Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Wie was Noömi in de Bijbel?

Noömi verliest in het land Moab haar man en haar beide zonen. Verdrietig gaat ze terug naar het land Israël, samen met haar schoondochter Ruth. Maar als Ruth trouwt en een zoon krijgt, keert de vreugde terug in het leven van Noömi.

Waar komt de naam Noömi vandaan?

De naam Noömi betekent: lieflijke. Als Noömi terugkomt in het land Israël zegt ze tegen de vrouwen van Betlehem: ‘Noem me niet langer Noömi (de lieflijke), maar noem me Mara (bitterheid).’

Van Betlehem naar Moab

Als er hongersnood is in het land Israël, gaan Noömi en haar man Elimelech met hun zonen Machlon en Kiljon weg uit Betlehem, en gaan ze in het land Moab wonen. Daar overlijdt Elimelech.
De zonen van Noömi trouwen met Moabitische meisjes. Machlon trouwt met Ruth en Kiljon met Orpa. Maar voordat ze kinderen krijgen, overlijden ook de zonen van Noömi, zodat Noömi alleen achterblijft met haar twee Moabitische schoondochters.

Van Moab naar Betlehem

Als Noömi hoort dat er in Israël weer genoeg te eten is, besluit ze terug te gaan naar de stad Betlehem waar ze vandaan komt. Alleen Ruth gaat met haar mee.
Op het moment dat ze aankomen, is net de gersteoogst begonnen. Arme mensen mochten in Israël aren verzamelen die de maaiers bij het oogsten lieten vallen (Leviticus 23:22). Ruth besluit om dit te gaan doen. Daarbij komt ze toevallig terecht op de akker van Boaz, een bloedverwant van Elimelech, de man van Noömi.

Ruth en Boaz

Noömi geeft Ruth het advies om ’s nachts naar de dorsvloer te gaan waar Boaz ligt te slapen. Zij moet hem vragen om de akker van Noömi te kopen, zodat het stuk land binnen de familie blijft. Ook moet ze hem vragen zijn zwagerplicht te vervullen, zodat er een nakomeling komt voor de familie van Elimelech.

Obed

Boaz doet wat Ruth vraagt. Ruth en Boaz krijgen een zoon die Obed genoemd wordt. Noömi neemt het jongetje op schoot. Daarmee laat zij zien dat Obed haar kleinzoon is.
Dan prijzen de vrouwen van Betlehem Noömi gelukkig en zeggen tegen haar: ‘Dit kind zal je je levensvreugde teruggeven en voor je zorgen als je oud bent.’ (Ruth 4:15)

Gerelateerde Bijbelgedeelten

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons