Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Matteüs 3:13-17 – Preekinspiratie

Waar gaat het om in dit gedeelte?  

Voor Johannes de Doper gaat het tegen alles in dat hij Jezus moet dopen – het is de omgekeerde wereld. Maar Jezus laat zich niet tegenhouden, zijn doop is nodig om ‘de gerechtigheid’ geheel en al tot vervulling te brengen. Wat betekent die bijzondere uitspraak? Het heeft in elk geval direct met God te maken en het volgen van Gods wil. Daarom eindigt deze korte scène passend met de stem van God: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.’   

Klik om deze passage te lezen in de NBV21

Hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen. 

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan). 

Invalshoeken voor de verkondiging

  • Jezus, die zonder zonde is, laat zich dopen. Dit is geen noodzaak voor Hemzelf, maar een daad van solidariteit met de mensheid. Hij neemt niet zijn eigen zonde weg, maar stapt in het water waarin mensen hun zonden belijden. Dit is een profetische vooraankondiging van het kruis: Hij draagt onze zonde. Hoe laat dit zien dat God niet op afstand blijft, maar zich volledig identificeert met ons leven?  
  • In de christelijke doop wordt zonde niet alleen symbolisch afgewassen, maar we worden ingelijfd in Christus’ dood en opstanding (Rom. 6). Het is een overgang van oude naar nieuwe mens, een transformatie. Hoe leven wij vanuit die nieuwe realiteit?  
  • Voor elke christelijke gemeenschap geldt: Hoe is de Geest aanwezig in ons leven en in de kerk? Staan we open voor de leiding van de Geest in concrete keuzes en in het getuigenis naar buiten? 
  • Johannes de Doper probeert Jezus tegen te houden. Gelukkig laat Jezus dat niet toe: Hij is inderdaad machtiger dan Johannes. Gods plan wordt niet gestopt, ook niet als we denken de waarheid in pacht te hebben. Jezus gaat door, God gaat door. Soms moeten we achteraf schoorvoetend toegeven dat Gods wegen beter zijn, en soms blijven we onwetend achter. Dan is er ook de oproep om toch te volgen, zoals ook Johannes deed. Doe het, in vertrouwen. 

Context van Matteüs 3:13-17

Het boek Matteüs als geheel 

Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Matteüs vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Matteüs.

Plek van deze passage in het geheel 

Matteüs 3:13-17 over Jezus’ doop is een belangrijk punt in het evangelie. Voorafgaand aan deze passage is het kindheidsevangelie. Matteüs illustreert Jezus’ goddelijke afkomst in hoofdstuk 1 en 2 met allerlei vervullingscitaten: Jezus is de vervulling van oudtestamentische profetieën en wordt gepresenteerd als de Zoon van David. 

Direct voorafgaand aan onze passage vinden we het optreden van Johannes de Doper. Johannes spreekt de farizeeën en sadduceeën uitgebreid toe en roept op tot bekering (3:1-12). Na de passage over Jezus’ doop wordt Jezus de woestijn ingestuurd en wordt Hij getest door de duivel (4:1-11). Daarna begint zijn openbare roeping met publiek optreden en de roeping van de leerlingen. 

Opbouw en kern van de passage 

De opbouw van Matteüs 3:13-17 is zorgvuldig gestructureerd en bevat vijf bewegingen die samen een theologisch geladen moment vormen. Hier is een overzicht van de opbouw: 

  • Vers 13 – Jezus komt naar Johannes 
  • Vers 14 – Johannes weigert eerst 
  • Vers 15 – Jezus’ antwoord 
  • Vers 16 – De doop en de Geest 
  • Vers 17 – De stem uit de hemel 

In Matteüs 3:13-17 wordt Jezus’ doop gepresenteerd als een beslissend moment van identificatie met de mensheid en gehoorzaamheid aan Gods plan. Door zich te laten dopen, brengt Jezus ‘alle gerechtigheid’ tot vervulling en toont Hij solidariteit met zondaars, ondanks zijn zondeloosheid. Tegelijkertijd openbaart deze gebeurtenis de Drie-eenheid: de Zoon wordt gedoopt, de Geest daalt als een duif, en de Vader spreekt vanuit de hemel. De goddelijke stem bevestigt Jezus als de geliefde Zoon, in wie God vreugde vindt, en markeert het begin van zijn publieke bediening als messias, gedragen door de Geest en geworteld in gehoorzaamheid. 

Eigen accenten Matteüs, in vergelijking met Marcus en Lucas 

Matteüs 3:13-17, het verhaal over Jezus’ doop, vinden we in de drie synoptische evangeliën (Mar. 1:9-11; Luc. 1:21-22) en in een door Johannes de Doper vertelde versie in het Johannes-evangelie (Joh. 1:29-34). Wat Matteüs 3:13-17 onderscheidt van de parallelle verslagen in Marcus en Lucas is vooral de expliciete dialoog tussen Jezus en Johannes de Doper.  

  • Alleen Matteüs vermeldt Johannes’ aanvankelijke weigering en Jezus’ antwoord dat de doop nodig is om ‘de gerechtigheid geheel en al tot vervulling te brengen’ (vs. 15), wat een uniek theologisch accent legt op Jezus’ bewuste keuze om zich te identificeren met zondaars en Gods heilsplan te volgen. Deze nadruk op gerechtigheid sluit aan bij Matteüs’ bredere thematiek van het koninkrijk en gehoorzaamheid aan Gods wil.  
  • De formulering van de hemelse stem in Matteüs is iets uitgebreider dan in Marcus en Lucas, met een indirecte aanspreking: ‘Dit is mijn geliefde Zoon’, in plaats van ‘Jij bent …’ Dat beperkt de openbaring niet alleen tot Jezus, maar lijkt ook gericht aan de omstanders. Daarmee krijgt de scène in Matteüs een publieke en bevestigende functie die past bij zijn evangelie als leerboek voor de gemeente. 

Aantekeningen per vers

Bij vers 13 

13Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden.

Matteüs 3:13NBV21Open in de Bijbel

  • Kwam (…) naar (…) Johannes: Jezus’ beweging is doelbewust. Hij wil naar Johannes de Doper om gedoopt te worden (zie vs. 15). Opvallend is dat Matteüs in plaats van het gebruikelijke erchomai (‘komen’, zoals in Marcus) het werkwoord paraginomai (‘aankomen’) gebruikt. Hij gebruikt dat ook op twee andere plaatsen, die aan 3:13 voorafgaan. In 2:1 introduceert Matteüs zo de magiërs (die in Jeruzalem aankomen) en in 3:1 Johannes de Doper (die zich vertoont in de woestijn). Na de magiërs en Johannes, als voorbereidende figuren, treedt nu Jezus zelf op het toneel. Is Hij de koning (zoals de magiërs laten zien); is Hij de langverwachte, zoals Johannes Jezus typeert? Deze passage loopt uit op een uitspraak wie Jezus ten diepste is (vs. 17).  
  • vanuit Galilea: Dat Jezus met een doel naar Johannes toe komt, wordt versterkt door het feit dat het van Nazaret ruim 100 kilometer reizen is naar het gebied waar Johannes de Doper werkzaam was. 

Bij vers 14

14Johannes probeerde Hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?’

Matteüs 3:14NBV21Open in de Bijbel

  • probeerde (…) tegen te houden: De Griekse imperfectumvorm diekōluen benadrukt dat Johannes Jezus herhaaldelijk en intens probeerde tegen te houden, wat de dramatische spanning in de scène versterkt. Exegetisch gezien benadrukt dit Jezus’ bewuste keuze om zich te laten dopen, ondanks Johannes’ bezwaren. 
  • Ik: In het Grieks is het onderwerp vaak impliciet in de werkwoordsvorm, maar hier staat het persoonlijk voornaamwoord egō er apart bij genoemd, wat nadruk legt in deze zin op het contrast tussen ‘ik’ (Johannes) en ‘U’ (Jezus).  
  • Ik zou (…) moeten: Letterlijk: ‘Ik heb het nodig’. Een uitdrukking die een innerlijke noodzaak aanduidt. Johannes erkent dat hij spiritueel afhankelijk is van Jezus. 
  • en dan komt U naar mij: Letterlijk staat er ‘en U – U komt naar mij?’, wat verbazing en misschien wel ongeloof typeert. 

Bij vers 15 

15Maar Jezus antwoordde: ‘Toch moet je het doen, want zo dienen wij de gerechtigheid geheel en al tot vervulling te brengen.’ Toen deed Johannes het.

Matteüs 3:15NBV21Open in de Bijbel

  • Toch moet je het doen (…). Toen deed Johannes het: Er zijn veel verschillen in dit vers tussen de NBV en de NBV21: 
    NBV: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.’ Toen stemde Johannes ermee in. 
    NBV21: ‘Toch moet je het doen, want zo dienen wij de gerechtigheid geheel en al tot vervulling te brengen.’ Toen deed Johannes het. 
  • Toch moet je het doen: Matteüs gebruikt in dit vers tweemaal het woord afiēmi, dat ‘loslaten’, ‘toestaan’, of ‘laten gaan’ kan betekenen. Letterlijk zegt Jezus ‘Laat het nu (gebeuren)’ en daarop volgt ‘Toen liet Johannes Hem (de doop ondergaan)’. In de NBV klinkt ‘Laat het nu maar gebeuren’ te zwak en bovendien is er geen verband zichtbaar met het slot van het vers. De NBV21 kiest voor het sterkere ‘Toch moet je het doen’ en een parallel geformuleerde slotzin: ‘Toen deed Johannes het’. Opvallend: Matteüs gebruikt ditzelfde werkwoord ook wanneer het over vergeving van zonde gaat (bijv. 6:12; 18:21). Zo ontstaat er een verbinding tussen de doop van Johannes verbonden met vergeving van zonden (vs. 6) én Jezus. 
  • want zo dienen wij de gerechtigheid geheel en al tot vervulling te brengen: Deze uitspraak van Jezus is enigszins cryptisch, want de lezer krijgt niet te horen wát die gerechtigheid is. (In de NBV04 was het iets meer ingevuld: ‘want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen’, maar de frase ‘het is goed’ is wat zwak uitgedrukt). Het Grieks spreekt letterlijk van ‘heel de gerechtigheid’; de NBV21 drukt dat uit als ‘de gerechtigheid geheel en al’. Dit kan verwijzen naar het naleven van Gods wil, het vervullen van profetieën, en het in praktijk brengen van een rechtvaardige levenswandel – begrippen die Matteüs elders ook gebruikt (bijv. Mat. 5:6; 6:33). De uitspraak is des te opvallender omdat Jezus, als zondeloze, geen inkeer nodig heeft. Zijn doop lijkt daarmee een symbolische daad van gehoorzaamheid, een identificatie met de mensheid, en een inwijding in zijn messiaanse roeping. Door te zeggen ‘zo dienen wij’ (letterlijk ‘het past ons)’, betrekt Jezus Johannes actief in deze vervulling. Dat laat zien dat ook Johannes een rol speelt in het uitvoeren van Gods heilsplan. 

Bij vers 16

16Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor Hem en zag Hij hoe de Geest van God als een duif op Hem neerdaalde.

Matteüs 3:16NBV21Open in de Bijbel

  • opende de hemel zich: Het openen van de hemel is een bekend beeld voor een visionaire ervaring (Joh. 1:51; Hand. 7:56; 10:11; Op. 4:1; 19:11). Een opvallende parallel in het Oude Testament is Ezechiël 1:1, waar de profeet naast een rivier staat en na de gescheurde hemel een visioen krijgt dat zijn roeping als profeet inluidt; ook hij ontvangt de heilige Geest (2:2). 
  • voor Hem: Evenals Marcus lijkt Matteüs de opening van de hemel als een privéaangelegenheid aan te merken, waarbij alleen God en Jezus betrokken zijn. Er is een oude manuscripttraditie die ‘voor Hem’ niet heeft, wat meer een openbare situatie zou aangeven, zoals in Lucas. 
  • de Geest van God (…) neerdaalde: Dat de Geest van God neerdaalt vinden we ook in het Oude Testament veelvuldig terug. Misschien is dit wel het meest zichtbaar in de messiaanse profetieën in Jesaja waar God de Geest laat neerdalen op zijn gekozen dienaar (11:2; 42:1; 61:1). De komst van de Geest was ook een voorbode voor een speciale taak (bijv. Recht. 3:10; 6:34; 1 Sam. 16:13). De heilige Geest is met Jezus verbonden vanaf het allereerste begin (Jezus’ verwekking, Mat. 1:20). Hier in Matteüs 3 is dit het markerende moment waarbij Jezus wordt aangewezen als degene op wie Gods Geest rust.  
  • als een duif: Er is duidelijk sprake van een vergelijking. De reden dat er sprake is van een duif is onbekend. Misschien heeft het te maken met de duif van Noach uit Genesis 8:8-12 die over de watervloed vloog. Samen met het beeld van de watervloed en de doop van Jezus zou de duif een beeld kunnen zijn van een nieuwe schepping. 

Bij vers 17

17En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.’

Matteüs 3:17NBV21Open in de Bijbel

  • uit de hemel klonk een stem: Dit is de stem van God. In de Joodse traditie wordt Gods stem vaak de bat kol genoemd (Hebr.: ‘dochter van [de] stem’), een hemelse stem, de representatie van een proclamatie van God, of van zijn oordeel. Door deze stem horen de omstanders in het verhaal, maar ook de lezers en hoorders van deze passage, hoe God zelf denkt over Jezus.  
  • Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde: Dit wordt vaak gezien als een combinatie van oudtestamentische teksten, met name Genesis 22:2, Psalm 2:7 en Jesaja 42:1. Vooral de tekst uit Jesaja is relevant, omdat daar de messiaanse lijdende dienaar wordt opgevoerd. Belangrijk voor het verband in deze passage: dat God ‘vreugde vindt’ in Jezus heeft alles te maken met Jezus’ toewijding aan ‘de gerechtigheid’ (vs. 15), dat verwijst naar het plan en de wil van God. Ten slotte: Jezus’ identiteit als Zoon van God wordt na deze passage direct betwist door de duivel: als je de Zoon van God bent … (4:3, 6). 

Achtergrondinformatie

Toelichting bij kernwoorden en begrippen 

Verdieping bij thema’s 

Inspiratie in video en tekst

Bekijk de video 

Video volgt. 

Blijf op de hoogte

Wil je een seintje ontvangen wanneer er nieuw materiaal online staat?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons