Ruth 4 – Preekinspiratie
Waar gaat het om in dit gedeelte?
Ruth 4 vormt de climax van het verhaal. Het laatste hoofdstuk staat daarbij in contrast met het eerste: tegenover de mannen die gestorven zijn, staat de zoon die wordt geboren. De familielijn die dreigde te breken wordt voortgezet. Tegenover de bittere Naomi staat nu de gelukkige Naomi. Boaz heeft in deze vierde episode de hoofdrol: hij neemt de rol van losser op zich en ontfermt zich over het land en de familielijn. Daarmee laat hij een nieuw type leiderschap zien, getypeerd door moed zonder wapens, moed die zich uit in trouw. Maar hoe groot zijn rol ook is, het verhaal als geheel laat zien dat Ruth, de vrouw uit Moab, het voorbeeld is. Haar trouw en loyaliteit zet de toon; Boaz volgt haar voorbeeld.
Het verhaal van Ruth en Boaz is meer dan een romantisch feelgoodverhaal. Het biedt een les aan de lezer: de toekomst van Gods volk hangt af van trouw.
Klik om deze passage te lezen in de NBV21
Hier
En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier
Invalshoeken voor de verkondiging
- De rol die de eerste losser speelt in Ruth 4, lijkt op de rol van Orpa in Ruth 1. Beiden maken een keuze uit welbegrepen eigenbelang, de keuze die waarschijnlijk de meeste mensen zouden maken. Er is dan ook geen enkele reden om op hen neer te kijken. Juist door begrip te hebben voor hun afweging en hun keuze, komen we dichter bij de kern van dit verhaal: trouw betonen kost je wat. Het vraagt om offers. Ruth en Boaz bewandelen de weg van trouw, ze doen méér dan ze verplicht zijn te doen, ze zoeken het goede en zijn bereid daarvoor de prijs te betalen. Kennen wij hier ook inspirerende voorbeelden van uit onze tijd?
- Als alles ten goede keert, moet er nog één ding terugkeren: de nepeš, de levensvreugde van Naomi. Zij was teruggekomen naar Betlehem, maar met lege handen: berooid, zonder man, zonder zoons, zonder levensvreugde. De zoon die God schenkt aan Ruth en Boaz zal, zo juichen de vrouwen van Betlehem, ‘je je levensvreugde teruggeven’ (4:15). De (ver)lossing van Naomi wordt beschreven met dezelfde beelden en termen als de (ver)lossing van Israël uit ballingschap. Het miniatuurverhaal van Ruth, Naomi en Boaz verwijst op allerlei manieren naar het grote verhaal van God en zijn volk. Ook in die relatie speelt ‘trouw’ een sleutelrol. Hoe kunnen we dit trouwmotief doortrekken naar vandaag?
- God speelt in het boek Ruth een rol op de achtergrond, maar de momenten waarop Hij optreedt (1:6; 4:13), zijn bepalend. Dat Hij zorgt voor brood, voor nageslacht en – via Boaz – voor een plek in het beloofde land, laat zien dat Hij zijn beloftes aan Abram niet is vergeten. Die belofte heeft in de eerste plaats betrekking op Israël, en daarna ook op alle andere volken. Er komt een tijd dat die mogen delen in de zegen van Abram. De (ver)lossing door Boaz wijst vooruit naar de (ver)lossing door Jezus Christus. En Ruth die wordt opgenomen in het volk van God wijst vooruit naar alle mensen uit de volken die zullen toetreden om God te vereren. Hoe werkt de belofte van God vandaag door?
Context van Ruth 4
Het boek Ruth als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het boek Ruth vind je in NBV’s Inleiding op Ruth
Het verhaal van Ruth heeft vier hoofdscènes, die samenvallen met de vier hoofdstukken:
- Van Moab terug naar Betlehem
- Ruth op het land van Boaz
- Ruth en Boaz op de dorsvloer
- In de poort van Betlehem
Kenmerkend voor de opbouw van het verhaal is een spiegeling tussen de hoofdstukken. Het eerste en laatste hoofdstuk vormen elkaars spiegelbeeld, waarbij Naomi’s bitterheid en haar nieuwe levensvreugde tegenover elkaar staan. De twee hoofdstukken in het midden vormen eveneens een tweeluik.
Schematisch overzicht
H 1: Van Moab terug naar Betlehem | H 4: In de poort van Betlehem |
Voorgeschiedenis: de mannen sterven (1:1-5) |
|
H 2: Ontmoeting Ruth en Boaz op Boaz’ land | H 3: Ontmoeting Ruth en Boaz op Boaz’ dorsvloer |
Hoofdscène: | Hoofdscène: |
Thematiek
De gespiegelde opbouw van het boek raakt aan de thematiek van omkering. Zoals Naomi letterlijk omkeert, terugkeert in Ruth 1, zo wordt uiteindelijk alles omgekeerd, ten goede gekeerd, op een onverwachtse manier. De bittere Naomi vindt haar levensvreugde terug. Waar Naomi in Ruth 1 tegen Ruth zegt ‘ik heb je niets te bieden’, blijkt het uiteindelijk Ruth te zijn die Naomi toekomst biedt.
Terwijl ‘terugkeer’ (uit ballingschap) doorgaans een positief motief is in de Bijbel, is Naomi’s terugkeer bitter. God laat mij ‘leeg’ terugkeren, zegt ze, Hij heeft zich tegen mij gekeerd. Ze komt terug in haar oude omgeving – berooid, zonder man en zonen.
Ruth is vastbesloten trouw te blijven aan Naomi. Ze zweert trouw aan Naomi, haar land en haar God. We lezen niet expliciet waarom zij die keuze maakt. Boaz interpreteert het als een daad van trouw (ḥesed). Ruths trouw laat zich niet beïnvloeden door rationele bezwaren of een somber toekomstbeeld. Het is een diepe drijfveer om te doen wat goed is voor de ander, van wie je houdt.
Niet alleen Naomi maakt een ommekeer door, dat geldt ook voor Ruth. Als ze aankomt in Betlehem is ze anoniem, de vrouwen in de poort lijken haar te negeren. Op het veld van Boaz noemt ze zichzelf een vreemdeling, de buitenstaander, maar Boaz ziet haar als familie (‘mijn dochter’). Daar gaat Ruth op door, door Boaz met klem te vragen om het losserschap – de familieverplichting – ten opzichte van haar te vervullen.
Boaz beschouwt Ruths vraag als een bewijs van haar trouw, dat zelfs het eerste (bij Naomi blijven en voor haar zorgen) nog overtreft. En hij beantwoordt haar blijk van trouw met het zijne. De eerste losser is bereid het land te kopen, maar schrikt ervoor terug als hij te horen krijgt dat Ruth bij de koop is inbegrepen: het kind dat ze zullen krijgen, komt op naam van haar overleden man en erft het land. Dat kan ik me niet veroorloven, meent de eerste losser en hij treedt terug. Het offer dat de naamloze losser niet wil brengen, brengt Boaz wél. Trouw zijn heeft een prijs.
Als alles ten goede is gekeerd, moet er nog één ding terugkeren: de levensvreugde van Naomi. Leeg was Naomi teruggekeerd naar Betlehem: zonder man, zonder zoons, zonder vreugde. De zoon die God schenkt aan Ruth en Boaz zal, zo juichen de vrouwen van Betlehem, de levensvreugde doen terugkeren (4:15).
Opbouw en kern van Ruth 4
Ruth 4 bestaat uit drie onderdelen:
Vers 1-12: Hoofdscène in de poort
Vers 13-17: Afloop
Vers 18-22: Geslachtsregister
De hoofdscène in de poort is een mannenzaak. Het vormt op die manier de perfecte tegenhanger van de eerste hoofdscène, met Naomi, Ruth en Orpa (Ruth 1). Ook hier is er één die afhaakt en één die trouw betoont. Het ‘getuigenis’ van Boaz in 4:9-10 vormt de kern en de climax van de scène, net zoals het getuigenis van Ruth de climax vormt in hoofdstuk 1. Toch is Boaz’ uitspraak niet het enige betekenisvolle moment in dit hoofdstuk. De zegening van de oudsten voor Boaz verbindt de familie met de aartsvader- en -moederverhalen van Genesis.
De gezegende afloop verwijst opnieuw naar een daad van God: in 4:13 gééft de HEER zwangerschap aan Ruth, net zoals Hij in 1:6 het volk weer te eten gáf (zie aantekening bij 1:6). De vrouwen spreken uit hoe God alles ten goede heeft gekeerd. De naam van de familie blijft bestaan, er is een nieuwe ‘losser’ geboren voor Naomi, want Ruth, ‘die meer waard is dan zeven zonen’, heeft hem gebaard. Eindelijk krijgt Ruth de eer die ze verdient. Tegelijk laten de slotverzen (16-17) zien dat het niet om Ruth zelf gaat. Juist doordat ze zichzelf in dienst stelt van de familieband en de familielijn, is zij een voorbeeld van liefde en trouw.
Het geslachtsregister lijkt een vreemd element in het geheel, maar vormt toch het perfecte slot. Want het is een tegenhanger van de proloog van het verhaal, 1:1-5. Terwijl daar de mannen sterven en de geslachtslijn dreigt af te breken, wordt hier de lijn doorgezet met nieuwe generaties. En terwijl de familietypering ons vanaf het begin aan David doet denken (1:1-2), wordt de naam David hier pas expliciet genoemd, als laatste van de rij. Het is een lijst van tien generaties, zoals we die kennen uit het boek Genesis. De lijst knoopt, met Peres voorop, ook heel duidelijk aan bij Genesis. Het is nogmaals een aanwijzing dat het verhaal over Ruth, de vrouw uit Moab, een hoofdstuk vormt in het grote verhaal over Gods zegen aan Abraham en in hem aan alle volken.
Aantekeningen per vers
Bij vers 1
- de poort: De ruimte bij de stadspoort is de openbare plaats voor redevoeringen, rechtspraak en het afsluiten van handelsovereenkomsten.
- zijn naam is niet van belang: In de brontekst zit dit element verpakt in de vraag die Boaz stelt. Letterlijk vertaald zegt hij ‘kom er even bij, deze of gene’. Zo krijgen we indirect mee dat de naam van deze man ons niet verteld zal worden. In de NBV21 is dit element weergegeven als een terzijde van de verteller – zijn naam is niet van belang. Het punt is niet dat Boaz hier onaardig of denigrerend over deze man spreekt. Het punt is dat namen ertoe doen in dit verhaal en dat deze man, bewust, geen naam krijgt. Alle namen in Ruth hebben een symbolische lading. Naomi neemt in Ruth 1 zelfs een andere naam aan (Mara). Ruth noemt haar eigen naam één keer, op een veelzeggend moment (zie aantekeningen bij 3:9
). En hier, in Ruth 4, is ‘de naam’ een belangrijk thema (zie vs. 5, 10, 11, 14, 17). Deze eerste losser zal afzien van zijn rechten; hij zal de naam van de overledene dus niet doen voortleven. Daarom krijgt hij zelf ook geen naam in dit verhaal.
Bij vers 2
- tien stadsoudsten: De tien stadsoudsten vervullen hier de rol van getuigen, ter controle van de regels voor het losserschap.
Bij vers 3
- die als losser kon optreden: Het woord gāʾal, lossen, komt in Ruth 4 maar liefst veertien keer voor. Het is de centrale term van dit hoofdstuk en is verbonden met Boaz (in totaal komt dit werkwoord tweeëntwintig keer voor in het boek). Zie de aantekeningen bij 2:20
. - Het stuk land van onze broeder Elimelech wordt door Naomi (…) verkocht: Er zijn twee interpretaties van dit vers mogelijk. (1) Elimelech had zijn land verkocht voordat hij met zijn familie naar Moab ging. Nu Naomi terug is, heeft de naaste bloedverwant het recht om het land in haar naam terug te kopen. Dit klinkt als een voor de hand liggend scenario, maar het probleem is dat de brontekst duidelijk stelt dat Naomi hier de verkopende partij is. Dat brengt ons bij de tweede optie. (2) Het bezit van Elimelech is overgegaan op Naomi: zij bezit een stuk land maar is gedwongen om het te verkopen. De naaste bloedverwant heeft het recht op eerste koop, zodat het in de familie blijft. De NBV21 volgt de tweede interpretatie. Dat Naomi een stuk land bezit komt overigens totaal onverwachts in het verhaal.
Bij vers 5
- koopt u het ook van Ruth: Sommige uitleggers menen dat de Hebreeuwse tekst hier licht moet worden aangepast, zodat we lezen: ‘verwerft u ook Ruth’ (zie bijv. de NBG 1951, GNB, Willibrordvertaling; en vergelijk vs. 10). De NBV21 volgt hier echter de Masoretische Tekst. Het punt van Boaz is dat Ruth direct bij Naomi hoort. Wie Naomi ‘lost’ door haar land te kopen, lost ook Ruth. En: anders dan Naomi kan Ruth nog wél een nakomeling op de wereld zetten om de naam van haar overleden man voort te doen leven.
- zal de naam van haar overleden man voortleven op zijn land: Het voortleven van de naam van de overledene is een verwijzing naar het zogenoemde zwagerhuwelijk (Deut. 25:5-10). De verplichting tot het zwagerhuwelijk geldt in de Tora echter alleen tussen broers, niet binnen de bredere familie (zie ook Gen. 38
). In het verhaal van Ruth wordt het breder toegepast. De gedachte is dat als Ruth een zoon zou krijgen, deze zou gelden als de zoon van haar overleden man, Machlon, en dat de familiegrond daarmee met diens naam (en familielijn) verbonden zou blijven.
Bij vers 6
- dat zou ten koste gaan van mijn eigen familiebezit: De voorwaarden die Boaz hier stelt zijn ongunstig. Ruth zit in zekere zin bij de grond inbegrepen, en als zij een zoon ter wereld brengt, krijgt die het stuk land, als nazaat van Elimelech en Machlon. Het is zeer begrijpelijk dat de man dit niet doet.
Bij vers 7
- hij trok zijn sandaal uit: Het uittrekken van iemands sandaal is in Deuteronomium 25:9 deel van de bespotting van een man die weigert een zwagerhuwelijk te sluiten. Hier is van spot geen sprake, maar is het een formele bekrachtiging van de overeenkomst.
Bij vers 10
- Daarmee neem ik ook Ruth tot vrouw: Terwijl Boaz tegenover de eerste losser wel impliceerde dat hij, als hij het land kocht, ook met Ruth zou moeten trouwen, zegt hij het hier expliciet. Het doel is dat de naam van de overledene – Machlon – blijft voortleven door het nageslacht.
Bij vers 12
- Peres, de zoon van Tamar en Juda: Dit verwijst naar Genesis 38
, het meest uitgebreide verhaal over het zwagerhuwelijk in de Bijbel. Daar laten de mannen het afweten, terwijl Boaz hier juist bereidwillig is.
Bij vers 13
- Boaz: De naam Boaz betekent: ‘in Hem is kracht’ (verwijzend naar God); zie het contrast met de betekenis van de namen Machlon (‘de zieke’) en Kiljon (‘de zwakke’).
- De HEER liet haar zwanger worden: Zoals God zijn volk opnieuw brood geeft aan het begin van het verhaal (1:6), zo geeft God Ruth zwangerschap aan het einde (in het Hebreeuws wordt beide keren hetzelfde werkwoord voor ‘geven’ gebruikt).
Bij vers 14
- De vrouwen: Waar het commentaar van de vrouwen in hoofdstuk 1 Naomi’s ellende (haar ‘leegheid’) blootlegde, prijzen ze haar hier gelukkig. Uiteindelijk vindt Naomi haar levensvreugde terug.
- die voor je zorgen zal: Hier staat, voor de laatste maal in dit verhaal, het Hebreeuwse woord dat steeds met ‘losser’ werd vertaald. Het gaat hier echter niet meer over Boaz, maar over het pasgeboren kind. De losser speelt in dit verhaal een grote rol. De losser had het recht om land van een verarmd familielid te kopen om daarmee te voorkomen dat het land in handen van een vreemde overging: dankzij de losser bleef het in de familie. In Ruth 4 wordt de plicht van de losser echter uitgebreid: behalve het land krijgt hij ook de zorg over de weduwe. Hun nakomeling zal het land erven en de naam blijven dragen van de overledene, zo wordt de lijn van Naomi voortgezet. Dat Obed hier ‘losser’ van Naomi wordt genoemd is de laatste stap van die verbreding van het losserschap: als de naamdrager en erfgenaam is Obed Naomi’s losser. Voor de begrijpelijkheid kiest de NBV21 hier voor de wat algemenere vertaling ‘die voor je zorgen zal’.
Bij vers 15
- meer (…) dan zeven zonen: Zeven is het getal van de volheid en een zoon gold in de Bijbelse tijd als het grootste geschenk dat iemand kon krijgen. Zeven zonen is dus wel het toppunt van zegen en geluk. Dat de Moabitische Ruth nu meer waard is voor Naomi dan zeven zonen, toont hoe Ruth in dit verhaal als voorbeeld wordt neergezet.
Bij vers 16
- op haar schoot: Naomi beschouwt de jongen als haar eigen kind. Hij is dan ook de voortzetting van de familielijn. De vlam die leek te zijn uitgedoofd met de dood van de drie mannen (1:1-5), is nu definitief weer opgevlamd.
Bij vers 17
- Hij is de vader van Isaï, die de vader is van David: Het laatste deel van vers 17 verbindt het verhaal van Ruth met de voorgeschiedenis van het koningshuis van David.
- Obed: Betekent: ‘dienaar’, dat wil zeggen: van de HEER. Dit roept een associatie op met de dienaar van de HEER die in het boek Jesaja een belangrijke rol speelt. In Jesaja 49:6 wordt die dienaar ‘een licht voor alle volken’ genoemd. Ruth kiest volledig voor Israël en voor Israëls God. Zo is het boek verwant met het profetische beeld van de messiaanse tijd waarin de volken toetreden tot Israël en de HEER aanbidden (zie Ps. 72:17; 87; Jes. 56:6-8; Jer. 4:2; Zach. 8:23).
Bij vers 18
- Dit zijn de nakomelingen: Het geslachtsregister noemt tien namen. Dat is geen toeval, want in de geslachtslijsten in Genesis zien we vaker opsommingen van tien namen (zoals in Gen. 5:3-32 en 11:10-26). Dat Boaz op plek zeven staat is ook niet toevallig. De lijn begint met Peres, de zoon van Juda. Daarmee ligt het startpunt in de verhalen in Genesis (specifiek in Gen. 38
, hét verhaal over het zwagerhuwelijk) die op de achtergrond van het boek Ruth een grote rol spelen. De lijn loopt van Peres tot David, de beroemdste inwoner van Betlehem. ‘David’ is de naam waarmee het boek Ruth eindigt. (Vergelijk voor de lijst ook Mat. 1:3-6. Ruth is een van de vijf vrouwen die Matteüs vermeldt in zijn geslachtsregister van Jezus.)
Van Sem tot Abram
Achtergrondinformatie
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
Verdieping bij thema’s
Webinarserie
‘Met Ruth op weg naar Pinksteren’ – een serie van zes webinars over het boek Ruth en het overkoepelende thema van Ruth in het licht van Pinksteren:
Webinar 1: Samenhang en thematiek van het boek Ruth
Webinar 2: Ruth in gesprek met het Oude Testament
Webinar 3: Ruth en het grote verhaal over God en Israël
Webinar 4: Handelingen 2
Webinar 5: Handelingen 8
Webinar 6: Ruth, een messiaanse lezing
