Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Lucas 22:14-23 en 28-34 – Preekinspiratie 

Waar gaat het om in dit gedeelte?

Lucas beschrijft het laatste avondmaal van Jezus met zijn leerlingen. Het ritueel van brood en wijn wordt verbonden met Pesach. We lezen hoe Jezus eet met zijn leerlingen aan de vooravond van zijn dood, en daarbij het voorschrift geeft om dit samenzijn telkens opnieuw te vieren. Door deel te nemen aan brood en wijn krijgen Jezus’ volgelingen deel aan de heilbrengende werking van zijn dood en opstanding. Pesach krijgt zo een nieuwe lading: Jezus’ lijden en sterven (paschein) brengt het Pesach (pascha) tot vervulling.  

Lucas 22:28-34 spreekt over de nauwe band tussen Jezus en zijn leerlingen. Ze zullen samen met Jezus aanliggen in het koninkrijk (vs. 28-30). Maar de druk op aarde zal groot zijn: Satan zal ze op alle denkbare manieren onder druk zetten. Door tussenkomst van Jezus zal Satan echter niet bij machte zijn om Petrus’ pistis (zijn geloof, trouw, vertrouwen) te doen bezwijken. Uiteindelijk zal Petrus, door beproeving gelouterd, zijn medegelovigen kunnen sterken. 

Klik om Lucas 22:14-23 te lezen in de NBV21

Klik om Lucas 22:28-34 te lezen in de NBV21

Hier en hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen.

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier en hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan).

Invalshoeken voor de verkondiging

  • Lucas plaatst Jezus’ weg van sterven, opstaan en hemelse opgang in het licht van de exodus. Daardoor krijgt Jezus’ dood een positieve betekenis als het moment waarop het nieuwe verbond tot stand komt. Pesach krijgt een nieuwe invulling door Jezus’ lijden: zijn dood is de doorgang naar bevrijding. Hoe ervaren wij de bevrijdende kracht van het nieuwe verbond? 
  • Belang van het ritueel dat de tijd opheft. Het ritueel van het avondmaal zorgt voor een levende herinnering aan die specifieke maaltijd toen, maar het is gericht op de toekomst. Als we avondmaal vieren schuiven we aan bij de maaltijd van toen én bij het feestmaal dat nog komt. Zo tilt het ritueel ons uit boven de tijd. We zijn geen toeschouwers, maar deelnemers aan een nieuw verbond. Ervaren wij het avondmaal als een daadwerkelijk aanschuiven aan Gods tafel?  
  • Lucas’ accent op het feestelijk karakter van de maaltijd is een belangrijke les. Het avondmaal is in sommige tradities erg sober geworden, terwijl Lucas laat zien dat het een feestmaal is dat vooruitwijst naar het ultieme feestmaal in Gods koninkrijk. Hoe kunnen we rechtdoen aan die vreugde?  
  • Jezus bidt dat Petrus’ geloof niet zal bezwijken, zelfs wanneer Petrus Hem zal verloochenen. Door beproeving gelouterd zal Petrus zijn medegelovigen kunnen sterken. Dit geeft een extra dimensie aan het nieuwe verbond: het is niet alleen een herinnering aan Jezus’ trouw tot in de dood, maar ook een toezegging dat Gods genade sterker is dan onze zwakheid.  

Context van Lucas 22:14-23 en 28-34 

Het Evangelie volgens Lucas als geheel 

Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Lucas vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Lucas

Voor verdieping in het Evangelie volgens Lucas als geheel, zie dit artikel van Arco den Heijer, ‘Het Evangelie volgens Lucas in het Jubeljaar van de Hoop’

Plek van deze passage in het geheel 

Met Lucas 22 begint het slotdeel van het evangelie, over Jezus’ sterven en opstanding. We zitten inmiddels in Jeruzalem aan de vooravond van het pesachfeest. Alle evangelisten vertellen over de laatste maaltijd die Jezus met zijn leerlingen houdt, maar Lucas zet in dit hoofdstuk twee eigen accenten.  

Ten eerste benadrukt Lucas dat de laatste maaltijd van Jezus en zijn leerlingen een pesachmaaltijd is. In Lucas 22:1-13 valt tweemaal de term azumoi, ongedesemde broden, en maar liefst vijfmaal de term pascha, in de betekenissen pesachfeest, pesachlam en pesachmaaltijd. Lucas legt deze nadruk omdat hij Jezus’ gang van sterven, opstanding en hemelse opgang plaatst in het licht van de exodus.  

In de tweede plaats volgt bij Lucas op de maaltijd een uitgebreide rede van Jezus (22:25-38). Met dit tafelgesprek onderstreept Lucas het maaltijdkarakter van het laatste avondmaal. In het hele Lucas-evangelie speelt de maaltijd een bijzondere rol als symbool voor Gods koninkrijk. Lucas beschrijft vaak hoe Jezus aan tafel gaat. Deze maaltijden zijn niet alleen sociale gebeurtenissen, maar momenten waarop redding plaatsvindt. In Lucas 22:30 verwijst Jezus expliciet naar het eschatologische feestmaal in Gods koninkrijk. De maaltijden met Jezus zijn een voorproefje van het ultieme feestmaal.  

Opbouw en kern van Lucas 22:14-23 en 28-34 

De passage begint in vers 14 met een verhalende tekst die de setting aangeeft. De kern van de passage is vers 15-20. Je kunt daarbinnen twee delen onderscheiden: 

  • 22:15-18. Deze tekst heeft een parallelle opbouw. Eerst twee verzen over eten, waarin Jezus het eten van het pesachmaal nu plaatst tegenover het eten van het pesachmaal straks, in het koninkrijk van God. Dan volgen twee verzen over drinken, waarin Jezus het gezamenlijk drinken nu plaatst tegenover het drinken van wijn in het koninkrijk van God. In dit eerste gedeelte wordt dus vooruitgekeken.  
  • 22:19-20. Ook deze tekst heeft een parallelle opbouw. Eerst een vers over het brood, dan een vers over de beker. In beide gevallen volgt een uitspraak over de betekenis ervan. Hier gaat het om terugkijken: de gedachtenis aan Jezus die met zijn dood het nieuwe verbond bekrachtigt. 

Er zit een opvallend element in de tekst: de beker komt tweemaal voorbij, in vers 17 en in vers 20. Dit is de enige avondmaalstekst in het Nieuwe Testament waarin we dat zien. De passage besluit met Jezus’ aankondiging dat een van zijn leerlingen Hem zal uitleveren (vs. 21-23). In Matteüs en Marcus zegt Jezus dit vóór het delen van brood en wijn, in Lucas juist erna. 

Lucas 22:28-34 legt eerst een nauwe band tussen Jezus en zijn leerlingen. Omdat zij bij Hem zijn gebleven in zijn beproevingen, krijgen zij in het koninkrijk de mooiste plaatsen dicht bij Jezus (vs. 28-30). Dan zegt Jezus dat Hij bij God ervoor heeft gepleit Satans beproeving in te perken. Net zoals bij Job de satan niet aan Jobs leven mocht komen, mag Satan bij Petrus niet aan zijn geloof komen. Petrus zal uiteindelijk niet echt tegen God kiezen. Nadat hij op zijn schreden zal zijn teruggekeerd, zal hij, door de beproeving gelouterd, zijn medegelovigen kunnen sterken. 

Eigen accenten Lucas, in vergelijking met Matteüs, Marcus en 1 Korintiërs  

Om de tekst van Lucas goed uit te kunnen leggen, vergelijken we de vier avondmaalsteksten van het Nieuwe Testament met elkaar in detail. Uit die vergelijking blijkt dat Lucas 22 de avondmaalstraditie van Marcus (en Matteüs) verbindt met die van Paulus. De tekst van Lucas is mede daarom ook uitgebreider dan de andere versies. In het onderstaande schema staan de vier passages. De woorden en zinsdelen die in alle versies voorkomen, staan vet weergegeven.  

  • Brood: ‘Jezus nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het en zei: dit is mijn lichaam.’  
  • Beker: ‘de beker’, ‘het verbond’ en ‘mijn bloed’.  
  • Het woordje ‘voor’, ‘ten behoeve van’ (Grieks huper), in Marcus en Matteüs bij het bloed, ‘voor velen vergoten’; in 1 Korintiërs bij het brood, ‘mijn lichaam voor jullie’; in Lucas tweemaal, zowel bij het brood als bij de beker. 

Deze gedeelde woorden vormen de kern van de avondmaalstraditie, waarbij brood en wijn verwijzen naar Jezus’ dood en het verbond dat met zijn bloed is bekrachtigd. Wie daaraan deelneemt, heeft deel aan de heilbrengende dood van Jezus. 

Marcus 14:22-25 

22 Terwijl ze aten, nam Hij een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Neem hiervan, dit is mijn lichaam.23 En Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker, en allen dronken eruit. 24 Hij zei tegen hen: ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt. 
25 Ik verzeker jullie: Ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken, tot de dag dat Ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God.’ 

Matteüs 26:26-29 

26 Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’ 27 En Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, 28 dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. 29 Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken, tot de dag dat Ik er met jullie opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’

Lucas 22:15-20  

15 Hij zei tegen hen: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal
met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. 16 Want Ik zeg jullie: Ik zal geen pesachmaal 
meer eten totdat het zijn vervulling heeft gekregen in het koninkrijk van God.’ 17 Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. 18 Want Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’ 19 En Hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.’ 20 Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond, dat door mijn bloed gesloten wordt.

1 Korintiërs 11:23b-26 

23b In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam Hij een brood, 24 sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.’ 25 Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en Hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond, dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om Mij te gedenken.’ 26 Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat Hij komt. 

Hoe verhouden deze teksten zich tot elkaar? Marcus is zeer waarschijnlijk het oudste evangelie en Matteüs en Lucas hebben van zijn tekst gebruik-gemaakt. Bij Matteüs zien we dat hier direct terug. Bij Lucas ligt dat anders, maar het stuk over de eerste beker, vers 17-18, komt overeen met Marcus, waarbij vers 23 en vers 25 uit Marcus zijn samengenomen.  

Marcus 14:23-25 

23 En Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker, en allen dronken eruit. 24 Hij zei tegen hen: ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt. 25 Ik verzeker jullie: Ik zal niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken, tot de dag dat Ik er opnieuw van zal drinken in het koninkrijk van God.’ 

Lucas 22:17-18 

17 Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. 18 Want Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’ 

Daarnaast lijkt Lucas ook de tekst van Paulus uit 1 Korintiërs te hebben gebruikt:  

Lucas 22:19-20 

19 En Hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.’ 20 Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond, dat door mijn bloed gesloten wordt.’ 

1 Korintiërs 11:23b-25 

(…) nam Hij een brood, 24 sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.’ 25 Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en Hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond, dat door mijn bloed gesloten wordt.’ 

In Lucas 22 zien we een combinatie van wat we bij Marcus en bij Paulus treffen. Dat verklaart waarom zijn tekst langer is en ook waarom de beker tweemaal langskomt. Lucas heeft er een zorgvuldige eenheid van gemaakt. Hij verbindt alle elementen door Jezus’ dood en opstanding in het licht van het exodusgebeuren te plaatsen:  

  • Pascha (Pesach) wordt ingevuld met paschein (lijden). Lucas plaatst Jezus’ lijden en sterven, maar ook zijn opstanding, zijn ‘exodus’ uit de dood, en de voltooiing in Gods koninkrijk, in het licht van de exodus.  
  • In Exodus speelt herdenken een grote rol: door de viering word je deel van de bevrijde gemeenschap. Dat zie je terug in Lucas 22:19. De gedachtenis is de viering waardoor Jezus’ volgelingen deel worden van de bevrijde gemeenschap.  
  • In de profetenboeken (bijv. Jer. 31) wordt de exodus een beeld van toekomstige redding, een nieuw verbond voor een nieuw Israël, hernieuwde toewijding aan God en vergeving van zonden. Daar bouwt Lucas op voort. Pesach wijst vooruit naar het grote feestmaal in het koninkrijk, waar Jezus en zijn leerlingen zullen aanzitten.  

In Jezus’ toespraak in Lucas 22:28-34 zijn de verzen 28 en 31-32 uniek voor Lucas. Lucas heeft als enige een redevoering van Jezus in aansluiting op het pesachmaal, waarin hij stof opneemt die in Matteüs en Marcus op andere plekken staat. 

Aantekeningen per vers

Bij vers 14 

14Toen het tijd was, ging Hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd.

Lucas 22:14NBV21Open in de Bijbel

  • Toen het tijd was: De term hôra verwijst hier naar het vastgestelde moment waarop het pesachmaal begon. De NBV formuleerde het al te terloops (‘Toen het zover was’).  
  • de apostelen: anders dan bij Matteüs en Marcus komt bij Lucas ook in het slotdeel van het evangelie de term ‘apostelen’ nog een paar keer voor. In deze context draagt ‘apostelen’ bij aan het vooruitwijzende karakter van de tekst.  

Bij vers 15 

15Hij zei tegen hen: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt.

Lucas 22:15NBV21Open in de Bijbel

  • mijn lijden: In vers 15 brengt Jezus twee woorden met elkaar in verband die in het Grieks bijna hetzelfde klinken: pascha, Pesach, en paschein, lijden. Tussen die twee woorden is geen etymologisch verband. Pascha komt van het Hebreeuwse pasach, voorbijgaan. Paschein is Grieks en betekent lijden. De associatie tussen die twee woorden is hier bewust. 

Bij vers 16 

16Want Ik zeg jullie: Ik zal geen pesachmaal meer eten totdat het zijn vervulling heeft gekregen in het koninkrijk van God.’

Lucas 22:16NBV21Open in de Bijbel

  • totdat het zijn vervulling heeft gekregen: Pesach komt tot vervulling in het koninkrijk. Jezus legt uit hoe je het verband tussen zijn lijden en Pesach moet zien: zijn lijden en sterven is noodzakelijk, maar niet het einddoel. De vervulling van Pesach is verbonden met zijn opstanding en hemelse opgang.  

Bij vers 19-20 

19En Hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.’ 20Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond, dat door mijn bloed gesloten wordt.

Lucas 22:19-20NBV21Open in de Bijbel

  • dat voor jullie gegeven wordt (…) dat door mijn bloed gesloten wordt: Vers 19b-20 ontbreekt in Codex Bezae en in enkele andere handschriften. Sommige uitleggers menen dat deze passage later is toegevoegd uit theologische overwegingen. Dit is namelijk de enige plek in het Evangelie volgens Lucas waar de redding die Jezus brengt expliciet met zijn dood wordt verbonden. Toch hoorde deze tekst waarschijnlijk vanaf het begin al bij Lucas. Een latere overschrijver heeft dit gedeelte vermoedelijk per ongeluk weggelaten omdat Lucas (als enige) tweemaal over de beker spreekt. De overschrijver dacht dat dit een foutje was in de tekst en ‘corrigeerde’ de tekst door te stoppen na ‘dit is mijn lichaam’, zoals ook in Marcus en Matteüs gebeurt. 
  • Doe dit, telkens opnieuw: In het Grieks staat poieite, een gebiedende wijs van het presens (tegenwoordige tijd). Als het om een eenmalige opdracht gaat, gebruik je in het Grieks de gebiedende wijs van de aoristus. De gebiedende wijs presens heeft een doorgaande of herhalende functie. Dat betekent dat je moet vertalen ‘blijf dit doen’ of ‘doe dit, telkens opnieuw’.  
  • Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten: Hier zit in het Grieks een probleem: wat wordt er vergoten? Volgens de NBG 1951, de NBV en de NBV21 wordt de beker uitgegoten. Volgens de HSV en de GNB wordt Jezus’ bloed vergoten. De beker (to potêrion) is onzijdig, enkelvoud, en eerste naamval. Het bloed (to haima) is onzijdig, enkelvoud, en derde naamval. Het uitgieten (to ekchunnomenon) is onzijdig, enkelvoud, en eerste naamval. Grammaticaal moet je het uitgieten dus verbinden met de beker, niet met het bloed. Drie visies zijn hier mogelijk: (1) Hoewel het grammaticaal de beker is die vergoten wordt, gaat het inhoudelijk om het bloed, want de beker stáát hier voor de inhoud: wijn (en dus bloed). (2) Het is een klein grammaticaal foutje, maar we moeten het uitgieten tóch verbinden met het bloed. Nergens in de Bijbel kom je het uitgieten van een beker tegen, het vergieten van bloed komt juist wél vaak voor. (3) Als je breder kijkt, dus ook naar teksten buiten de Bijbel, dan zie je dat het uitgieten van de beker aan het eind van de maaltijd een bekend ritueel was in de Grieks-Romeinse tijd. Ook onder Joden was dit gebruikelijk; het is een ritueel van verbondssluiting. Het voordeel van de derde visie is dat er een duidelijk verschil is tussen de eerste beker (die rondgaat tijdens de maaltijd) en de tweede beker (die als ritueel wordt uitgegoten na de maaltijd). Toch komen de meeste uitleggers – via uitleg 1 of 2 – uit bij het bloed van Christus dat vergoten wordt.   
  • het nieuwe verbond: De uitdrukking ‘het nieuwe verbond’ komt uit Jeremia 31:31 (LXX Jer. 38:31). Dit is een belangrijke tekst in het Oude Testament. Het nieuwe verbond staat in verband met vergeving van zonden (Jer. 31:34 [LXX 38:34]). Dat speelt ook in de evangeliën een grote rol: vergeving van zonden wordt verbonden met Jezus’ heilvolle optreden. De tekst van Jeremia over het nieuwe verbond verwijst bovendien terug naar de exodus, de bevrijding van Israël uit Egypte (Jer. 31:32 [LXX 38:32]).  
  • door mijn bloed: ‘Uitgieten van bloed’ komt in de Bijbel op twee manieren voor: (1) In cultische context (met name in Leviticus bij het reinigingsoffer) gaat het om het uitgieten van het bloed van een offerdier. Offerbloed wordt opgevangen in een schaal en vervolgens uitgegoten over het altaar. Dit bloed heeft een verzoenende werking. (2) Veel vaker komt de uitdrukking voor in de zin van gewelddadig ‘bloed vergieten’, dat wil zeggen mensen met geweld ombrengen. Hoe moeten we het hier opvatten? De eerste optie is theologisch verleidelijk: ‘uitgegoten bloed’ als offer met verzoenende werking. Je komt dan uit bij de interpretatie van Jezus als het pesachlam. Lucas lijkt ons echter op iets anders te wijzen. Christus wordt door hem niet als pesachlam voorgesteld; Jezus eet zelf van het pesachmaal als vooruitwijzing naar de vervulling ervan in het koninkrijk. In Jeremia 31:31-34 (het nieuwe verbond) gaat het over ‘vergeving van zonden’ maar zonder bloed of offers. Ook Lucas verbindt Jezus’ optreden met vergeving van zonden, maar hij legt dat niet uit als verzoening, maar als bevrijding. In het Oude Testament werkt bloed niet alleen verzoenend, maar ook bekrachtigend. In Exodus 24, bij de verbondssluiting bij de Sinai, wordt het bloed van de offerdieren in twee helften verdeeld: de ene helft wordt uitgegoten tegen het altaar, met de andere helft wordt het volk besprenkeld. Het gaat daar om de bekrachtiging van het verbond. Het bloed bezegelt de onverbrekelijke band tussen God en zijn volk. Ook in Lucas 22 speelt het ritueel van verbondssluiting een cruciale rol. We kunnen daarom zeggen dat het bloed van Jezus, dat verwijst naar zijn gewelddadige dood, staat voor de onverbrekelijke eenheid tussen Jezus en zijn volgelingen, die met bloed bezegeld wordt. Daarin ligt de zekerheid van het heil.  

Bij vers 28-30 

28Jullie zijn in al mijn beproevingen steeds bij Mij gebleven. 29Ik bestem jullie voor het koningschap zoals mijn Vader Mij voor het koningschap bestemd heeft: 30jullie zullen in mijn koninkrijk eten en drinken aan mijn tafel, en zetelen op een troon om recht te spreken over de twaalf stammen van Israël.

Lucas 22:28-30NBV21Open in de Bijbel

  • in al mijn beproevingen steeds bij Mij gebleven: Bij Jezus’ eerste beproeving waren zijn leerlingen er niet bij (Luc. 4:1-13). Jezus gebruikt hier het woord ‘beproevingen’ als verwijzing naar ervaringen van afwijzing en vervolging die een dienaar van God moet doorstaan (vgl. Hand. 20:19). Eerder was sprake van een ander type beproeving: de vraag om een teken uit de hemel stelde Jezus op de proef (Luc. 11:16). Dit staat gelijk aan God op de proef stellen (zie hierover meer bij de derde beproeving in Luc. 4). Hier in Lucas 22:28 gaat het erom dat de leerlingen steeds voor Jezus zijn blijven kiezen, ook al was dat niet altijd gemakkelijk. 
  • koningschap: Het koningschap waar Jezus hier op doelt is een van rechtspreken als rechters over de twaalf stammen van Israël. In Lucas 12:32 kondigde Jezus dit koningschap al aan. 
  • aan mijn tafel: Het messiaanse feestmaal (Luc. 13:29; 14:15; zie ook Jes. 25:6-8). Meer over maaltijden in het Evangelie volgens Lucas is hier te lezen

Bij vers 31-34 

31Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven. 32Maar Ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken.’ 33Simon antwoordde: ‘Heer, ik ben zelfs bereid om met U de gevangenis in te gaan en te sterven.’ 34Maar Jezus zei: ‘Ik zeg je, Petrus, deze nacht zal de haan niet kraaien voordat je driemaal geloochend hebt dat je Mij kent.’

Lucas 22:31-34NBV21Open in de Bijbel

  • Satan (…) heeft opgeëist: In Lucas 22:3 is Satan erin geslaagd om Judas mee te slepen en nu heeft hij het op de andere leerlingen voorzien. Verondersteld wordt een scène in de hemel zoals in Job 1:6-12 en 2:1-6: Satan eist de leerlingen op om hen als graan te zeven, terwijl Jezus voor hen bidt om niet te bezwijken. 
  • als graan te mogen zeven: Om het kaf en het koren van elkaar te scheiden (voor het beeld zie Am. 9:9-10). 
  • opdat je geloof niet zou bezwijken: Het woord pistis is een kernwoord in het Nieuwe Testament. Het wordt meestal vertaald met ‘geloof’, maar ‘trouw’ of ‘vertrouwen’ zijn ook vaak passende weergaven.   
  • tot inkeer bent gekomen: Bedoeld is dat Petrus tot inkeer zal komen na zijn verloochening van Jezus (Luc. 22:61). Dit betekent niet dat zijn geloof zal zijn bezweken, want daarvoor behoedt Jezus hem juist. 

Achtergrondinformatie 

Toelichting bij kernwoorden en begrippen 

Inspiratie in video en tekst 

Ter inspiratie

[volgt]

Blijf op de hoogte

Wil je een seintje ontvangen wanneer er nieuw materiaal online staat?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons