22Een vruchtbare wijnstok is Jozef,
een vruchtbare plant bij een bron,
met ranken die reiken tot over de muur.
23De boogschutters, zij haatten hem,
zij tergden hem en schoten.
24Maar zijn boog bleef gespannen,
zijn armen en handen soepel,
door de hulp van de Machtige, de Machtige van Jakob,
door de nabijheid van de herder, de rots van Israël,
25door de God van je vader, de Ontzagwekkende.
Hij moge je helpen, Hij moge je zegenen
met zegeningen van de hemel daarboven
en van de oervloed in de diepte,
met zegeningen van borsten en moederschoot.
26De zegen van je vader is rijker
dan de zegen van de eeuwige bergen,
de kostelijke rijkdom van de eeuwige heuvels.
Moge die zegen op Jozef rusten,
de uitverkorene onder zijn broers.