Lucas 22:54-62 – Preekinspiratie
Waar gaat het om in dit gedeelte?
In Lucas 22:54-62 verloochent Petrus Jezus tot driemaal toe wanneer mensen hem aanwijzen als een volgeling van Jezus. Pas wanneer Jezus zich omdraait naar Petrus en hem aankijkt, beseft Petrus wat hij gedaan heeft en komt hij tot inkeer. Dit moment – alleen in het evangelie volgens Lucas genoemd – is het bepalende moment in deze tekst.
Deze passage laat ons stilstaan bij ons eigen geloof in Jezus en anderen. Doen we, net zoals Petrus, vaak alsof we een ander niet kennen als die iets doet waarmee we niet geassocieerd willen worden? Of laten we het gelaat van de ander ons bereiken zodanig dat we onze verantwoordelijkheid opnemen en de ander bijstaan wanneer hij of zij het nodig heeft?
Klik om deze passage te lezen in de NBV21
Hier
En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier
Invalshoeken voor de verkondiging
- Petrus, die Jezus zo’n warm hart toedroeg, doet alsof hij Jezus niet kent als Jezus eenmaal gearresteerd is. Wanneer mensen hem expliciet aanduiden als een van Jezus’ leerlingen, liegt hij. Hij wil immers uit zelfbehoud niet met Jezus geassocieerd worden. Ook wij kunnen beschaamd zijn over anderen die we goed kennen. Zeker wanneer ze iets doen wat niet in lijn ligt met hoe we wensen dat ze zich gedragen. Maar ook als ze, wellicht buiten hun schuld, een slechte naam krijgen en worden veroordeeld. Kiezen wij er dan voor om uit zelfbescherming te doen alsof we ze niet kennen? Of blijven we hun nabij?
- In een geseculariseerde maatschappij durven we misschien niet altijd te getuigen van ons geloof in Christus, uit angst om bespot te worden. Toch is er geen reden tot angst of vrees. We mogen erop vertrouwen dat Jezus zich om ons bekommert en naar ons kijkt, zoals Hij naar Petrus keek. Op die manier kunnen we zijn boodschap zonder vrees met anderen delen. Zijn er soms momenten waarop we niet durven uitkomen voor hetgeen waarin we geloven?
- Petrus trachtte zichzelf te redden en dacht enkel aan zichzelf. Hij dacht niet aan Jezus die, in de tussentijd, onder arrest stond. Het is pas nadat Jezus zich omkeerde en Petrus aankeek, dat Petrus besefte wat voor wandaad hij begaan had. Soms is de blik van de ander voldoende om ons te doen beseffen wat we hun aangedaan hebben. Dit zorgt ervoor dat we onze verantwoordelijkheid durven opnemen. Hierdoor kunnen we tot inkeer komen, onze fouten onder ogen zien, vergeving vragen en tot verzoening komen.
Context en aantekeningen bij Lucas 22:54-62
Het Evangelie volgens Lucas als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Lucas vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Lucas
Plek van deze passage in het geheel
Hoofdstuk 22 van het Lucas-evangelie begint met het plan van de hogepriesters en de schriftgeleerden om Jezus uit de weg te ruimen (vs. 1-7). Hiervoor doen ze beroep op Judas, een van de leerlingen van Jezus. Vervolgens komt het verhaal van het Laatste Avondmaal (vs. 7-38) en wordt Jezus uitgeleverd (vs. 39-53).
In onze passage wordt Jezus naar het huis van de hogepriester gebracht. Nog in diezelfde nacht wordt Hij door Petrus verloochend. In het direct volgende gedeelte wordt Jezus mishandeld door zijn bewakers. Als de ochtend aanbreekt, wordt Hij voor het Sanhedrin geleid. Vervolgens, in hoofdstuk 23, zal Hij voor Pilatus geleid worden.
Opbouw en kern van de passage
Terwijl de focus in het eerste gedeelte van vers 54 nog op Jezus ligt, verschuift die naar Petrus voor de rest van de passage. Als dusdanig treedt hij op de voorgrond.
In het huis van de hogepriester, waar Jezus naartoe gebracht wordt, plaatst Petrus zich te midden van de mensen rondom een vuur dat brandt (vs. 55). Tot driemaal toe komen mensen (een dienstmeisje en twee niet gespecifieerde personen) naar Petrus en herkennen hem als een volgeling van Jezus (vs. 56-59). Telkens ontkent Petrus dat hij bij Jezus hoort of Hem kent. Tijdens Petrus’ antwoord op de laatste persoon kraait de haan (vs. 60). Op dat moment komt de voorspelling tot vervulling die eerder in hoofdstuk 22 door Jezus gedaan werd (Luc. 22:34). Wat opmerkelijk is en eigen aan Lucas, is dat Jezus zich hierop omdraait en Petrus aankijkt (vs. 61). Op dat moment beseft Petrus wat hij gedaan heeft. Al huilend verlaat hij de binnenplaats van het huis van de hogepriester (vs. 62).
Eigen accenten van Lucas in vergelijking met Matteüs en Marcus
De passage heeft parallellen met Matteüs 26:57-75; Marcus 14:53-72 en Johannes 18:12-27, waarbij in elk evangelie eigen accenten gelegd worden. Lucas’ versie van het verhaal heeft een paar opvallende, van de andere evangelisten afwijkende kenmerken:
- Lucas ordent het verhaal anders dan de andere evangelisten. Bij Matteüs, Marcus en Johannes wordt Jezus meteen naar binnen gebracht in het huis van de hogepriester, waar het Sanhedrin is verzameld om Hem te verhoren. Er vindt een nachtelijke zitting plaats. Petrus bevindt zich ondertussen op de binnenplaats tussen de dienaren. Daar vindt de verloochening plaats, terwijl Jezus op datzelfde moment binnen ondervraagd wordt. Lucas vertelt het anders. Hij schrijft eerst over de verloochening door Petrus, in de nacht (Luc. 22:54-62), dan over de mishandeling van Jezus (Luc. 22:63-65), en plaatst een (opvallend korte) beschrijving van het verhoor op de volgende ochtend (Luc. 22:66-71).
- Niet alleen het tijdsverloop is anders bij Lucas, ook de situering. Terwijl bij de andere evangelisten Jezus en Petrus van elkaar gescheiden zijn, de één binnen, de ander buiten, situeert Lucas de nachtelijke gebeurtenissen rond het vuur op de binnenplaats. Daar wordt Jezus gebracht, daar verloochent Petrus Hem, en daar wordt Jezus door zijn bewakers mishandeld. Pas als de ochtend gloort, wordt Hij naar binnen gebracht om te verschijnen voor het Sanhedrin.
- Bij de derde verloochening blijft Petrus bij Lucas rustig (vs. 60). Bij Matteüs en Marcus begint hij te vloeken en te zweren. Dat wordt door Lucas niet genoemd.
- Bij Matteüs en Marcus is het de haan die met zijn gekraai Petrus herinnert aan de woorden van Jezus, hierdoor beseft hij wat hij heeft gedaan. Bij Lucas staat er nog iets tussen: ‘De Heer draaide zich om en keek Petrus aan.’ Na de verloochening en het kraaien van de haan, is het Jezus zelf die met zijn blik Petrus doet realiseren wat hij gedaan heeft.
- Het is belangrijk om de samenhang te zien van Lucas’ versie. Als je de verschillende versies mengt, dan krijg je dat Jezus, die binnen wordt verhoord, naar buiten kijkt naar Petrus op de binnenplaats en hem aankijkt. Dan staan Jezus, die zich soeverein staande houdt tegenover zijn ondervragers, en Petrus, die schandelijk bezwijkt onder zijn ondervragers, met elkaar in contrast. Maar dat is niet hoe Lucas het vertelt. Jezus is als gevangene meegevoerd naar de binnenplaats van het huis van de hogepriester; in Lucas 22:63-65 blijkt dat zijn bewakers niet zachtzinnig met Hem omgaan. Van dichtbij hoort Jezus aan dat zijn eigen leerling Hem tot driemaal toe verloochent. Met wat voor blik Jezus naar hem kijkt, vertelt Lucas niet. Maar het is een situatie waarin een mishandelde gevangene glashard wordt verloochend door een vriend.
Aantekeningen per vers
Bij vers 54
- huis: Het Griekse woord oikia kan een gewoon huis aanduiden, maar ook een groot huis of paleis.
- op een afstand: Dit geeft reeds aan dat Petrus met enige schrik de zaken volgde.
Bij vers 56
- dienstmeisje: Paidiskē in het Grieks. Deze confrontatie typeert Petrus’ zwakheid. Een dienstmeisje stond in die tijd niet hoog aangeschreven en Petrus kan tegen haar al niet op.
Bij vers 57
- hij ontkende het: Het werkwoord dat hier gebruikt wordt is arneomai in het Grieks. Het is een heel sterk woord dat Lucas hier hanteert. Het komt ook voor in Lucas 12:9, waar staat: ‘Maar wie Mij verloochent bij de mensen, zal verloochend worden bij de engelen van God.’ Petrus begaat dus een ernstige misdaad. In vers 57 is het de eerste keer dat Petrus Jezus verloochent. In verzen 58 en 60 zal hij het nogmaals doen.
- ik ken Hem niet eens: Petrus vertelt hier een leugen, allicht om zijn eigen vel te redden. Ziehier de parallel met de woorden van de heer des huizes uit Lucas 13:25: ‘Ik ken jullie niet’! Terwijl het in Lucas 13 over God gaat die zal oordelen, waardoor sommigen niet in het koninkrijk zullen kunnen binnentreden, is het in Lucas 22 Petrus die Jezus (en dus bijgevolg ook God) weigert.
Bij vers 58
- Welnee man, helemaal niet: De tweede keer dat Petrus Jezus verloochent, wordt anders verwoord maar komt op hetzelfde neer.
Bij vers 59
- ongeveer een uur later: Terwijl de eerste twee personen die Petrus herkenden kort na elkaar volgden, komt de derde later aan bod. Allicht heeft de evangelist hiervoor gekozen om aan te duiden dat de verloochening van Jezus door Petrus geen impuls was, integendeel.
- met grote stelligheid: Diischyrizomai in het Grieks. De derde persoon is ervan overtuigd dat hij de waarheid spreekt en dat Petrus liegt. Dit wordt versterkt door zijn uitspraak ‘zeker’ (ep’ alētheias in het Grieks).
- hij komt immers ook uit Galilea: In tegenstelling tot de andere twee personen, geeft de derde persoon een reden waarom hij er zeker van is dat Petrus bij Jezus hoort. Petrus komt namelijk uit Galilea, net zoals Jezus.
Bij vers 60
- Ik weet niet waar je het over hebt: In plaats van flagrant te ontkennen dat hij Jezus kent, zoals hij de andere twee keer gedaan heeft, zegt Petrus hier niet te weten waarover de derde persoon het heeft. De uitspraak is iets zwakker dan de vorige twee uitspraken van Petrus. (Terwijl in de versie van Marcus en Matteüs de derde keer juist extra wordt aangezet, doordat Petrus het vloekend en zwerend benadrukt.)
- En op datzelfde moment: Op hetzelfde moment waarop Petrus nog aan het spreken is, kraait de haan. Op die manier komt tot vervulling wat Jezus reeds in Lucas 22:34 voorzegd had.
Bij vers 61
- De Heer draaide zich om en keek Petrus aan: Wanneer Petrus Jezus verloochend heeft, draait de Heer zich om. Sterker nog, Hij kijkt hem zelfs aan. Echter, Lucas vertelt ons niet met welke blik Jezus Petrus aankijkt. We komen enkel te weten welk effect het op Petrus heeft.
- herinnerde Petrus zich de woorden van de Heer: Doordat Jezus zich omkeerde en Petrus aankeek, herinnert Petrus zich Jezus’ woorden van Lucas 22:34. Op dat moment komt Petrus tot inkeer en beseft hij dat Jezus waarlijk de Heer is.
Bij vers 62
- ging naar buiten: Petrus kan hetgeen hij Jezus aangedaan heeft niet verdragen. Omwille van de grote schuld en schaamte die hij voelt, vlucht hij naar buiten teneinde Jezus niet meer onder ogen te hoeven komen.
- huilde bitter: De bitterheid van de tranen duidt op de ernst van de misdaad die Petrus begaan heeft.
Achtergrondinformatie
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
Inspiratie in video en tekst
Ter inspiratie
[volgt]
