever iets achter wat niet onder zijn voeten mag komen? 
  • Het woord dat de menigte roept – ‘hosanna’ – is in deze passage een feestelijke uitroep, maar hosanna kan ook een vraag om redding zijn (bijvoorbeeld Ps. 118:25). Dat vraagt om overgave: we erkennen dat we redding nodig hebben, én dat die redding in Christus komt. Zijn er plekken in ons leven die nog op zo’n eerlijke roep én zulke feestelijke overgave wachten? 

Context bij Matteüs 21:1-9

Het boek Matteüs als geheel

Meer over zaken als de historische context, opbouw, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Matteüs vind je in deze Inleiding bij het Evangelie volgens Matteüs.

Plek van deze passage in het geheel 

Deze passage markeert het begin van Jezus’ laatste fase in het evangelie: de overgang van zijn rondtrekkende bestaan voor de verkondiging van het goede nieuws naar de confrontatie in Jeruzalem. Matteüs bouwt zijn evangelie zo op dat de spanning naar dit moment toewerkt: vanaf Matteüs 16 kondigt Jezus zijn lijden aan, in hoofdstuk 20 spreekt Hij opnieuw over zijn naderende kruisweg, en in 21:1-9 zet Hij bewust de stap de stad binnen als de door Zacharia aangekondigde koning. De intocht is dus de publieke onthulling van Jezus’ koningschap, dat zich niet manifesteert in politieke macht maar in zachtmoedigheid. Daarmee vormt deze scène de inleiding op de tempelreiniging, de scherpe controverses met de religieuze leiders en uiteindelijk het lijdensverhaal. In het geheel van Matteüs fungeert 21:1-9 als een symbolische drempel: het laat zien dat de koning komt, maar dat zijn komst direct leidt tot crisis, oordeel en vervulling van de Schrift. 

Opbouw en kern van de passage 

Matteüs 21:1-9 ontvouwt zich in een duidelijke, trapsgewijze structuur: de passage begint met Jezus’ opdracht aan twee leerlingen (vs. 1-3), waarin Hij nauwkeurig instrueert hoe ze de ezel en het veulen moeten halen – een handeling die zijn bewuste regie over de gebeurtenissen benadrukt. Vervolgens volgt de uitvoering van de opdracht (vs. 6), ingebed in een korte redactionele beschrijving van hoe alles precies zo gebeurt als Hij had gezegd. Daartussen plaatst Matteüs een expliciete Schriftvervullingsformule (vs. 4-5), waarin Zacharia 9:9 wordt aangehaald en de intocht van Jezus wordt gekaderd als vervulling van profetische verwachting; daarna beschrijft de evangelist de koninklijke intocht zelf (vs. 7). Ten slotte loopt de scène uit op de reactie van de menigte (vs. 8-9), die door het spreiden van hun mantels, het leggen van takken en met luid gezongen ‘Hosanna’-kreten de messiaanse lading van het moment bevestigt en tegelijk een spanningsveld creëert tussen publieke erkenning en de naderende confrontatie in Jeruzalem. 

De kern van Matteüs 21:1-9 is dat Jezus Jeruzalem binnengaat als de door Zacharia voorspelde zachtmoedige koning, wiens koningschap zich kenmerkt door nederigheid in plaats van machtsontplooiing. 

Eigenheid van Matteüs ten opzichte van Marcus, Johannes en Lucas 

Het verhaal van de intocht in Jeruzalem uit Matteüs 21:1-11 vinden we ook in de andere evangeliën (Marc. 11:1-11; Luc. 19:28-40; Joh. 12:12-19), maar telkens met andere accenten. Hier staan vier duidelijke verschillen tussen het intochtsverhaal van Matteüs en dat van de andere evangelisten: 

