Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Een tekstkritisch probleem: Handelingen 9:5-6

NBVHSV
5 Hij vroeg: ‘Wie bent u, ​Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben ​Jezus, die jij vervolgt. 6 Maar sta nu op en ga de stad in, daar zal je gezegd worden wat je moet doen.’5 En hij zei: Wie bent U, Heere? En de Heere zei: Ik ben ​Jezus, Die u vervolgt. Het is hard voor u, met de hielen tegen de prikkels te slaan.
6 En hij zei, bevend en verbaasd: Heere, wat wilt U dat ik doen zal? En de Heere zei tegen hem: Sta op en ga de stad in en daar zal u gezegd worden wat u moet doen.
hand-swipe-horizontalSwipe om alle gegevens te zien

 

Waar gaat het om?

De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) heeft bij Handelingen 9:5-6 een kortere tekst dan de Statenvertaling (SV) en de Herziene Statenvertaling (HSV). In die twee laatste vertalingen staat een uitbreiding die in geen enkel Grieks handschrift te vinden is. Toen Erasmus zijn Griekse Nieuwe Testament samenstelde, kon hij deze uitbreiding niet in zijn Griekse handschriften terugvinden. Maar de tekst stond wel in een versie van de Latijnse Vulgaat. Erasmus heeft toen de Latijnse toevoeging terugvertaald naar het Grieks, in de veronderstelling dat het bij de oorspronkelijke tekst van Handelingen hoorde. Daar was echter geen enkel bewijs voor. Het Griekse Nieuwe Testament dat door Erasmus is samengesteld, werd later de basis voor de tekst die we de Textus Receptus noemen. De vertalingen die op de Textus Receptus zijn gebaseerd, zoals de SV en de HSV, hebben deze uitbreiding dus ook.
Inmiddels weten we dat Erasmus zich hier heeft vergist. De uitbreiding was geen deel van de oudste Griekse tekst, maar is later toegevoegd.

Hoe kwam deze uitbreiding in de Vulgaat?

De toevoeging aan vers 5, ‘Het is hard voor u, met de hielen tegen de prikkels te slaan’ vinden we letterlijk terug in Handelingen 26:14. De NBV heeft het daar vertaald met ‘Je kwelt jezelf door je zinloze halsstarrigheid!’ De vraag van Paulus die in vers 6 is toegevoegd, vinden we ook in Handelingen 22:10, waar in de NBV staat ‘Wat moet ik doen, ​Heer?’ Opmerkingen over Paulus’ toestand, zoals ‘bevend en verbaasd’, zijn waarschijnlijk door toedoen van een Latijnse overschrijver in de tekst gekomen. In Handelingen 9:4 schrijft dezelfde overschrijver namelijk dat Paulus ‘met grote vervreemding’ op de grond viel.
Het verhaal van Paulus’ visioen op weg naar Damascus wordt in Handelingen verschillende keren verteld. Elementen uit de latere terugblikken op dit visioen in Handelingen 22 en 26 vinden we nu met terugwerkende kracht al in Handelingen 9 toegevoegd.

Wat is het belang?

De reden dat de langere versie in de Textus Receptus is gekomen, is dat men de verschillende teksten waarin over Paulus’ ontmoeting met Jezus wordt verteld, heeft willen gladstrijken. Waarschijnlijk vonden sommigen dat Paulus’ bekeringsverhaal op elke plek precies hetzelfde moest zijn. In Handelingen 9 is het Lucas die vertelt, en in Handelingen 22 en 26 is Paulus zelf aan het woord. Als je de verhalen vergelijkt, blijft de kern hetzelfde.

Exclusief voor BIJBEL+ gebruikers

Word BIJBEL+ gebruiker en ontvang een Bijbel naar keuze en direct toegang tot:

  • Meer dan 20 Bijbelvertalingen (waaronder bronteksten)
  • Extra achtergrondinformatie
  • Studieaantekeningen

Als BIJBEL+ gebruiker steun je het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap om wereldwijd mensen te bereiken met de Bijbel.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.1
Volg ons