Context en aantekeningen bij Johannes 18:1-14 en 19:38-42
Hier vind je informatie over de context van Johannes 18:1-14 en 19:38-42 en aantekeningen bij de tekst.
Het Evangelie volgens Johannes als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Johannes vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Johannes
Over het geheel leest het Evangelie volgens Johannes als een ontdekkingstocht: stap voor stap begrijpt de lezer dat Jezus de ware Messias is, de Zoon van God, en wat dat betekent. De lezer moet leren om niet op een aardse, menselijke manier, maar op een geestelijke manier naar Jezus te kijken (Joh. 3:6; 8:15).
Het Evangelie volgens Johannes is als volgt opgebouwd:
proloog Jezus is het licht en leven | |
hoofddeel 1: de zes tekenen van Jezus, groeiend verzet | |
hoofddeel 2: afscheidsgesprekken van Jezus met zijn leerlingen (13:1-17:26), Jezus gevangen en gekruisigd (18:1-19:42) | |
verschijningsverhalen bevestigen Jezus als licht en leven |
Plek van deze passages in het geheel
De beschrijving van Jezus’ arrestatie in Johannes 18:1-14 volgt op een reeks afscheidsgesprekken, waarin Jezus zijn leerlingen voorbereidt op wat komen gaat (Joh. 13:1-17:26
Rode draad in dit alles is dat Jezus volledig de controle heeft in al deze gebeurtenissen. Zo benadrukt Johannes dat Jezus’ kruisdood geen ongeluk is maar deel uitmaakt van Gods plan, deel is van de vervulling van de Schriften (2:17; 3:14; 13:18; 15:25; 19:24-37). Johannes tekent Jezus daarbij als heer en meester over zijn leven (10:18; 13:3, 27), niemand kan het Hem ontnemen: Hij geeft het zelf wanneer zijn tijd gekomen is (19:30). Daarmee is dit echter nog geen gemakkelijke of vanzelfsprekende weg, zo zegt Jezus in Johannes 12:27:
Op de beschrijving van het lijdensverhaal in 18-19 volgt in de laatste twee hoofdstukken van dit evangelie Johannes’ beschrijving van Jezus’ opstanding uit de dood en zijn verschijnen aan zijn leerlingen.
Opbouw en kern van deze passages
In de beschrijving van Jezus’ arrestatie in de tuin (18:1-14) ontbreekt een aantal details die in de andere evangeliën worden vermeld: de angst van Jezus, de kus waarmee Judas Hem verraadt, de genezing van het oor van de slaaf, enz. Johannes plaatst Jezus’ gezag op de voorgrond: Hij gaat zelf de soldaten tegemoet en zij deinzen voor hem terug. Hij is niet het slachtoffer, maar Hij beheerst de situatie en zorgt zelfs dat de leerlingen kunnen ontsnappen (zie 10:18).
Bron: Studiebijbel in Perspectief
In het vervolg van hoofdstuk 18 en 19 wordt dan beschreven hoe Jezus veroordeeld en gekruisigd wordt. ‘Na deze gebeurtenissen’, zoals Johannes 19:38-42 dan begint, wordt Jezus begraven. Een veelzeggend detail in Johannes is dat Jezus’ graf zich eveneens in een tuin (19:41) bevindt.
Uitgelicht
Bij Johannes spelen de gevangenneming, Jezus’ graflegging en Jezus’ opstanding zich af in een tuin. Daarin klinkt op de achtergrond het paradijsverhaal (Gen. 2-3) mee. Zo duidt Johannes aan dat Jezus’ opstanding de weg vrijmaakt naar herstel voor heel de schepping van het leven zoals God het van oorsprong heeft bedoeld.
Aantekeningen
18:1-14: Jezus’ gevangenneming
Bij vers 1
Jezus gevangengenomen en verhoord
- de Kidron: deze door winterregens gevoede beek bevindt zich ten oosten van Jeruzalem, en vormde de grens tussen de stad en de Olijfberg.
- tuin Het Griekse woord kêpos wordt gebruikt voor ‘tuin’, ‘boomgaard’, ‘omheining’. In de Griekse vertaling van het Oude Testament wordt kêpos in Ezechiël 36:35 als vertaling voor het Hebreeuwse gan ēden gebruikt, als ‘tuin van overvloed’. In Genesis 2:8 wordt gan meestal vertaalt naar het Griekse paradeisos, hoewel sommige kerkvaders ook hier over een kêpos spreken, omdat paradeisos een aanduiding werd van het nog komende Koninkrijk van God. In Marcus en Matteüs wordt deze plek aangeduid met Getsemane (Mat. 26:36; Marc. 14:32).
Bij vers 3
- de cohort: Alleen Johannes noemt de aanwezigheid van Romeinse soldaten bij Jezus’ arrestatie (zie ook de aantekening bij vs. 12). Hun aanwezigheid was echter niet noodzakelijk. Want hoewel samenwerking tussen de Joodse en Romeinse autoriteiten om Jezus te arresteren en te veroordelen waarschijnlijk was, zien we bijvoorbeeld bij de Joodse historicus Josephus dat de Joodse leiders zelfstandig mensen konden laten oppakken en bij de Romeinen afleveren. Mogelijk heeft de evangelist hier een cohort vermeld naast de dienaren van de Joodse leiders om aan te duiden dat Jezus door alle wereldse machthebbers gehaat wordt. Een cohort is een onderafdeling van een legioen in het Romeinse leger en bestond formeel uit zeshonderd soldaten. Maar het concrete aantal kon in de praktijk sterk variëren, van twee- tot zeshonderd soldaten. De evangelist illustreert op deze manier de grote tegenstand van de krachten van de duisternis, die juist ’s nachts komen om Jezus te arresteren (vgl. Joh. 1:5).
- dienaren: De bewakers van de tempel. Judas fungeert als gids voor de hele krijgstroep.
- farizeeën: De farizeeën waren in Jezus’ tijd belangrijke religieuze leiders van het Joodse volk. Ze hielden zich aan de geboden van het Oude Testament. Maar ze hielden zich ook aan de traditie, dus aan de mondeling overgeleverde uitleg van de geboden. De farizeeën wilden het leven zuiver houden van vreemde buitenlandse invloeden, maar ze stonden open voor aanpassing van het geloof aan nieuwe omstandigheden. Het volk had veel respect voor de farizeeën. De groepering is in de tweede eeuw voor Christus ontstaan. Zie voor meer achtergrondinformatie dit artikel
.
Bij vers 4
- Jezus wist precies … ‘Wie zoeken jullie?’: Met dit vers onderstreept Johannes dat Jezus de situatie helemaal onder controle heeft (vgl. 10:18; 13:27). Dezelfde vraag stelt Jezus in een geheel andere context, namelijk aan Maria wanneer Hij uit de dood is opgestaan (Joh. 20:15), en bij de roeping van zijn leerlingen (Joh. 1:38).
- Judas … erbij stond: Judas’ rol is uitgespeeld, bij Johannes ontbreekt de Judaskus (vgl. Mat. 26:48; Marc. 14:45; Luc. 22:47), hij wordt letterlijk teruggebracht tot een omstander. Opnieuw wordt zo onderstreept dat Jezus de regie over de situatie heeft (vgl. Joh. 13:26-27).
Bij vers 5
- van Nazaret: De term Nazôraios in het Johannes-evangelie betekent waarschijnlijk ‘uit Nazaret’ (vgl. Mat. 2:23 en 26:69-71) (zie evt. deze toelichting
). - Ik ben het: vergelijkbaar in o.a. 4:26; 6:20; 8:28; 13:19. Jezus presenteert zich hier zoals God zich als de ene, ware God openbaart, bijvoorbeeld in Jesaja 43:10-11 (vgl. Ex. 3:14). Zie voor andere ‘Ik ben’-uitspraken: 6:48-51; 8:12; 10:7-14; 11:25; 14:6; 15:1. Ook met dit antwoord onderstreept Jezus hoe Hij soeverein zijn weg gaat en vrijwillig de taak vervult die de Vader Hem heeft opgedragen (vgl. o.a. 13:1; 19:11, 17).
Bij vers 6
- vielen op de grond: Dit neervallen gebeurt elders wanneer God zich openbaart, zoals in Daniël 2:46; 8:18; Openbaring 1:17. Ook Psalm 27:2 klinkt in dit neervallen mee.
Bij vers 9
- in vervulling gaan: Het evangelie presenteert Jezus’ uitspraken (zie 6:39; 10:28; 17:12) als profetieën, met hetzelfde gezag als de Schriften.
Bij vers 10
- Malchus: Alleen Johannes vermeldt deze naam en noemt Petrus (vgl. Mat. 26:51; Marc. 14:47; Luc. 22:50).
Bij vers 11
- Steek je zwaard in de schede: Jezus’ oproep van geweld af te zien is in lijn met zijn Bergrede (Mat. 5:9 en 38-48, vgl. Rom. 12:17-21). In Lucas 22:36 roept Jezus zijn leerlingen juist op een zwaard aan te schaffen, maar limiteert Hij evengoed het gebruik ervan (Luc. 22:38 en 49-51).
- de beker … drinken: Verwijzing naar Jezus’ lijden en dood (vgl. Mat. 26:39 en 42) en naar het aanvaarden van de gevolgen, meestal van zonden, als oordeel van God (Ps. 75:8-9; Jes. 51:17-22; Jer. 25:15; Ezech. 23:31-34; vgl. Op. 15:7). Vergelijk ook Marcus 10:38-39 en 14:36.
Bij vers 12
- soldaten: In het Grieks staat hier opnieuw speira dat in Johannes 18:3 met ‘cohort’ vertaald is. Er is met ‘soldaten’ vertaald, omdat een collectief zelfstandig naamwoord niet goed te combineren is met de activiteit ‘grijpen’, en ‘soldaten’ een betere parallel vormt met ‘gerechtsdienaars’.
- tribuun: Een tribuun is de bevelhebber van een cohort.
Bij vers 13
- Annas: Hij was door de Romeinen in 15 na Christus uit zijn functie van hogepriester gezet, maar voerde nog steeds die titel en had nog veel invloed. In tegenstelling tot de synoptici, die een verhoor voor de Hoge Raad, onder leiding van Kajafas noemen, vertelt Johannes over een verhoor onder leiding van Annas. Kajafas wordt slechts kort aangeduid (zie vs. 24 en 28).
- Kajafas: Hogepriester van 18-36 na Christus.
- dat jaar: Normaal gesproken werden hogepriesters benoemd voor het leven, maar sinds Herodes de Grote konden ze uit hun ambt worden ontzet.
Bij vers 14
- de raad had gegeven: Zie 11:49-50.
- één man sterft: Opnieuw een ironische beschrijving (zie 7:27; 8:22; 9:29). Zonder het te weten beschrijft Kajafas Jezus’ dood als heilzaam voor velen.
19:38-42 Jezus’ graflegging
Bij vers 38-39
- Josef van Arimatea … Nikodemus: Josef wordt ook genoemd in Matteüs 27:57‑60; Marcus 15:43; Lucas 23:50‑53. Nikodemus in 3:1‑2 en 7:50‑52. Met de aanduiding dat Josef ‘in het geheim’ een leerling van Jezus was en dat Nikodemus eerder Jezus ‘in de nacht’ bezocht (zie 3:2) stelt de evangelist hen in een ambivalent daglicht. Zowel Josef als Nikodemus verkeren wat deze evangelist betreft nog in het duister. Ze zien Jezus als gestorven aan het kruis. Het siert hen dat ze Jezus de laatste eer bewijzen (vgl. hoe Nikodemus het voor Jezus op lijkt te nemen in 7:50-52), maar bij hen lijkt het zicht op Jezus’ opstanding en hemelse verhoging te ontbreken (zie ook de aantekening bij ‘honderd litra’).
- uit angst voor de Joden: Dit thema keert met enige regelmaat terug in het Evangelie volgens Johannes, zie 7:13; 9:22; 12:42; 20:19. Zie voor de verhouding tussen Joden en christenen in de tijd dat dit evangelie ontstond dit achtergrondartikel
. - het lichaam … meenemen: Het lichaam van terechtgestelden werd soms een bepaalde tijd aan het kruis gelaten, als een waarschuwing voor iedereen.
- mirre en aloë: Aromatische hars en reukwerk. Dit herinnert ook aan de zalving van Jezus in 12:3.
- honderd litra: Deze grote hoeveelheid (circa dertig kilogram) geeft de aan Jezus bewezen een koninklijk karakter (vgl. 2 Kron. 16:14). Tegelijk kan het ook gewoon onderdeel zijn van het Johanneïsche stijlmiddel van overvloed; zie bijvoorbeeld de overvloed van brood en vis in 6:13 en de wonderlijke visvangst in 21:11. De grote eer die Josef en Nikodemus aan de gestorven Jezus bewijzen heeft ook een ironische lading: ze begraven Jezus met koninklijke eer, maar zien zijn hemelse verhoging niet.
Bij vers 40
- zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis: Impliceert een niet-Joods (lezers)publiek.
Bij vers 41-42
- tuin: Deze tuin ligt dichtbij de plaats waar Jezus gekruisigd was. Het is niet geheel duidelijk welke tuin dit is. Alleen Johannes plaatst Jezus’ graf in een tuin, waardoor er een verbinding ontstaat met het Paradijsverhaal uit Genesis 2, dat versterkt wordt door Maria’s veelzeggende vergissing waarbij ze Jezus aanziet voor de tuinman (zie ook dit Preekinspiratie-item bij Johannes 20
).
Bron: Studiebijbel in Perspectief, aangepast
Bron: Het Nieuwe Testament met Joodse Toelichtingen
Bron: Willibrordvertaling met aantekeningen (2012), aangepast
Achtergrondinformatie
Bijbel Basics
Een bijpassend Bijbel Basics item bij Johannes 18:1-14 vind je hier
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
Wordt aangevuld.
Verdieping bij thema’s
Wordt aangevuld.
Meer Preekinspiratie-items bij het Lijdensverhaal
Ga op deze pagina naar:
- het Evangelie volgens Johannes als geheel
- de plek van deze passages in dit geheel
- opbouw en kern van deze passages
- aantekeningen bij de verzen
- achtergrondinformatie bij kernwoorden en begrippen
