13Zoals een moeder haar zoon troost,
zo zal Ik jullie troosten;
in Jeruzalem zul je troost vinden.
36Hij zei: ‘Abba, Vader, voor U is alles mogelijk, neem deze beker van Mij weg. Maar laat niet gebeuren wat Ik wil, maar wat U wilt.’
15U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te worden – door Hem roepen wij God aan met ‘Abba, Vader’.
6En omdat u zijn kinderen bent, heeft God in ons hart de Geest van zijn Zoon gezonden, die ‘Abba, Vader’ roept.
‘Dominee, u hebt het niet over Vaderdag gehad.’ Ze had gelijk, de vrouw die deze woorden na de kerkdienst tegen me sprak. Ik had er niets over gezegd, want ik ben op z’n minst een beetje verlegen als het gaat om Vaderdag.
Zondag is het Vaderdag. De zaterdag ervoor wordt in alle synagogen ter wereld stilgestaan bij het verhaal van de twaalf verspieders die het beloofde land moesten verkennen (Numeri 13). Wat kunnen we van dat verhaal leren – en wat is de rol en de plicht van een vader in de Joodse traditie?
Volgens paus Franciscus bevat de NBV een pijnlijke vertaalfout. Sinds jaar en dag pleit hij voor een alternatieve vertaling van de zesde bede van het Onzevader. Het vertrouwde ‘leidt ons niet in verzoeking’ (NBG51) of ‘breng ons niet in beproeving’ (NBV) deugt volgens hem niet. God kan hier geen actieve rol in hebben. Hij is onze liefhebbende Vader. Niet God brengt ons in verleiding, maar Satan. Daarom zou je moeten vertalen: ‘laat ons niet in beproeving geraken’ of ‘laat ons niet zwichten voor beproeving’.