Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Matteüs 4:1-11 – Preekinspiratie

Waar gaat het om in dit gedeelte?

In Matteüs 4:1‑11 gaat het om de verzoeking van Jezus in de woestijn, direct na zijn doop. De Geest leidt Hem naar de woestijn. Daar probeert de satan Hem drie keer van zijn weg af te brengen: steeds andere verleidingen, maar steeds gaat het om hoe Jezus Zoon van God zal zijn. Drie keer weerstaat Jezus de verzoeking met woorden uit Deuteronomium, waarmee Hij laat zien dat echte gehoorzaamheid bestaat uit vertrouwen op God in plaats van macht, bewijsdrang of zelfbehoud. 

Klik om deze passage te lezen in de NBV21  

Hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen. 

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan). 

Invalshoeken voor de verkondiging 

  • In deze passage komt de duivel voor. Hij beproeft Jezus. Vooral in de middeleeuwse tijden is er een karikatuur van de duivel ontstaan. Velen zullen dan ook zeggen dat de duivel niet bestaat. Maar deze passage laat zien dat er machten zijn die Jezus actief tegenwerken en Hem van Gods gehoorzaamheid willen afwenden, in het bijzonder als de mens zwak is – zoals Jezus na veertig dagen en nachten vasten. Hoe kijken wij als gelovigen naar die tegenmachten? Welke machten beproeven ons als we ‘zwak’ zijn? 
  • Juist in die ‘zwakheid’ vertrouwt Jezus op God en gebruikt Hij de Schrift – in het bijzonder het boek Deuteronomium. Jezus kende de Schriften. In deze passage wordt Psalm 91 door de duivel verkeerd uitgelegd om zo Jezus te verleiden. Hoe kunnen wij ons oefenen tegen Schriftuitleg die ons afleidt van God? 
  • Gehoorzaamheid heeft vaak een negatieve bijsmaak. Het roept associaties op met onderdrukking, verlies van zelfbeschikking of kritiekloos volgen, juist in een cultuur die autonomie, authenticiteit en zelfontplooiing waardeert. Maar als gehoorzaamheid in Matteüs 4 niet gaat over onderworpenheid, maar over bewust kiezen om je leven te laten bepalen door Gods woord en niet door de situatie of eigen macht, wat zou dat dan vandaag kunnen betekenen? Hoe kan gehoorzaamheid aan God gestalte krijgen in een samenleving waarin autonomie als hoogste goed wordt gezien?  

Context van Matteüs 4:1-11

Het boek Matteüs als geheel

Meer over zaken als de historische context, opbouw, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Matteüs vind je in deze Inleiding bij het Evangelie volgens Matteüs.

Plek van deze passage in het geheel 

Matteüs 4:1-11 staat precies op de overgang tussen Jezus’ doop (Mat. 3:13-17) en het begin van zijn openbare optreden (Mat. 4:12-22). Het laat zien hoe zijn pas uitgesproken identiteit als ‘geliefde Zoon’, bevestigd bij zijn doop door Johannes de Doper (3:17), meteen wordt beproefd. En dat gebeurt nog voordat Hij zijn roeping begint, een roeping in de lijn van Johannes de Doper.  

Opbouw en kern van de passage 

De passage is opgebouwd als een vloeiende beweging van leiding, beproeving en bevestiging: eerst leidt de Geest Jezus de woestijn in (vs. 1), waarmee duidelijk wordt dat de beproeving rechtstreeks voortvloeit uit zijn doop en roeping. Vervolgens volgen drie verzoekingen die telkens volgens hetzelfde patroon verlopen: de satan zet in met een uitdaging die Jezus’ manier van Zoon‑zijn ter discussie stelt, biedt Hem een alternatieve weg aan, en Jezus antwoordt telkens met een citaat uit Deuteronomium dat Gods wil boven eigenbelang, bewijsdrang of macht stelt (vs. 3-10). Het geheel eindigt met de terugtocht van de satan en de dienst van de engelen (vs. 11), waardoor duidelijk wordt dat Jezus de beproeving heeft doorstaan en klaar is om zijn openbare missie te beginnen. 

De kern van de passage is dat Jezus laat zien wat het betekent om de Zoon van God te zijn: niet door zijn macht te gebruiken voor eigen voordeel, zelfbehoud of heerschappij, maar door volmaakte gehoorzaamheid aan, en vertrouwen op God. 

Eigenheid van Matteüs ten opzichte van Marcus en Lucas 

Het verhaal van de beproeving vinden we in alle drie de evangeliën, maar wel op heel verschillende wijzen. Marcus heeft een kort verhaal en meldt alleen dat Jezus werd beproefd en dat de engelen en wilde dieren Hem dienden (Marc. 1:12-13), niet op wat voor manier zoals Matteüs en Lucas. Matteüs en Lucas hebben een uitgebreide versie, en gebruiken een gezamenlijke bron (‘Q’).  

Enkele belangrijke verschillen tussen de versies van Matteüs en Lucas zijn: 

  • Matteüs heeft de volgorde: brood – tempel – koninkrijken, terwijl Lucas de laatste twee omwisselt: brood – koninkrijken – tempel. Dit geeft Matteüs een beweging van woestijn → tempel → hoge berg, terwijl Lucas juist toewerkt naar Jeruzalem, het theologische centrum van zijn evangelie. 
  • Alleen Matteüs beschrijft dat Jezus vast, iets wat de leerlingen later moeten volgen (6:16-18). 
  • Matteüs structureert het verhaal met duidelijker narratieve schakels (tote), waardoor de drie verzoekingen als een oplopende reeks worden gepresenteerd. Lucas’ versie is vloeiender.  
  • Lucas sluit af met een open einde waarin de satan terug zal komen: ‘ging hij voor een tijd bij Hem vandaan’ (Luc. 4:13), wat vooruitwijst naar de passie (bijvoorbeeld Luc. 22:3). Matteüs sluit juist af met engelen die Jezus dienen (4:11), wat een afgerond moment van overwinning suggereert. 

Kortom, Matteüs en Lucas gebruiken dezelfde bron, maar hebben hem aangepast met hun eigen accenten. 

Aantekeningen per vers

Bij vers 1 

Jezus in de woestijn

1Daarna werd Jezus door de Geest meegevoerd naar de woestijn om door de duivel op de proef gesteld te worden.

Matteüs 4:1NBV21Open in de Bijbel

  • door de Geest: Dit suggereert dat God deze beproeving heeft gepland (bijv. Jes. 63:14; zie ook 1 Sam. 16:13; 1 Kon. 18:12; 2 Kon. 2:16; Ezech. 3:14).
  • meegevoerd: Het werkwoord anagō kan ook ‘omhoog leiden’ betekenen. Matteüs gebruikt dit werkwoord alleen hier. Het lijkt erop dat Matteüs Jezus wil afschilderen als iemand die ‘omhoog’ gaat, de bergen van de wildernis in, als de nieuwe Mozes (zie ook Deut. 9:9). 
  • woestijn: De woestijn stond in de tijd van de Bijbel bekend als een onvruchtbaar en gevaarlijk gebied, en als een plek van honger, dorst en wilde dieren (Deut. 1:19; Jes. 21:1; Jer. 2:6). Zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament heeft de woestijn ook nog een andere betekenis: het is een plek waar mensen het moeilijk hebben, maar waar God juist zijn kracht kan laten zien. 
  • op de proef gesteld: Het Griekse peirazō heeft niet per se een negatieve connotatie, maar de duivel wordt in vers 3 ook met een deelwoord aangeduid: ‘de beproevende’ oftewel ‘de beproever’. De duivel heeft slechte intenties. 
  • duivel: Het Griekse diabolos komt van het Hebreeuwse Satan (Marcus heeft dat), en kan ‘aanklager’ betekenen. Hier functioneert het als eigennaam van de duivel. In Matteüs wordt de duivel sober beschreven als een listige tegenstander, niet met de fantasierijke trekken uit latere beeldvorming. De duivel wil door verleiding en misleiding Gods werk ondermijnen – en wordt uiteindelijk door Jezus weerstaan en overwonnen (zie ook Mat. 13). Zie ook deze pagina over Satan in de Bijbel.

Bij vers 2 

2Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had Hij grote honger.

Matteüs 4:2NBV21Open in de Bijbel

  • veertig dagen en veertig nachten had gevast: Matteüs presenteert Jezus als de nieuwe Mozes, die op de Sinai veertig dagen en veertig nachten niet at en dronk (Deut. 9:9 en 18; het Bijbelboek waaruit Jezus ook zal citeren om de duivel te weerspreken). Het getal veertig duidt op op de proef stellen (herinnert aan Noach, Mozes, de woestijnreis van Israël, Elia etc.), maar ook op straf en onderdrukking (Gen. 7:4, 12, 17; Ex. 24:18; Deut. 9:11, 25; Recht. 13:1; 1 Kon. 19:8, etc.). 
  • had Hij grote honger: De korte constatering epeinasen benadrukt de volle menselijkheid van Jezus. De zin suggereert niet slechts een natuurlijke afloop van het vasten, maar markeert het precieze moment van kwetsbaarheid waarin de verzoeking inzet. Anders dan bij Lucas, waar de honger eerder genoemd wordt, presenteert Matteüs de honger als het hoogtepunt van de beproeving: pas wanneer Jezus daadwerkelijk behoefte heeft aan brood, treedt de verzoeker op. 

Bij vers 3 

3Toen kwam de beproever naar Hem toe en zei: ‘Als U de Zoon van God bent, beveel die stenen dan in broden te veranderen.’

Matteüs 4:3NBV21Open in de Bijbel

  • Toen kwam de beproever naar hem toe: Matteüs introduceert hier de duivel in het verhaal. Zodra Jezus fysiek helemaal uitgeput is, komt de beproever naar Jezus toe. 
  • Als u de Zoon van God bent: De duivel daagt Jezus uit op zijn identiteit die juist bij zijn doop was bevestigd. Deze zin wordt in Matteüs opvallend genoeg ook geuit wanneer Jezus aan het kruis hangt; daar geldt eenzelfde principe: Jezus kán van het kruis komen, maar is gehoorzaam aan de Vader (Mat. 26:39). 
  • beveel die stenen dan in broden te veranderen: We vinden hier een echo van Numeri 20:8, waar de Heer Mozes opdraagt tegen de rots (steen) te zeggen dat hij water moet geven om de dorst van het volk en het vee te lessen. De duivel appelleert aan het idee dat het voor de Zoon van God beneden zijn stand is om honger te lijden. Bovendien kán Jezus zijn macht vanuit zijn goddelijk Zoonschap aanwenden om de honger te stillen. Het is ook een echo van het volk Israël, Gods zoon, dat ook geen honger hoefde te lijden in de woestijn en manna van de grond kon rapen (Ex. 16:14-16). 

Bij vers 4 

4Maar Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.”’

Matteüs 4:4NBV21Open in de Bijbel

  • Er staat geschreven: Jezus erkent de Schrift, en hier specifiek Deuteronomium, als het hoogste gezag en plaatst zichzelf bewust onder dat gezag. Daarmee weerstaat Hij de beproeving niet door macht, maar door gehoorzame Schriftuitleg, als de ware mens en het ware Israël. Hij laat zien dat leven, zoon-zijn en trouw aan God bepaald worden door Gods Woord, niet door omstandigheden of eigen mogelijkheden. 
  • De mens leeft niet (…): Jezus citeert hier Deuteronomium 8:3 (Septuaginta). De reden dat Jezus dit doet is dat het gedeelte terugblikt op de woestijnervaring en de honger die als opvoeding (paideia) golden vóórdat ze het land in mochten (de beloning). Het volk leerde absolute afhankelijkheid, want ze hadden geen controle en geen voorraden (denk aan de restricties om manna te verzamelen). De duivel keert de volgorde om: eerst de beloning (brood), dan vertrouwen. Het antwoord van Jezus is paradoxaal, het woord van God vult de maag niet. Maar Jezus houdt vast aan de volgorde in Deuteronomium. God voorziet op zijn tijd (zie 4:11). 

Bij vers 5 

5Vervolgens nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, zette Hem op het hoogste punt van de tempel

Matteüs 4:5NBV21Open in de Bijbel

  • nam de duivel Hem mee: Het werkwoord paralambanō gebruikt Matteüs ook wanneer hij vertelt dat Jozef zijn vrouw en kind meeneemt (Mat. 2:13-14, 20-21) en ook wanneer Jezus zijn leerlingen op bijzondere momenten meeneemt (17:1; 20:17; 26:37). Het ‘meenemen’ moet niet letterlijk worden gelezen, maar als in een visioen, net zoals Ezechiël Jeruzalem bezoekt terwijl hij in Babylon is (Ezech. 8:1-3; 11:24). 
  • naar de heilige stad: Een term voor Jeruzalem (zie ook 27:53; Jes. 52:1; Dan. 9:24).  
  • zette Hem op het hoogste punt van de tempel: Het Griekse pterugion (‘vleugeltje’) is een weinig gebruikt woord, maar duidt op een hoog punt. In deze context maakt het niet uit waar het precies op de tempel is, maar is de functionaliteit belangrijk: het hoogste punt, vanwaar een val dodelijk zou zijn (het gebouw was op sommige plekken vijftig meter hoog). 

Bij vers 6 

6en zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal Hij opdracht geven om U op hun handen te dragen, zodat U uw voet niet zult stoten aan een steen.”’

Matteüs 4:6NBV21Open in de Bijbel

  • spring dan naar beneden: Zonder goddelijke hulp is een sprong van de tempel dodelijk. 
  • Want er staat geschreven (…) aan een steen: De duivel kan ook Schrift citeren. Degene die ‘in de beschutting van de Allerhoogste woont’ (Ps. 91:1) kan op Gods bescherming rekenen, zelfs zijn engelen zullen diegene op handen dragen en hij zal zich niet stoten aan een steen (Ps. 91:11-12). Als dat al voor ‘gewone’ kinderen van God geldt, hoeveel te meer voor de speciale Zoon van God? De duivel doet alsof de tekst letterlijk van toepassing is, zelfs als Jezus door hem opzettelijk in een gevaarlijke situatie is gebracht – een situatie waarin God dan gedwongen wordt zijn Zoon te redden. Op die manier zou Jezus als mens (én Zoon) God dwingen Hem te dienen, in plaats van dat de Zoon de Vader dient.  

Bij vers 7 

7Jezus antwoordde: ‘Er staat ook geschreven: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’

Matteüs 4:7NBV21Open in de Bijbel

  • Stel de Heer, uw God, niet op de proef: Jezus beantwoordt Schrift met Schrift. Het citaat komt uit Deuteronomium 6:16. Jezus ontkent niet dat God beschermt, maar Hij bekritiseert de duivel omdat die Gods handelen probeert te forceren. Het zou zijn als de Israëlieten bij Massa, zoals de tekst in Deuteronomium verder leest (in het Hebreeuws is er een woordspel tussen de vorm ‘op de proef stellen’ en ‘Massa’). De Israëlieten eisten dat Mozes hun water zou geven, waarop Mozes antwoordde: ‘Waarom stelt u de HEER op de proef?’ (Ex. 17:1-7). 

Bij vers 8 

8De duivel nam Hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde Hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht

Matteüs 4:8NBV21Open in de Bijbel

  • een zeer hoge berg: De duivel neemt Jezus wederom mee. Ditmaal naar een zeer hoge berg vanwaar hij alle koninkrijken in al hun pracht liet zien. Wederom gaat het om een visioen, aangezien er geen berg hoog genoeg is om dat te doen. Pogingen om de berg te identificeren (zoals de berg van de beproeving, vlak bij Jericho) missen het doel. In het Oude Testament is de berg wel een plaats van waaraf het beloofde land is te zien (Gen. 13:14-17; Deut. 34:1-4). 
  • alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht: De hoeveelheid vormt een sterk contrast met het Koninkrijk van de hemel dat nabij is, zoals Jezus zal verkondigen (4:17). De duivel biedt niet alleen de koninkrijken aan, maar ook de macht daarover: Jezus zou de koning der koningen worden. Heerschappij over alle volken is een thema dat in sommige oudtestamentische teksten naar voren komt, ofwel heerschappij voor Gods volk, of hun koninklijke messias (Ps. 2:8; 72:8-11; Dan. 7:13-14). 

Bij vers 9

9en zei: ‘Dit alles zal ik U geven als U zich voor mij neerwerpt en mij aanbidt.’

Matteüs 4:9NBV21Open in de Bijbel

  • Dit alles zal ik U geven als U zich voor mij neerwerpt en mij aanbidt: Er is geen inleiding meer in de vorm van ‘als U de zoon van God bent’. De vraag is direct en onomfloerst. De vraag is of de duivel bluft of niet. Heeft hij wel of geen autoriteit? In het Nieuwe Testament vinden we diverse passages waarin de duivel ‘heerser van deze wereld’ wordt genoemd (Joh. 12:31; 14:30; 16:11; 2 Kor. 4:4; Ef. 6:11-12; 1 Joh. 5:19; Op. 12:9-17). Hij lijkt weliswaar macht te hebben, maar wel door God toegestaan. 

Bij vers 10 

10Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen Hem.”’

Matteüs 4:10NBV21Open in de Bijbel

  • Ga weg, Satan: Het gesprek is niet alleen afgelopen, maar Jezus gebiedt de duivel weg te gaan. De duivel is nu een grens overgegaan door te suggereren dat hij de Zoon ongehoorzaam kan maken door hem voor zichzelf te laten buigen. Eenzelfde soort bewoordingen vinden we terug wanneer Petrus Jezus bekritiseert over het lijden dat Hij moet ondergaan (16:23). Jezus interpreteert die kritiek als een verleiding om de weg van de mensen te gaan, niet de weg van God. 
  • Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen Hem: Er is maar één antwoord mogelijk. Aanbidding komt niemand toe behalve God, zoals Deuteronomium 6:13 laat zien. 

Bij vers 11 

11Daarna liet de duivel Hem met rust, en meteen kwamen er engelen om Hem te dienen.

Matteüs 4:11NBV21Open in de Bijbel

  • Daarna liet de duivel Hem met rust: De duivel gaat weg na het gebod. In tegenstelling tot Lucas is Matteüs niet duidelijk of de duivel Jezus nog eens gaat belagen (zie Luc. 4:13). 
  • en meteen kwamen er engelen om Hem te dienen: Jezus is zwak en na zijn weigering om voor zichzelf te voorzien, komen er engelen om voor Hem te zorgen, net zoals er voor Elia in de woestijn werd gezorgd (1 Kon. 19:4-8). De engelen vervullen toch hun rol, zoals in Psalm 91. En later zal Jezus zeggen dat Hij een legioen engelen tot zijn beschikking heeft, maar er geen gebruik van maakt – alleen in het Matteüs-evangelie te vinden (26:53). Dat de engelen dienende geesten zijn, vinden we ook in Hebreeën 1:14 terug. 

Achtergrondinformatie

Toelichting bij kernwoorden en begrippen 

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.40.6
Volg ons