Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Matteüs 5:17-26 – Preekinspiratie

Waar gaat het om in dit gedeelte?

Matteüs 5:17-26 laat zien hoe Jezus de Wet en de Profeten vervult door hun bedoeling te verdiepen. Hij maakt duidelijk dat gerechtigheid in het koninkrijk niet draait om zichtbare naleving, maar om een hart dat gericht is op liefde en verzoening. Jezus benadrukt dat juiste verhoudingen en het voorkomen van woede essentieel zijn. Zo roept Hij ons op om niet slechts ‘op het oog’ christen te zijn, maar in ons innerlijk bewogen en toegewijd te leven. 

Klik om deze passage te lezen in de NBV21  

Hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen. 

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan). 

Invalshoeken voor de verkondiging 

  • Jezus maakt in Matteüs 5:17 duidelijk dat Hij de Wet en de Profeten niet afschaft, maar tot hun volle bedoeling brengt. Dat betekent dat ook de wet – breder dan alleen de tien geboden – voor christenen niet zinloos of achterhaald is. Als Jezus de vervulling van de wet is, krijgt de wet in de liturgie niet de rol van regels die we moeten afwerken, maar van een getuigenis dat naar Christus wijst en richting geeft aan het leven in zijn koninkrijk. Wat betekent dit voor hoe we de Bijbelse wetsteksten lezen? 
  • Gehoorzaamheid is een belangrijk onderdeel van het Matteüs-evangelie. Niet alleen uiterlijk, maar juist ook innerlijk. Het is een houding. Mensen blijken in staat om zich uiterlijk anders te gedragen en anders voor te doen dan wat er binnen in hen leeft. Jezus legt de vinger op het verschil tussen uiterlijke en innerlijke houding. Daarmee wordt een existentiële diepte aangeboord. Hoe ben jij ten diepste vanbinnen? Hoe is de verhouding tussen wat je doet en wat je denkt en voelt? 
  • Wat opvalt in dit gedeelte is dat verzoening, ofwel relatieherstel, een enorm sterke rol heeft, sterker nog dan religieuze verplichtingen. God vindt de intermenselijke relatie heel belangrijk en spoort ons aan om zo snel mogelijk herstel te zoeken. Tegelijk kun je er een oproep tot verzoening met God in lezen. Een vertroebelde relatie kan van kwaad tot erger gaan. Hoe werkt dat in de kerk van Jezus Christus, waar diversiteit én soms koele of zelfs vijandige relaties naast elkaar bestaan? Zowel in lokale gemeenten als in de wereldkerk, en zowel in klein als groot door de kerk veroorzaakt leed? 

Context van Matteüs 5:17-26

Het boek Matteüs als geheel 

Meer over zaken als de historische context, opbouw, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Matteüs vind je in deze Inleiding bij het Evangelie volgens Matteüs.

Plek van deze passage in het geheel 

Matteüs 5:17-26 staat in de Bergrede (Mat. 5-7), de eerste grote redevoering van Jezus na het begin van zijn optreden (4:12-22). De Bergrede ontvouwt het ethos van het koninkrijk: van identiteit en roeping (zaligsprekingen, zout en licht) naar een radicale verdieping van de Thora, vervolgens kernpraktijken van toewijding (aalmoezen, gebed, vasten), en ten slotte vertrouwen, prioriteiten en keuzes. Binnen dit geheel vormt 5:17-26 de overgang naar de tegenstellingen (5:21-48): Jezus verklaart dat Hij de wet niet afschaft maar vervult (5:17-20) en geeft het eerste voorbeeld (5:21-26): het verbod op doodslag wordt verdiept tot een oproep om woede en gebroken relaties te vermijden. Zo maakt dit gedeelte duidelijk dat gerechtigheid in het koninkrijk niet uiterlijke gehoorzaamheid is, maar een innerlijke transformatie van hart en houding. 

Opbouw en kern van de passage 

Matteüs 5:17-26 opent met Jezus’ fundamentele stelling (5:17-20) dat hij de Wet en de Profeten niet afschaft maar vervult, en dat onze gerechtigheid die van de schriftgeleerden en farizeeën moet overtreffen om het koninkrijk binnen te gaan. Dit vormt de inleiding op de zes tegenstellingen (5:21-48). Het eerste voorbeeld volgt direct (5:21-26): het gebod ‘Pleeg geen moord’ wordt verdiept tot een oproep om woede, belediging en gebroken relaties te vermijden. De verzen 21-22 tonen de radicalisering van het gebod, terwijl 23-26 praktische consequenties geven: verzoening gaat vóór cultische offers en moet met urgentie gebeuren. Zo laat deze perikoop zien dat de houding die het koninkrijk van ons vraagt niet alleen draait om uiterlijke gehoorzaamheid, maar om innerlijke transformatie en een actieve inzet voor vrede. Jezus vervult de wet door te laten zien dat ware gerechtigheid niet uiterlijke naleving is, maar een innerlijke houding van liefde en verzoening die woede en gebroken relaties actief voorkomt. 

Eigenheid van Matteüs ten opzichte van Marcus en Lucas 

Sommige verzen uit Matteüs 5:17-26 hebben parallellen in Lucas, die de verzen op verschillende plekken in zijn evangelie heeft opgenomen. Beide evangelisten hebben waarschijnlijk de uitspraken van een gezamenlijke bron ‘Q’ (van het Duitse Quelle) overgenomen en vervolgens in een andere context geplaatst. 

  • Een vorm van Matteüs 5:17-18 vinden we in Lucas 16:17: ‘Maar nog eerder vergaan hemel en aarde dan dat er ook maar één tittel van de wet wegvalt.’ Het grootste verschil is de context. In Lucas is dit geplaatst in een reeks uitspraken over geld, trouw en het koninkrijk (Luc. 16), niet in een rede over de Thora, zoals in Matteüs. Lucas legt minder nadruk op vervulling en meer op de blijvende geldigheid van de wet in relatie tot Gods plan. 
  • Een ander gedeelte, over het snel bijleggen van een conflict voordat je bij de rechter komt, vinden we in Matteüs 5:25-26 en Lucas 12:57-59 terug. Waar Matteüs het plaatst in de context van het gebod op moord en de intensivering daarvan, plaatst Lucas het in een eschatologische context: Jezus spreekt over het beoordelen van de tijd en het vermijden van het komende oordeel. Het beeld van de rechter functioneert als waarschuwing voor Gods oordeel. 

Aantekeningen per vers 

Bij vers 17 

17Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.

Matteüs 5:17NBV21Open in de Bijbel

  • Denk niet dat Ik gekomen ben om (…) af te schaffen: Het ‘denk niet’ zou niet alleen een leermethode kunnen zijn om de aandacht te trekken, maar het zou ook een reactie kunnen zijn op Jezus’ onderwijs: op verschillende punten wijkt Jezus’ interpretatie van de wet af van die van de schriftgeleerden (zie 12:1-4). Toen Matteüs zijn evangelie schreef, stonden sommige stromingen in de Joods-christelijke en heiden-christelijke gemeenschappen bekend om hun afwijzing van de Joodse wetten (denk aan de Galaten-brief, maar ook aan Romeinen, Hebreeën, etc.). In Handelingen 6:13-14 wordt juist weerlegd dat Jezus tegen de wet was. 
  • Wet of de Profeten: Het gaat hier om de vijf boeken van Mozes (Thora) en de profetenboeken (Neviiem), niet om individuele profeten. Mogelijk was het een technische aanduiding voor de Joodse canon in wording.
  • af te schaffen: Het Griekse werkwoord kataluō kan ook ‘losmaken’, ‘verwoesten’ of ‘ontbinden’ betekenen. Met dit werkwoord wordt duidelijk dat Jezus’ handelen niet tegen de wet is gericht, maar dat het gaat om een houding ten opzichte van de autoriteit van de Wet en de Profeten.
  • om ze tot vervulling te brengen: Deze frase wordt op verschillende manieren verklaard. Sommige geleerden zien een continuïteit en intensivering: Jezus schaft de Wet en de Profeten niet af, maar brengt de wet tot haar volle betekenis door de intentie achter de geboden te onthullen. Anderen leggen de nadruk op een christologische vervulling: in Jezus’ persoon en werk bereiken Wet en Profeten hun doel, ze spreken over wat Jezus nu gaat realiseren. De Wet en Profeten blijven geldig tot het koninkrijk volledig gerealiseerd is: Jezus brengt ze tot het eindpunt van Gods heilsplan. Ten slotte kan het ook vanuit Joods denken verklaard worden: ‘vervullen’ betekent dan het correct uitleggen en toepassen van de wet, waarmee Jezus zich positioneert als gezaghebbende leraar. Overkoepelend: de functie van de Wet en de Profeten verandert met Jezus’ komst. 

Bij vers 18 

18Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn.

Matteüs 5:18NBV21Open in de Bijbel

  • Ik verzeker jullie: Dit is de eerste van de 31 keer dat dit in het evangelie voorkomt en is typisch voor Jezus’ onderwijsstijl.  
  • zolang: Jezus zegt hier dat de wet (merk op dat de profeten nu niet worden genoemd) blijft bestaan zolang de aarde en hemel bestaan, wat begrepen werd als iets wat altijd zo zou zijn. 
  • blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht: De jota is de kleinste letter van het Hebreeuwse alfabet. Als de kleinste letter niet kan worden veranderd, dan moet de rest van de Thora zeker ook overeind blijven staan. De rabbijnse leer staat niet toe dat er ook maar een letter (tittel) van de Thora wordt gewijzigd.
  • totdat alles gebeurd zal zijn: Hier lijkt tegenspraak te zijn met ‘zolang de aarde en hemel bestaan’. Het woord ‘totdat’ duidt hier op ‘de dingen die moeten gebeuren’, taal die ook in de eschatologische rede wordt gebruikt (24:34). De Thora is blijvend en zal haar betekenis nooit verliezen; alles waar ze naar vooruit wijst, zal realiteit worden in Jezus. 

Bij vers 19 

19Wie dus ook maar het minste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de minste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.

Matteüs 5:19NBV21Open in de Bijbel

  • Wie dus ook maar het minste (…) zal als de minste worden beschouwd: Voor Jezus is het logisch dat de Thora zal blijven bestaan, met al haar geboden. Daarom zal iemand die iets kleins afschaft, als minste worden beschouwd. Met de ‘minste van de geboden’ verwijst Jezus naar het onderscheid in het Joodse denken tussen ‘lichte’ en ‘zware’ geboden. Álle geboden moeten worden nageleefd, zo ook volgens diverse rabbijnse bronnen. 
  • wie ze onderhoudt: In het Grieks staat het werkwoord ‘doen’ (poieō). Daarmee wordt niet zonder meer het houden van de geboden bedoeld als alle geboden (inclusief de wetten rondom tempel, voedsel en reinheid). Er wordt een ander ‘doen’ bedoeld, namelijk hoe Jezus de geboden interpreteert. En het volgende gedeelte (20-48) maakt dat duidelijk. 

Bij vers 20 

20Want Ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.

Matteüs 5:20NBV21Open in de Bijbel

  • Want Ik zeg jullie: Dit leidt een belangrijke uitspraak in, die een nieuw onderwerp introduceert. 
  • jullie gerechtigheid: Gerechtigheid betekent hier niet ‘gerechtvaardigd zijn door God’ (wat het in de brieven van Paulus vaak betekent), maar het juiste gedrag, in overeenstemming met Gods wil (zie ook Preekinspiratie Matteüs 5:1-12). 
  • niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de farizeeën: De schriftgeleerden en farizeeën zouden het eens zijn met Jezus’ uitspraak dat niets van de Thora verloren mag gaan. Voor hen was elk detail van de wet kostbaar. Farizeeën werden als rechtvaardigen gezien, maar de leerlingen moeten hen overtreffen in gerechtigheid, dat wil zeggen het handelen zoals Jezus hun dat voorleeft en onderwijst. In Matteüs worden de farizeeën als hypocriet neergezet, mensen die zich mooier en vromer voordoen dan ze zijn. Het gaat niet alleen om juist gedrag, maar ook om de bijbehorende innerlijke juiste houding. 

Bij vers 21 

21Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: “Pleeg geen moord. Wie moordt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht.”

Matteüs 5:21NBV21Open in de Bijbel

  • destijds: Jezus grijpt terug naar het hart van de mozaïsche wet, namelijk de tien geboden, die de leerlingen hebben ‘gehoord’ – een verwijzing naar de mondelinge tradities. 
  • Pleeg geen moord: Het zesde gebod, hier wordt geciteerd uit de Septuaginta van Exodus 20:15 en Deuteronomium 5:17. De NBV21 heeft terecht het werkwoord foneuō met ‘moorden’ vertaald en niet zoals de HSV met ‘doden’. Zowel het Grieks als het Hebreeuws specificeren met het werkwoord ‘onrechtmatig doden’ in plaats van een meer algemeen werkwoord als ‘doden’.  
  • verantwoorden voor het gerecht: Wie de tien geboden leest, vindt deze zinsnede niet terug. Het is ook geen direct citaat uit de Hebreeuwse Bijbel, maar een samenvatting van diverse passages die over moord gaan (Gen. 9:6; Ex. 21:12-14; Lev. 24:17). Alleen een Joodse rechtbank kon een straf opleggen voor moord (Deut. 16:18; 21:1-9).

Bij vers 22 

22Dit zeg Ik daarover: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie hen voor nietsnut uitmaakt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan.

Matteüs 5:22NBV21Open in de Bijbel

  • Dit zeg Ik daarover: Jezus begint zijn uitleg van de wet zes keer met dezelfde openingsformule, ‘en dit zeg Ik jullie’ (egō de legō humin), vers 22, 28, 32, 34, 39 en 44. Traditioneel werd het woordje de vaak met ‘maar’ vertaald (bijv. HSV: ‘Maar Ik zeg u’). Het probleem is dan dat het kan lijken alsof Jezus zijn eigen voorschriften tegenóver die van de Joodse wet plaatst. De NBV uit 2004 heeft daarom ‘maar’ hier bewust vermeden en koos voor variatie: ‘En ik zeg zelfs’ en ‘En ik zeg jullie’. Voor de NBV21 is gekozen voor een krachtige formulering die zes keer wordt gebruikt, eveneens zonder ‘maar’: ‘Dit zeg Ik daarover’. Jezus spreekt met de hoogste autoriteit. Wat Hij over de wet zegt, is bindend. Maar Hij staat niet tegenover de wet.  
  • ieder die in woede (…) tekeergaat: Het werkwoord orgizomai is een participium praesens, dat doorgaans op een voortdurende handeling of een houding duidt, waarschijnlijk niet op een opwelling. 
  • broeder of zuster: Waarschijnlijk wordt met het Griekse adelfos hier vooral medeleerlingen bedoeld, hoewel het gebruik in verzen 44-47 op een bredere doelgroep wijst. 
  • zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht: Parallel met vers 21. 
  • nietsnut: Dit Aramese woord (hraka) werd vaak gebezigd in het publieke leven, maar was toch belangrijk om te noemen, zeker in een cultuur waar eer en schaamte een belangrijke rol speelden.  
  • Sanhedrin: Het zal de eerste hoorders hebben verrast dat je voor zo’n voor het oog klein vergrijp voor het Sanhedrin geroepen wordt. Jezus wil hiermee aantonen dat het niet zozeer om de uiting gaat, maar om de houding ten opzichte van anderen. En dat God dat zeer serieus neemt. Meestal verwijst het Griekse sunhedrion naar het algemene Joodse rechtssysteem, maar het kon ook verwijzen naar de Joodse hoge raad in Jeruzalem (zie deze pagina over het Sanhedrin). 
  • ‘Dwaas’: De aanspreekvorm van het Griekse mōros had ongeveer dezelfde connotatie als ‘sukkel’ vandaag de dag. Het tastte je aan in je eer, maar het was zeker geen basis voor een rechtszaak en de straf van het vuur van de Gehenna zou voor veel hoorders als absurd klinken.
  • zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan: Het populaire idee dat de Gehenna als metafoor moet worden gezien omdat het een afvalstortplaats zou zijn, is onjuistIn de tijd van het Oude Testament was Gê' Hinnōm (vallei van Hinnom) inderdaad de naam van een dal bij Jeruzalem dat als afvalstort fungeerde. Maar in de tijd van Jezus stond de Gehenna voor méér: het was de plek van het oordeel, dat met een vernietigend vuur uit de hemel zou worden voltrokken. (Het latere idee van ‘de hel’ is daar weer van afgeleid, maar ‘de hel’ en ‘de Gehenna’ zijn niet exact dezelfde voorstelling). In het rabbijnse jodendom werd de Gehenna soms gezien als plek waar de onrechtvaardigen voor altijd zouden verblijven en soms als een tijdelijke (reinigende) verblijfplaats. Matteüs 10:28 en 18:8-9 wekken de indruk dat de Gehenna een plek van volkomen vernietiging is. Jezus’ punt is hier vooral dat God de omgang tussen mensen zeer serieus neemt. Hij dwingt zijn hoorders om over hun relaties na te denken en over de vraag wat ‘normaal’ (in de normaliserende zin van het woord) is, en te beseffen dat er straf zal zijn voor wie de verhoudingen schaadt en zich niet verzoent. Het gaat niet alleen over uiterlijk gedrag, maar ook over de innerlijke houding. 

Bij verzen 23-24 

23Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster jou iets verwijt, 24laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen.

Matteüs 5:23-24NBV21Open in de Bijbel

  • wanneer je: Hier vindt een opvallende verandering plaats van de tweede persoon meervoud (‘jullie’) naar tweede persoon enkelvoud op ‘je’. Het voorgaande was een algemeen principe, nu volgen individuele voorbeelden. De verzen 23-24 en 25-26 zijn een soort gelijkenissen over verzoening. Het altaar stond in de tempel in Jeruzalem. Wanneer Matteüs dit gesprek in Galilea plaats laat vinden, zou een persoon eerst weer helemaal terug moeten (Zuid-Galilea naar Jeruzalem, zo’n 80 kilometer), terwijl die persoon het offer (een dier) al die tijd in Jeruzalem laat staan. De onwaarschijnlijkheid van de situatie geeft de zwaarte van Jezus’ punt aan: de juiste relatie weegt enorm zwaar en dient zo snel mogelijk opgelost te worden (zie ook Ef. 4:26: ‘Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid’). 

Bij vers 25 

25Leg een geschil snel bij, terwijl je nog met je tegenstander onderweg bent, anders levert hij je uit aan de rechter, draagt de rechter je over aan de gerechtsdienaar en word je gevangengezet.

Matteüs 5:25NBV21Open in de Bijbel

  • Leg een geschil snel bij: Net als in het voorgaande voorbeeld gaat het hier om de snelheid (Grieks: tachu) van de verzoenende handeling. Dit keer is het een meer dreigende situatie, omdat er ook een ‘tegenstander’ is.  
  • tegenstander: Het gaat hier om een juridische tegenstander die een zaak tegen je heeft. 
  • anders levert hij je uit aan de rechter: Het is wijs om er alles aan te doen om een rechtszaak te voorkomen, met mogelijke gevangenisstraf in het vooruitzicht. Het gaat hier niet om een praktisch advies bij mogelijke juridische zaken, maar om een bevestiging van het ethische principe: laat een vertroebelde relatie niet onopgelost. 
  • draagt de rechter je over aan de gerechtsdienaar en word je gevangengezet: Het vooruitzicht van gevangenzitten zal menig persoon actie laten ondernemen.  

Bij vers 26 

26Ik verzeker je: dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt.

Matteüs 5:26NBV21Open in de Bijbel

  • Ik verzeker je: Deze formulering wijst op een ander doel dan voorkomen dat je in de gevangenis komt. 
  • dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt: Misschien klinkt er in dit vers ook een eschatologische boodschap mee. Dan is het niet alleen een waarschuwing voor de sociale gevolgen van onverzoenlijkheid, maar klinkt als ondertoon dat in het licht van het komende oordeel verzoening absolute prioriteit heeft. Wellicht heeft Matteüs ook het eindgericht in gedachten, waarbij de Mensenzoon de rechter is en de gevangenis het oordeel (zie Mat. 18:23-3525). Lucas 12:57-59, met dezelfde beeldspraak, staat wél duidelijk in een eschatologische context. 

Achtergrondinformatie 

Toelichting bij kernwoorden en begrippen 

Verdieping bij thema’s 

Blijf op de hoogte

Wil je een seintje ontvangen wanneer er nieuw materiaal online staat?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.41.0
Volg ons