Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Johannes 2:1-11 – Preekinspiratie

Waar gaat het om in dit gedeelte?

Johannes 2:1-11 draait om drie kernpunten. (1) Het eerste teken van Jezus openbaart zijn heerlijkheid en wekt geloof bij zijn leerlingen. (2) De verandering van water in wijn symboliseert de overvloed en vernieuwing die met de messias aanbreekt. (3) Het wonder gebeurt door gehoorzaamheid aan Jezus’ woord. Dat laat zien dat Gods werk begint met vertrouwen en handelen, zelfs als de uitkomst nog verborgen is.   

Klik om deze passage te lezen in de NBV21  

Hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen.

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan).

Invalshoeken voor de verkondiging 

  • Johannes noemt het wonder in Kana het ‘eerste teken’ waardoor Jezus zijn heerlijkheid openbaart en de leerlingen gaan geloven (vs. 11). Een teken is meer dan een wonder: het wijst voorbij zichzelf naar wie Jezus is. Het roept de vraag op: hoe helpt dit teken ons om Jezus’ identiteit te zien? En hoe verhoudt geloof zich tot het zien van tekenen? Is geloof afhankelijk van tekenen, of verdiepen tekenen juist het geloof? 
  • De verandering van water in wijn is niet alleen een praktische oplossing, maar ook een krachtig symbool van overvloed en vernieuwing. Het gewone water voor reiniging wordt omgevormd tot wijn voor vreugde. Wat zegt deze verandering over het werk van Christus in ons leven? Hoe verhouden het oude en het nieuwe zich in Gods heilsgeschiedenis? En waar ervaren wij vandaag dat God het gewone verandert in iets overvloedigs? 
  • Maria zegt: ‘Doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is’ (vs. 5). De bedienden vullen de vaten tot de rand, zonder te begrijpen wat er zal gebeuren. Het woord van Jezus is bepalend: door gehoorzaamheid aan zijn woord gebeurt het teken. Het teken is dus niet los verkrijgbaar van ons luisteren en handelen. Het woord van Jezus is performatief: het schept nieuwe werkelijkheid. Hoe kunnen wij in onze context leren om ‘te doen wat Hij zegt’? Gehoorzaamheid blijkt juist in het gewone: de dienaren doen iets alledaags (water scheppen), maar dat eenvoudige handelen wordt drager van Gods overvloedige genade. 

Context van Johannes 2:1-11

Het boek Johannes als geheel 

Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Johannes vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Johannes

Het Johannes-evangelie is op veel plekken heel anders dan Matteüs, Marcus en Lucas. Zo zijn veel verhalen uit Johannes niet te vinden in de andere evangeliën. Johannes 2:1-11 ook niet. Meer informatie over de relatie met de synoptische evangeliën lees je hier.

Plek van deze passage in het geheel 

Johannes 1:19-12:50 wordt gezien als het eerste deel van het Johannes-evangelie: het boek van de tekenen (sēmeia). Johannes 13-21 wordt gezien als het boek van heerlijkheid (doxa). In het eerste boek worden zeven tekenen verteld om de heerlijkheid van Jezus te laten zien. Johannes 2:1-11 vormt de overgang van de introductie van Jezus in hoofdstuk 1 naar zijn eerste openbare optreden. Na de proloog in Johannes 1 (‘het Woord is mens geworden’) en de roeping van de eerste leerlingen, openbaart Jezus in Kana voor het eerst zijn heerlijkheid door water in wijn te veranderen, waardoor zijn leerlingen tot geloof komen (zie nadrukkelijk 2:11). Dit teken introduceert thema’s die in het hele evangelie doorkomen: overvloed en nieuwheid, het begin van het messiaanse tijdperk, en het motief van ‘het uur’ van Jezus dat nog niet gekomen is. Direct daarna volgen de tempelreiniging en gesprekken met Nikodemus en de Samaritaanse vrouw, waarin dezelfde thematiek van vernieuwing en geloof verder wordt uitgewerkt. Het verhaal in Kana is dus een symbolische opening van Jezus’ werk en een sleutel tot het begrijpen van zijn missie. 

Opbouw en kern van de passage 

Johannes 2:1-11 beschrijft het eerste teken van Jezus tijdens de bruiloft te Kana. De opbouw van dit gedeelte is zorgvuldig gestructureerd om zowel het wonder als de betekenis ervan te benadrukken. Het begint met een situatieschets: een bruiloft waar Jezus, zijn moeder en zijn leerlingen aanwezig zijn, en waar een probleem ontstaat doordat de wijn opraakt (vs. 1-3). Vervolgens krijgen we een dialoog tussen Jezus en Maria (vs. 4-5), waarin Jezus’ antwoord (‘mijn tijd is nog niet gekomen’) de lezer voorbereidt op een diepere betekenis: zijn optreden staat in het teken van Gods timing en openbaring. Daarna volgt de handeling van het wonder (vs. 6-8): Jezus geeft instructies om de zes stenen watervaten met water te vullen, waarna dit water in wijn verandert. Het resultaat wordt in vers 9-10 beschreven door de reactie van de ceremoniemeester, die de kwaliteit van de wijn prijst. Ten slotte sluit het gedeelte af met een theologische samenvatting (vs. 11): ‘Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste teken; Hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in Hem.’  

De kern van het gedeelte ligt dus niet in het praktische wonder, maar in de symboliek: overvloedige, kwalitatieve wijn als beeld van het messiaanse heil. Met dit teken openbaart Jezus zijn identiteit en heerlijkheid, waardoor geloof wordt gewekt. 

Aantekeningen per vers

Bij vers 1 

Bruiloft in Kana

1Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er,

Johannes 2:1NBV21Open in de Bijbel

  • Op de derde dag: Binnen de vertelling betekent dit ‘de derde dag’ na het vertrek naar Galilea (1:43). Tegelijk heeft ‘de derde dag’ hier een diepere betekenis. Het wijst vooruit naar de opstanding, net zoals de bruiloft een verwijzing is naar het messiaanse feestmaal. 
  • bruiloft: Het sluiten van een huwelijk vond in twee fasen plaats. Eerst was er een moment waarop de uithuwelijking officieel bekendgemaakt werd. Dat kon al op jonge leeftijd plaatsvinden. Later kwam de echte bruiloft. Pas na de bruiloft ging de vrouw bij haar man wonen. Een bruiloft was een feest dat meerdere dagen kon duren. Er werd vlees gegeten en wijn gedronken en er werd muziek gemaakt. De bruid en de bruidegom waren mooi gekleed; de bruid was gesluierd en droeg mooie sieraden. In het Nieuwe Testament is de bruiloft vaak een metafoor voor het koninkrijk van God (zie o.a. Mat. 22:1-14). 
  • Kana: Dorp in Galilea, ongeveer 15 kilometer ten noorden van Nazaret. 
  • moeder van Jezus: Dit is de eerste maal dat Jezus’ moeder wordt genoemd. In het Evangelie volgens Johannes speelt ze op twee momenten een rol: hier en in de kruisigingsscène, 19:25-27. Opvallend is dat Johannes haar nooit Maria noemt, maar haar in beide scènes aanduidt als ‘de moeder van Jezus’. Haar aanwezigheid markeert het begin van Jezus’ openbare optreden en het einde. In Kana zegt Jezus: ‘Mijn tijd is nog niet gekomen’ (2:4), terwijl bij het kruis dat uur duidelijk is aangebroken. Maria is dus aanwezig bij het moment van uitstel en bij de vervulling. 

Bij vers 2 

2en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd.

Johannes 2:2NBV21Open in de Bijbel

  • en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd: Het verhaal roept veel vragen op, zoals: Wie gingen er trouwen? Wat was de relatie tussen Jezus, zijn leerlingen en de bruid en bruidegom? Was het familie van Jezus? Johannes is daarin niet geïnteresseerd. Het gaat hem om het teken. En alles staat in het teken daarvan. 

Bij vers 3 

3Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen Hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’

Johannes 2:3NBV21Open in de Bijbel

  • Toen de wijn bijna op was: Het tekort aan wijn kan komen door de lange duur van het feest en veel gasten, gecombineerd met beperkte middelen van het bruidspaar. De reden is in dit verhaal ondergeschikt. In een eer- en schaamtecultuur was deze situatie een grote blamage, die de reputatie ernstig kon schaden. Theologisch benadrukt Johannes hiermee het tekort van de oude situatie en Jezus’ komst als vervuller en vernieuwer, als brenger van overvloed en vreugde. 
  • Ze hebben geen wijn meer: De uitspraak van Jezus’ moeder impliceert dat ze van Hem verwacht dat Hij de situatie zal oplossen, al wordt niet uitgelegd waarom ze daarvan uitgaat.

Bij vers 4 

4‘Vrouw, wat wilt u van Me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’

Johannes 2:4NBV21Open in de Bijbel

  • Vrouw: In het Grieks gunai, de aanspreekvorm van gunē, ‘vrouw’. Het is in het Grieks volstrekt uitzonderlijk dat een zoon zijn moeder aanspreekt als gunai, ‘vrouw’ of ‘mevrouw’. Toch doet Jezus dat hier én in Johannes 19:26, de andere scène waarin Maria voorkomt. Soms wordt dit uitgelegd als een botte reactie, maar die verklaring past niet bij 19:26, wat juist een plechtig moment is. Wél kun je zeggen dat deze aanspreekvorm afstand schept. Jezus spreekt zijn moeder aan alsof ze niet zijn moeder is. Dat is te begrijpen als we het theologisch duiden. In het Evangelie volgens Johannes draait alles om de Vader-Zoonrelatie. Om te begrijpen wie Jezus is, moet je Hem zien als één met de Vader. Maria staat als zijn moeder symbool voor alle menselijke banden mét en claims óp Jezus, die moeten wijken voor zijn unieke band met God. Maria leert dat Jezus wordt aangestuurd door zijn Vader en door niemand anders. In de NBV werd de aanspreekvorm ‘vrouw’ weggelaten, omdat het geen natuurlijk Nederlands is. In de NBV21 is het weer ingevoegd, omdat dit een wezenlijk moment in de tekst is. 
  • Wat wilt u van Me?: Letterlijk: ‘Wat voor mij en voor jou?’ Dat is een Semitische uitdrukking die in het Grieks overgenomen is en vaak betekent: ‘Wat hebben wij met elkaar te maken?’ (zie ook de Septuaginta Recht. 11:12; 1 Kon. 17:18; 2 Kon. 3:13, etc., maar ook, opvallend, Marc. 1:24, waar de demon deze zin gebruikt). Deze uitspraak creëert afstand en versterkt het effect van de aanspreekvorm ‘vrouw’. 
  • Mijn tijd is nog niet gekomen: Dit verwijst naar het thema van Jezus’ ‘uur’ of ‘tijd’ in het Johannes-evangelie, dat consequent verbonden is met zijn lijden, dood en verheerlijking (zie Joh. 7:30; 12:23; 13:1; 17:1). Dit ‘uur’ markeert het beslissende moment waarop Gods reddingsplan wordt vervuld. In Kana maakt Jezus duidelijk dat zijn tekenen niet willekeurig of door menselijke druk plaatsvinden, maar in samenhang met dit goddelijke tijdschema. Het teken van de wijn wijst vooruit naar die verheerlijking, maar het volle ‘uur’ ligt nog in de toekomst. 

Bij vers 5

5Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is.’

Johannes 2:5NBV21Open in de Bijbel

  • Daarop sprak (…) wat het ook is: Maria interpreteert Jezus’ reactie niet als een berisping. Normaal kon een moeder haar zoon dingen opdragen, maar Jezus werkt als Zoon alleen in opdracht van de Vader, daarom is Hij juist degene die anderen instrueert. Maria gaat daarin mee. Ze weet dat Jezus zich wel degelijk om de situatie bekommert en instrueert daarom de bedienden om zijn aanwijzingen nauwkeurig op te volgen. En blijkbaar voelt ze zich in de positie om de bedienden instructies te geven. 

Bij vers 6 

6Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete.

Johannes 2:6NBV21Open in de Bijbel

  • Joodse reinigingsritueel: In dit geval was dat het rituele wassen van de handen voorafgaande aan de maaltijd. De bedienden goten het water over de handen van elke gast. 
  • zes: Zoals de oude wijn staat voor de bestaande religieuze orde van Israël, zo staan ook de zes stenen vaten daarvoor. Ze staan voor Gods genadegeschenk aan Israël in de vorm van de Tora. Het Johannes-evangelie stelt dat nu, met Jezus, dit geschenk wordt overtroffen door Gods nieuwe en volmaakte geschenk: Jezus Christus, met de volmaaktheid van de zeven die de zes overtreft. 
  • stenen watervaten: Steen werd vaak gebruikt voor rituele reinigingsvaten omdat steen volgens de reinheidswetten niet vatbaar was voor onreinheid, in tegenstelling tot aardewerk – dat vernietigd moest worden als het onrein was (Lev. 11:33; 15:12). Daardoor bleven stenen vaten geschikt voor rituele doeleinden, zelfs als ze in contact kwamen met iets onreins. 
  • twee à drie metrete: Om de handen van al de gasten te wassen, was er veel water nodig. Het is niet helemaal zeker hoeveel dat omgerekend is. De woordenlijst van de NBV21 bepaalt 1 metrete op ongeveer 40 liter. Dat zou neerkomen op 100 liter per vat en dus 600 liter in totaal. 

