Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Matteüs 17:1-9 – Preekinspiratie

Waar gaat het om in dit gedeelte?

In Matteüs 17:1-9 openbaart God Jezus als zijn geliefde Zoon én als degene die de Wet en de Profeten vervult. De verheerlijking laat de leerlingen zien wie Jezus werkelijk is, zodat ze zijn komende lijden kunnen begrijpen. In de glans van zijn goddelijke heerlijkheid klinkt het bevel om naar Hem te luisteren, want Hij is het beslissende woord van God. Tegelijk toont Jezus nabijheid en troost, waardoor Matteüs duidelijk maakt dat de weg van kruis en opstanding gedragen wordt door zowel majesteit als barmhartigheid. 

Klik om deze passage te lezen in de NBV21

Hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen.

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan).

Invalshoeken voor de verkondiging

  • In Matteüs 17:1-9 vindt de verheerlijking op de berg plaats. Matteüs schildert dat zodanig in de tonen van Mozes dat je dit verhaal niet op zichzelf kunt lezen: het hoort in het geheel van het evangelie thuis waarin Matteüs Jezus steeds vergelijkt met Mozes. Steeds is het refrein: ‘Jezus is meer dan Mozes’. Hoe klinkt dat in een tijd waarin de christelijke kerk niet zoveel meer met Mozes heeft?
  • Jezus wordt verheerlijkt door God. Even zien we iets van de glorie die de Zoon toekomt, en dat voorafgaand aan Jezus’ lijden, sterven en opstanding. God zelf bevestigt dat zijn Zoon juist handelt, in lijn met de bevestiging bij de doop. God zelf zegt: ‘Luister naar Hem’, wat betekent dat we ook Jezus’ onderwijs serieus moeten nemen. Even hiervoor heeft Jezus het over zelfverloochening, kruisdragen, volgen, je leven verliezen. Hoe staat dat in relatie tot de glorie die we in deze perikoop zien?
  • Petrus’ praktische insteek lijkt een poging de ervaring van God en het heilige vast te houden, te laten stollen. Maar hoe begrijpelijk ook, het verhaal maakt duidelijk dat dat niet kan en dat religieuze ervaringen niet vast te pakken of af te roepen zijn. En het verhaal loopt erop uit dat de ervaring een voorproefje is van een einddoel dat alleen achter Jezus aan via de weg van het lijden te bereiken is. Als zelfs de leerlingen op de berg het heilige niet kunnen vasthouden, wat zegt dat dan over ons verlangen om spectaculaire geloofservaringen op te roepen of vast te houden? Zijn wij soms meer op zoek naar de glans van de bergtop dan naar de weg die Jezus daarna afdaalt?

Context en aantekeningen bij Matteüs 17:1-9

Het boek Matteüs als geheel

Meer over zaken als de historische context, opbouw, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Matteüs vind je in deze Inleiding bij het Evangelie volgens Matteüs.

Plek van deze passage in het geheel 

In Matteüs vormt de verheerlijking op de berg (17:1-9) het scharnierpunt waar Jezus’ identiteit en missie samenkomen. Na Petrus’ belijdenis (16:16) en Jezus’ eerste aankondiging van zijn lijden (16:21) bevestigt God Jezus als zijn geliefde Zoon én als de verwachte profeet/messias die was beloofd, zichtbaar gemaakt in de aanwezigheid van Mozes en Elia. Dit moment van heerlijkheid bereidt de leerlingen voor op de weg van het kruis door te laten zien dat Jezus’ komende vernedering gedragen wordt door goddelijke autoriteit en toekomstige glorie. De scène opent zo een eschatologisch venster midden in het evangelie en vormt het theologische richtpunt van waaruit de rest van Jezus’ weg – zijn onderwijs, lijden en opstanding – moet worden begrepen.

Opbouw en kern van de passage

De passage ontvouwt zich in een duidelijke drievoudige beweging: eerst de setting en het moment van afzondering wanneer Jezus zes dagen na zijn onderwijs drie leerlingen meeneemt een hoge berg op (17:1), waarna het centrale deel volgt met de openbaring van Jezus’ luister, inclusief zijn gedaanteverandering, het verschijnen van Mozes en Elia en het goddelijke getuigenis uit de wolk dat Jezus als de geliefde Zoon bevestigt (17:2-6). Ten slotte komt de afsluitende neerwaartse beweging, waarin Jezus de geschrokken leerlingen aanraakt, hen geruststelt en met hen de berg afdaalt, vergezeld door het bevel om dit visioen pas na zijn opstanding bekend te maken (17:7-9). Deze opbouw – van afzondering, via openbaring, naar afdaling – laat tegelijk de majesteit van Jezus zien en de weg die Hij zal gaan.

Eigenheid van Matteüs ten opzichte van Marcus en Lucas

Het verhaal van de verheerlijking op de berg vinden we in de drie evangeliën, elk met eigen nadruk. Enkele opvallende verschillen:

  • Waar Marcus en Lucas vooral Jezus’ kleding beschrijven (glanzend wit), legt Matteüs nadrukkelijk de nadruk op zijn gezicht (17:2). Dit sluit aan bij Matteüs’ focus op Jezus als de glorieuze Zoon van God én haalt het al bekende Mozes-thema in het Evangelie volgens Matteüs naar boven: ‘[Mozes’] gezicht glansde doordat hij met de HEER had gesproken’ (Ex. 34:29).
  • De stem uit de wolk zegt in Matteüs: ‘in Hem vind Ik vreugde’ (17:5), een toevoeging die Marcus niet heeft en Lucas slechts impliciet. Matteüs verbindt zo expliciet de verheerlijking met de doop waar een stem hetzelfde zegt (3:17).
  • Alleen in Matteüs komt Jezus naar de bange leerlingen toe, raakt hen aan en zegt: ‘Sta op, wees niet bang’ (17:7).
  • Lucas vermeldt dat Jezus de berg op gaat om te bidden en dat de gedaanteverandering gebeurt tijdens het bidden (Luc. 9:28-29). Matteüs laat deze gebedssituatie weg, waardoor de nadruk bij hem meer ligt op openbaring dan op gebed.
  • Lucas vertelt dat ze met Jezus spreken over zijn ‘uittocht’ (exodos) in Jeruzalem (zijn lijden en heengaan), terwijl Matteüs en Marcus het gesprek niet inhoudelijk weergeven. Matteüs houdt de focus volledig op Jezus’ identiteit, niet op het lijdensperspectief in de scène zelf.

Aantekeningen per vers

Bij vers 1

Een stem uit de hemel

1Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren.

Matteüs 17:1NBV21Open in de Bijbel

  • Zes dagen later: Lucas heeft acht dagen later (9:28). Veel uitleggers zien een verband met Exodus 24:16: ‘Zes dagen lang bedekte de wolk de berg. Op de zevende dag riep de HEER Mozes vanuit de wolk.’ De tijdsaanduiding van ongeveer een week verwijst naar het voorgaande, namelijk: ‘Sommige van de hier aanwezigen zullen de dood niet ervaren voordat ze de Mensenzoon en zijn koninklijke heerschappij hebben zien komen’ (16:28). De leerlingen zien een voorproefje van Jezus in zijn hemelse glorie, zoals Hij zal zijn bij zijn komst.
  • Petrus, Jakobus en diens broer Johannes: Net als Mozes neemt Jezus drie intimi mee (Ex. 24:1), dezelfde personen als die Hij meeneemt naar Getsemane (Mat. 26:37). Het zijn degenen die Jezus als eerste heeft geroepen (Mat. 4:18-22) minus Andreas. Ze worden als eerste genoemd in de lijst met leerlingen (Mat. 10:2-4).
  • hoge berg: De hoge berg is de plek waar ze allen alleen zijn en echoot de hoge berg uit Matteüs 4:8, waar Jezus’ identiteit als Zoon van God wordt bevraagd door Satan. Hier vindt juist de bevestiging plaats (17:5).

Bij vers 2

2Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht.

Matteüs 17:2NBV21Open in de Bijbel

  • veranderde Hij van gedaante: De verandering wordt aan Jezus gedaan, het Griekse metamorphoō is passief. Sommige uitleggers zeggen dat God dit veroorzaakt. In de tijd van Matteüs werd dit werkwoord ook gebruikt om Mozes’ verandering aan te duiden wanneer hij met God heeft gesproken (Ex. 34, zie Philo, De Vita Mosis 1.57). Er is een opvallende parallel in 2 Korintiërs 3:18, waar Paulus schrijft: ‘Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer weerspiegeld zien, zullen door de Geest van de Heer meer en meer naar de luister van dat beeld worden veranderd.’ Hier wordt ook Mozes’ visie van God en de verandering met elkaar in verband gebracht.
  • zijn gezicht straalde als de zon: De andere evangelisten hebben deze frase niet. Matteüs benadrukt de gelijkenis met Mozes; er zijn rabbijnse bronnen waarin Mozes’ verandering zo beschreven wordt. Eveneens zijn er Joodse apocriefe teksten die spreken over de Messias ‘wiens gezicht zal stralen als de zon’. In het Oude Testament vinden we ook nog de ‘verlichten die zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf’ wanneer ze zijn opgewekt uit de dood (Dan. 12:3), vergelijkbaar met de ‘rechtvaardigen die zullen stralen als de zon’ uit Matteüs 13:43. Waar Mozes’ glans een afspiegeling is van Gods glorie, is Jezus’ glans afkomstig van zijn eigen glorie. Wederom een Mozes-motief. Jezus is zelf het licht van de wereld, als voorbeeld dat Hij zijn leerlingen voorhoudt in Matteüs 5:14.
  • zijn kleren werden wit als het licht: Wit als kleur van de kleding van een goddelijk persoon is een terugkerend motief in Bijbelse bronnen (zie o.a. Dan. 7:9 LXX; Marc. 16:5; Op. 4:4-5; 7:9). Het zou ook kunnen dat Psalm 104:1b-2a een rol speelt: ‘Met glans en glorie bent U bekleed, in een mantel van licht gehuld.’

Bij vers 3

3Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren.

Matteüs 17:3NBV21Open in de Bijbel

  • verschenen aan hen: Het woord ‘verschijnen’ laat zien dat dit een visionaire ervaring is.
  • Mozes en Elia: Matteüs draait de volgorde van Marcus om, net als Lucas. Eerst Mozes, die was in Matteüs’ ogen belangrijker dan Elia. De twee staan op vele manieren symbool. Het aardse leven van beide mannen werd op bijzondere manier afgesloten. Daarom was het geloof ontstaan dat beiden terug zouden komen wanneer de messiaanse tijd zou aanbreken (Deut. 18:15-19 en Mal. 3:23). Ze symboliseren dus het aanbreken van de messiaanse tijd. Een andere verbinding is dat beide mannen de berg Sinai op gingen en daar de heerlijkheid van God zagen (Ex. 24:15-18; 33:18-23; 1 Kon. 19:8-13). Ook kregen ze beiden te maken met afwijzing van degenen naar wie ze gezonden waren. De populaire idee dat Mozes en Elia voor de Wet en de Profeten stonden, lijkt in Matteüs geen rol te spelen. Elia was geen profeet die geschriften had achtergelaten (zoals Jesaja, Amos of de anderen) en stond niet als model voor de geschreven profeten.
  • die met Jezus in gesprek waren: Wat de drie bespraken is voor Matteüs niet belangrijk, maar wel dat ze spraken. Jezus is degene die de messias is, en dat wordt niet bevestigd door hen, maar door God zelf (17:5).

Bij vers 4

4Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als U wilt zal ik hier drie tenten maken, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’

Matteüs 17:4NBV21Open in de Bijbel

  • Petrus nam het woord: Zoals eerder in het evangelie is Petrus degene die initiatief neemt (16:16, 22). Opvallend is dat Matteüs de woorden ‘Hij wist niet goed wat hij moest zeggen’ uit Marcus (9:6; zie voor eenzelfde soort uitspraak in Luc. 9:33) weglaat.
  • Als U wilt zal ik hier drie tenten maken (…) een voor Elia: Petrus wil de drie beschermen tegen de zon, of de wind – aangezien deze plek niet geschikt is voor zulke gasten. Petrus’ idee contrasteert met de hemelse luister die juist is geopenbaard. Dat zijn idee ongepast is, wordt duidelijk wanneer de wolk hen overschaduwt, de stem klinkt en ze zich doodsbang ter aarde werpen (17:6).

