Johannes 4:5-27(42) – Preekinspiratie
Waar gaat het om in dit gedeelte?
In een schijnbaar alledaags gesprek openbaart Jezus de waarheid over hemzelf en over de Samaritaanse vrouw. Die waarheid wordt stap voor stap onthuld, met ironie en dubbele betekenissen, wat kenmerkend is voor het Evangelie volgens Johannes. Deze waarheid brengt verandering, omdat zij geen kille waarheid is. Ze vormt namelijk een tweeslag met de genade van het levende water: genade en waarheid, Geest en waarheid. De leven-schenkende macht van Jezus is geworteld in de Joodse traditie, maar is nu in de eindtijd ook bereikbaar voor de Samaritanen en de hele wereld. Ook wij kunnen ons door deze waarheid laten raken.
Klik om deze passage te lezen in de NBV21
Hier
En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier
Invalshoeken voor de verkondiging
- In dit verhaal openbaart Jezus zich als de messias, de verlosser, waarop niet alleen Joden, maar ook anderen wachten. Aan het eind van het verhaal erkennen de Samaritanen Jezus als ‘redder van de wereld’. Het beslissende punt is dat het leven van de vrouw in het volle licht van de waarheid komt te staan. Daaraan herkent ze dat God zich openbaart. En dat is tegelijk het moment waarop iets nieuws kan beginnen: Jezus biedt haar levend water aan. Herken je zulke momenten, waarop er als het ware even een helder licht op ons leven gericht staat, en we ons misschien wel ontmaskerd voelen? Hoe heb je daarop gereageerd?
- In het gesprek tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw zien we welke houding ruimte schept voor echte openbaring in een gesprek met andersdenkenden. Jezus blijft helder over zijn eigen overtuiging en stelt zo nodig een ontdekkende vraag. Maar Hij laat de vrouw vooral zelf ontdekken wie Hij is. Het gesprek is geworteld in de gedeelde werkelijkheid (het water, de situatie van de vrouw en de Samaritaanse godsdienst) en sluit aan bij wat zij al kent en begrijpt. Zo ontstaat een ontmoeting waarin verschil niet polariseert maar de weg opent naar dieper inzicht. Wat kunnen wij leren van de manier waarop dit gesprek gevoerd wordt? Hoe kun je goede gesprekken voeren als verschillen steeds meer als een bedreiging of een gevaar ervaren worden?
- Hoe kun je de Vader echt aanbidden? Jezus zegt dat de ware verering van God niet beperkt is door een bepaalde plaats of traditie. De redding komt wel voort uit een bepaalde traditie, namelijk van de Joden. Maar in de eindtijd (en dat is nu) worden de scheidsmuren opgeheven. Voor iedereen is redding mogelijk, want het draait vanaf nu om een waarachtige gezindheid bij degenen die vervuld zijn van Geest en waarheid. Wat wil het zeggen dat het evangelie scheidsmuren weghaalt die (vaak) door mensen zijn opgericht (tussen volken, sociale groepen enzovoort)? En wat zou dit kunnen zeggen over onze eigen religieuze tradities, gewoonten en heilige plaatsen?
Context van Johannes 4:5-42
Het boek Johannes als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Johannes vind je in deze inleiding op het Evangelie volgens Johannes
Plek van deze passage in het geheel
De eerste hoofdstukken van het Evangelie volgens Johannes kunnen worden ingedeeld volgens de reizen die Jezus maakt. In Johannes 4:4-54 reist Jezus vanuit Judea naar Galilea, waarbij Hij onderweg Samaria aandoet.
Het gesprek met de Samaritaanse vrouw onder de middagzon is de tegenhanger van het nachtelijke gesprek met Nikodemus tijdens Jezus’ bezoek aan Jeruzalem in Johannes 3
Opbouw en kern van de passage
Jezus neemt een rustpauze bij de Jakobsbron, waar Hij een vrouw vraagt om water voor Hem te putten (4:5-8). Vervolgens ontstaat er een gesprek rond het thema water (4:9-15), waarbij de vrouw niet de overstap maakt naar de diepere betekenis. Jezus verandert vervolgens het onderwerp naar de ware aanbidding van de Vader (4:16-24). Ten slotte openbaart Jezus zich als de messias (4:25-26). Nadat door het getuigenis van de vrouw vele Samaritanen tot geloof zijn gekomen, gaan ze naar Jezus toe om twee dagen lang door Hem onderwezen te worden. Ze erkennen Hem als ‘redder van de wereld’ (4:42).
In deze passage openbaart Jezus zich stap voor stap als de messias, de redder van de wereld. Door middel van ironisch gebruik van dubbele betekenissen wordt een alledaagse gebeurtenis een openbaring van God.
Aantekeningen per vers
Bij vers 5
- De evangelist schetst in vers 5-8 een alledaagse gang van zaken. Rond het middaguur heeft een reiziger er al minstens enkele uren wandelen op zitten en is het een goed moment om te rusten. In vers 3-4 was gezegd dat Jezus door Samaria heen naar Galilea ging. Dit is de gebruikelijke terugweg uit Judea. Op de heenweg koos men vaak de omweg via de Jordaanvallei om niet het risico te lopen voor een periode ritueel onrein te worden, zodat men de tempel niet kon bezoeken. Op de terugweg speelde dit niet: onreinheid hoorde bij het dagelijkse leven en ging door het verloop van de tijd en/of door middel van bepaalde rituelen voorbij.
- Samaritaanse stad Sichar: Samaritanen stammen af van dat deel van de tien stammen van het noordelijke koninkrijk Israël dat niet werd gedeporteerd toen het koninkrijk in 722 voor Christus viel en de Assyrische bezetter Babyloniërs en Meden in het gebied liet wonen (zie 2 Kon. 17:24-41).
- dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had: Zie Jozua 24:32, waar staat dat Jakob het stuk land bij Sichem had gekocht. Daar werd Jozef begraven, en zijn nakomelingen kregen het in bezit.
Bron: Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen, aangepast
Bij vers 6
- de Jakobsbron: In Bijbelse verhalen leiden de ontmoetingen tussen mannen en vrouwen bij een bron vaak tot een huwelijk (Gen. 29:10-20; Ex. 2:16-21). De ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw is zeker geen huwelijksverhaal, maar de evangelist maakt wel gebruik van een aantal elementen uit dit type verhalen. Ook herinnert de verwijzing naar de aartsvaders eraan dat Joden en Samaritanen een gezamenlijke voorgeschiedenis hebben (zie ook vs. 12).
Bron: Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen
Bij vers 7
- Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten: Er is veel gespeculeerd over de vraag waarom zij op het hete middaguur water komt halen. Dat was niet de gewone tijd, en vrouwen zullen dat meestal groepsgewijs gedaan hebben (zie Gen. 24:11; Ex. 2:16). Het meest voor de hand liggende antwoord is: omdat ze dorst heeft. Dat staat namelijk expliciet in vers 15. Op een dieper niveau hint dit op haar dorst naar het levende water van de waarheid en redding (zie vs. 14 en Joh. 7:37). Ook staat het middaguur tegenover de nacht waarin Nikodemus naar Jezus kwam.
Bij vers 8
- Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan: Zoals later blijkt uit vers 11, heeft Jezus zelf geen emmer om water te putten.
Bij vers 9
- In de verzen 9-15 draait het gesprek om het thema water. De evangelist gebruikt ironie: de vrouw en Jezus blijven langs elkaar heen praten. Het lukt Jezus niet haar naar de diepere betekenis te leiden. Dergelijke misverstanden komen vaak voor in het Evangelie volgens Johannes (zie bijv. het misverstand rond de nieuwe geboorte bij Nikodemus). Zo’n misverstand biedt Jezus de gelegenheid om meer over het thema te zeggen.
- Joden gaan namelijk niet (…) om: Omgang is iets meer dan louter contact. Contact wordt uiteraard niet vermeden, want de leerlingen zijn eten aan het kopen bij Samaritanen. Het gaat om welwillende, vriendelijke omgang, die zakelijk contact overstijgt. (Sommige uitleggers vertalen: ‘Joden gebruiken namelijk geen [vaten] samen met Samaritanen’ in verband met reinheidsregels, maar die regels spelen in deze context geen rol.) Nu met Jezus’ komst de eindtijd is aangebroken, is voor Jezus en zijn volgelingen de etnische scheidslijn geen theologische grens meer.
Bij vers 10
- levend water: ‘Levend water’ is stromend water. In het Oude Testament wordt dit gebruikt als beeld voor de levenschenkende openbaring van God. In dit evangelie wordt de uitdrukking gebruikt voor wat Jezus van Godswege geeft (vs. 13-14), speciaal voor de Geest: zie vers 20-24; 7:37-39. Hoewel het water van de Jakobsbron uit de grond opwelt, kan het toch niet gelijkgesteld worden met het ‘levend water’ van een bron in het gebergte.
