Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Johannes 11:1-45 – Preekinspiratie

Waar gaat het om in dit gedeelte?

De opwekking van Lazarus uit de dood is het zevende teken, waarmee Jezus zijn publieke optreden afsluit. De opwekking brengt velen die het gezien hebben tot geloof, wat vervolgens leidt tot het besluit van de leiders om Jezus te doden. Maar de vraag blijft, zoals steeds in het Evangelie volgens Johannes, of het een oppervlakkig geloof is in Jezus die wonderen doet of een verdiept geloof in Jezus in wie God zich laat kennen. Om de lezer tot het juiste inzicht te brengen, heeft het verhaal een lange aanloop. Pas in vers 43 roept Jezus Lazarus het graf uit. Voordien is er duiding van Jezus, zijn er misverstanden en een beperkt geloof bij zijn gesprekspartners.  

Het gaat niet om een opwekking als wonderdaad, maar om een teken, dat op twee manieren betekenis heeft. Door Lazarus op te wekken, laat Jezus zien dat God zelf in Hem optreedt. Daaruit volgt dat Hij, wanneer Hij gekruisigd wordt en (menselijk gezien) van zijn leven wordt beroofd, in feite zelf zijn leven aflegt om het ook zelf in hemelse heerlijkheid weer op te nemen. Jezus ís het leven. Daarom moeten zijn volgelingen, ook wij, anders gaan denken over leven en dood. Waar de dood vaak werkt als een begrenzer of stoorzender voor ons geloof, wil Jezus de geestelijke macht van de dood voorgoed inperken.  

Klik om deze passage te lezen in de NBV21  

Hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen.

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan).

Invalshoeken voor de verkondiging

  • Miscommunicatie als spiegel: de exegese laat zien hoe alle gesprekspartners van Jezus Hem verkeerd begrijpen – de leerlingen, Marta, Maria, de Joden. Pas als Jezus tot zijn Vader spreekt en vervolgens tot Lazarus, is er geen miscommunicatie meer, maar verstandhouding. De aanloop van miscommunicatie werkt als een spiegel voor de hoorder: begrijp jij het beter? Het is een uitnodiging tot zelfreflectie. Het is goed om begrip te hebben voor de personages in het verhaal en om tegelijk te proberen om tot een dieper inzicht te komen. Wie is Jezus werkelijk?  
  • We zien Jezus die diep bewogen is, huilt bij het graf van zijn vriend, en zich tegelijk ergert aan de macht die de dood heeft over mensen, over hun denken, over de grenzen van hun geloof. Die combinatie is veelzeggend: Jezus is geen toeschouwer die koel een wonder verricht. Hij staat midden in het verdriet, Hij deelt de pijn. Maar Hij berust er niet in. Verkondiging kan hier troost putten uit de gedachte dat God niet onbewogen is bij menselijk lijden en tegelijk benadrukken dat Jezus’ bewogenheid Hem aanzet tot handelen – tot verzet tegen de macht van de dood. Waar werkt de dood als begrenzer van ons geloof en hoe kan verkondiging over Johannes 11 dat doorbreken? 
  • Kijken met gelovige ogen: de opwekking van Lazarus is geen wonder, maar een teken. Een teken werkt niet automatisch, maar vraagt om een bepaalde manier van kijken. Dat is een spanningsvol thema voor de verkondiging. In onze wereld kan niets bestaan zonder bewijs, maar Jezus geeft tekenen die geloof veronderstellen. Hoe zien wij de werkelijkheid? Is het leven waarover Jezus spreekt meer dan een fraaie metafoor? Waar zien we dat aan het werk?  
  • Tot slot een invalshoek over het verband met Jezus’ dood en opstanding: de opwekking van Lazarus reikt ons een leesperspectief aan voor het lijdensverhaal. Vanuit menselijk perspectief wordt Jezus gedood aan het kruis. Wie beseft wie Hij werkelijk is, begrijpt dat er iets anders gebeurde: Jezus legt zelf zijn leven af om het in hemelse glorie weer op te nemen. Zijn verheffing aan het kruis is een hemelse verheffing. Lukt het ons om het zo te zien?  

