31Wanneer iemand een deel van zijn tiende wil afkopen, wordt de afkoopsom met een vijfde vermeerderd. 32Van runderen, geiten en schapen is elk tiende dier dat bij de telling de herdersstaf passeert een heilige gave voor de HEER. 33Daarbij mag niet naar kwaliteit gekeken worden en mogen geen dieren worden omgewisseld. Als iemand toch een dier voor een ander omruilt, zijn ze beide heilig. Deze dieren kunnen ook niet worden vrijgekocht.”’
40Hij pakte zijn stok, zocht vijf gladde stenen uit de rivierbedding en stopte die in zijn herderstas. Toen liep hij op de Filistijn af, zijn slinger in de hand.