13God houdt zijn woede niet in toom;
zelfs Rahabs helpers moeten voor Hem buigen.
11U hebt Rahab verpletterd en doorboord,
met krachtige arm uw vijanden verstrooid.
4‘Ik noem Rahab en Babel mijn getrouwen.
Filistea, Tyrus en Nubië
zijn alle hier geboren.’
7De hulp van Egypte is loos en leeg;
dus noem Ik het Rahab, Tandeloos monster.