Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Wat is een canon?

Een canon is een lijst van boeken die als norm en autoriteit erkend worden binnen een (religieuze) gemeenschap. Het woord canon komt van het Griekse woord kanôn. Dat betekent ‘riet’ of ‘stok’, maar ook ‘norm’ of ‘richtlijn’.

De boeken van de canon heten ‘canonieke boeken’. Ze gelden als heilige geschriften met een bijzonder, goddelijk gezag. Ze zijn de norm of richtlijn voor gelovigen.

De canon in het jodendom en het christendom is in een ingewikkeld proces ontstaan. Om te kunnen spreken over een canon moet er aan twee voorwaarden worden voldaan:

  1. 1.de boeken worden gezien als heilige Schrift;
  2. 2.de selectie is afgerond en heeft dus een exclusief karakter; het is duidelijk welke boeken er wel en niet bij de heilige boeken horen.

Proces van canonisatie

Aan de eerste voorwaarde werd veel eerder voldaan dan aan de tweede. In de derde en tweede eeuw voor Christus – misschien al eerder – kende het jodendom ‘heilige boeken’. Je zou daarom kunnen zeggen dat toen het proces van canonisatie begon.

Pas veel later kreeg de verzameling van heilige boeken een exclusief, afgesloten karakter. Dat gebeurde ongeveer in de vierde eeuw na Christus. Je kunt dus eigenlijk niet spreken van een canon in de periode daarvoor. Maar het is duidelijk dat er in het jodendom en het christendom al heilige boeken waren lang voordat er een definitieve lijst werd vastgesteld.

Afronding joodse canon

Er kan niet één moment aangewezen worden waarop de joodse canon ontstond. Er hebben verschillende factoren een rol gespeeld bij dat proces:

  1. 1.De verwoesting van de tempel in Jeruzalem in 70 na Christus. Waarschijnlijk kreeg ‘de heilige Schrift’ een grotere rol in het jodendom toen de tempeldienst weggevallen was.
  2. 2.Een tweede factor was de ontwikkeling van de christelijke kerk tot een eigen godsdienst, naast het jodendom. Het jodendom moest duidelijk zijn plaats bepalen naast het christendom, en andersom. Daarbij speelde het afbakenen van de verzameling van heilige boeken een rol: de vroegchristelijke kerk koos voor de (grotere) Griekse canon, in lijn van de Septuaginta, en het jodendom voor de (kleinere) verzameling van Hebreeuwse boeken.

Oude Testament

Er bestaan verschillende opvattingen over de manier waarop de canon van het Oude Testament tot stand is gekomen.

Traditionele visie

Volgens de traditionele opvatting is de canon van het Oude Testament te danken aan Ezra, de hoofdpersoon van het bijbelboek Ezra. Ezra, een geleerde schrijver, zou na zijn terugkeer uit de Babylonische ballingschap de boeken van het Oude Testament hebben ingedeeld in drie categorieën. Hij bepaalde voor elke categorie welke boeken erbij hoorden, en dus had de lijst een exclusief karakter.

Maar de gegevens in het Oude Testament wijzen op een meer geleidelijk proces van canonisatie. Bovendien staan er in het Oude Testament ook boeken die pas na Ezra geschreven zijn. Zo stamt het boek Daniël uit de tweede eeuw voor Christus.

Moderne visie

Volgens de moderne wetenschap is de canon pas later vast komen te staan en betrof het een veel geleidelijker proces. Als eerste kregen de vijf boeken van de Pentateuch een bijzondere status. Zeker vanaf de derde eeuw voor Christus, maar waarschijnlijk al eerder, hadden deze boeken een bijzondere status. Deze boeken werden ook als eerste in het Grieks vertaald, in de derde eeuw voor Christus. Ze speelden een centrale rol binnen het jodendom.

Er waren ook andere boeken met een bijzondere status en veel gezag. Maar ze waren minder belangrijk dan de boeken van de Pentateuch.

Nieuwe Testament

De boeken van het Nieuwe Testament zijn geschreven tussen circa 50 en 120 na Christus. Aan het eind van de tweede eeuw hadden de boeken die later de canon van het Nieuwe Testament zouden vormen, al een groot gezag. Er was nog geen precies afgebakende canon, maar bepaalde boeken werden wel als normatief en gezaghebbend gezien, bijvoorbeeld de vier evangeliën en de brieven van Paulus (zie canon Muratori).

Het duurde tot de vierde eeuw na Christus voordat de canon werd vastgesteld. Op verschillende kerkelijke concilies was de canon van de christelijke kerk onderwerp van discussie: het concilie van Nicea in 325 en de concilies van Carthago in 397 en 419.

Maar de beslissingen op deze concilies bleken niet definitief en werden niet algemeen geaccepteerd. Tot de zestiende eeuw bleef er variatie in de canon van het Nieuwe Testament.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons