Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Een tekstkritisch probleem: Efeziërs 3:9

NBVHSV
7 Van dat ​evangelie​ ben ik een dienaar geworden door de gave van Gods ​genade, die ik ontvangen heb door zijn kracht die in mij werkt. 8 Mij, de allerminste van alle ​heiligen, is de ​genade​ geschonken om de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van ​Christus​ te verkondigen,9 en voor allen in het licht te stellen hoe het mysterie dat in alle eeuwen verborgen was in God, de schepper van het al, werkelijkheid wordt7 waarvan ik een dienaar geworden ben, krachtens de gave van de ​genade​ van God, die mij gegeven is, naar de werking van Zijn kracht.
8 Mij, de allerminste van alle ​heiligen, is deze ​genade​ gegeven, om onder de heidenen door het ​Evangelie​ de onnaspeurlijke rijkdom van ​Christus​ te verkondigen,
9 en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door ​Jezus​ ​Christus,
hand-swipe-horizontalSwipe om alle gegevens te zien











Wat is er aan de hand?

In de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) zien we dat in Efeziërs 3:9 alleen God als schepper van alles wordt aangeduid. In sommige andere vertalingen, zoals de Statenvertaling (SV) en de Herziene Statenvertaling (HSV), staat dat God door Jezus Christus alles heeft geschapen. Hoe zit dat?

Andere brontekst

Niet elke bijbelvertaling gebruikt dezelfde brontekst. Zo is er voor de SV en de HSV een andere brontekst gebruikt dan voor de NBG-vertaling 1951, de NBV en de Bijbel in Gewone Taal. De SV en de HSV zijn gebaseerd op de Textus Receptus. Andere bijbelvertalingen gebruiken de moderne teksteditie van Nestle-Aland. Daarin zijn ook alle handschriften verwerkt die in de tijd van de Textus Receptus nog onbekend waren.

De tekstgetuigen

Dat de woorden ‘door Jezus Christus’ een latere toevoeging zijn, kunnen we zien aan de oudste handschriften. Daarin staan deze woorden niet. En deze woorden staan er ook niet bij als kerkvaders dit vers citeren. Deze toevoeging duikt pas na de vijfde eeuw na Christus op, en in een bepaald gebied. De oudste handschriften hebben allemaal de ‘kortere’ versie, zoals de NBV heeft weergegeven. Onderzoekers gaan ervan uit dat dit ook de oudste tekst van Efeziërs 3:9 is.

Hoe kwam het in de Textus Receptus?

De passage lijkt sterk op Kolossenzen 1:16 ‘in hem is alles geschapen…’. Op die plek gaat het duidelijk over de Zoon die een rol in de schepping had. Hetzelfde geldt voor 1 Korintiërs 8:6. Waarschijnlijk hebben overschrijvers dat idee overgenomen en aan Efeziërs 3:9 toegevoegd. Deze toevoeging is in de Byzantijnse teksttraditie gekomen, en van daaruit kwam het terecht in de Textus Receptus, en vervolgens ook in de SV en de HSV.

Wat is het belang?

De toevoeging in Efeziërs 3:9 spreekt over de rol van Jezus Christus bij de schepping. Dat komt uit Kolossenzen 1:16. Deze voorstelling zien we ook in 1 Korintiërs 8:6, Efeziërs 1:4, en Johannes 1:1-18. De toevoeging in Efeziërs 3:9 heeft dus heel duidelijk een bijbels karakter. Maar het punt is: het stond van oorsprong niet in deze passage van Efeziërs 3, en het past daar ook niet goed. De nadruk ligt in deze verzen op de redding dankzij Jezus Christus en het wijze plan van God dat aan de oorsprong van alles ligt. De toevoeging verstoort de heldere samenhang van deze passage.

Exclusief voor BIJBEL+ gebruikers

Word BIJBEL+ gebruiker en ontvang een Bijbel naar keuze en direct toegang tot:

  • Meer dan 20 Bijbelvertalingen (waaronder bronteksten)
  • Extra achtergrondinformatie
  • Studieaantekeningen

Als BIJBEL+ gebruiker steun je het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap om wereldwijd mensen te bereiken met de Bijbel.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.1
Volg ons