Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Context en aantekeningen bij Marcus 14:32-41

Hier vind je informatie over de context van Marcus 14:32-41 en aantekeningen bij de tekst.

Het Evangelie volgens Marcus 

Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Marcus vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Marcus. Dit evangelie is opgebouwd in twee hoofdgedeeltes: 

1:1-13Titel en proloog
1:14-8:26 Eerste deel: 
Wonderen van Jezus, reacties van de leerlingen, de familie,
de tegenstanders en het volk op Jezus
Vaak wordt het eerste deel verder opgedeeld in drie of meer delen:
bijvoorbeeld 1:14-3:6; 3:7-6:6 en 6:7-8:26.
8:27-16:8Tweede deel:
Verdere ontwikkelingen vanuit het perspectief van het (komende) lijden
Het tweede deel bestaat uit drie onderdelen:
8:27-10:45: lijdensaankondigingen op weg naar Jeruzalem
10:46-13:37: aankomst en optreden in Jeruzalem
14:1-16:8: het verhaal van Jezus’ lijden en overwinning
16:9-20Latere toevoeging met een afsluitende reeks verschijningen
hand-swipe-horizontalSwipe om alle gegevens te zien

Plek van deze passage in het geheel

Met deze passage bevinden we ons in het laatste stuk van het tweede deel van het Evangelie volgens Marcus (8:27-16:8). In het voorgaande heeft Jezus het pesachmaal met zijn leerlingen gevierd (14:12-31). Jezus heeft bij die maaltijd het delen van brood en wijn verbonden met zijn aanstaande lijden en sterven en de betekenis daarvan. Ook heeft Hij aangegeven hoe één van zijn leerlingen Hem zal verraden en hoe alle leerlingen Hem in de steek zullen laten. Dit in de steek laten begint al in deze passage: het lukt de leerlingen niet om samen met Jezus te waken en te bidden. Op deze passage volgt het concrete verraad door Judas en vangt Jezus’ lijdensweg aan (14:43-15:47). Op de drempel van deze lijdensweg bidt Jezus dat dit lijden Hem bespaard mag blijven, maar aanvaardt Hij uiteindelijk de weg die Hij zal moeten gaan.

Eigen accenten Marcus, in vergelijking met Matteüs en Lucas 

Deze passage komt ook voor bij de andere synoptische evangeliën (Mat. 26:36-46; Luc. 22:39-46), waarbij in elk eigen accenten gelegd worden. 

  • Matteüs volgt grotendeels de weergave van Marcus, Lucas geeft deze scene wat anders weer.
  • Alleen Marcus vermeldt hoe Jezus God aanspreekt met Abba.
  • De zinssnede ‘Maar laat niet gebeuren wat ik wil, maar wat U wilt’ ontbreekt in de weergave van Lucas.
  • Marcus en Matteüs vermelden hoe Jezus zich afzondert met Petrus, Jakobus en Johannes en na zijn gebed Petrus, als representant van de leerlingen, aanspreekt. Bij Lucas spreekt Jezus de leerlingen gezamenlijk aan.
  • De drie evangelisten tekenen Jezus’ gebedshouding subtiel verschillend: bij Marcus laat Jezus zich op de grond vallen, Matteüs geeft aan dat Jezus diep voorovergebogen bidt en Lucas spreekt over knielen. In deze toelichting lees je meer over verschillende gebedshoudingen.

Aantekeningen 

Bij vers 32:

  • Getsemane: de Hebreeuwse naam van deze tuin aan de voet van de Olijfberg betekent ‘olijfpers’.

Bij vers 33:

  • Petrus, Jakobus en Johannes: Opnieuw worden bij een belangrijke gebeurtenis (zie Marc. 1:29; 5:37; 9:2; 13:3, soms ook met Andreas) enkele leerlingen apart genomen.

Bij vers 34:

  • In vers 34 had de NBV ‘Ik voel me dodelijk bedroefd’. De NBV21 heeft gekozen voor een meer krachtige vertaling ‘tot stervens toe’ (heôs thanatou, tot de dood).

Bij vers 36:

  • Abba: Abba is Aramees voor ‘vader’ (niet Hebreeuws voor ‘pappie’, zoals eerder wel betoogd door sommige bijbelwetenschappers). Wellicht op aangeven van Jezus benadrukten zijn volgelingen hun onderlinge relatie als die van een familie met God als vader (Marc. 3:31-35; 10:29-30; 11:25; Mat. 6:9; Luc. 11:2; Rom. 8:15-17; Gal. 4:6-7). Dit beeld komt sporadisch voor in de Hebreeuwse Bijbel (Jes. 63:16; 64:7-8; Jer. 3:4, 19; Ps. 68:5-6; 89:27; 103:13). In de Joodse traditie wordt ‘vader’ op zich eerder geassocieerd met Abraham of andere patriarchen dan met God (vgl. Joh. 4:12), terwijl ‘koning’ vaker als titel voor God gebruikt wordt. ‘Vader’ wordt soms gecombineerd met ‘koning’, b.v. in het latere Joodse gebed Avinoe Malkenoe ‘onze Vader, onze Koning’.

  • de beker drinken: verwijzing naar Jezus’ lijden en dood (vgl. Mat. 26:39 en 42) en naar het aanvaarden van de gevolgen, meestal van zonden, als oordeel van God (Ps. 75:8-9; Jes. 51:17-22; Jer. 25:15; Ezech. 23:31-34; vgl. Op. 15:7). Vergelijk ook Marcus 10:38-39.

Bij vers 38:

  • blijf wakker en bid: Jezus is zich bewust van de zwakheden van zijn leerlingen (Marc. 14:27, 30) en raadt hen aan geestelijk waakzaam te blijven.

  • dat jullie niet in beproeving komen: vgl. Matteüs 6:13: ‘En breng ons niet in beproeving’. Jezus herinnert er op deze manier aan dat het geloof van zijn leerlingen op de proef gesteld zal worden (vgl. Gen. 22:1; Ex. 15:25; Deut. 13:4; Recht. 3:4; Job 2:3-6; Hebr. 11:17). De Bijbel duidt daarbij aan dat het de duivel is en nooit God (Job 2:6-7; Jak. 1:13) die concreet – zeg maar: in de uitvoering – een persoon in de beproeving ten val probeert te brengen (zie Mat. 4:1; 1 Kor. 10:13).

  • de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak: in deze formulering klinkt een aspect mee van een voorstelling van de beproeving van de rechtvaardigen die vooral geïnspireerd is op het boek Job, namelijk de gedachte dat Satan alleen het lichaam kan aantasten, niet de ziel van de rechtvaardige, zo lang deze trouw aan God blijft. Drie andere aspecten van dit ‘Job-model’ zijn: 1) net als Job kan de rechtvaardige aanvallen verwachten van Satan; 2)  Satan ziet de beproevingen die hij brengt als een wedstrijd waarin reputaties op het spel staan, als in de vraag: is Job wel zo rechtschapen?; 3) Satan heeft toestemming van God maar heeft tegelijk slechte bedoelingen.

  • Het thema van drie keer in slaap vallen van de leerlingen keert terug in de driemaal herhaalde verloochening van Petrus (Marc. 14:66-72).

Bij vers 41:

  • het is genoeg: in de Griekse tekst is niet direct duidelijk wat het onderliggende werkwoord ‘apechei’ in deze context betekent. De oorzaak is dat ‘apechei’ spreektaal is. Onduidelijk is of het terugverwijst (naar het bidden of het slapen van de leerlingen), of dat het vooruit verwijst (wat komen gaat). De NBV had het vertaald met ‘het is zover’. En daarmee functioneert het als synoniem van ‘het ogenblik is gekomen’. In de NBV21 is bewust gekozen voor een vertaling die zowel terug als vooruit kan verwijzen: ‘het is genoeg’.

Achtergrondinformatie

Toelichting bij kernwoorden en begrippen

Verdieping bij thema’s

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.2
Volg ons