Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Johannes 21:1-14 – Preekinspiratie 

Waar gaat het om in dit gedeelte?

Jezus verschijnt voor de derde keer en bevestigt daarmee dat Hij de gastheer is als de kerk bijeenkomt om de maaltijd van de Heer te vieren. 

Klik om deze passage te lezen in de NBV21  

Hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen.

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan).

Invalshoeken voor de verkondiging

  • Centraal in dit verhaal staat de uitroep: ‘Het is de Heer!’ Die vreugdevolle belijdenis is het hart van het christelijk geloof: de erkenning dat Jezus leeft en als Heer bron van leven is. Dit gedeelte getuigt van de werkelijkheid daarvan. De geliefde leerling, die de uitroep doet, staat ervoor garant. Tegelijk wisten de leerlingen niet precies hoe het nou zat met Jezus die weer leeft. Hoe ervaren wij de werkelijkheid van de opstanding? 
  • De levende Heer treedt op als gastheer van zijn maaltijd. Hij verbindt in die maaltijd twee dimensies: het voedsel dat Jezus zelf brengt, en dat wat de leerlingen inbrengen. Het brood dat Hij zelf al had staat voor Hemzelf als het hemelse brood. En de vis die de leerlingen gevangen hebben staat voor de overvloedige gemeenschap van christenen die overal vandaan bijeengebracht zijn en toch één zijn. Dit zijn dimensies van de kerk, die je ‘innerlijk’ en ‘uiterlijk’ zou kunnen noemen. Een groep zónder dat hemelse brood heeft geen eeuwig leven, maar de Heer zal ook altijd vragen: ‘Breng ook wat van de vis die jullie daarnet gevangen hebben.’ Hoe kun je die twee dimensies terugzien in het leven van je kerk? Hoe verhouden de gerichtheid op Christus en de gerichtheid naar ‘buiten’ (bijvoorbeeld in evangelisatie en opbouw van gemeenschappen) zich tot elkaar? 
  • In het Evangelie volgens Johannes komen Simon Petrus en de geliefde leerling vaak naast elkaar voor. Petrus is degene die initiatief neemt en grote inzet toont. Zijn navolging van Jezus betaalt hij uiteindelijk met de martelaarsdood. De geliefde leerling is degene met het diepste inzicht; hij sterft een natuurlijke dood. Deze twee leerlingen zijn identificatiefiguren met een geheel eigen karakter en levensloop. Wat voor inspirerende identificatiefiguren zijn er nog meer (in de kerk)? Wat wil het zeggen dat dit evangelie twee zulke verschillende figuren ten voorbeeld stelt? 
  • Simon Petrus wil niet in zijn werkoutfit voor de Heer verschijnen. Hij doet eerst zijn bovenkleed aan, om op zijn paasbest aan land te komen. Dat is een teken van respect en eerbied. In onze samenleving gelden voor het uiten van respect met je kleding minder strikte codes. Dat heeft te maken met een gelijkwaardiger omgang tussen mensen en nadruk op individuele keuzes. Op welke manier tonen we nu onze eerbied en respect voor onze medemensen, en bovenal voor de Heer van de kerk? Als je bedenkt dat de Heer gastheer is in de samenkomst, wat doet dat met je houding? 

Context van Johannes 21:1-14

Het boek Johannes als geheel 

Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Johannes vind je in deze inleiding op het Evangelie volgens Johannes

Plek van deze passage in het geheel 

Het Evangelie volgens Johannes sluit af in hoofdstuk 20:30-31. Verrassend genoeg volgt er nog een hoofdstuk. Er bestaat brede overeenstemming dat dit hoofdstuk tot een jongere versie van dit evangelie behoort dan de versie die in hoofdstuk 20 eindigde. In de vorm van een verhaal over de gebeurtenissen na de opstanding worden vragen aan de orde gesteld die speelden in de vroegste kerk. Eerst wordt verteld over Jezus’ derde verschijning (21:1-14). Dan volgen twee gesprekken tussen Jezus en Petrus: de eerste over de rol en het levenseinde van Petrus (21:15-19) en de tweede over het levenseinde van de geliefde leerling (21:20-23). Daarna volgt het tweede en definitieve slot van het evangelie (21:24-25). 

Opbouw en kern van de passage 

De verteller presenteert in 21:1-14 een verschijningsverhaal, wat blijkt uit het raamwerk van vers 1 en vers 14. Dat men Jezus eerst niet herkent en dat het uitloopt op een gezamenlijke maaltijd, zijn elementen die ook in andere verschijningsverhalen voorkomen. Tegelijk is het een wonderverhaal, een zogeheten ‘geschenkwonder’: ongevraagd schenkt Jezus op wonderbaarlijke wijze grote overvloed (vergelijk het wonder op de bruiloft te Kana). 

Er zijn drie scènes te onderscheiden. Allereerst de mislukte nachtelijke visexpeditie (vs. 2-3). Nadat Jezus in de ochtend verschijnt, zijn de leerlingen wel succesvol (vs. 4-8). Ten slotte vraagt Jezus, die zelf al brood en vis heeft, om wat vissen uit de vangst en deelt Hij brood en vis uit aan de leerlingen (vs. 9-13). 

De kern van de passage ligt in de verbinding van twee dimensies van de kerk. De vissen die uit het meer gevangen zijn, komen in het voedsel dat Jezus uitdeelt samen met de vis en het brood dat Jezus al op het vuurtje had liggen. Met andere woorden, in de eucharistie, het avondmaal of de maaltijd van de Heer, waar Jezus de gastheer is, worden de uiterlijke dimensie van de kerk (de ene bijeengebrachte gemeenschap van mensen) en de innerlijke dimensie van de kerk (het eten van het hemelse brood) met elkaar verbonden.  

Aantekeningen per vers

Bij vers 1  

1Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt.

Johannes 21:1NBV21Open in de Bijbel

  • Hierna: Na 20:30-31 wekt Johannes 21 de indruk een aanhangsel te zijn. In tegenstelling tot Johannes 20, waar (in aansluiting bij de voorstelling van Lucas) de leerlingen de verrezene ontmoeten in Jeruzalem, sluit het verhaal hier aan bij de voorstelling van Marcus en Matteüs, volgens welke de verrezene zijn leerlingen weer verzamelt in Galilea. In vers 1-14 (en eigenlijk ook in het vervolg) lijkt Lucas 5:1-11 verwerkt. Om onder meer deze redenen bestaat er brede overeenstemming dat dit hoofdstuk tot een jongere versie van dit evangelie behoort dan de versie die in hoofdstuk 20 eindigde. 
  • Meer van Tiberias: Deze benaming komt alleen nog voor in Johannes 6:1. Volgens veel uitleggers hoort dit bij de techniek van relecture: de verteller van dit toegevoegde verhaal maakt bewust toespelingen op eerdere verhalen om zo zijn eigen perspectief te vertolken. Meerdere motieven uit Johannes 6, zoals het eten van brood en vis en de daarbij horende associatie met de eucharistie (of avondmaal, maaltijd van de Heer), komen in Johannes 21 terug.  

Bij vers 2-4 

2Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen. 3Simon Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets. 4Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever. Maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was.

Johannes 21:2-4NBV21Open in de Bijbel

  • Bij het meer (…) twee andere leerlingen: Een zevental, het getal van de volheid (vgl. het getal drie in vs. 14). Simon Petrus en de zonen van Zebedeüs worden genoemd in Lucas 5:8-10 (de enige keer dat in Lucas ‘Simon Petrus’ voorkomt). Tegen Natanaël had Jezus aan het begin van het evangelie gezegd: ‘Je zult nog grotere dingen zien’ (Joh. 1:50), en het laatste gedeelte uit het vorige hoofdstuk draaide om Tomas (20:24-29). Ten slotte zijn er twee anonieme leerlingen. In vers 7 is nog sprake van ‘de leerling van wie Jezus veel hield’. Wie van de zeven dat is, laat het verhaal open. 

Bij vers 5-6 

5Hij riep: ‘Hebben jullie iets te eten, jongens?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. 6‘Gooi het net uit aan de rechterkant van het schip,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit, en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken.

Johannes 21:5-6NBV21Open in de Bijbel

  • Hebben jullie iets te eten: De vraag naar eten stelt, net als bij de vraag aan Filippus in Johannes 6:5, de leerlingen op de proef: het is een pedagogische vraag. Jezus zelf heeft immers al eten (vs. 9) en Hij stelt de vraag dus om de noodzaak van het wonder aan de orde te stellen. 
  • jongens: In de NBV was de aanspreking impliciet gehouden, omdat het woord paidia lastig op een natuurlijke manier te vertalen is. In de NBV21 is ervoor gekozen aansprekingen vaker expliciet te vertalen, omdat daarin vaak belangrijke informatie zit over de verhouding tussen personen. Daarom is hier gekozen voor ‘jongens’, een informele aanspreking van een groep met lagere status. Dat past hier goed in het verhaal: Jezus is immers nog een onbekende en de leerlingen herkennen Hem niet aan de aanspreking. Veel uitleggers zien hier een diepere laag, omdat paidia, ‘kinderen’, in 1 Johannes ‘gemeenteleden’ betekent. Het is in Johannes goed mogelijk het verhaal op twee niveaus te lezen: een verschijningsverhaal na de opstanding én een verhaal over het leven van de vroegchristelijke gemeente. Maar als je hier met ‘kinderen’ zou vertalen, maak je die symbolische laag tot de eerste laag. 

Bij vers 7-8 

7De leerling van wie Jezus veel hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, deed hij zijn bovenkleed aan – want hij was nauwelijks gekleed – en sprong in het water. 8De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el.

Johannes 21:7-8NBV21Open in de Bijbel

  • De leerling van wie Jezus veel hield: Deze leerling, die volgens vers 24 de getuige is die de betrouwbaarheid van dit evangelie garandeert, is de eerste die Jezus herkent. Dat is belangrijk: de geliefde leerling heeft superieur inzicht en is daarin Petrus de baas. De geliefde leerling komt minstens vijf keer voor in Johannes 13-21, meestal naast Petrus. De geliefde leerling is degene die het dichtst bij Jezus stond en daardoor kon beschikken over diep inzicht. Meer over deze mysterieuze leerling is te lezen in deze PThU-Bijbelblog van Theo Witkamp.  
  • tegen Petrus (…) sprong in het water: Naast de geliefde leerling is het Petrus die een leidende rol heeft onder de leerlingen en in de vroegchristelijke kerk. Dat hij meteen in het water springt, wijst op zijn grote inzet en volharding in het geloof. Die inzet zal zo groot blijven dat hij de martelaarsdood zal sterven (zie vs. 18-19). Dat Petrus zijn bovenkleed aandoet, komt in die verzen ook terug: nu zet hij zich in, maar dat zal erop uitlopen dat hij later zijn gordel niet zelf meer om kan doen, omdat hij in de handen van zijn beulen is gevallen. Terwijl de geliefde leerling, die een natuurlijke dood stierf (zie vs. 21-23), voorbeeldig is door zijn superieure inzicht, is Petrus navolgenswaardig door zijn inzet en gehoorzaamheid tot in de martelaarsdood. 
  • deed hij zijn bovenkleed aan – want hij was nauwelijks gekleed: In de NBV stond: ‘schortte hij zijn bovenkleed op – meer had hij niet aan’. Hierachter zit een discussie over de verhaallogica, want het is vreemd dat Petrus eerst zijn kleren aandoet en vervolgens een nat pak haalt. Daarom vatten sommigen ‘omgorden’ op als ‘opschorten’. Toch is dat niet aannemelijk. In Johannes gaat het vaak meer om de betekenis van gebeurtenissen dan om de vraag of een bepaalde gang van zaken wel zo praktisch is. De betekenis komt goed tot uiting in de toelichting ‘want hij was nauwelijks gekleed’: als je voor de Heer verschijnt, dien je uit respect en eerbied presentabel gekleed te gaan. 

Bij vers 9 

9Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood.

Johannes 21:9NBV21Open in de Bijbel

  • met vis erop en brood: De combinatie van vis en brood herinnert aan Johannes 6 (vs. 9, 11). Het is onduidelijk waar dit voedsel vandaan komt. Het ligt daarom voor de hand het te verbinden aan het hemelse voedsel dat de Mensenzoon zal geven (Joh. 6:27). 

Bij vers 10-11 

10Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie daarnet gevangen hebben.’ 11Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet.

Johannes 21:10-11NBV21Open in de Bijbel

  • ‘Breng ook wat van de vis die jullie daarnet gevangen hebben.’ Simon Petrus ging weer: Dat is niet strikt nodig, want Jezus heeft zelf al vis. Daarom gaat het om iets anders: in het brood en de vis die Jezus de leerlingen uitdeelt, komt het ‘hemelse’ voedsel van Jezus zelf samen met de ‘vangst’ van de leerlingen. Het is Petrus, de toekomstige leider van de kerk, die het net aan land trekt. 
  • trok (…) Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet: Hier wordt waarschijnlijk gedoeld op de vele verstrooide kinderen van God die, dankzij de Zoon en diens volgelingen, in één grote gemeenschap zullen worden samengebracht (Joh. 11:52; 12:32 [let op het woord ‘halen’]). Dat verklaart echter nog niet waarom nu juist het getal 153 genoemd wordt. Er zijn allerlei verklaringen bedacht (Jan Krans schrijft erover in deze PThU-Bijbelblog). Aan het eind van het hoofdstuk (vs. 24) wordt het getuigenis van de geliefde leerling betrouwbaar genoemd. Het precieze getal 153 zou erop kunnen wijzen dat de verteller wil benadrukken dat de geliefde leerling alles exact zo heeft onthouden als het gebeurd is, en dat Jezus dus echt is opgestaan. 

Bij vers 12 

12Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was, ze begrepen dat het de Heer was.

Johannes 21:12NBV21Open in de Bijbel

  • durfde Hem te vragen wie Hij was, ze begrepen dat het de Heer was: Hier lijkt een spanning in het verhaal te zitten. De leerlingen snappen dat het Jezus is, maar Hij is toch geheel anders. Meestal legt men ‘wie Hij was’ uit als een nieuwsgierige vraag naar de precieze hoedanigheid van Jezus, de eerste houding van Tomas (vs. 25). 

Bij vers 13 

13Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en Hij gaf hun ook vis.

Johannes 21:13NBV21Open in de Bijbel

  • De formulering doet sterk denken aan Johannes 6:11: ‘Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hun ook vis, zo veel als ze wilden.’ De gezamenlijke maaltijd zal voor de eerste lezers ongetwijfeld opgevat zijn als het vieren van de maaltijd van de Heer. 

Bij vers 14 

14Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat Hij uit de dood was opgestaan.

Johannes 21:14NBV21Open in de Bijbel

  • derde keer: Het getal drie benadrukt de werkelijkheid van de opstanding. Als iets driemaal herhaald wordt, is het compleet en volledig; de geldigheid staat buiten kijf (zie bijvoorbeeld het visioen van Petrus, dat driemaal herhaald wordt, Hand. 10:16; het drievoudige gebed van Jezus in Getsemane, Mat. 26:44; of de drievoudige herroeping van Petrus’ verloochening, Joh. 21:15-17). 

Achtergrondinformatie

Toelichting bij kernwoorden en begrippen 

Blijf op de hoogte

Wil je een seintje ontvangen wanneer er nieuw materiaal online staat?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.42.3
Volg ons