Lucas 23:1-25 – Preekinspiratie
Waar gaat het om in dit gedeelte?
In Lucas 23:1-25 wordt Jezus voor Pilatus en Herodes gebracht, door wie Hij wordt verhoord. Zowel Pilatus als Herodes treft geen schuld bij Jezus aan. Voornamelijk Pilatus verdedigt Jezus’ onschuld. Echter, de leiders en het volk denken er anders over. Zij willen Jezus gekruisigd zien en vragen de vrijlating van de misdadiger Barabbas. Pilatus zwicht uiteindelijk voor hun druk, levert Jezus uit en laat Barabbas vrij.
De passage wordt getekend door Jezus’ onschuld, die erkend wordt door zowel Pilatus als, in mindere mate, Herodes. Toch wordt Jezus niet vrijgesproken. Door Pilatus’ uiteindelijke toezegging aan de leiders en het volk getuigt de tekst van een grote vorm van onrechtvaardigheid. Hoe kan een onschuldig man schuldig bevonden worden?
Klik om deze passage te lezen in de NBV21
Hier
En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier
Invalshoeken voor de verkondiging
- Jezus is onschuldig maar wordt toch als misdadiger berecht. Deze tekst geeft een ongemakkelijk gevoel. Hoe kan een onschuldige op die manier behandeld worden? Toch is dit iets wat we tegenwoordig ook nog vaak horen. Ook vandaag worden er mensen ten onrechte schuldig verklaard, vaak door een onrechtmatig proces. Dat roept in ons een sterke verontwaardiging op. Vaak durven mensen op dat moment niets te ondernemen om het recht te laten geschieden. Denk in dit verband ook aan de reactie van Herodes en Pilatus die, ondanks dat ze overtuigd zijn van Jezus’ onschuld, daar niet naar handelen. Toch kan het gevoel van onrechtvaardigheid ons aansporen om actie te ondernemen, zeker wanneer meerdere personen bewogen worden om op een vreedzame manier iets aan de onrechtvaardige situatie te doen. Denk in dit verband aan de Amnesty International ‘Schrijf-ze-VRIJdag’. Hoe kunnen we onze onvrede met onrechtvaardigheid op een vreedzame manier uiten?
- De hogepriesters en de leiders van het volk zijn overtuigd van Jezus’ schuld en willen Hem koste wat kost wegruimen. Al treffen vooraanstaande personen zoals Pilatus en Herodes geen schuld aan, toch blijven de Joodse leiders overtuigd van hun eigen gelijk. In ons eigen leven zijn we soms ook zodanig overtuigd van onze eigen waarheid dat geldige tegenargumenten niet mogen baten. Op die manier zijn we blind voor de echte waarheid en raken we verstard. Luisteren naar anderen en hun mening serieus nemen is daarom belangrijk. Op welke manier kunnen we op zo’n moment een open houding aannemen ten opzichte van anderen?
- Pilatus weet dat Jezus onschuldig is. Hij weet wat hij moet doen, namelijk Hem vrijlaten. Toch laat hij zich beïnvloeden door het geschreeuw van de hogepriesters, de leiders en het volk. Hun geschreeuw gaf de doorslag (vs. 23). Ook vandaag bezwijken leiders onder druk, vaak om hun achterban gunstig te stemmen en zo hun (machts)positie te behouden. Op die manier kiezen ze voor de gemakkelijkste weg, al is die onrechtvaardig. Hoe kun je leidinggeven zonder te bezwijken voor oneigenlijke druk?
Context en aantekeningen bij Lucas 23:1-25
Het Evangelie volgens Lucas als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Lucas vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Lucas
Plek van deze passage in het geheel
In hoofdstuk 22 wordt Jezus door Judas uitgeleverd aan de hogepriesters en schriftgeleerden. Deze brengen Hem naar het huis van de hogepriester, waar Hij verschijnt voor de raad van oudsten en verhoord wordt.
In hoofdstuk 23 wordt Jezus voorgeleid aan Pilatus, vervolgens aan Herodes, om nadien opnieuw voor Pilatus te verschijnen. Uiteindelijk zal Hij door Pilatus uitgeleverd worden om gekruisigd te worden.
Opbouw en kern van de passage
De Joodse leiders brengen Jezus bij Pilatus, de Romeinse gouverneur (vs. 1). Ze beschuldigen Hem ervan het volk van het rechte pad te brengen, hen te verhinderen belasting aan de keizer te betalen en zichzelf koning te noemen (vs. 2).
Pilatus ondervraagt Jezus, maar treft geen schuld aan (vs. 3-5). Wanneer hij hoort dat Jezus uit Galilea komt, stuurt hij Hem naar Herodes Antipas (vs. 6-7). Herodes is benieuwd naar Jezus en hoopt een wonder te zien (vs. 8). Ook hij ondervraagt Jezus, maar krijgt geen antwoord (vs. 9). Daarop bespot Herodes Jezus en stuurt Hem terug naar Pilatus (vs. 11).
Omdat Pilatus nog steeds overtuigd is van Jezus’ onschuld, bepleit hij tot driemaal toe Jezus’ onschuld en probeert hij Hem vrij te laten (vs. 13-22). Dit valt in dovemansoren bij de hogepriesters en leiders die oproepen om Jezus uit de weg te ruimen en Barabbas, een veroordeelde oproerkraaier en moordenaar, vrij te laten (vs. 18-19). Onder invloed van hun luid geschreeuw geeft Pilatus toe, laat hij Barabbas vrij en levert Jezus aan hen uit (vs. 23-25).
Driemaal gebruikt Pilatus de formele term aitios, ‘grond’, ‘grond voor schuld’: ‘ik vind niets waaraan deze man schuldig is’ (vs. 4), ‘ik [heb] Hem aan geen van de zaken waarvan u Hem beticht schuldig bevonden’ (vs. 14), ‘Ik heb niets gevonden waarvoor Hij de doodstraf verdient’ (vs. 22). Pilatus stelt dus tot driemaal toe officieel vast dat er geen rechtsgrond is om Jezus te veroordelen. Wat er wél is, in vers 25, is de thelēma, de wil (NBV21 ‘willekeur’) van de hogepriesters en leiders. Hun ‘wil’ staat lijnrecht tegenover het recht. En opvallend: thelēma is hetzelfde woord als in 22:42, ‘laat niet mijn wil, maar laat uw wil gebeuren’.
Eigen accenten van Lucas in vergelijking met Matteüs en Marcus
De passage heeft parallellen met Matteüs 27:11-31 en Marcus 15:2-20, maar Lucas zet een aantal eigen accenten:
- Marcus en Matteüs maken geen melding van de beschuldigingen die de Joodse leiders doen aan de Romeinse bezetters. Lucas doet dit wel en voegt het expliciet toe (zie vs. 2).
- Nadat Pilatus aan Jezus vroeg of Hij de koning van de Joden is, vervolgen Marcus en Matteüs met een aanklacht van de hogepriesters, waarop Pilatus Jezus nogmaals ondervraagt. Dit is afwezig bij Lucas.
- Vers 4 en 5 zijn eigen aan Lucas.
- Ook het gedeelte waarbij Jezus voor Herodes verschijnt (vs. 6-12) is eigen aan Lucas.
- Ook de herhaalde verklaring van Jezus’ onschuld door Pilatus treffen we enkel bij Lucas aan.
Aantekeningen per vers
Bij vers 1
- Ze: Het Sanhedrin (zie 22:66-71).
- Pilatus: Hij werd reeds in Lucas 3:1 als gouverneur van Judea geïntroduceerd. Op die manier weet de lezer ook dat het verhaal van de Joodse zijde overgaat naar de Romeinse kant.
Bij vers 2
- beschuldigingen: Het was normaal om bij het begin van een Romeins proces de beschuldigingen waarvan een persoon beticht werd, voor te leggen. In vers 2 worden drie beschuldigingen tegen Jezus naar voren gebracht: (1) Hij brengt mensen van het rechte pad, (2) Hij weerhoudt hen ervan belastingen te betalen aan de keizer en (3) Hij zegt Hij de messias is, de koning. Geen van deze beschuldigingen is terecht.
- volk: Lucas gebruikt hier ethnos (‘natie, volk’) in plaats van laos (‘volk’), wat voor Romeinen gebruikelijker was als aanduiding van het Joodse volk.
- afbrengt: diastrephō in het Grieks. Dit is het tegenovergestelde van epistrephō, wat ‘terugkeren’ betekent en vaak in verband wordt gebracht met het terugkeren naar God. De Joodse leiders menen dus dat Jezus het volk wegleidt van God. Echter, door het hier te gebruiken in gesprek met de Romeinse overheersers, krijgt het werkwoord een politieke betekenis. Het volk corrumperen kan leiden tot rebellie en opstanden. In het kort: sociale onrust, wat niet ideaal is voor de heersende machten.
- weerhoudt belastingen (…) te betalen: Zie in dit verband Lucas 20:25. Jezus zegt in dit vers dat je belastingen dient te betalen. Ook deze claim van de Joodse leiders is dus incorrect.
- de messias, de koning: Christos basileus in het Grieks. Het is deze laatste beschuldiging die uiteindelijk de aandacht trekt van Pilatus.
Bij vers 3
- koning van de Joden: Is hier bedoeld als een politieke titel en niet als een religieuze. Anders zou er ‘koning van Israël’ gestaan hebben.
- U zegt het: Net zoals het geval was in Lucas 22:70b bij de vraag van het Sanhedrin of Hij de Zoon van God is, ontwijkt Jezus de vraag van Pilatus of Hij de koning van de Joden is. Het is hier niet duidelijk welke intentie er achter Jezus’ antwoord schuilgaat. Er zijn drie mogelijkheden: (a) Jezus aanvaardt de uitspraak van Pilatus, (b) Jezus aanvaardt de uitspraak van Pilatus niet, (c) Hij kiest ervoor zijn mening niet te geven.
Bij vers 4
- Ik vind niets (…) schuldig is: Pilatus blijkt het antwoord van Jezus te aanvaarden en bevindt Hem niet schuldig aan de aantijgingen van de Joodse leiders. Op die manier tracht de evangelist Lucas aan heidense lezers duidelijk te maken dat Jezus geen gevaar vormde voor de Romeinse orde, zoals sommige Joodse groeperingen dat wel waren.
Bij vers 5
- ruit Hij (…) het volk op: De Joodse leiders blijven echter vasthouden aan hun beschuldigingen, met name aan hun eerste beschuldiging, dat Jezus een oproerkraaier is. In vers 5 brengen ze naar voren op welke manier Jezus het volk tot oproer zou aanzetten: met zijn onderricht (didaskōn).
Bij vers 7
- die op dat moment in Jeruzalem verbleef: Herodes Antipas verbleef in Jeruzalem voor het pesachfeest.
Bij vers 8
- hij wilde (…) ontmoeten: Dit verwijst naar Lucas 9:7-9, waar Herodes al aangeeft dat hij Jezus weleens wil ontmoeten.
- wonder: Sēmeion (‘teken, wonder’) in het Grieks. Herodes hoopte dat Jezus door het doen van een teken kon bevestigen wat hij over Jezus gehoord had.
Bij vers 9
- antwoordde hem niet één keer: Bij het Sanhedrin en Pilatus antwoordde Jezus nog, al was het antwoord niet echt een antwoord. Bij Herodes doet Hij dat niet. Hij speelt Herodes’ spelletje niet mee. Tegelijk houdt Hij vast aan zijn onschuld.
Bij vers 10
- zware beschuldigingen: Welke beschuldigingen de hogepriesters en schriftgeleerden maken, wordt niet gezegd. We kunnen ervan uitgaan dat het dezelfde zijn als in vers 2.
Bij vers 11
- pronkgewaad: Letterlijk: een stralend (wit) gewaad, wat in deze context duidt op een schitterend gewaad. Dit type kleed was bedoeld voor een koning. Door Jezus dit gewaad te laten dragen, spotten Herodes en zijn soldaten met de valse claim dat Jezus zichzelf koning van de Joden noemt. Door deze handeling tonen ze tevens aan dat ze Jezus niet geloven.
Bij vers 12
- vrienden (…) vijanden: Lucas vertelt niet waarom Herodes en Pilatus in het verleden vijanden van elkaar waren.
Bij vers 13
- Pilatus riep (…) bij zich: In het begin van het hoofdstuk waren het nog de Joodse autoriteiten die het initiatief nemen en Jezus bij Pilatus brengen. In vers 13 is het omgekeerde het geval, daar roept Pilatus de hogepriesters en de leiders bijeen. Vanaf vers 13 wordt ook het volk erbij gebracht.
Bij vers 14
- In vers 14 herhaalt Pilatus wat er gezegd is in vers 1-5. Terwijl hij dat doet verwijst hij naar slechts één ding waar de Joodse autoriteiten Jezus van beschuldigen, namelijk dat Hij het volk van het rechte pad brengt.
Bij vers 15
- Vers 15 herhaalt vers 6-12, waarin ook Herodes Jezus niet veroordeelt en niet schuldig bevonden heeft. Om die reden is Jezus opnieuw naar Pilatus gestuurd.
Bij vers 16
- geselen: In het Grieks wordt het werkwoord paideuō (‘onderrichten, leren’) gebruikt. Dat kan ook ‘straffen’, ‘tuchtigen’ betekenen en in deze context wordt het meestal opgevat als een eufemisme voor ‘geselen’.
Bij vers 17
- Dit vers hoort niet bij de oorspronkelijke tekst van Lucas. Waarschijnlijk onder invloed van Matteüs 27:15 of Marcus 15:6 voegen de Vulgata (de Latijnse vertaling van de Bijbel) en een aantal Griekse handschriften een extra vers (17) in: ‘Hij was verplicht om op elk pesachfeest één gevangene vrij te laten.’
Bij vers 18
- Barabbas: Aramese naam die ‘zoon van Abbas’, of ‘zoon van de vader’ betekent.
Bij vers 19
- wegens een oproer (…) en wegens moord: De misdaden die Barabbas begaan heeft, worden hier gespecifieerd. Door deze misdaden was hij ook opgesloten. Barabbas had daadwerkelijk deze daden gedaan en was schuldig bevonden. Dit staat in schril contrast met de onschuld van Jezus.
Bij vers 21
- Kruisig Hem: Waar in vers 18 de leiders en het volk roepen om Jezus uit de weg te ruimen, wordt hun oproep nu specifieker: Hij moet gekruisigd worden.
Bij vers 22
- Voor de derde maal: Tot driemaal toe getuigt Pilatus van de onschuld van Jezus. Pilatus is er dus ten volle van overtuigd dat Jezus niets verkeerds gedaan heeft. Helaas valt dit in dovemansoren bij de leiders en het volk.
Bij vers 24
- Pilatus besloot: Al vond Pilatus dat Jezus onschuldig was, hij besloot ze hun zin te geven. Pilatus kiest er zelf voor om dit te doen. Enerzijds toont hij zich verloren in de woordenstrijd tussen hem en de leiders en het volk. Anderzijds toont het ook aan dat Pilatus zijn functie als gouverneur en rechterlijke macht te schande maakt. Hij veroordeelt immers een onschuldig persoon omdat het geschreeuw te groot is: hij bezwijkt onder de druk (zie vs. 23).
Achtergrondinformatie
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
Inspiratie in video en tekst
Ter inspiratie
[volgt]
