Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Inleiding Handelingen

Wat is het verhaal achter de tekst?

Eerst Jeruzalem, dan de hele wereld

Het boek Handelingen is geschreven toen het geloof in Jezus al op veel plaatsen verspreid was. Het boek vertelt hoe dat gegaan is.

Handelingen is geschreven door dezelfde schrijver als het evangelie volgens Lucas. Het boek begint waar het evangelie volgens Lucas ophoudt: Jezus is opgestaan en naar de hemel gegaan. De apostelen krijgen de opdracht om het goede nieuws over Jezus aan de hele wereld te vertellen. Dat is niet makkelijk, maar uiteindelijk lukt het hun toch: eerst in Jeruzalem (Handelingen 1-7), dan in heel Judea en Samaria (Handelingen 8-9), daarna ook in andere landen (Handelingen 10-26), en uiteindelijk in Rome, de hoofdstad van het grote Romeinse rijk (Handelingen 27-28).

Hoofdpersonen?

Handelingen 1-8 gaat over de eerste christelijke gemeente in Jeruzalem. De hoofdpersonen in dit deel van het boek zijn Petrus en de andere apostelen.

In Handelingen 9 komt er een nieuwe hoofdpersoon: Paulus. Als gelovige Jood had Paulus de christenen vervolgd. Maar op een dag verschijnt de opgestane Jezus aan hem, en die ontmoeting verandert hem totaal. Hij gaat op weg om het goede nieuws over Jezus ook aan de niet-Joden in zo veel mogelijk landen te vertellen.

Maar uiteindelijk gaat het de schrijver van dit boek niet om personen, zoals Petrus, Paulus en de andere apostelen. In dit boek gaat het vooral om het goede nieuws zélf: Gods boodschap die over de hele wereld verspreid wordt.

Wat zijn de thema’s in dit boek?

Het goede nieuws is niet te stoppen

In Lucas 24:49 en Handelingen 1:8 belooft Jezus dat de apostelen de kracht van de heilige Geest zullen krijgen. Door die kracht zullen zij het goede nieuws overal kunnen vertellen. Daarbij krijgen ze te maken met allerlei moeilijkheden: ze worden uitgelachen (Handelingen 17:32), ze komen in de gevangenis terecht (Handelingen 5:17-21; Handelingen 8:3; Handelingen 12:4; Handelingen 16:23), en sommigen van hen worden zelfs gedood (Handelingen 7:54-59; Handelingen 12:1-2). Maar uiteindelijk is het goede nieuws niet te stoppen.

Omgaan met de regels

Jezus was een Jood, en ook de apostelen waren Joden. Maar ze moeten het goede nieuws ook aan niet-Joden vertellen. Het boek Handelingen laat zien dat die opdracht soms ook vragen oproept: Gelden de Joodse wetten ook voor niet-Joodse mensen die in Jezus geloven? Hoef je je aan bepaalde wetten niet te houden als je daardoor makkelijker het goede nieuws kunt vertellen?

Door dromen en tekens laat God zien dat niet-Joden er net zo bij horen als Joden. In Handelingen 15 nemen de apostelen daarom een besluit: er zijn maar een paar regels waar iedereen zich aan moet houden. Op die manier is het voor niemand te moeilijk om Jezus te volgen.

Toespraken die oproepen tot geloof

Bijna een derde deel van het boek Handelingen bestaat uit toespraken. De belangrijkste daarvan zijn de toespraken van Petrus (Handelingen 2:14-36; Handelingen 3:12-26), Stefanus (Handelingen 7:1-53) en Paulus (bijvoorbeeld Handelingen 13:16-41; Handelingen 17:22-31; Handelingen 22:3-21).

Tegen Joodse luisteraars zeggen deze mannen dat Gods beloftes in het Oude Testament verbonden zijn met het leven, de dood en de opstanding van Jezus. Voor niet-Joden passen ze hun boodschap aan. In de Griekse stad Athene gebruikt Paulus woorden en begrippen die lijken op de woorden en begrippen van de Griekse filosofen. Maar alle toespraken hebben
hetzelfde doel: de luisteraars moeten in Jezus gaan geloven.

Hoe kun je dit boek lezen?

Problemen? Nee, kansen!

Volgens het boek Handelingen hebben de eerste christenen het niet makkelijk. Toch – of misschien juist daarom – lukt het hun om het goede nieuws over Jezus overal te vertellen, zelfs in de gevangenis! Het is mooi om te zien hoe de gelovigen hun problemen steeds weer veranderen in kansen. Dat doen ze met de hulp van de heilige Geest.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.2
Volg ons