Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Johannes 4:5-27(42) – Preekinspiratie 

Waar gaat het om in dit gedeelte?

Invalshoeken voor de verkondiging

Context van Johannes 4:5-42

Aantekeningen per vers

5Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had,

Johannes 4:5NBV21Open in de Bijbel

6waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur.

Johannes 4:6NBV21Open in de Bijbel

7Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef Mij wat te drinken.’

Johannes 4:7NBV21Open in de Bijbel

8Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen.

Johannes 4:8NBV21Open in de Bijbel

9De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt U, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ (Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.)

Johannes 4:9NBV21Open in de Bijbel

10Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u Hém erom vragen en dan zou Hij u levend water geven.’

Johannes 4:10NBV21Open in de Bijbel

11‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘U hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt U dan levend water vandaan halen? 12U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’

Johannes 4:11-12NBV21Open in de Bijbel

13Jezus antwoordde: ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, 14maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ 15‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’

Johannes 4:13-15NBV21Open in de Bijbel

16Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’ 17‘Ik heb geen man,’ zei de vrouw. ‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt,’ zei Jezus, 18‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’ 19Daarop zei de vrouw: ‘Ik begrijp dat U een profeet bent, heer.

Johannes 4:16-19NBV21Open in de Bijbel

20Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’

Johannes 4:20NBV21Open in de Bijbel

21‘Geloof Me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden.

Johannes 4:21NBV21Open in de Bijbel

22Jullie vereren wat je niet kent, wij vereren wat we kennen; de redding komt immers van de Joden.

Johannes 4:22NBV21Open in de Bijbel

23Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, Hem aanbidt vervuld van Geest en waarheid. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden,

Johannes 4:23NBV21Open in de Bijbel

24want God is Geest, dus wie Hem aanbidt, moet dat doen vervuld van Geest en waarheid.’

Johannes 4:24NBV21Open in de Bijbel

25De vrouw zei: ‘Ik weet wel dat de messias zal komen,’ (dat betekent ‘gezalfde’) ‘wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.’

Johannes 4:25NBV21Open in de Bijbel

26Jezus zei tegen haar: ‘Ik ben het, degene die met u spreekt.’

Johannes 4:26NBV21Open in de Bijbel

27Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat Hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: ‘Waar bent U op uit?’ of: ‘Waarom spreekt U met haar?’

Johannes 4:27NBV21Open in de Bijbel

Achtergrondinformatie

Blijf op de hoogte

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.45.0
Volg ons