Context van Johannes 11:1-45

Het boek Johannes als geheel 

Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Johannes vind je in deze inleiding op het Evangelie volgens Johannes.

Plek van deze passage in het geheel 

In het eerste, verhalende deel van het Evangelie volgens Johannes verricht Jezus zeven tekenen waarmee Hij zijn goddelijke identiteit openbaart, te beginnen met het water dat in wijn verandert en uitlopend op de opwekking van Lazarus (1:19-12:50). De opwekking van Lazarus is de climax van Jezus’ publieke optreden. Het toont ondubbelzinnig dat Jezus gekomen is om het leven te brengen. En tegelijk roept juist dit teken hevige weerstand op bij de Joodse leiders. Als ze merken dat velen tot geloof komen door dit teken, nemen ze het besluit om Jezus te doden (11:49-53). Het volgende boekdeel, hoofdstuk 13-17, richt zich op de afscheidsrede van Jezus en het gebed voor zijn leerlingen. Het centrale thema daar is de verheerlijking van Jezus door zijn sterven.  

Opbouw en kern van Johannes 11 

De tekst van Johannes 11 kan op verschillende manieren worden ingedeeld. Hier volgen we de indeling zoals geboden door Archibald van Wieringen in Tijdschrift voor Verkondiging. Deze indeling laat zien hoe Jezus met steeds wisselende personen in gesprek is. Geen van zijn gesprekspartners begrijpt Hem volledig (vandaar de term ‘miscommunicatie’). Pas wanneer Jezus tot zijn Vader spreekt en vervolgens tot Lazarus, is er sprake van een directe verstandhouding.  

  1. 1-16: miscommunicatie tussen Jezus en zijn leerlingen
  2. 17-27: miscommunicatie tussen Jezus en Marta 
  3. 28-32: miscommunicatie tussen Jezus en Maria 
  4. 33-37: miscommunicatie tussen Jezus en de Joden 
  5. 38-40: miscommunicatie tussen Jezus en Marta 
  6. 41-42: communicatie tussen Jezus en God 
  7. 43-45: communicatie tussen Jezus en Lazarus 

In de eerste scène krijgt Jezus de boodschap dat zijn vriend Lazarus ziek is. Hij reageert met raadselachtige woorden die het thema van de tekst neerzetten: ‘Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God, zodat de Zoon van God geëerd zal worden’ (vs. 4). Tegen de verwachting in gaat Jezus niet meteen naar hem toe, maar wacht twee dagen. Dan deelt Hij zijn leerlingen mee dat ze afreizen naar Judea. Zijn leerlingen werpen tegen dat de Joodse leiders kortgeleden nog probeerden om Hem te stenigen (10:31). Jezus reageert opnieuw met een raadselachtig woord over de dag als tijd om je te verplaatsen en de nacht die gevaarlijk is. Vervolgens spreekt Hij over Lazarus: Hij wil de slapende Lazarus wakker maken. Beter van niet, zeggen de leerlingen, een zieke die slaapt zal beter worden. Dan vertelt Jezus hun rechtstreeks dat Lazarus is gestorven. Opnieuw thematiseert Hij de situatie: nu kunnen jullie tot geloof komen. Tomas besluit de scène met de woorden: laten we meegaan om met Hem (of: hem?) te sterven. Bedoelt Tomas ‘samen met Jezus’ of ‘samen met Lazarus’? De meeste uitleggers veronderstellen het eerste.  

In vers 20-27 draait het om de dialoog tussen Jezus en Marta. Het is opvallend dat beide zussen, in vers 21 en vers 32, Jezus identiek toespreken: ‘Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn.’ Je kunt het lezen als een verwijt, maar beter nog als uiting van geloof in Jezus’ macht om zieken te genezen. Dat laatste ligt gezien vers 22 voor de hand. Marta gelooft in Jezus’ macht over ziekte en ze gelooft in de opstanding van de doden aan het eind van de tijd. Jezus roept haar op tot een verdergaande vorm van geloof in Hem: Hij is nu al de bron van eeuwig leven voor ieder die in Hem gelooft. Marta onderschrijft dit. Toch lijkt ze Jezus niet volledig begrepen te hebben.     

Dan komt Maria in beeld. Ze ontmoet Jezus op dezelfde plek als waar Marta Hem sprak en ze spreekt dezelfde woorden uit als haar zus (vs. 32). Dit keer komt er geen gesprek, want Jezus wordt boos of geïrriteerd. Waarover? Over het weeklagen van Maria en de mensen die achter haar aan zijn gekomen? Of over de dood, die de mensen in zijn greep heeft? (Voor de uitleg, zie verderop.) Jezus wil weten waar Lazarus begraven is en de mensen brengen Hem erheen.  

In de vierde scène huilt Jezus als Hij bij het graf komt. Er ontstaat discussie bij de omstanders over Jezus. Sommigen zijn onder de indruk van zijn verdriet, anderen reageren schamper: waarom heeft Hij het niet voorkomen? Jezus ergert zich opnieuw.  

Vervolgens is er weer een confrontatie tussen Jezus en Marta. Jezus wil dat de steen wordt weggehaald, Marta waarschuwt dat dat niet kan: Lazarus is al vier dagen dood, er hangt een lijklucht. In Jezus’ reactie hangen twee themawoorden samen: Gods doxa (grootheid, majesteit) en ‘geloven’. De omstanders rollen de steen weg.  

Het is alsof daarmee ook al het tekortschietende begrip wordt weggerold en het licht doorbreekt. Want vanaf hier is er geen onbegrip meer, maar verstandhouding – tussen Jezus en zijn Vader en tussen Jezus en Lazarus. In scène 6 spreekt Jezus tot zijn Vader: een dankgebed om verhoring, dat de eenheid tussen Vader en Zoon bekrachtigt.  

In de laatste scène beveelt Jezus Lazarus om naar buiten te komen. En deze dode geeft – in tegenstelling tot alle levenden rondom Jezus – heel direct en zonder tegenspraak gehoor aan Jezus’ stem. De passage sluit af met geloof (vs. 45).  

Om de kern van deze tekst te vatten, moet je letten op drie sleuteltermen:  

  1. Doxa, doxazein: Gods eer/grootheid/heerlijkheid omsluit het verhaal in vers 4 en vers 40. In vers 4 legt Jezus uit dat Lazarus’ ziekte niet leidt tot de dood, maar tot Gods eer. Hij voegt toe: ‘zodat de Zoon van God geëerd zal worden’. Gods eer/grootheid wordt opnieuw genoemd in vers 40: wie gelooft, zal Gods grootheid zien. Die grootheid of heerlijkheid van God is zichtbaar in Jezus. Dat veel mensen tot geloof komen in Jezus, is daarmee het begin van het geëerd/verheerlijkt worden van de Zoon. Maar het gaat verder: de opwekking van Lazarus en het geloof dat hieruit ontstaat, is voor de Joodse leiders aanleiding om te besluiten Jezus te doden. En Jezus’ dood aan het kruis, zo legt Hij zelf uit in Johannes 12 (vs. 23-24, 32-33) is ten diepste zijn verheerlijking. Op aarde zie je zijn ‘verhoging’ aan het kruis; wie kijkt met gelovige ogen, ziet zijn hemelse verhoging tot heerlijkheid.
  2. De tweede term, die als een rode draad door de tekst loopt, is ‘geloof’ (vs. 15, 25, 26, 27, 40, 42, 45). Het doel van het teken dat Jezus zal verrichten is het opwekken van geloof bij zijn leerlingen (vs. 15); zijn gesprek met Marta draait om geloof (vs. 25-27); bij het graf van Lazarus is Jezus’ doel om geloof op te wekken bij Marta en de mensen (vs. 40, 42), en geloof is het resultaat (vs. 45). Ook in vers 48 komt de term geloof terug, als de reden van het besluit van de leiders om Jezus te doden. De tekst wil de lezer meenemen naar de juiste vorm van geloof, een verdiept geloof in wie Jezus werkelijk is. Daarom geeft Jezus op verschillende manieren toelichting vóórdat Hij het teken verricht. Het beperkte begrip van zijn gesprekspartners werkt voor de lezer als een soort spiegel: probeer het beter te begrijpen. Zo vormt de tekst een weg naar verdiept geloof.  
  3. Als derde draait het in dit hoofdstuk om de tegenstelling tussen ‘dood’, ‘sterven’, ‘graf’ enerzijds en ‘leven’ en ‘opstaan uit de dood’ anderzijds. Daarmee vormt dit zevende en laatste teken dat Jezus verricht ook een opstap naar zijn eigen dood en opstanding, waarmee het evangelie besluit. Als je kijkt naar Lazarus’ opwekking als een wonder, dan is Jezus iemand met een buitengewone macht, die sterker is dan de dood: de messias die met Gods macht optreedt. Maar het is de bedoeling dat we uitkomen bij een diepere vorm van geloof: Lazarus’ opwekking als een teken. Dan beseffen we dat we in Jezus’ daden God zelf aan het werk zien – we staan oog in oog met Gods majesteit. De heilstijd is definitief aangebroken. Zij die geloven krijgen deel aan het leven dat sterker is dan de dood.   

De uitspraak van Jezus in vers 25-26 over het ‘leven’ is de kern van de tekst. Het ‘leven’ dat hier centraal staat kun je parafraseren als ‘het ware leven’, ‘het werkelijke leven’. Elders in Johannes wordt hiervoor de term ‘eeuwig leven’ gebruikt. De nadruk ligt daarbij niet op het leven na de dood, maar op het leven waaraan je door in Christus te geloven nu deel krijgt. Dit leven wordt gekenmerkt door een nieuwe band met God, het is een leven dat de macht van de dood overstijgt.  

Aantekeningen per vers

Vers 1 

Lazarus uit de dood opgewekt

1Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp waar Maria en haar zus Marta woonden –

Johannes 11:1NBV21Open in de Bijbel

  • Lazarus: De opwekking van Lazarus is het laatste publieke teken van Jezus. Met dit teken laat Jezus zien dat Hij is gekomen om werkelijk leven te schenken. Juist deze opwekking uit de dood baart veel ophef en brengt velen tot geloof. Dat doet de hogepriesters en de farizeeën van het Sanhedrin besluiten om Jezus te doden (11:47-57). 
  • Betanië: Een dorp zo’n drie kilometer oostelijk van Jeruzalem (zie ook 11:18). In de synoptische evangeliën is Betanië Jezus’ uitvalsbasis tijdens zijn bezoeken aan Jeruzalem.  
  • Maria en haar zus Marta: De zussen Maria en Marta komen we ook tegen in Lucas 10:38-42. Lazarus wordt daar niet genoemd. In Lucas 16:19-31 gaat het wél over een zekere Lazarus, een bedelaar. Het slot van die gelijkenis biedt een overeenkomt met Johannes 11: de mogelijkheid dat Lazarus opstaat uit de dood om de mensen tot inkeer te brengen (Luc. 16:27-30).  

Vers 2 

2dat was de Maria die Jezus met olie gezalfd heeft en zijn voeten met haar haar heeft afgedroogd; de zieke Lazarus was haar broer.