Bij vers 5

5Hij was nog niet uitgesproken of een stralende wolk overdekte hen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde. Luister naar Hem!’

Matteüs 17:5NBV21Open in de Bijbel

  • een stralende wolk overdekte hen: Een stralende wolk als teken van Gods aanwezigheid is bekend vanuit het Oude Testament (zie Ezech. 1:4; Op. 14:14; en ook diverse oudtestamentische apocriefen. In christelijke uitleg wordt sinds Origenes (†254) de wolk uitgelegd als de heilige Geest, wat deze passage dan een trinitarisch karakter geeft.
  • Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde: Dit komt perfect overeen met Matteüs 3:17. De herhaling functioneert als versterking en bevestiging van Jezus’ identiteit, onderwijs en handelen. Het gedeelte ‘in Hem vind ik vreugde’ komt uit Jesaja 42:1, over de ‘dienaar van de HEER’. Dat past ook in het mozaïsche thema, aangezien Mozes bij uitstek de ‘dienaar van de HEER’ was (Ex. 14:31; Num. 12:7-8).
  • Luister naar Hem: Waarschijnlijk verwijst dit naar Deuteronomium 18:15: ‘Hij zal in uw midden steeds weer een profeet laten opstaan, een profeet zoals ik. Naar hem moet u luisteren.’ De gebiedende wijs laat zien dat de leerlingen Jezus moeten gehoorzamen. Wellicht is het ook een correctie op de leerlingen die even hiervoor niet konden verteren dat Jezus over zijn lijden en sterven sprak (Mat. 16:21).

Bij vers 6

6Toen de leerlingen dit hoorden, werden ze overvallen door een hevige angst en wierpen ze zich ter aarde.

Matteüs 17:6NBV21Open in de Bijbel

  • werden ze overvallen door een hevige angst en wierpen ze zich ter aarde: Oudtestamentische openbaringen zoals Exodus 19 (het volk bij de Sinai), Ezechiël 1 en Daniël 8-10 laten zien dat mensen bij een directe confrontatie met Gods heerlijkheid instinctief ter aarde vallen in ontzag en angst – precies het patroon dat Matteüs 17:6 oppakt.

Bij vers 7-8

7Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: ‘Sta op, wees niet bang.’ 8Ze keken op en zagen niemand meer, Jezus was alleen.

Matteüs 17:7-8NBV21Open in de Bijbel

  • Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: ‘Sta op, wees niet bang’: Dit vers is uniek. Alleen Matteüs heeft dit vers. Matteüs laat hiermee zien dat Jezus de leerlingen geruststelt. Hij raakt ze aan en vertelt ze dat het visioen voorbij is.
  • Ze keken op en zagen niemand meer, Jezus was alleen: Deze zin markeert de terugkeer naar ‘hoe het was’. Mozes en Elia zijn weg, Jezus is weer zoals vóór vers 2.

Bij vers 9

9Toen ze de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’

Matteüs 17:9NBV21Open in de Bijbel

  • Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt: Dit gebod benadrukt het verschil tussen de tijd vóór en ná Pasen. Wanneer Jezus is opgewekt mogen de leerlingen pas hierover vertellen. Dat is waarschijnlijk om misverstanden te voorkomen, evenals de waarschuwing over Jezus’ messiasschap in 16:20. Jezus moet eerst zijn missie vervullen (lijden, sterven, opgewekt worden). Anders kan het afleiden van de werkelijke boodschap. Tegelijk maakt dit gebod Petrus, Jakobus en Johannes gezaghebbende dragers van de traditie over Jezus; dit verhaal komt van hen.

Achtergrondinformatie

Toelichting bij kernwoorden en begrippen 

Verdieping bij thema’s 

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.40.6
Volg ons