Bron: Willibrordvertaling 2012, aangepast
Bij vers 11-12
- Net als Nikodemus (Joh. 3:4) neemt de vrouw Jezus letterlijk en begrijpt ze Hem daardoor verkeerd. Dat Jezus niet meer kan dan Jakob, bedoelt de evangelist natuurlijk ironisch. De vrouw zal stap voor stap ontdekken dat Jezus de betekenis van de aartsvaders ver overtreft.
Bij vers 13-15
- zal in hem een bron worden: In de Bijbel verwijst een bron van levend water naar God (Jer. 2:13; 17:13; Ps. 42:2; Zach. 14:8). Hier verwijst het naar het geschenk van de Geest, die leven geeft.
- hoef ik (…) niet meer hierheen te komen: De vrouw denkt aan magisch altijd stromend water, dat een logistiek probleem oplost. Maar ‘levend’ verwijst naar het levengevende karakter van het water dat Jezus bedoelt.
Bij vers 16-19
- Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug: Jezus gooit het over een andere boeg. De overgang lijkt abrupt, maar Jezus knoopt ten eerste aan bij een woord van de vrouw, ‘hierheen’ (enthade). De vrouw zou graag comfortabel met haar superwater wegblijven en niet meer hierheen hoeven komen. Nu roept Jezus haar ‘weer terug’ (enthade) en onthult het leven van de vrouw. Ten tweede past het motief van het huwelijk goed bij het verhaaltype van de ontmoeting van een man en vrouw bij een bron (zie de aantekening over ‘de Jakobsbron’ bij vs. 6). Ten derde, als Jezus inderdaad op een dieper niveau doelt op de godsdienst van de Samaritanen (zie hieronder), gaat het al vanaf vers 16 over de ware verering van God. In elk geval is het resultaat van de overgang in het gesprek dat de vrouw Jezus goddelijke kennis toeschrijft en Hem als profeet erkent.
- vijf mannen: Sommigen vatten dit alleen letterlijk op: Jezus kent de relatiegeschiedenis van de vrouw. Sommige uitleggers denken dat de Samaritaanse vrouw symbool staat voor alle Samaritanen. Dan staan de vijf mannen voor de afgoden die de Samaritanen zijn gaan dienen, en de man die geen echtgenoot is voor de God van Israël (zie 2 Kon. 17:24-32: de nieuwe bewoners van Samaria komen uit vijf steden en brengen zeven goden mee; de geschiedschrijver Flavius Josephus maakt er vijf goden van). Hoe dan ook is het opvallend dat Jezus geen waardeoordeel uitspreekt. De vrouw laat ook geen schaamte of zondebewustzijn zien (zie ook vs. 39). Niettemin is de situatie van de vrouw verre van ideaal. We zouden kunnen vermoeden dat vijf huwelijken door dood of echtscheiding zijn ontbonden, en dat de vrouw genoegen heeft moeten nemen met een leven met een man die niet met haar in het huwelijk kan of wil treden. Haar zoektocht naar verlossing (zie de aantekening bij vs. 7) bevindt zich in een crisis. Jezus legt deze crisis in haar bestaan bloot en laat zo zijn bovenmenselijke kennis zien.
- profeet: Niet iemand die de toekomst voorspelt maar iemand die door God gegeven inzicht bezit. De vrouw is nu wel een stap verder gekomen. Ze is geraakt door Jezus’ inzicht in haar leven. Haar interesse is nu gewekt voor de ultieme vragen, en ze neemt de gelegenheid om een vraag te stellen over de juiste verering van God.
Bij vers 20
- deze berg (…) bij u zegt men dat in Jeruzalem: De vrouw doelt op de Gerizim, de berg waar een Samaritaanse tempel stond die in 128 voor Christus verwoest werd door de Joodse vorst Johannes Hyrkanus. Dit evangelie is geschreven na de verwoesting van de tempel in Jeruzalem door de Romeinen in 70 na Christus. Het was voor de lezers daarom duidelijk dat de verering in Jeruzalem ook geen optie meer was.
Bij vers 21
- noch op deze berg, noch in Jeruzalem: De tegenstelling met de lokale cultussen op de Gerizim of in Jeruzalem is niet een innerlijke, individuele spiritualiteit. Het gaat om de manier waarop God in de eindtijd vereerd wordt: door een nieuwe gemeenschap uit alle volken, vervuld van Geest en waarheid, zoals Jezus uitlegt in de verzen 23-24.
Bij vers 22
- De redding komt immers van de Joden: De enige ondubbelzinnig positieve vermelding van de Joden in het evangelie. Hoewel Hij er later van wordt beschuldigd een Samaritaan te zijn (Joh. 8:48), benadrukt Jezus hier indirect zijn eigen Joodse achtergrond.
Bij vers 23
- en die is nu gekomen: Met Jezus is de eindtijd heden geworden.
- vervuld van Geest en waarheid: Letterlijk ‘in geest en waarheid’, wat op twee manieren wordt uitgelegd. De eerste is: in de sfeer van en dankzij de Geest (Gods levengevende kracht, zie Joh. 3:6; 6:63) en de goddelijke waarheid (die geopenbaard wordt door Jezus). Het gaat dan om aanbidding van de Vader die plaatsvindt ‘in’ (d.w.z. deel uitmaakt van) de nieuwe schepping in Christus. De tweede uitleg is: met een waarachtige houding (geest), met een geest van waarachtigheid. Het gaat dan om de juiste houding en toestand van de aanbidders. Deze twee interpretaties sluiten elkaar niet uit, want ze beschrijven dezelfde situatie vanuit twee gezichtspunten. De NBV21 probeert beide interpretaties te verbinden: ‘Geest en waarheid’ verwijzen naar de nieuwe werkelijkheid in Christus, en ‘vervuld van’ naar de toestand van de aanbidders, die vervuld van Geest en waarheid natuurlijk niet anders kunnen bidden dan met een geest van waarachtigheid.
Bij vers 24
- God is Geest: God behoort niet tot de aardse, zichtbare werkelijkheid (Joh. 1:18); Hij is niet aards of menselijk (Joh. 3:6). De mens, die uit zichzelf tot de sfeer van het aardse behoort, moet door Gods scheppende kracht tot het nieuwe bestaan worden gebracht waarin hij toegang tot God kan hebben. Jezus brengt via het gesprek de vrouw tot dat nieuwe bestaan.
Bij vers 25
- messias: De Samaritanen geloofden in de terugkeer van een profeet zoals Mozes (Deut. 18:15), naar wie ze verwijzen als de Taheev.
Bij vers 26
- Ik ben het, degene die met u spreekt: Jezus identificeert zich als de messias. Vaak wordt ‘Ik ben’ gezien als naam die Jezus zichzelf geeft, waarmee Hij zichzelf als openbaring van God presenteert. Maar dan zou er in het Grieks ‘is’ bij gestaan moeten hebben: ‘IK BEN is het die met u spreekt’. In elk geval staat in het licht van het geheel van Johannes de nadrukkelijke uitspraak ‘Ik ben (het)’ open voor de associatie met de Godsnaam.
Bij vers 27
- met een vrouw in gesprek was: Ook mogelijk is de vertaling ‘met de vrouw in gesprek was’. Maar omdat in Johannes bij dit Griekse voorzetsel altijd een lidwoord staat als het bepaald is, is in de NBV21 gekozen voor ‘met een vrouw’. Gaat het om het vrouw-zijn van de Samaritaanse? Niet per se. Enerzijds is de vrouw voor de verteller bekend, en dan zou de formulering ‘een vrouw’ de aandacht op het vrouwelijke richten. Vaak wijzen uitleggers op Joodse teksten die waarschuwen tegen het spreken met een vrouw (o.a. Sir. 9:1-9). Maar er zijn ook genoeg Joodse teksten, inclusief de evangeliën, waarin rabbi’s met vrouwen spreken (zie hiervoor het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen). Het is daarom onjuist om Jezus hier als taboedoorbrekend neer te zetten ten opzichte van het vermeend vrouwonvriendelijke Jodendom. ‘Een vrouw’ kan ook goed vanuit het perspectief van de leerlingen opgeschreven zijn. Zij treffen immers een onbekende vrouw bij Jezus aan. Waarom zijn de leerlingen verbaasd? Aannemelijk is dat ze simpelweg niet verwachtten iemand bij Jezus aan te treffen op dit uur, en nog minder een vrouw die alleen op pad was.
Achtergrondinformatie
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