Johannes 11:2NBV21Open in de Bijbel

  • Maria die Jezus met olie gezalfd heeft: Dit wijst vooruit naar Johannes 12:1-8. Daarmee wordt ook het verband tussen de dood en opwekking van Lazarus en Jezus’ eigen dood en opstanding versterkt.  

Vers 3 

3De zussen stuurden iemand naar Jezus met de boodschap: ‘Heer, uw vriend is ziek.’

Johannes 11:3NBV21Open in de Bijbel

  • uw vriend: De band van vriendschap/liefde tussen Jezus en Lazarus wordt in Johannes 11 verschillende keren benoemd, zie ook vers 5, 11 en 36. Op verhaalniveau geeft dit emotionele kleur aan de gebeurtenissen: Jezus en Lazarus zijn vrienden. Maar er speelt ook een diepere betekenis mee. Jezus’ liefde voor Lazarus weerspiegelt de liefde van God voor de wereld, die de aanzet vormt voor het heil – het eeuwige leven – dat God in Christus brengt (Joh. 3:16). 
  • ‘Heer, uw vriend is ziek’: Dit is precies zo’n indirect geformuleerd beroep op Jezus als dat van zijn moeder in Johannes 2:3 (‘Ze hebben geen wijn meer’). En net als bij het eerste teken (water dat in wijn verandert) laat Jezus hier bij het laatste teken zien dat zijn ‘uur’ niet afhangt van mensen maar van God.     

Vers 4 

4Toen Jezus dit hoorde zei Hij: ‘Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God, zodat de Zoon van God geëerd zal worden.’

Johannes 11:4NBV21Open in de Bijbel

  • Deze uitspraak van Jezus is een soort duiding vooraf: het gaat bij de opwekking van Lazarus niet om een opzienbarend wonder, maar om het teken dat we in Jezus God zélf ontmoeten als bron van leven dat sterker is dan de dood. De eer of heerlijkheid (doxa) van God staat voor Gods reddende, helende aanwezigheid in onze werkelijkheid. Dat ook Jezus daarmee geëerd (verheerlijkt) wordt, zit in twee dingen. Allereerst in zijn eenheid met de Vader: Jezus voltrekt het teken. Maar bovendien zal juist dit teken ertoe leiden dat Hij verheerlijkt wordt: voor zijn tegenstanders vormt het de aanleiding om Hem te doden, maar zijn kruisdood is niets anders dan zijn hemelse verheerlijking (12:23-24; 17:1).  

Vers 6 

6Maar toen Hij gehoord had dat Lazarus ziek was, bleef Hij toch nog twee dagen waar Hij was.

Johannes 11:6NBV21Open in de Bijbel

  • Het Evangelie volgens Johannes benadrukt vaak dat alles wat Jezus doet op het juiste ‘uur’ gebeurt. Niet mensen bepalen zijn agenda, maar zijn Vader. Zie bijvoorbeeld 2:4; 7:6; 7:8.  

Vers 8 

8‘Maar rabbi,’ protesteerden de leerlingen, ‘de Joden wilden U stenigen, en nu wilt U daar toch weer naartoe?’

Johannes 11:8NBV21Open in de Bijbel

  • de Joden wilden u stenigen: Zie 10:31-39. Hier is sprake van ‘de Joden’ in negatieve zin als de Joodse leiders in Jeruzalem. Verderop in Johannes 11 wordt veel positiever over ‘de Joden’ gesproken (vs. 19, 31, 33, 36, 45), daar in de zin van ‘de mensen’.   

Vers 9-10 

9Jezus zei: ‘Telt een dag niet twaalf uren? Wie overdag loopt, struikelt niet, want hij ziet het licht van deze wereld, 10maar wie ’s nachts loopt, struikelt doordat hij geen licht heeft.’

Johannes 11:9-10NBV21Open in de Bijbel

  • Telt een dag niet (…) doordat hij geen licht heeft: Met ‘het licht van deze wereld’ duidt Jezus op zichzelf (8:12; 9:5). De ‘dag’ is de duur van zijn aanwezigheid op aarde, die door God wordt bepaald. Zolang het dag is, zullen zijn tegenstanders niets kunnen doen. Pas als de nacht gekomen is, het uur van de duisternis, zal Jezus zijn leven afleggen.  

Vers 11 

11Nadat Hij dat gezegd had zei Hij: ‘Onze vriend Lazarus is ingeslapen, Ik ga hem wakker maken.’

Johannes 11:11NBV21Open in de Bijbel

  • ingeslapen: Een bekende metafoor voor sterven, maar de leerlingen begrijpen het niet. 

Vers 12-13 

12De leerlingen zeiden: ‘Als hij slaapt, zal hij wel beter worden, Heer.’ 13Zij dachten dat Hij het over slapen had, terwijl Jezus bedoelde dat hij gestorven was.

Johannes 11:12-13NBV21Open in de Bijbel

  • Hier wordt het misverstand erin gewreven.  

Vers 15 

15en om jullie ben Ik blij dat Ik er niet bij was: nu kunnen jullie tot geloof komen. Laten we dan nu naar hem toe gaan.’

Johannes 11:15NBV21Open in de Bijbel

  • nu kunnen jullie tot geloof komen: Jezus laat hier opnieuw zien, net als in vers 4, dat de dood van Lazarus een hoger doel dient: om de leerlingen en anderen tot geloof te brengen. 

Vers 17 

17Toen Jezus daar aankwam, hoorde Hij dat Lazarus al vier dagen in het graf lag.

Johannes 11:17NBV21Open in de Bijbel

  • vier dagen: Dit betekent waarschijnlijk dat Lazarus al gestorven was op het moment dat de boodschap over zijn ziekte Jezus bereikte. In de latere Joodse traditie komt de voorstelling voor dat de ziel van een overledene nog drie dagen dicht bij het lichaam bleef en daarna definitief wegging. Dan zou na vier dagen alle hoop op een terugkeer naar het leven vervlogen zijn.  

Vers 19 

19en er waren dan ook veel Joden naar Marta en Maria gekomen om hen te troosten nu hun broer gestorven was.

Johannes 11:19NBV21Open in de Bijbel

  • veel Joden: De tekst lijkt te suggereren dat het om mensen uit Jeruzalem gaat. Het gaat hier (en in vs. 31, 33, 36 en 45) niet over de Joodse leiders.  
  • om hen te troosten: De periode van rouw duurde vaak een week. Het was een tijd om te weeklagen en op allerlei manieren rouw te uiten. Daarna kwam het moment om de naaste familie te troosten.  

Vers 21 

21Marta zei tegen Jezus: ‘Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn.

Johannes 11:21NBV21Open in de Bijbel

  • Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn: Identieke woorden spreekt Maria in vers 32. Het wordt soms als een verwijt opgevat, maar het past beter in de thematiek van Johannes om het te lezen als een uiting van (een nog onvolkomen) geloof. 

Vers 22 

22Maar zelfs nu weet ik dat God U alles zal geven wat U vraagt.’

Johannes 11:22NBV21Open in de Bijbel

  • Maar zelfs nu weet ik dat God U alles zal geven wat U vraagt: Dit is een gelijkaardige uitspraak als die van Maria in Johannes 2:5. Het getuigt van geloof in Jezus’ autoriteit, zonder precies te beseffen wat Hij kan doen.  

Vers 24 

24‘Ja,’ zei Marta, ‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’

Johannes 11:24NBV21Open in de Bijbel

  • bij de opstanding op de laatste dag: Geloof in de opstanding van de doden aan het eind van de tijd werd in de derde of tweede eeuw voor Christus deel van de Joodse traditie. In de tijd van Jezus onderschreven verschillende stromingen dit geloof (maar niet de sadduceeën).   

Vers 25 

25Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, 26en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’

Johannes 11:25-26NBV21Open in de Bijbel

  • Ik ben de opstanding en het leven: De ‘Ik ben’-uitspraken van Jezus in het Johannes-evangelie benadrukken zijn eenheid met God. Hier wordt de opstanding direct met Jezus verbonden. Het is niet iets wat moet wachten tot het einde der tijden, al blijft de opstanding aan het einde der tijden nodig om zichtbaar te maken wat in feite al gebeurd is: wie gelooft in Jezus heeft leven gekregen dat sterker is dan de dood (zie ook Joh. 5:24-26; 6:47-51; 8:51).
  • leven (…) sterft (…) leeft (…) sterven: Je kunt deze zinnen begrijpen door leven en sterven op twee niveaus te zien: menselijkerwijs en op de diepere, spirituele manier. Ook als je (menselijkerwijs) sterft, blijf je op het diepere niveau leven en wanneer je op dat diepere niveau leeft, zul je dus nooit op het diepere niveau sterven.    

Vers 27 

27‘Ja, Heer,’ zei ze, ‘ik geloof dat U de messias bent, de Zoon van God die naar de wereld zou komen.’

Johannes 11:27NBV21Open in de Bijbel

  • ik geloof: In de SV en de NBG-vertaling 1951 is het Griekse perfectum hier vertaald als: ik heb geloofd. Dat is geen goede keuze, want het Griekse perfectum drukt hier een toestand uit. Vergelijk ook Johannes 3:18 en Johannes 20:29, waar hetzelfde werkwoord in het perfectum voorkomt. 
  • de Zoon van God die naar de wereld zou komen: Deze belijdenis benadert het verdiepte geloof in Jezus waartoe het Evangelie volgens Johannes ons aanzet, maar herinnert tegelijk ook nog aan het onvolkomen geloof zoals bijvoorbeeld uitgesproken in Johannes 6:14. Een werkelijk en volledig inzicht in Jezus en zijn eenheid met de Vader komt (volgens het Johannes-evangelie) alleen tot stand met hulp van de heilige Geest.  

Vers 32 

32Zodra Maria op de plek kwam waar Jezus was en Hem zag, viel ze aan zijn voeten neer. Ze zei: ‘Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn!’

Johannes 11:32NBV21Open in de Bijbel

  • viel ze aan zijn voeten neer: De typering van Marta en Maria in Johannes 11 past enigszins bij die in Lucas 10:38-42, waarbij Marta vooropgaat en praktisch is en Maria aan Jezus’ voeten zit.  

Vers 33 

33Jezus zag hoe zij en de Joden die bij haar waren weeklaagden, en Hij ergerde zich. Diep bewogen

Johannes 11:33NBV21Open in de Bijbel

  • Hij ergerde zich. Diep bewogen: Hier staan twee werkwoorden die op hevige emotie duiden. Het eerste, embrimaomai, dat ook voorkomt in vers 38, betekent: boos worden, verontwaardigd zijn, zich ergeren. Het wordt direct gevolgd door tarassō, dat in de letterlijke betekenis gebruikt wordt voor beweging van water in Johannes 5:7. Hier, en in Johannes 12:27 en 13:21, duidt het op een heftige emotie. Om welk gevoel het precies gaat, moet opgemaakt worden uit de context.  
  • De vraag is waarover Jezus boos is. Op het eerste gezicht lijkt het erop dat Hij zich ergert aan het geweeklaag (vs. 33). Dat doet denken aan het verhaal van de dochter van Jaïrus. Jezus zegt daar tegen degenen die weeklagen dat ze daarmee moeten ophouden, want het meisje is niet gestorven, maar het slaapt (Marc. 5:39; Luc. 8:52). Diezelfde metafoor speelt in Johannes 11. Bovendien laat Jezus ook hier zien dat Hij de macht van de dood aan banden legt. Het is dus goed mogelijk dat Jezus boos is over de ‘dood-is-dood-houding’ van de mensen. Daarbij past ook zijn ergernis in vers 38: mensen merken op dat Hij Lazarus’ dood niet heeft kunnen voorkomen. Ook dat getuigt van een dood-is-dood-houding.  
  • Toch kijkt Jezus waarschijnlijk verder dan de reactie van de mensen, hun weeklagen, somberheid en cynisme; daarachter ziet Hij de macht van de dood. De dood heeft niet alleen greep op het fysieke bestaan van mensen. De dood bepaalt ook hun denken en zelfs de grenzen van hun geloof! Daar verzet Jezus zich tegen. Het is de confrontatie met de vergaande macht van dood – zoals die blijkt uit de woorden en houding van de mensen – die Jezus diep emotioneert en die Hem aanzet tot een teken om de mensen te bewegen tot geloof in Hem die het leven zelf is.  

Vers 35 

35Jezus begon te huilen,

Johannes 11:35NBV21Open in de Bijbel

  • Jezus begon te huilen: Jezus doet hier iets wat talloze mensen voor Hem en na Hem ook deden: huilen bij het graf van een geliefde. Het benadrukt zijn menselijkheid, het laat zien hoe dicht Hij bij ons staat. En tegelijk zit er een diepere lading in: Jezus doorziet als geen ander de macht van de dood – als vijand van het leven én als vijand van het geloof (zie hierboven). Terzijde: dit vers wordt vaak aangemerkt als het kortste vers in de Bijbel. (Wie wil weten of dat klopt, kan de blog Is dit het kortste vers in de Bijbel?lezen). 

Vers 40 

40Jezus zei tegen haar: ‘Ik heb je toch gezegd dat je Gods grootheid zult zien als je gelooft?’

Johannes 11:40NBV21Open in de Bijbel

  • dat je Gods grootheid zult zien als je gelooft: Opnieuw (net als in vs. 4) maakt Jezus duidelijk dat de opwekking van Lazarus geen uiting van wondermacht is maar een teken dat vraagt om een gelovige blik. Wie met de juiste ogen kijkt, ziet in Jezus God zelf aan het werk en beseft dat daarmee de beslissende tijd van heil gekomen is.  

Vers 41-42 

41Toen haalden ze de steen weg. Daarop keek Hij omhoog en zei: ‘Vader, Ik dank U dat U Mij hebt verhoord. 42U verhoort Mij altijd, dat weet Ik, maar Ik zeg dit ter wille van al deze mensen hier, opdat ze zullen geloven dat U Mij gezonden hebt.’

Johannes 11:41-42NBV21Open in de Bijbel

  • Jezus spreekt met grote vrijmoedigheid en vertrouwdheid tot zijn Vader. Als een mens zo tot God zou spreken, zou dat zeer aanmatigend zijn. Maar de eenheid van Vader en Zoon is volkomen. Jezus hoeft zijn Vader niets te vragen. Het gaat er enkel om dat de mensen leren inzien wie Jezus werkelijk is.  

Vers 43-44 

43Daarna riep Hij luid: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ 44De dode kwam tevoorschijn, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, en zijn gezicht bedekt door een doek. Jezus zei tegen de omstanders: ‘Maak de doeken los, en laat hem gaan.’

Johannes 11:43-44NBV21Open in de Bijbel

  • De opwekking van Lazarus wordt in slechts enkele zinnen verteld. Het gaat hier immers niet om het wonder zelf. 
  • riep Hij luid: Hier roept Jezus één dode, die uit het graf naar buiten komt. Johannes 5:28-29 voorziet het moment waarop alle doden zijn stem zullen horen en opstaan uit hun graven.  

Achtergrondinformatie

Toelichting bij kernwoorden en begrippen 

Blijf op de hoogte

Wil je een seintje ontvangen wanneer er nieuw materiaal online staat?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.41.0
Volg ons