Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Een tekstkritisch probleem: 1 Johannes 5:7-8

NBVHSV
5 Wie anders kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft dat ​Jezus​ de ​Zoon van God​ is? 6 Hij, ​Jezus​ ​Christus, is gekomen door water en bloed – niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest getuigt ervan, omdat de Geest de waarheid is. 7 Er zijn dus drie getuigen: 8 de Geest, het water en het bloed, en het getuigenis van deze drie is eensluidend.5 Wie anders is het die de wereld overwint dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is?
6 Hij is het Die kwam door water en bloed: Jezus, de Christus; niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest is het Die getuigt, omdat de Geest de waarheid is.
7 Want drie zijn er die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn één.
8 En drie zijn er die getuigen op de aarde: de Geest, het water en het bloed; en deze drie zijn één.

(zowel bij de gedrukte als de online versie) *** 5:7-8 Er zijn dus drie getuigen: de Geest, het water en het bloed, en het getuigenis van deze drie is eensluidend – Andere handschriften lezen: ‘Er zijn dus drie getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de heilige Geest; en deze drie zijn één. En er zijn drie getuigen op aarde: de Geest, het water en het bloed; en deze drie zijn één.’

*** alleen bij de online versie op herzienestatenvertaling.net
5:7 Deze woorden komen niet in alle Griekse manuscripten voor.
5:8 Deze woorden komen niet in alle Griekse manuscripten voor.

hand-swipe-horizontalSwipe om alle gegevens te zien

 

Waar gaat het om?

Sommige vertalingen, zoals de Statenvertaling (SV) en de Herziene Statenvertaling (HSV), bieden in 1 Johannes 5:7-8 een uitgebreide tekst. De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) heeft die uitbreiding niet, omdat die niet bij de oudste tekst van het Nieuwe Testament hoort. De vertalers van de (H)SV volgen de Textus Receptus waar deze extra woorden wél in staan. Deze uitbreiding wordt het Comma Johanneum genoemd, dat wil zeggen ‘de zin van Johannes’ (het Latijnse woord comma betekent ‘korte zin’).
Toen Erasmus zijn Griekse Nieuwe Testament in 1516 samenstelde, vond hij het Comma in geen enkel Grieks manuscript. Daarom liet hij het weg uit zijn tekstuitgave. Maar in de volgende edities nam hij het tóch op in de tekst. Inmiddels had hij een Grieks handschrift ingezien mét deze uitgebreide tekst erin. Erasmus schrijft erbij dat het Comma Johanneum in dat Griekse handschrift volgens hem niet origineel is: het gaat om een later toegevoegde uitbreiding die afkomstig is uit de Latijnse versie van het Nieuwe Testament. Waarom nam Erasmus deze extra tekst dan toch op in zijn Griekse Nieuwe Testament? Dat heeft te maken met de situatie van zijn tijd. Doordat deze extra tekst in de Latijnse Bijbel stond, kende iedereen het. Toen Erasmus het wegliet in de eerste editie van het Griekse Nieuwe Testament, zagen velen dat als een theologisch statement: alsof Erasmus de leer van de drie-eenheid ontkende. Om die beschuldiging tegen te gaan, nam Erasmus de extra tekst toch op in de verbeterde edities van zijn Griekse tekst.
Tegenwoordig zijn er acht Griekse handschriften bekend die het Comma bevatten. Het gaat in alle gevallen om zeer late handschriften die aan de Latijnse traditie zijn aangepast. We kunnen met grote zekerheid zeggen dat het Comma Johanneum een toevoeging is op het Nieuwe Testament, afkomstig uit de Latijnse traditie.

Hoe kwam de uitbreiding in de tekst?

Sommige kerkvaders legden de originele (korte) tekst van 1 Johannes 5:7-8 uit in het licht van de drie-eenheid: de drie getuigen, Geest, water en bloed, staan voor de drie-eenheid, meenden zij. Deze populaire uitleg van de tekst werd in de vroege middeleeuwen soms in de marge van de Latijnse handschriften naast de tekst van 1 Johannes 5:7-8 gezet. Maar: de marge van de handschriften werd ook voor een ánder doel gebruikt. Als een overschrijver per ongeluk een woord of zinnetje had overgeslagen (wat geregeld gebeurt bij het overschrijven), en dat later ontdekte, dan schreef hij dat er in de marge nog bij. En dus stonden er in handschriften geregeld woorden of zinnen in de marge die tot de tekst behoorden. Latere overschrijvers konden die woorden of zinnen dan weer ín de tekst zetten. En waarschijnlijk hebben sommige overschrijvers gedacht dat de uitleg die ze bij de tekst van 1 Johannes 5:7-8 in de marge zagen staan, in de tekst hoorde. Daarom hebben ze die tekst bij het overschrijven in de lopende tekst toegevoegd.
Het oudste handschrift dat we kennen met de extra zin in de tekst van 1 Johannes 5 is een Latijnse tekst uit de vierde eeuw na Christus. We weten ook dat enkele Latijnse kerkvaders uit de vierde eeuw inderdaad dachten dat deze uitbreiding bij de tekst van 1 Johannes hoorde. Vanaf de zesde eeuw vinden we de toevoeging in steeds meer Latijnse handschriften. Tot in de tiende eeuw zien we echter wel verschillen in de formulering van de extra tekst.
De vroegste handschriften hebben het Comma Johanneum niet. Het is niet bekend bij de Griekse kerkvaders. Ook in de Latijnse bijbelvertaling van Hiëronymus (Vulgaat; vierde-vijfde eeuw) staat het nog niet.

Wat is het belang?

De uitbreiding van 1 Johannes 5 heeft een grote rol gespeeld in debatten over het leerstuk van de drie-eenheid, vooral in de zeventiende eeuw. De extra zin was bepalend omdat je die heel duidelijk kunt lezen als bewijs voor de drie-eenheid. Toch is het zeker dat de uitbreiding niet tot de oudste tekst van 1 Johannes 5 behoort. Dat vond ook Luther, die deze uitbreiding niet opnam in zijn vertaling. Maar omdat het Comma Johanneum sinds Erasmus was opgenomen in de tekst die later bekend werd als de Textus Receptus, is deze toevoeging wél opgenomen in de SV. En in de HSV staat dit ook nog steeds in de bijbeltekst.
Heeft dit consequenties voor de leer van de drie-eenheid? In de eerste plaats kunnen we stellen dat eeuwenlang theologen en bijbeluitleggers zijn uitgegaan van de drie-eenheid zónder deze extra tekst te kennen of te erkennen. Voor de leer van de drie-eenheid zijn deze extra woorden dus niet nodig. In de tweede plaats is het duidelijk dat de Bijbel zelf geen expliciete definitie van de drie-eenheid geeft, zoals die in de extra tekst van 1 Johannes 5 wordt geboden. De leer van de drie-eenheid is een achteraf geformuleerd theologisch inzicht op basis van de bijbelse gegevens.

Haal het meeste uit debijbel.nl

Word BIJBEL+ gebruiker en ontvang een Bijbel naar keuze en direct toegang tot:

  • Meer dan 20 Bijbelvertalingen (waaronder bronteksten)
  • Extra achtergrondinformatie
  • Studieaantekeningen

Als BIJBEL+ gebruiker steun je het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap om wereldwijd mensen te bereiken met de Bijbel.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons