Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Gerechtigheid in de Bijbel?

Gerechtigheid is één van de belangrijkste bijbelse waarden. ‘Gerechtigheid’ is in de Nieuwe Bijbelvertaling synoniem aan ‘rechtvaardigheid’. Beide termen drukken ongeveer hetzelfde uit.

De precieze betekenis van de Hebreeuwse en Griekse woorden die met gerechtigheid of rechtvaardigheid worden vertaald, is niet met één enkel juridisch woord te vangen. Bovendien bestaan er verschillende meningen over de betekenis. Maar het is aannemelijk dat gerechtigheid te maken heeft met het bewaren van de juiste (rechtvaardige) orde die God heeft ingesteld.

Concreet houdt dat onder andere in: op een eerlijke manier rechtspreken, en onderdrukte en arme mensen beschermen.

Gerechtigheid in het Oude Testament

De begrippen ‘gerechtigheid’ en ‘rechtvaardigheid’, zoals ze gebruikt worden in het Oude Testament, zijn moeilijk te definiëren. Er is discussie over de precieze betekenis ervan. Grofweg zijn er drie invalshoeken:

  • gerechtigheid als een juridisch begrip
  • gerechtigheid als het handhaven van Gods orde
  • gerechtigheid als het vervullen van de eisen die een relatie stelt

Een juridisch begrip

Gerechtigheid moet volgens veel bijbeluitleggers in de eerste plaats gezien worden in de context van de rechtspraak. Het gaat om de vraag: Hoe staan mensen tegenover God en de wet? Iemand die rechtvaardig is, heeft de wet aan zijn kant staan. ‘Rechtvaardig’ is dan ongeveer gelijk aan ‘onschuldig’.

Het handhaven van Gods orde

Volgens anderen heeft gerechtigheid vooral te maken met het handhaven van de orde die door God is ingesteld. Gerechtigheid komt dan neer op het naleven van Gods voorschriften en wetten.

Zich houden aan de eisen van een relatie

Sommige uitleggers menen dat gerechtigheid verband houdt met iemands houding binnen een relatie. Dat kan de relatie zijn tussen mensen in een gemeenschap, of de relatie tussen God en mens. Gerechtigheid betekent dan dat men zich houdt aan de eisen en de verwachtingen die zo’n relatie stelt. Binnen een gemeenschap is gerechtigheid bijvoorbeeld het bewaren van de vrede en de eenheid. In de relatie tussen God en de mens is gerechtigheid zich houden aan Gods geboden en op God vertrouwen (zie bijvoorbeeld Genesis 15:6).

Verschillende nuances

Het definiëren van gerechtigheid wordt nog ingewikkelder doordat de term uiteenlopende nuances kan hebben in verschillende bijbelboeken en verschillende contexten. Bovendien heeft de gerechtigheid die aan God wordt toegeschreven vaak een andere lading dan de gerechtigheid van mensen. Daarom zullen we de betekenis van het begrip gerechtigheid in het Oude Testament onderverdelen en verder bespreken in:

Terminologie

De woorden ‘gerechtigheid’ en ‘rechtvaardigheid’ worden in de Nieuwe Bijbelvertaling afwisselend gebruikt als vertaling van de Hebreeuwse termen tsèdèq en tsedaqa. Of deze twee Hebreeuwse woorden synoniem zijn of dat hun betekenis verschilt, is omstreden. Mogelijk heeft tsèdèq een abstractere betekenis: gerechtigheid in het algemeen. En tsedaqa een concrete betekenis: afzonderlijke daden van gerechtigheid.

Gerechtigheid in het Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament krijgt ‘gerechtigheid’ steeds meer de betekenis dat God gelovigen redt door de dood van Jezus Christus.

Gerechtigheid in de evangeliën

In de synoptische evangeliën betekent gerechtigheid meestal vroomheid, net als in het Jodendom. Die vroomheid uitte zich bijvoorbeeld in bidden vasten en het geven van aalmoezen (zie bijvoorbeeld Matteüs 6:1-18).

Jezus heeft echter kritiek op mensen die zichzelf als rechtvaardig zien op grond van allerlei uiterlijk gedrag, en die neerkijken op ‘zondaars’ (zie onder andere Lucas 16:15; Lucas 20:20; Matteüs 23:28). Volgens Jezus zijn mensen pas echt rechtvaardig in Gods ogen als ze hun eigen zondigheid erkennen (Lucas 18:14).

Gerechtigheid in de vroege kerk

In de vroege kerk noemde men Jezus Christus ‘de Rechtvaardige’ (zie bijvoorbeeld Handelingen 3:14; 1 Petrus 3:18). Dankzij zijn dood en opstanding was er vergeving van zonden mogelijk, en werden onrechtvaardigen gered (1 Petrus 3:18). Bij de doop werd de gelovige gereinigd van zonde en rechtvaardig verklaard (1 Korintiërs 6:11).

Gerechtigheid volgens Paulus

In verschillende van zijn brieven (onder andere aan de Filippenzen, de Galaten en de Romeinen) behandelt Paulus de vraag: Wanneer is iemand rechtvaardig? Volgens Paulus zijn er twee soorten rechtvaardigheid (zie bijvoorbeeld Filippenzen 3:9):

  • Rechtvaardigheid gebaseerd op de wet, ofwel op daden. Dat houdt in: alles doen wat in de Joodse wet staat, inclusief je laten besnijden.
  • Rechtvaardigheid door het geloof in Jezus Christus, die aan het kruis gestorven om boete te doen voor onze zonden.

Paulus benadrukt dat voor God alleen de tweede soort rechtvaardigheid echt geldig is: God beschouwt mensen niet als rechtvaardig omdat ze de wet naleven, maar alleen omdat ze in Jezus Christus geloven (Galaten 2:15-21). Daardoor kunnen ook heidenen, die zich niet aan de Joodse wet houden, rechtvaardig worden. God redt álle gelovigen door de verzoenende dood van Jezus Christus en neemt hen als rechtvaardigen aan. Daarin uit zich Gods rechtvaardigheid volgens Paulus (Romeinen 1:16-17; Romeinen 3:21-26). Gods rechtvaardigheid is dus een reddende rechtvaardigheid.

Mensen worden gered door het geloof en niet door de wet. Maar dat betekent niet dat ze alles mogen doen en laten wat ze willen, en vrijuit mogen zondigen. Christenen moeten een heilig leven leiden, in dienst van God (Romeinen 6:15-19).

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.20.14
Volg ons