  • Matteüs is de enige die expliciet twee dieren noemt (vs. 5, 7): de leerlingen nemen zowel de ezelin als haar veulen mee, in lijn met Matteüs’ nauwkeurige lezing van Zacharia 9:9. Marcus, Lucas en Johannes noemen slechts één dier (het veulen). 
  • Matteüs plaats expliciet een vervullingsformule (vs. 4) – ‘Dit is gebeurd omdat in vervulling moest gaan …’ – zoals we dat veel vaker in Matteüs vinden. Matteüs kleurt de gebeurtenis door die te verbinden met de woorden van de profeet Zacharia, die de sleutel zijn voor het begrijpen van de passage. Johannes heeft ook de verwijzing naar dezelfde profetie (Joh. 12:15). 
  • Waar Matteüs een grote, actieve menigte schildert die massaal mantels neerlegt en takken snijdt (vs. 8 velen; vs. 9 talloze mensen), tonen Marcus en Lucas een kleinere groep volgelingen. Johannes verbindt de toestromende menigte met het nieuws over de opwekking van Lazarus. 
  • Alleen Matteüs verbindt de intocht expliciet met de messiaanse titel ‘Zoon van David’ (vs. 9), passend bij zijn bredere nadruk op Jezus als de beloofde davidische messias. 

Aantekeningen per vers

Bij vers 1 

Intocht in Jeruzalem

1Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus twee leerlingen eropuit

Matteüs 21:1NBV21Open in de Bijbel

  • Betfage: Waarschijnlijk lag deze plek op de helling van de Olijfberg, maar de precieze locatie van deze plaats kan niet worden achterhaald. Het lag waarschijnlijk 2 à 3 kilometer van de muren van Jeruzalem. 
  • Olijfberg: Ten oosten van Jeruzalem. Deze plaats werd gekoppeld aan messiaanse en eschatologische voorstellingen (Ezech. 11:23; Zach. 14:4). De weg naar Jeruzalem liep over de Olijfberg en keek over de Kidronvallei uit naar de stad. 
  • twee leerlingen: Het gebruik van twee leerlingen weerspiegelt het principe van twee betrouwbare getuigen (Deut. 19:15) en laat zien dat zij niet als individuen, maar als vertegenwoordigers van de hele leerlingenkring handelen. Geen van de evangelisten laat weten welke leerlingen het zijn. De aandacht gaat volledig naar Jezus die initiatief neemt.  

Bij vers 2 

2met de opdracht: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Zodra je het binnenkomt, zul je een ezelin vinden die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij Me.

Matteüs 21:2NBV21Open in de Bijbel

  • dorp: Betfage. 
  • ezelin (…) met haar veulen: Ezels waren de gebruikelijke dieren voor vervoer van rijke personen en goederen. Het is onjuist te denken dat het een dier voor de armen was: vrijwel iedereen liep alle afstanden. We lezen ook verder nergens dat Jezus een dier berijdt. Ezels werden ook door koningen gebruikt (2 Sam. 16:2; 17:23; 19:26), maar het was volgens Zacharia (en sommige rabbijnse bronnen) het rijdier waarop de koning of messias zou rijden. Sommige uitleggers denken dat Jezus niet voorspelde wat er in het dorp zou gebeuren, maar dat Hij al contacten in de buurt had (vs. 17 en 26:6-7 lijken dat te suggereren). 
  • Maak de dieren los en breng ze bij Me: Jezus instrueert zijn leerlingen om de dieren weer terug te brengen naar Jezus, die ofwel blijft staan, ofwel een stuk langzamer loopt dan de leerlingen. 

Bij vers 3 

3En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: “De Heer heeft ze nodig.” Dan zul je ze meteen meekrijgen.’

Matteüs 21:3NBV21Open in de Bijbel

  • De Heer heeft ze nodig: Letterlijk staat er ‘hun Heer heeft ze nodig’. Dat wil zeggen, de Heer van de dieren. De titel ‘Heer’ kan zowel op Jezus slaan (de messiaanse dieren horen bij de messias), maar ook op God, zoals ho kurios in Matteüs het meest wordt gebruikt.  
  • Dan zul je ze meteen meekrijgen: In Marcus belooft Jezus het dier weer terug te sturen (Marc. 11:3), maar hier in Matteüs is er niets van een belofte die het lenen mogelijk maakt. Het lijkt alsof Matteüs dat heeft weggelaten om de nadruk te leggen op de eschatologische noodzaak en de zekerheid dat het dier wordt meegegeven. 

Bij vers 4 

4Dit is gebeurd omdat in vervulling moest gaan wat door de profeet gezegd is:

Matteüs 21:4NBV21Open in de Bijbel

  • Dit is gebeurd (…) profeet gezegd is: De formule laat de profeet ongenoemd, zoals altijd het geval is wanneer het niet een van de grote profeten betreft, zoals Jesaja of Jeremia. 

Bij vers 5 

5‘Zeg tegen vrouwe Sion: “Kijk, je koning is in aantocht, Hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.”’

Matteüs 21:5NBV21Open in de Bijbel

  • Matteüs 21:5 citeert Zacharia 9:9, maar doet dat in een samengestelde vorm: hij voegt het openingsdeel uit Jesaja 62:11 (‘Zeg tegen vrouwe Sion …’) samen met de kernregel uit Zacharia (‘Kijk, je koning is in aantocht (…) Hij is zachtmoedig en rijdend op een ezel’). In de opbouw valt op dat Matteüs het citaat zo rangschikt dat de aankondiging (Jes. 62) direct overgaat in de messiaanse beschrijving (Zach. 9), waardoor de nadruk komt te liggen op de komst van de zachtmoedige koning. Bij het slot van de regel – ‘op een ezelin en op een veulen’ – volgt Matteüs het Grieks van de Septuaginta, die de poëtische Hebreeuwse parallellismevorm (een ezelin, een veulen, het jong van een lastdier) vertaalt zonder het poëtisch parallellisme. Daarmee lijkt de LXX te suggereren dat er over twee dieren gesproken wordt. Zo komt Matteüs ertoe om te lezen (en te laten uitvoeren) dat er een ezelin én haar veulen aanwezig zijn, waarmee hij zijn typische aandacht voor letterlijke Schriftvervulling laat zien. Het laatste deel, ‘het jong van een lastdier’, is weer nauwer verbonden met de Hebreeuwse tekst dan de Septuaginta van Zacharia 9:9. 
  • vrouwe Sion: Een veelgebruikte aanspreekvorm voor Jeruzalem (bijvoorbeeld Jes. 1:8; 37:22; Jer. 6:2; Micha 1:13; Sef. 3:14). 
  • Hij is zachtmoedig: Matteüs laat een gedeelte van Zacharia 9:9 weg, namelijk ‘bekleed met gerechtigheid en zege’. Zo verschuift het beeld van een triomfalistische messias naar een zachtmoedige. Doorgaans had men een ander beeld van de davidische, koninklijke messias (denk ook aan Petrus’ onvermogen om aan een lijdende messias te denken; 16:22-23). 

Bij vers 6 

6De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen.

Matteüs 21:6NBV21Open in de Bijbel

  • deden wat Jezus hun had opgedragen: Het Mozesmotief is sterk aanwezig in Matteüs. Hier horen we een echo van Exodus 12:28: ‘en [het volk deed] wat de HEER aan Mozes en Aäron had bevolen’. Beide teksten gebruiken dezelfde formule – epoiēsan (…) kata(s) sunetaxen – waarmee Matteüs Jezus’ instructies literair in lijn brengt met Gods geboden aan Israël. 

Bij vers 7 

7Ze brachten de ezelin en het veulen mee, legden er mantels overheen en Jezus ging erop zitten.

Matteüs 21:7NBV21Open in de Bijbel

  • Jezus ging erop zitten: De mantels worden op de dieren gelegd bij wijze van zadel. Waarop ging Jezus precies zitten? In het Grieks staat dat Jezus op ‘hen’ ging zitten en dat klinkt ook nog wel in de NBV21 door. Gaat Jezus dan op twee dieren tegelijk zitten? Sommige uitleggers zeggen dat ‘hen’ verwijst naar de mantels die op de dieren werden gelegd. Maar, zeggen anderen, dan heb je nog steeds het probleem hoe Jezus op de mantels van beide dieren kan zitten. Aan de andere kant: op twee dieren tegelijk rijden lijkt ook onmogelijk. In sommige middeleeuwse afbeeldingen zit Jezus zijwaarts, met zijn voeten leunend op het veulen. 
  • zitten: Normaal gesproken ging men te voet naar een bedevaartsoord. Voor omstanders moet dat in eerste instantie opvallend zijn geweest. Dat Jezus op een ezel zou rijden, en dat daarbij het werkwoord ‘zitten’ wordt gebruikt, roept de herinnering op aan Salomo, die eveneens op een ezel zit wanneer hij naar David gaat om tot koning gezalfd te worden (LXX 1 Kon. 1:38, 34). 

Bij vers 8

8Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken takken van de bomen en spreidden die uit op de weg.

Matteüs 21:8NBV21Open in de Bijbel

  • Vanuit de menigte: De menigte, die voorheen nog niet genoemd was, krijgt nu een rol. Marcus en Lucas noemen geen menigte en hier in Matteüs is Jezus’ intocht in Jeruzalem populair; de mensen herkennen de profetie en daarmee de messiaanse claim die Jezus doet. 
  • spreidden velen hun mantels op de weg uit: Kleding uitspreiden op de grond vinden we ook in 2 Koningen 9:13 wanneer koning Jehu net tot koning is gezalfd: ‘Ogenblikkelijk deden ze allemaal hun mantels af en spreidden die voor hem als loper over de traptreden uit. Toen bliezen ze op de ramshoorn en riepen: “Jehu is koning!”’ Kleding vertegenwoordigde de drager ervan; dat iemand anders over je kleding loopt betekende onderwerping. 
  • takken: Alleen Johannes noemt dat het palmtakken zijn – typisch voor intochten (zie ook 1 Mak. 13:51), maar Matteüs beschrijft niet dat er met (palm)takken gezwaaid wordt; ze worden op de weg gelegd. We moeten er dus niet van uitgaan dat het met het Loofhuttenfeest te maken heeft. Mogelijk is het gebaseerd op Psalm 118:27: ‘Vier feest en ga met groene twijgen tot aan de hoorns van het altaar’, wat het tot een soort liturgische processie maakt. Opvallend is dat bij Marcus en Lucas het de leerlingen zijn die het eerbetoon in gang zetten. 

Bij vers 9 

9De talloze mensen die voor Hem uit liepen en achter Hem aan kwamen, riepen luidkeels: ‘Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hoogste hemel!’

Matteüs 21:9NBV21Open in de Bijbel

  • De talloze mensen die voor Hem uit liepen en achter Hem aan kwamen: De menigte blijkt te bestaan uit Jezus’ medereizigers.  
  • Hosanna: In dit vers speelt Psalm 118 een rol. Hosanna komt in Psalm 118:25 voor. Hosanna is de vergrieksing van het Hebreeuwse hôšîʿâ-nnā, dat ‘red ons toch’ betekent. In Jezus’ tijd kon het ook betekenen ‘prijs hem die redt’. Het woord ‘hosanna’ kan de Joodse lezer ook op het spoor zetten van Jezus’ eigen Joodse naam Jehoshua, dat betekent ‘God redt’. Zie ook Matteüs 1:21
  • Zoon van David: Deze titel is al eerder voor Jezus gebruikt, namelijk door de blinden in Matteüs 9:27-34, 20:29-34 en de Kanaänitische vrouw (15:22). Hoewel daar de titel eventueel zou kunnen slaan op Salomo, die in Jezus’ tijd ook als genezer en exorcist bekendstond, gaat dat hier niet op. Hier geeft Matteüs duidelijk een messiaanse invulling, vanuit 2 Samuel 7, dat er een blijvende davidische dynastie zou zijn (zie ook Mat. 1:1). Matteüs’ vermelding van de profetie van Zacharia versterkt de messiaanse inhoud van de titel. 
  • Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer: Deze zin komt uit de zogenaamde ‘halleelpsalmen’ (‘lofliederen’, Ps. 115-118) die volgens de rabbijnse traditie tijdens Pesach werden gezongen. In die psalmen was het waarschijnlijk de koning die de feestelijke processie naar de tempel leidde, wat aansluit bij het koninklijke aspect dat Matteüs door de profetie van Zacharia laat zien. 
  • Hosanna in de hoogste hemel: Deze uitdrukking doelt waarschijnlijk op de even grote feestvreugde bij de engelen (zie Ps. 148:1). Dat zou duidelijk maken waarom dit vers in christelijke liturgieën gekoppeld is aan het Tersanctus (gezongen door de serafs) uit Jesaja 6:3

Blijf op de hoogte

Wil je een seintje ontvangen wanneer er nieuw materiaal online staat?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.42.3
Volg ons