Rechters 4:1-9 en 17-22 – Preekinspiratie
Waar gaat het om in dit gedeelte?
Mannen zijn stoer en misschien zelfs dominant, vrouwen zijn zacht en zorgzaam. Recentelijk dringen dit soort stereotype beelden zich weer aan ons op, binnen én buiten de kerk.
Rechters 4 laat zien dat deze beelden al in het Oude Israël geen recht deden aan de werkelijkheid. In slechts een paar zinnen schetst de verteller twee mannen die de confrontatie met de werkelijkheid nauwelijks aankunnen en twee vrouwen die recht op hun doel afgaan en daarmee Gods plan tot vervulling brengen. Maakt dat het verhaal tot een feministisch pamflet avant la lettre? Dat ook weer niet. De verdeling van moed en daadkracht (en het gebrek aan beide) over de geslachten dient vooral om het belangrijkste punt van het verhaal te benadrukken: God houdt de touwtjes in handen en vertrouwen op Hem loont.
Klik om Rechters 4:1-9 te lezen in de NBV21
Debora en Barak
Klik om Rechters 4:17-22 te lezen in de NBV21
En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier
Invalshoeken voor de verkondiging
- Wie is in Rechters 4 uiteindelijk degene die Israël bevrijdt (yaša)? Anders dan bij de meeste andere rechterverhalen komt dit woord in Rechters 4 niet voor. Elk van de hoofdpersonen (Debora, Barak, Jaël) draagt maar een klein stukje bij aan de beloofde redding. Debora wil door Barak heen handelen. Barak wil niet zonder Debora in actie komen. Debora voorspelt dat Sisera door de hand van een vrouw zal vallen, maar Jaël weet hier niets van – op geen enkel moment is er contact tussen de twee vrouwen. De enige die op elk moment bij de voortgang van het verhaal betrokken is en alles overziet, is de HEER. Ook al wordt Hij niet meer met name genoemd nadat Hij in vers 15 paniek had gezaaid onder de Kanaänieten, de aankondiging van Debora zorgt er toch voor dat de lezer Hem met Jaëls daden in verband brengt. Hij is degene die de redding bewerkstelligt. Dat Sisera verslagen zal worden, staat vast, maar de manier waarop God mensen voor dit doel inzet, hangt af van de bereidwilligheid van de mensen in kwestie, en gebeurt (zoals bij Jaël) soms zelfs zonder dat de persoon in kwestie hier weet van heeft. Hoeveel oog hebben wij voor hoe en waar God aan het werk is, soms op heel onverwachte plekken?
- Zijn Debora en Jaël lichtende voorbeelden als vrouwen die hun mannetje staan? Of schrikken ze ons juist af, omdat ze als ‘moeders in Israël’ (Recht. 5:7; 4:18-20) geen leven geven maar het juist nemen? Is Jaël een dappere vrijheidsstrijder, of schendt zij het gastrecht net zo ernstig als de mannen van Sodom en Gomorra (Gen. 19
) en Gibea (Recht. 19 )? Minstens even belangrijk is wellicht het punt dat de schrijver wil maken over Barak en Sisera, de mannen in het verhaal, of meer in het algemeen, over mensen die op grond van hun maatschappelijke positie en sociale status voorgesorteerd lijken te zijn om op een positieve manier invloed uit te oefenen. Hoe vaak herkennen wij ons in Barak, die eerst alle vakjes wil hebben afgetikt voordat hij – alsnog aarzelend – op weg gaat? - In het boek Rechters is de positie van vrouwen een graadmeter voor hoe het gesteld is met de maatschappij en in hoeverre individuele leiders bereid zijn te leven volgens Gods wetten. Dit geldt in vergelijkbare mate voor Jozua, 1-2 Samuel en 1-2 Koningen, denk aan de omgang met de dochters van Selofchad (Joz. 17
) en de verkrachting van Batseba en Tamar (2 Sam. 11 en 13 ). Het boek Rechters eindigt met de verkrachting en moord van de bijvrouw van de Leviet (Recht. 19 ) en de burgeroorlog die daarop volgt, inclusief de ontvoering van vierhonderd maagden, die het voortbestaan van de stam Benjamin moeten garanderen (Recht. 21 ). Gedesillusioneerd concludeert de schrijver dat ‘iedereen deed wat goed was in zijn eigen ogen’. Het verhaal van Debora en Jaël draait de rollen om: vrouwen vechten, met woorden en daden, aan de kant van de God van Israël, en mannen delven het onderspit. Is dit dan vanuit het perspectief van de schrijver het ideale plaatje? Nee, ideaal was een mannelijke leider geweest die én de moed had gehad om de door God aangewezen vijanden te verslaan, én oog had gehad voor groepen die in een door geweld geteisterde wereld bijzonder kwetsbaar zijn, zoals vrouwen. Als we kijken naar onze eigen context, wat zijn dan nu de graadmeters voor hoe dicht we in de buurt komen van de wereld die God voor ogen heeft? Wat doen we om die wereld dichterbij te brengen? - Vanuit hedendaags perspectief heeft Rechters 4 problematische trekken. Wat moeten we denken van de moord op een slapende man, ook al is hij een gevaarlijke vijand? Hoe verzoenen we ons beeld van een liefhebbende God met dat van een God die zich mengt in het oorlogsgebeuren? Doet dat niet te veel denken aan de uitspraken van hedendaagse politici? En lukt het ons om verhalen over de strijd van Israël tegen de volken van Kanaän te lezen zonder automatisch de bril van de actualiteit op te zetten? Hoe moeilijk ook, zonder die bril komt de boodschap van het verhaal sterker naar voren. Geweld wordt hierin niet verheerlijkt, maar voorgesteld als noodzakelijk middel om in een verre van volmaakte wereld onderdrukking (Jabin heerste met harde hand over Israël) aan banden te leggen. De HEER deinst er niet voor terug om zich tegenover geweldenaars zelf van geweld te bedienen, maar het doel is juist een einde te maken aan oorlog en onderdrukking. Een meer geestelijke lezing kan aansluiten bij een tekst zoals Efeziërs 6:10-17, waarin in niet mis te verstane woorden wordt gezegd dat de strijd tegen het kwaad weliswaar door het werk van Christus een gelopen race is, maar desalniettemin onze volle inzet blijft vragen zolang we op deze aarde leven. Welke wapens hebben wij tot onze beschikking om ons tegen het kwaad te keren, in welke vorm we dat dan ook tegenkomen?
Houd stand
Context van Rechters 4:1-9 en 17-22
Het boek Rechters als geheel
Meer over zaken als de historische context, opbouw, centrale thema’s en andere achtergrond bij het boek Rechters vind je in deze Inleiding bij het boek Rechters
Plek van deze passage in het geheel
In Rechters 1 en 2 wordt de probleemstelling van de rechtertijd geschetst: in de tijd van Jozua zijn veel, maar niet alle oorspronkelijke inwoners van Kanaän verdreven. De nieuwe generatie Israëlieten is niet vertrouwd met de HEER en begint de afgoden van hun buren te dienen (Recht. 2:10-13). Om hen tot de orde te roepen, staat God toe dat ze door een reeks aan vijanden onderdrukt worden. Telkens wanneer het volk zich bekeert en om hulp roept, laat God een rechter optreden, die voor tijdelijk soelaas zorgt. Na de dood van de rechter vervalt het volk weer tot ontrouw en afgodendienst.
Dit patroon herhaalt zich telkens weer in het boek Rechters. Bepaalde uitdrukkingen keren daarbij steeds terug: ‘de Israëlieten deden wat slecht is in de ogen van de HEER’, ‘de HEER ontstak in woede tegen de Israëlieten’, ‘het volk zuchtte onder het juk van XXX’, ‘de Israëlieten riepen de HEER te hulp’, ‘de HEER zond YYY om hen te bevrijden’. Door deze vaste formuleringen past de deuteronomistische redacteur de oorspronkelijk losse heldenverhalen uit verschillende regio’s in het grote plaatje van zonde, berouw en verlossing. Uiteindelijk moet hij in hoofdstuk 19-21 concluderen dat het experiment om Israël door tijdelijke charismatische leiders te laten besturen mislukt is: de mensen blijven doen wat goed is in hun eigen ogen, en dat wijkt vaak schrikbarend af van wat God voor ogen heeft (21:25).
In Rechters 4 is de stemming echter nog optimistisch. In Rechters 3, in de verhalen over de rechters Otniël, Ehud en Samgar, was het schema van zonde-berouw-verlossing al een aantal keren langsgekomen. Het verhaal over Debora, Barak, Sisera en Jaël begint op dezelfde manier, maar wijkt ook op een aantal opvallende punten af:
- De vijand is in dit geval niet een van de volken die in en rondom Kanaän woonden, zoals de Filistijnen, de Jebusieten of Moabieten, maar ‘Jabin van Kanaän’, die regeert vanuit Hasor. Opvallend is dat in Jozua 11
een koning Jabin van Hasor door Jozua wordt verslagen en zijn stad in de as wordt gelegd. Over hoe de twee verhalen zich tot elkaar verhouden, bestaat geen consensus. - Debora wijkt niet alleen door haar geslacht af van de overige rechters, maar ook doordat ze aan het begin van het verhaal in functie is: ze is al profetes en leidt het land als rechter. Ze wordt dus niet, zoals gebruikelijk, expliciet door God geroepen als antwoord op de bedreiging door een concrete vijand. Ook treedt zij niet, zoals andere rechters, op als militair leider. Op verzoek van Barak is ze wel aanwezig bij de veldtocht tegen Jabin, maar haar voornaamste rol is rechtspreken, adviseren en de woorden van God doorgeven.
- De uiteindelijke verlossing wordt niet bewerkstelligd door de rechter (in dit geval Debora) maar door een vrouw die niet eens bij het volk van Israël hoort.
In Rechters 5 wordt de zege over Sisera (Jabin wordt niet genoemd) bezongen in het lied van Debora en Barak, een van de oudste poëtische teksten van de Hebreeuwse Bijbel. Het lied beschrijft de rol van de HEER in kosmische termen. Barak komt positiever en meer vastbesloten naar voren. In plaats daarvan wordt zijn aarzelende gedrag verspreid over meerdere stammen of steden (Ruben, Gilead, Dan en Aser), die veiligheid verkozen boven het helpen van hun bondgenoten. De rol van Jaël wordt als lichtend voorbeeld beschreven.
In de synagoge wordt Rechters 5 samen gelezen met Exodus 15
Opbouw en kern van Rechters 4:1-9 en 17-22
Voor de structuur van Rechters 4 zijn diverse voorstellen gedaan. Wij houden een indeling in drie hoofddelen aan (waarvan wij focussen op het eerste en het derde), omlijst door een raamwerk dat het verhaal in deuteronomistische bewoordingen met de rest van het boek Rechters verbindt:
- 4:1-3: Presentatie van het probleem
- 4:4-9: Gesprek tussen Barak en Debora
- 4:10-16: Gevecht rond de berg Tabor, overwinning voor de Israëlieten
- 4:17-22: Sisera vindt de dood door de hand van Jaël
- 4:23-24: Samenvatting en vooruitblik
De kern van het hoofdstuk is te vinden in vers 14-15. Vers 14 is het enige vers waarin alle hoofdpersonen voorkomen: Debora, Barak, Sisera en de HEER. Het is ook het moment waarop de belangrijkste ommekeer plaatsvindt: Barak komt eindelijk in actie, en door toedoen van de HEER worden de vervolgers nu tot achtervolgden.
Tegelijkertijd zijn het juist de twee omringende tekstgedeelten die het meest tot de verbeelding spreken (en die centraal staan in deze Preekinspiratie). Ze focussen op het gedrag van individuen, spelen met de verwachtingen van de lezer en draaien op allerlei manieren de gewone wereld op z’n kop: vrouwen bevelen mannen, de gevreesde blijkt een bang jongetje, en iemand van buiten het volk van Israël brengt, met behulp van huishoudelijk gereedschap, de beslissende overwinning teweeg.
Aantekeningen per vers
Bij vers 2
- Jabin (…) Sisera: Dit vers is het enige binnen het Oude Testament waarin sprake is van een ‘koning van Kanaän’, een titel die niet overeenkomt met de historische realiteit van verschillende onafhankelijke stadstaten in deze periode, maar wel de serieuze bedreiging benadrukt die van deze koning uitgaat. In het vervolg van het verhaal staat niet Jabin, maar zijn legeraanvoerder Sisera in het middelpunt.
- Hasor: Volgens Jozua 11:10 de machtigste van de koningssteden van Kanaän. Opgravingen bevestigen dit beeld: vanaf de late bronstijd was Hasor de sterkst bevestigde stad in de regio – wellicht een verklaring voor de titel ‘koning van Kanaän’. Er zijn aanwijzingen voor grootschalige verwoesting van de stad rond 1200 voor Christus, maar bewijs om deze verwoesting met de Israëlieten in verband te brengen, ontbreekt.
- Charoset-Haggojim: ‘Charoset van de volken/heidenen’, de locatie hiervan is onzeker.
Bij vers 3
- ijzeren strijdwagens: Dat strijdwagens van ijzer waren gemaakt, is geen realistische beschrijving van strijdwagens in het bronzen tijdperk. Waarschijnlijk is dit bedoeld om de ernst van de dreiging door Jabin te benadrukken. Zie ook de parallel met Exodus 14
, waar God ingrijpt om de wagens van de farao een halt toe te roepen.
Bij vers 4
- Debora: ‘Honingbij’, mogelijke woordspeling op dawar, ‘spreken’.
- profetes (…) rechter: De combinatie van de twee rollen komt verder alleen bij Samuel voor (1 Sam. 3:20; 7:15). Alleen in Rechters 6:8 treedt nog een andere profeet op, daar een ʾîš nābîʾ genoemd, in tegenstelling tot de ʾiššâ nəbîʾâ Debora. In andere teksten over vrouwelijke profeten (Ex. 15:20; 2 Kon. 22:14; Jes. 8:3; Neh. 6:14; 2 Kron. 34:22) ontbreekt ʾiššâ, wat suggereert dat de auteur van Rechters het geslacht van Debora extra wilde benadrukken. Latere auteurs benadrukken de rol van Barak ten koste van die van Debora (Hebr. 11:32; Flavius Josephus), maar voor de auteur van het boek Rechters bestaat gaan twijfel over de legitimiteit van haar bestuurlijke en godsdienstige leiderschap. Ook vanuit historisch oogpunt is het zeker mogelijk dat Debora een geaccepteerde leider was: wat in een tijd van stabiliteit en gecentraliseerd bestuur ondenkbaar zou zijn, is tijdens tumultueuze perioden zoals de tijd van de rechters een bekend fenomeen.
- Lappidot: ‘Fakkel’, ‘ontvlamd’. Sommige uitleggers brachten dit in verband met Barak (‘bliksem’), of interpreteerden dit als karaktereigenschap van Debora (‘de vurige’).
Bij vers 5
- Deborapalm: Hoge, alleenstaande bomen worden in het Oude Testament vaker in verband gebracht met cultische plekken waar ook belangrijke bijeenkomsten plaatsvonden (bijvoorbeeld 1 Sam. 14:2). In Genesis 35:8 wordt een andere boom (een eik) in verband gebracht met een andere Debora (de voedster van Rebekka). Ondanks de geografische nabijheid lijkt een verband tussen de twee bomen onwaarschijnlijk.
Bij vers 6
- Barak: ‘Bliksem’. Behalve zijn familienaam en herkomst leren we niets over hem. Waarom juist hij de Israëlieten moet leiden, komen we niet te weten.
- tienduizend man: Gezien de lage bevolkingsdichtheid in deze periode is dit waarschijnlijk een overdreven aantal. Het laat wel zien dat Barak niet, zoals later Gideon (Recht. 7
), met een bij voorbaat inferieur leger de vijand tegemoet hoeft te gaan.
Bij vers 9
- uitleveren aan een vrouw: bəyad-ʾiššâ, letterlijk ‘in de hand van een vrouw’. In vers 21 echoot deze aankondiging na, wanneer Jaël met haar hand de hamer oppakt waarmee ze Sisera zal doden.
Bij vers 17
- te voet: In vers 2-3 stond Sisera nog aan het hoofd van een indrukwekkend aantal strijdwagens. Dat hij te voet wegvlucht, is al een eerste indicatie dat zijn mannelijkheid in het geding is.
- de Keniet Cheber: Hij wordt reeds genoemd in vers 11, met de uitleg dat de Kenieten stamgenoten waren van Mozes’ schoonvader. Anders dan de andere volken van Kanaän werden zij niet gezien als vijanden van Israël. Cheber lijkt hierop een uitzondering te vormen: hij heeft zich afgescheiden van zijn stamgenoten (vs. 11) en zich aangesloten bij koning Jabin. Deze keuze verklaart ook zijn locatie: in tegenstelling tot de overige Kenieten heeft hij zijn tent niet in het zuiden, maar in het noorden van Israël opgeslagen. In vers 11 lijkt de informatie over hem misplaatst, maar door hem hier al te noemen, wordt een link gelegd tussen het verhaal over Debora en dat over Jaël.
- Jaël: ‘Steenbok’ (en dus niet, zoals je op grond van het Nederlands zou kunnen verwachten, een theofore naam die naar de God van Israël verwijst). De lezer kent haar man als bondgenoot van Jabin, iemand van wie Sisera redelijkerwijs bescherming kon verwachten. Maar Jaël kiest zelf met wie zij solidair wil zijn. Of dat een keuze voor Israël en haar God is, of puur pragmatisme en zelfbescherming (zij en haar man konden zonder haar daad als aanhangers van Jabin rekenen op vergelding door het Israëlitische leger), blijft in het midden.
Bij vers 18
- Kom binnen: sûrâ, in het Hebreeuws. Jaël biedt Sisera de gastvrijheid van haar tent aan – volgens het oud-oosterse gewoonterecht een belofte die zijn veiligheid had moeten garanderen. Het Hebreeuwse werkwoord kan worden gezien als woordspel bij de naam Sisera.
- Wees niet bang: Een zin die past bij de moederlijke rol die Jaël in de volgende verzen op zich lijkt te nemen, maar niet bij de geestesgesteldheid die je van een legeraanvoerder zou verwachten. Met elk vers lijkt Sisera minder op de indrukwekkende vijand en meer op een kleine jongen die veiligheid zoekt bij zijn moeder. Verschillende uitleggers hebben erotische connotaties vermoed achter de scène die zich vervolgens ontvouwt, maar het geruststellen, voeden en onder een deken verbergen, doet eerder aan een moeder dan aan een verleidster denken.
Bij vers 19
- melkzak: Vermoedelijk geitenmelk, die bekendstaat om haar slaapverwekkende eigenschappen.
Bij vers 21
- Terwijl hij daar uitgeput in slaap lag (…) hij stierf: Ook mogelijk is de vertaling ‘en hij viel ter aarde en verloor het bewustzijn en stierf’. Dit schetst een iets ander beeld van Jaël: ze is even gewelddadig, maar minder verraderlijk dan de gebruikelijke vertaling suggereert.
Achtergrondinformatie
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
