Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Matteüs 5:1-12 – Preekinspiratie

Waar gaat het om in dit gedeelte? 

Matteüs 5:1‑12 introduceert Jezus’ Bergrede en beschrijft de zaligsprekingen: een reeks beloften waarin Jezus onverwachte groepen – armen van geest, treurenden, zachtmoedigen, vredestichters – gelukkig prijst. Hij schetst een radicale omkering van waarden: juist wie kwetsbaar of vervolgd is omwille van gerechtigheid, staat dicht bij Gods koninkrijk. Deze woorden openen een visie op een leven dat diep geworteld is in vertrouwen, gerechtigheid en barmhartigheid. 

Klik om deze passage te lezen in de NBV21

Hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen.

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan).

Invalshoeken voor de verkondiging

  • In Matteüs 5:1‑12 verschijnt Jezus op een berg, net zoals Mozes op de Sinai, en spreekt woorden die niet de wet afschaffen maar haar diepere bedoeling laten oplichten. De zaligsprekingen zijn geen afrekening met de mozaïsche wetten, maar een openbaring van hun hart: gerechtigheid, barmhartigheid, vrede, nederigheid. Jezus staat hier als de nieuwe Mozes die de wet niet vervangt, maar terugbrengt tot haar kern van liefde en gerechtigheid. Hoe verandert het ons zicht op de mozaïsche wetten wanneer we ze lezen in het licht van deze Bergrede, als woorden die bedoeld zijn om mensen te vormen tot dragers van Gods vrede en gerechtigheid? 
  • De eerste vier zaligsprekingen (Mat. 5:3-6) wortelen diep in de taal- en gebedswereld van de Psalmen en kunnen worden gelezen als Jezus’ vervulling van het gebed van de rechtvaardige. Begrippen als arm van geest, treuren, zachtmoedigheid en hongeren en dorsten naar gerechtigheid komen in de Psalmen niet primair voor als morele idealen, maar als existentieel spreken van mensen die zich in nood tot God wenden (vgl. Ps. 34; 37; 42; 69). Door deze woorden over te nemen, plaatst Jezus zijn leerlingen niet bij de religieus sterken, maar bij de biddende armen van Israël, die alleen op God hopen. Wat zegt dat voor de kerkelijke gemeenschap?  
  • In de zaligsprekingen verbindt Jezus vervolging expliciet met trouw aan de gerechtigheid en met de navolging van hemzelf. In de westerse context is dat vaak weinig voelbaar, maar deze woorden blijven indringend waar christenen wereldwijd worden vervolgd om hun identiteit als leerlingen van Jezus. Hoe kunnen wij ons handelen richten op vrede en gerechtigheid, in solidariteit met vervolgde medegelovigen én in gehoorzaamheid aan Gods wil? 

Context van Matteüs 5:1-12

Het boek Matteüs als geheel 

Meer over zaken als de historische context, opbouw, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Matteüs vind je in deze Inleiding bij het Evangelie volgens Matteüs.

Plek van deze passage in het geheel 

Het evangelie volgens Matteüs bestaat uit zeven delen: een proloog (Mat. 1-2), een serie van vijf blokken van verhaal en een redevoering van Jezus (Mat. 3:1-8:1; 8:2-11:1; 11:2-13:53; 13:54-19:1; 19:2-26:1) en de passie, opstanding en wegzending (Mat. 26:2-28:20). Matteüs 5:1-12 is onderdeel van de zogenaamde Bergrede (Mat. 5-7), de eerste grote toespraak van Jezus. Deze komt na de vertelling over het begin van Jezus’ openbare optreden (Mat. 4:12-22). De Bergrede (Mat. 5-7) ontvouwt zich als een samenhangende toespraak waarin Jezus eerst de identiteit en houding van het Koninkrijk schetst (de zaligsprekingen en de roeping tot zout en licht), vervolgens de relatie tot de Thora verdiept door zes antithesen waarin hij de bedoeling achter de geboden blootlegt, daarna het leven van toewijding uitwerkt in drie kernpraktijken: aalmoezen (geven uit barmhartigheid), gebed en vasten. Daarbij staat zuivere intentie centraal. Daarna volgt onderwijs over vertrouwen en prioriteiten (het Koninkrijk zoeken, niet bezorgd zijn), om ten slotte uit te komen bij een reeks oproepen tot onderscheid en keuze: oordeel niet, wees waakzaam voor valse profeten, en bouw je leven op het gehoorzamen aan zijn woorden. 

Opbouw en kern van de passage 

Matteüs 5:1-12 opent de Bergrede met een zorgvuldig opgebouwde reeks zaligsprekingen die van buiten naar binnen bewegen: van de positie van de hoorders (arm van geest, treurenden, zachtmoedigen) naar hun houding (honger naar gerechtigheid, barmhartigheid, zuiverheid van hart) en vervolgens naar hun roeping in een vijandige wereld (vrede stichten, vervolging omwille van gerechtigheid). Literair gezien heeft de perikoop een: 

  • inleiding (vs. 1-2) 
  • zaligsprekingen in de derde persoon (vs. 3-10); die worden ingesloten door zaligsprekingen waarin het koninkrijk van de hemel wordt beloofd (vs. 3, 10) 
  • verbreding: de verzen 11 en 12 splitsen zich toe in een verschuiving van derde persoon naar tweede persoon waardoor de hoorder direct wordt aangesproken. De zaligsprekingen kennen ook een vaste structuur:  

‘gelukkig’ + de aanduiding voor welke mensen het is bedoeld 

‘want’ + de reden waarom die mensen gelukkig worden geprezen 

De kern van de passage ligt hierin: juist degenen die in menselijke ogen kwetsbaar, tekortschietend of gemarginaliseerd lijken, worden door God aangesproken als erfgenamen van zijn koninkrijk. De zaligsprekingen schetsen niet alleen een profiel van de gelovige, maar nodigen uit tot een omgekeerde manier van zien: een leven waarin kwetsbaarheid, verlangen naar gerechtigheid en actieve vredestichting tekenen zijn van deelname aan Gods vernieuwende werkelijkheid. 

Eigenheid van Matteüs ten opzichte van Lucas 

Een deel van de Bergrede (namelijk Mat. 5:1-12) vinden we ook in het evangelie van Lucas terug (Luc. 6:20-26) en wordt ook wel de Veld- of Vlakterede genoemd. In beide redes vinden we zogenaamde zaligsprekingen, waarin enkele bijzondere verschillen zijn te zien:  

  • Matteüs situeert de rede op een berg (Bergrede), Lucas op een vlak terrein (Veldrede), wat mogelijk symbolisch is (Mozes op de berg versus Jezus onder het volk). 
  • Matteüs heeft acht (of negen) zaligsprekingen, Lucas vier, én vier ‘wee-u’s’ (vloekspreuken), wat een scherper contrast geeft. 
  • Matteüs spreekt in meer geestelijke termen (arm van geest, honger naar gerechtigheid), terwijl Lucas concreet sociaal-economisch is (armen, hongerigen). 
  • Matteüs benadrukt dat Jezus tot zijn leerlingen spreekt, Lucas vermeldt expliciet dat ook een grote menigte aanwezig is. 
  • Lucas legt meer nadruk op omkering van sociale verhoudingen (armen versus rijken), terwijl Matteüs een bredere ethische en geestelijke dimensie biedt. 

Aantekeningen per vers 

Bij vers 1 

Bergrede

1Toen Hij de mensenmassa zag, ging Hij de berg op. Daar ging Hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.

Matteüs 5:1NBV21Open in de Bijbel

  • Toen hij de mensenmassa zag: De mensenmassa waar het om gaat, wordt besproken in Matteüs 4:25: ‘En grote groepen mensen volgden Hem, uit Galilea en de Dekapolis, uit Jeruzalem en Judea en uit het gebied aan de overkant van de Jordaan.’ 
  • ging Hij de berg op: ‘De berg’ symboliseert de ruimte van goddelijke openbaring. Door het lidwoord te gebruiken (to oros) verwijst Matteüs niet naar een specifieke geografische locatie (hoewel wel is geprobeerd de ‘historische’ berg van de Bergrede te lokaliseren), maar naar de berg als de typische plaats waar God zijn wil bekendmaakt, zoals bij Mozes op de Sinai. Daarmee presenteert hij Jezus als de nieuwe én gezaghebbende uitlegger van de Thora. De berg is een overgangsmoment: Jezus verplaatst zich van de menigte naar een verheven positie, waardoor zijn rol als leraar scherp wordt neergezet. ‘De berg’ als belangrijke locatie vinden we ook in Matteüs 15:29; 17:1 (verheerlijking); 28:16 (uitzending van de leerlingen). 
  • Daar ging Hij zitten met zijn leerlingen om zich heen: Zoals een rabbi gaat zitten met zijn leerlingen om zich heen, zo gaat Jezus met zijn leerlingen om zich heen zitten (zie ook Mat. 13:2; 24:3; 26:55 [uitzending van de leerlingen]). Opmerkelijk is dat de menigte de reden is van het onderwijs, maar het onderwijs wordt aan een andere groep, de leerlingen, gegeven. 

Bij vers 2 

2Hij nam het woord en onderrichtte hen:

Matteüs 5:2NBV21Open in de Bijbel

  • Hij nam het woord: Letterlijk: ‘Hij opende zijn mond’. Deze manier wordt in de Hebreeuwse Bijbel gebruikt voor belangrijke uitspraken (Job 3:1; 33:2; Ps. 78:2; Dan. 10:16).  
  • en onderrichtte hen: Matteüs maakt expliciet wat impliciet al aanwezig is: Jezus is een gezaghebbende leraar. 

Bij vers 3 

3‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,

want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

Matteüs 5:3NBV21Open in de Bijbel

  • Gelukkig: De uitspraak ‘gelukkig die …’ komt zowel in de Hebreeuwse literatuur voor als de Grieks-Romeinse (zie Ps. 1:1; 32:1-2; 40:5; 119:1-2; 128:1). Vaak zijn het enkele uitspraken, dus Matteüs’ lijst is vrijwel uniek (in Sir. 14:20-27 vinden we iets vergelijkbaars, maar niet zo strak als in Mat. 5:3-12). ‘Gelukkig’ duidt niet zozeer op een gevoel, maar op een staat van zijn. De zaligsprekingen zijn beschrijvingen van het goede leven, het echte geluk. 
  • wie nederig van hart zijn: Dit roept Psalm 37:11 op: ‘Wie nederig zijn, zullen het land bezitten en gelukkig leven in overvloed en vrede’ (zie ook Jes. 66:2). Nederig van hart zijn gaat over de relatie met God. Het betekent dat de gelovige gericht is op God en de ander, niet op zichzelf, en dat hij God niet irrelevant acht. Letterlijk staat er ‘armen wat betreft de geest’, maar de vertaling ‘armen van geest’ zou misverstand wekken. Ook mogelijk is de vertaling ‘wie zich arm weten voor God’. Deze vertaling blijft relatief dicht bij de letterlijke tekst en de parallel Lucas 6:20, maar is enigszins omschrijvend en expliciterend. De vertaling ‘wie nederig van hart zijn’ (‘arm’ kan in de Bijbelse context ook met ‘nederig’ vertaald worden en ‘hart’ is hier een synoniem van ‘geest’) drukt in goed Nederlands uit wat er bedoeld is, al wordt de parallel met Lucas 6:20 minder zichtbaar. 
  • voor hen is het koninkrijk van de hemel: Het koninkrijk is niet hun bezit, maar zij accepteren Gods heerschappij en al het goede dat daarin voor hen meekomt. 

Bij vers 4 

4Gelukkig de treurenden,

want zij zullen getroost worden.

Matteüs 5:4NBV21Open in de Bijbel

  • de treurenden: Op de achtergrond speelt Jesaja 61:2-3 mee: ‘om allen die treuren te troosten’. Het gaat dan niet zozeer om persoonlijk verlies, maar om een uitzichtloze situatie, zoals in de Jesaja-passage over de ballingschap. Het is een zaligspreking over het herstel van Israël. 
  • zij zullen getroost worden: Ook hier speelt Jesaja 61 een rol. Jesaja spreekt van troost, herstel, van verbetering en feest, door God geïnitieerd. Betere tijden zijn op komst. 

Bij vers 5 

5Gelukkig de zachtmoedigen,

want zij zullen de aarde bezitten.

Matteüs 5:5NBV21Open in de Bijbel

  • de zachtmoedigen: Net als ‘nederig van hart’ zijn ‘de zachtmoedigen’ niet de zwakken en de machtelozen, maar degenen die een niet-arrogante en niet-onderdrukkende houding hebben, zoals in Psalm 37 ook wordt verteld; zij wachten en hopen op God (37:9). De zachtmoedigen zijn ook degenen die geen misbruik maken van hun positie (zie Jes. 49:13; Ps. 22:27; Spr. 16:19).  
  • zij zullen de aarde bezitten: Niet primair naar territoriale heerschappij, maar naar het eschatologische deelhebben aan Gods vernieuwde werkelijkheid die Matteüs benoemt als het koninkrijk van de hemel. In de context van Psalm 37 duidt ‘de aarde bezitten’ op het ontvangen van Gods toekomstgave: leven in vrede, veiligheid en recht onder Gods heerschappij. Voor Matteüs betekent dit dat de zachtmoedigen uiteindelijk erfgenamen worden van de nieuwe aarde die God tot stand brengt wanneer zijn koningschap volledig doorbreekt. In de NBV stond hier ‘het land’, maar binnen Matteüs betekent het Griekse woord vrijwel altijd ‘de aarde’ en in Joodse teksten uit die tijd wordt de landbelofte onderdeel van de eschatologische verwachting die de hele aarde betreft. Daarom zijn deze woorden in de NBV21 aangepast.

Bij vers 6 

6Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,

want zij zullen verzadigd worden.

Matteüs 5:6NBV21Open in de Bijbel

  • wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid: Gerechtigheid is hier niet Gods gerechtigheid, maar het juiste gedrag. Het gaat om handelen op de manier zoals God vraagt. Dit is een thema dat in het Matteüs-evangelie veel vaker naar voren komt (denk aan Matteüs 25). Het hongeren en dorsten roept Matteüs 4:4 op: Jezus zegt dat men niet van brood alleen leeft, ‘maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God’.
  • zij zullen verzadigd worden: Dit verwijst naar het eschatologische moment waarop God zelf de diepe honger naar gerechtigheid volledig vervult. In de context van het koninkrijk van de hemel gaat het niet om lichamelijke verzadiging, maar om de ervaring dat Gods gerechtigheid volledig doorbreekt: wat nu ontbreekt, scheefgegroeid of onrechtvaardig is, wordt dan rechtgezet. De hongerenden verlangen naar Gods eigen rechtvaardige heerschappij. Wie nu intens verlangen naar Gods gerechtigheid, zullen in Gods komende wereld ervaren dat er niets meer ontbreekt – dat Gods wil zal geschieden. 

Bij vers 7 

7Gelukkig de barmhartigen,

want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

Matteüs 5:7NBV21Open in de Bijbel

  • de barmhartigen: Dit duidt op mensen die hun leven kenmerken door actieve, concrete ontferming over anderen. Barmhartigheid is zowel een houding (compassie) als een daad (helpen, vergeven, tegemoetkomen). Ook verderop in de Bergrede komt barmhartigheid als actieve houding terug (zie 6:14-15 en hoofdstuk 7). Het Griekse eleēmōn verwijst in de Septuaginta vaak naar de eigenschap van God zelf (zie Ex. 34:6): God is barmhartig, trouw aan zijn eigen compassie, en geneigd om te vergeven en te redden. Zo gebruikt Matteüs hetzelfde woord om de gezindheid te omschrijven van hen die deelhebben aan het koninkrijk van de hemel.  
  • zullen barmhartigheid ondervinden: De passieve werkwoordsvorm die gebruikt wordt, spreekt niet van hoe mensen zullen reageren, maar hoe God reageert op degenen die volgens zijn standaard leven. 

Bij vers 8  

8Gelukkig wie zuiver van hart zijn,

want zij zullen God zien.

Matteüs 5:8NBV21Open in de Bijbel

  • zuiver van hart: Het Griekse woord dat wordt gebruikt, katharos, wordt vaak op een cultische manier gebruikt, maar hier niet. De achtergrond vinden we in de Psalmen, bijvoorbeeld Psalm 24:3-4: ‘Wie mag de berg van de HEER bestijgen, wie mag staan op zijn heilige plaats? Wie reine handen heeft en een zuiver hart, zich niet inlaat met leugens en niet bedrieglijk zweert’ (zie ook Ps. 73:1). In de eerste-eeuwse Joodse context, waar rituele reinheid belangrijk was, is dit een kritiek (die in Mat. 23:25-28 expliciet wordt). De betekenis ligt niet ver weg van vers 6: zuiver van hart zijn is ook juist handelen (dat is: naar Gods wil).  
  • zij zullen God zien: Opvallend is deze belofte gezien de sterke nadruk in de Joodse traditie op het niet kunnen aanschouwen van God (Ex. 33:20; Joh. 1:18; 1 Tim. 6:16; 1 Joh. 4:12). Het ‘zien van God’ is eschatologisch in zijn volheid (zie bijv. 1 Kor. 13:12; 1 Joh. 3:2; Op. 22:4), maar christologisch al begonnen: wie zuiver van hart is, ziet God nu in Jezus’ persoon, woorden en daden, waarin God tegenwoordig is als Immanuel (Mat. 1:23), degene die de toegang tot God bewerkt doordat het voorhangsel van de tempel scheurt (27:51). Zie ook ‘omdat zij ziende blind en horende doof zijn en niets begrijpen’ (Mat. 13:13). Op basis van deze tekst werd ‘God zien’ (visio beatifica) een belangrijk thema onder mystici, zoals Bernardus van Clairvaux, Bonaventura en Thomas van Aquino. 

Bij vers 9 

9Gelukkig de vredestichters,

want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

Matteüs 5:9NBV21Open in de Bijbel

  • vredestichters: Er wordt teruggegrepen op Psalm 34:15b: ‘streef naar vrede, jaag die na’. Vrede stichten is veel meer dan het ongedaan maken van oorlog of ruzie. Het is het totaal omgekeerde van de menselijke ‘natuur’, de lex talionis, de wetten van vergelding. In Matteüs 5:39-42 wordt die wet totaal omgekeerd. 
  • zij zullen kinderen van God genoemd worden: Namelijk door God, die ze erkent als zijn kinderen omdat ze op God zelf lijken (zie Mat. 5:44-45 en 8:12; 9:15). Als kinderen zijn zij erfgenamen van Gods koninkrijk. 

Bij vers 10 

10Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,

want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

Matteüs 5:10NBV21Open in de Bijbel

  • vanwege de gerechtigheid: De gerechtigheid die nagestreefd wordt (vs. 6) kan weerstand bij anderen oproepen. Met gerechtigheid wordt het handelen (naar Gods wil) van de leerling bedoeld.  
  • vervolgd worden: In het Matteüs-evangelie vormt vervolging van de leerlingen een vormend onderdeel van het leerling‑zijn en verduidelijkt ze wie werkelijk ‘zuiver van hart’ zijn. Trouw aan Gods wil roept onvermijdelijk weerstand op. Door het hele evangelie heen worden de leerlingen voorbereid op tegenstand (10:16-25; 16:24), terwijl juist in die context Jezus’ nabijheid en openbaring beslissend worden: wie Hem volgt te midden van vervolging, deelt nu al in Gods tegenwoordigheid en zal die uiteindelijk ten volle ervaren. 
  • voor hen is het koninkrijk van de hemel: Dit is een herhaling van de eerste zaligspreking. Dit is het einde van de acht zaligsprekingen. De eerste vier staan in het teken van de condities van de vervolgde leerlingen; de andere vier gaan over de ethische houding die tot de vervolging leidt. In het Grieks heeft elk kwartet 36 woorden; een perfecte balans. 

Bij vers 11

11Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.

Matteüs 5:11NBV21Open in de Bijbel

  • Gelukkig zijn jullie: Hier vindt een narratieve verschuiving van algemene zaligsprekingen naar een directe aanspreking van de leerlingen plaats, waarmee Jezus hun concrete toekomst binnen het verhaal van Matteüs benoemt. Deze wordt verder uitgewerkt in de Zendingsrede (Mat. 10). 
  • omwille van Mij: Jezus zegt niet meer ‘vanwege van de gerechtigheid’ zoals in vers 10, maar maakt het concreet: vanwege Mij. Die reden ‘vanwege Mij’ vinden we verderop in Matteüs terug in ‘vervolgingsteksten’ 10:18; 10:39 en 16:25

Bij vers 12

12Verheug je en juich, want je zult rijkelijk beloond worden in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.

Matteüs 5:12NBV21Open in de Bijbel

  • Verheug je en juich: De taal van Matteüs lijkt overdreven, maar is gericht op de uitkomst van vervolging, op het ‘loon’ (zie ook 1 Petr. 4:13). 
  • rijkelijk beloond worden in de hemel: Het loon is eschatologisch, dat wil zeggen wanneer God alles recht maakt. Zie ook de eschatologische beloften in diverse zaligsprekingen. 
  • zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten: Er is een verzameling van ‘levens van de profeten’, een apocrief boek (waarschijnlijk uit begin eerste eeuw na Christus), waarin het lot van diverse Bijbelse profeten wordt verteld. De meeste van deze profeten komen gewelddadig aan hun einde door hun Joodse leiders. Het is niet bekend of Matteüs naar deze tekstuele traditie verwijst, maar deze verhalen waren in zijn, en Jezus’, tijd wijdverbreid. 

Achtergrondinformatie 

Toelichting bij kernwoorden en begrippen

Verdieping bij thema’s 

Blijf op de hoogte

Wil je een seintje ontvangen wanneer er nieuw materiaal online staat?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.41.0
Volg ons