Bij vers 7 

7Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand.

Johannes 2:7NBV21Open in de Bijbel

  • Jezus zei tegen de bedienden: Johannes vertelt in één stuk door. Het is niet duidelijk hoeveel tijd er zat tussen Maria’s woorden aan de bedienden en Jezus’ instructies aan hen. 
  • Vul de vaten met water: Jezus’ gebod wordt door de bedienden opgevolgd. Ze vullen de vaten tot aan de rand; er kan niets meer bij. 

Bij vers 8 

8Toen zei Hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze.

Johannes 2:8NBV21Open in de Bijbel

  • Schep er nu wat uit: Jezus’ gebod markeert een cruciaal moment van overgang: het wonder heeft zich in stilte voltrokken – er is geen beschrijving van! – en wordt daarna publiekelijk ervaren. Het benadrukt gehoorzaamheid in het gewone: de dienaren doen iets alledaags (water scheppen), maar dat eenvoudige handelen wordt drager van Gods overvloedige genade. 

Bij vers 9 

9En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom

Johannes 2:9NBV21Open in de Bijbel

  • En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde: Johannes benadrukt dat het teken al was gebeurd, in stilte. 
  • hij wist niet waar die vandaan kwam: Dit heeft een dubbele betekenis. De ceremoniemeester weet niet waar de wijn vandaan komt en heeft geen idee dat Jezus erachter zit. Net zo is Jezus’ ware oorsprong voor velen onbekend (bijv. Joh. 6:41-42; 8:13, 25; 9:29-30).  
  • riep hij de bruidegom: In het verhaal is het logisch dat de ceremoniemeester de bruidegom roept om te vertellen dat er nieuwe wijn is. Op een ander niveau zou men kunnen zeggen dat Jezus de bruidegom is, zoals ook in Johannes 3:29 wordt gesuggereerd. Deze lijn van uitleg vinden we ook in de vroegchristelijke kerk. 

Bij vers 10 

10en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’

Johannes 2:10NBV21Open in de Bijbel

  • Iedereen zet zijn (…) tot nu bewaard: De uitspraak is meer dan een opmerking over etiquette. Zonder dat de ceremoniemeester het beseft zit er een diepere theologische betekenis in zijn uitspraak. Het is een theologisch geladen uitspraak die het contrast tussen oud en nieuw symboliseert. De oude wijn staat voor de bestaande religieuze orde van Israël, die zijn functie heeft vervuld maar nu zijn grens bereikt. De nieuwe, overvloedige wijn die Jezus brengt, is een teken van het nieuwe hoofdstuk in Gods heilsgeschiedenis: met de komst van de messias breekt een tijdperk van overvloedige genade en eschatologische vreugde aan, de vervulling van het verbond. Het teken in Kana is dus niet slechts een oplossing voor een tekort, maar een profetisch teken dat de bruiloft van God met zijn volk in Christus werkelijkheid wordt. 
  • tot nu bewaard: Dat de beste wijn voor het laatst wordt bewaard, roept de beelden uit de profetieën van Amos en Jesaja op, waar de profeten spreken over de tijd van redding als feestmaal met ‘zoete wijnen’ (Am. 9:13-14; Jes. 25:6-9), waar God ruimhartig zal voorzien (zie Jer. 31:10-14). 

Bij vers 11 

11Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste teken; Hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in Hem.

Johannes 2:11NBV21Open in de Bijbel

  • als eerste teken: Johannes gebruikt hier voor het eerst het woord sēmeia (teken) en het verrast niet dat het in combinatie met ‘geloven’ wordt gebruikt: ‘zijn leerlingen geloofden in Hem’. Het teken te Kana is het eerste van de totaal zeven tekenen die uiteindelijk bedoeld zijn om geloof in Jezus te wekken (zie Joh. 20:30-31). 
  • Hij toonde zo zijn grootheid: Het werkwoord phaneroō komt vaak voor in het Johannes-evangelie (bijv. 1:31; 3:21; 7:4; 9:3; 17:6; 21:1, 14) en is nauw verbonden met het idee dat Jezus God openbaart. In Johannes is dit de enige plaats waar het samen met doxa (eer/heerlijkheid) voorkomt. De formulering herinnert aan de openbaring van Gods heerlijkheid ‘op de derde dag’ bij de Sinai (Ex. 19:16). 

Achtergrondinformatie

Toelichting bij kernwoorden en begrippen 

Verdieping bij thema’s 

Blijf op de hoogte

Wil je een seintje ontvangen wanneer er nieuw materiaal online staat?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons