Lucas 24:1-12 – Preekinspiratie
Waar gaat het om in dit gedeelte?
In Lucas 24:1-12 ontdekken de vrouwen het lege graf van Jezus. Eerst zijn ze door verstomming geslagen, dan bieden twee engelen helderheid: Jezus leeft! De vrouwen spoeden zich naar de volgelingen van Jezus en doen hun verhaal. Hier worden ze niet geloofd. Daarop snelt Petrus naar het graf, waar hij vaststelt wat de vrouwen hem verteld hadden: het graf is leeg.
De passage vertelt over het wonder van de verrijzenis, maar het is een tekst die schippert tussen geloof en ongeloof. De vrouwen geloven de woorden van de twee engelen, de volgelingen van Jezus geloven de woorden van de vrouwen niet. Petrus vertrouwt de woorden van de vrouwen pas wanneer hij met eigen ogen gezien heeft dat het graf leeg is. Paasochtend is geen feest van geloof, maar een ochtend van schrik, ongeloof en verwondering. Wat moet er gebeuren opdat we werkelijk geloven dat Jezus uit de doden opgestaan is?
Klik om deze passage te lezen in de NBV21
Hier
En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier
Invalshoeken voor de verkondiging
- Soms gedragen we ons zoals Petrus in het verhaal. Wanneer iemand ons iets vertelt wat te mooi is om waar te zijn, willen we het vaak niet geloven. We willen het met eigen ogen zien. Pas wanneer dat gebeurd is, kunnen we geloven dat het waar is wat gezegd werd. Geloven staat dan gelijk aan het zelf empirisch kunnen vaststellen. Echter, geloof draait daar helemaal niet om. Geloven is je vertrouwen stellen in hetgeen je misschien empirisch niet kunt waarnemen maar wel op andere manieren ervaart. Een bepaalde grondervaring van iets dat jou overstijgt en draagt. Daar draait het ook om bij het geloof in Jezus’ opstanding. Het is een eeuwenoud verhaal, het valt onmogelijk te verifiëren. Toch belijdt de christelijke kerk dat de Heer verrezen is en dat Hij het ultieme teken is van Gods liefde voor de mensen. Hoe kunnen we dat geloof levend houden?
- Tegenwoordig is het niet zo eenvoudig meer om te getuigen over het geloof in de verrezen Heer. Zeker in onze geseculariseerde maatschappij. Als gelovigen kunnen we ons soms goed verplaatsen in de vrouwen uit Lucas 24 die, met volle overtuiging, hun verhaal deden aan de volgelingen van Jezus, maar niet geloofd werden. Al vertellen we met veel passie over ons geloof in Jezus, toch is het vaak aan dovemansoren gericht. Toch is onze getuigenis niet nutteloos. We kunnen leren van Lucas 24 dat de weg naar geloof soms loopt via afwijzing en ongeloof. De apostelen reageren uitgesproken negatief op de getuigenis van de vrouwen: flauwekul! Toch blijkt diezelfde avond het geloof bij hen doorgedrongen. Getuigenis kan een zaadje planten dat later tot geloof ontspruit. Soms maakt God zich later kenbaar aan hen die in eerste instantie niet willen geloven, zoals ook het geval is bij de leerlingen in Lucas 24. Misschien worden ze geraakt door een bepaalde ervaring of een bepaalde handeling en komen ze op die manier God tegen. Hebben we de moed om vandaag te getuigen om zo de kiem te leggen voor het geloof van morgen?
Context en aantekeningen bij Lucas 24:1-12
Het boek Lucas als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Lucas vind je in deze inleiding op het Evangelie volgens Lucas
Plek van deze passage in het geheel
In hoofdstuk 23 wordt Jezus gekruisigd en begraven. Hoofdstuk 24 verhaalt over de vrouwen die naar het graf gaan maar het leeg aantreffen. Twee engelen geven hun de boodschap mee dat Jezus leeft, waarop de vrouwen het aan de volgelingen van Jezus vertellen. Echter, ze geloven hen niet. Petrus gaat naar het graf en vindt het lichaam van Jezus inderdaad niet. Daarna komt nog het verhaal van de Emmaüsgangers en verschijnt Jezus aan de apostelen en de andere volgelingen. Tot slot wordt Hij opgenomen in de hemel.
Opbouw en kern van de passage
Na de sabbat gaan enkele vrouwen naar het graf van Jezus met bereide olie (vs. 1). Daar aangekomen, zien ze dat de steen is weggerold en is het lichaam van Jezus nergens te bespeuren (vs. 2-3). Wanneer ze door verstomming geslagen zijn, verschijnen er plots twee mannen (lees: engelen) (vs. 4). De mannen vragen hun waarom ze de levende onder de doden zoeken en brengen Jezus’ eerdere woorden in herinnering (vs. 4-7). Hierop begrijpen de vrouwen wat er zich heeft afgespeeld (vs. 8) en brengen het nieuws over aan de elf leerlingen en andere volgers van Jezus (vs. 9-10). Deze geloven hen echter niet (vs. 11). Daarop rent Petrus naar het graf, waar hij constateert dat het klopt wat de vrouwen vertelden: het graf is leeg (vs. 12). Verbaasd gaat hij naar huis.
Eigen accenten van Lucas in vergelijking met Matteüs, Marcus en Johannes
De passage heeft parallellen met Matteüs 28:1-10; Marcus 16:1-8 en Johannes 20:1-10.
Lucas schenkt bijzondere aandacht aan de rol van de vrouwen. Het eerste wat opvalt, is dat de vrouwen in 24:1 niet worden geïntroduceerd: de scène van paasochtend wordt door Lucas direct gekoppeld aan het voorgaande (23:55-56). De vrouwen uit Galilea die met Jezus mee waren gegaan, zien waar Hij wordt begraven. Ze bereiden direct geurige olie en balsem om zijn lichaam te verzorgen. Daarna nemen ze de sabbat in acht. Bij het vroege ochtendgloren keren ze terug naar het graf. In 24:1-12 spelen de vrouwen de hoofdrol. Hun geloof staat tegenover het ongeloof van de elf en de andere leerlingen, die in vers 10 als ‘de apostelen’ worden aangeduid. Het past bij deze scène in Lucas dat hij de reactie van de vrouwen in vers 4 en vers 5 uitgebreid weergeeft. Andere verschillende accenten zijn:
- Lucas vermeldt twee engelen die bij het lege graf een boodschap aan de vrouwen brengen. Marcus en Matteüs vermelden er maar één.
- De oproep van de engelen om de woorden van Jezus in herinnering te brengen (vs. 6) en de herhaling van Jezus’ woorden (vs. 7) is eigen aan Lucas. Bij Marcus en Matteüs wordt verteld dat de leerlingen de opgestane Jezus in Galilea zullen ontmoeten. Bij Lucas vindt de ontmoeting in Jeruzalem plaats.
- Lucas noemt een groter aantal vrouwen dan de andere evangelisten. En Johanna wordt enkel bij Lucas vermeld.
- Vers 12, waarbij Petrus naar het graf snelt, is eigen aan Lucas.
Aantekeningen per vers
Bij vers 1
Het lege graf
- Sommige handschriften vermelden ‘en nog andere vrouwen met hen’. De vrouwen over wie het hier gaat, worden geïntroduceerd in 23:55-56. Vlak daarvoor zijn ze ook genoemd, in 23:49. En Lucas heeft al eerder over hen verteld in 8:2-3.
Bij vers 3
- lichaam: Sōma in het Grieks. Dit woord betekent lichaam in de algemene betekenis. Het kan een dood lichaam aanduiden, maar daarvoor bestaat er een ander woord: ptōma (‘lijk’). Lucas gebruikt dit woord niet, ook niet in Lucas 17:37.
- de Heer Jezus: Nadat Jezus in de verhalende gedeelten van Lucas vaak ‘de Heer’ is genoemd, wordt Hij hier aangeduid als ‘de Heer Jezus’. Deze aanduiding komt in Lucas alleen hier voor, maar wordt in Handelingen vaak gebruikt.
Bron: Willibrordvertaling 2012
Bij vers 4
- Ze wisten zich geen raad: Letterlijk: ‘en het gebeurde terwijl ze daarover in verwarring waren, dat …’ De vrouwen zien iets wat ze op dat moment nog niet begrijpen: ze kunnen dat wat ze zien niet rijmen met wat er gebeurd moet zijn. Deze verstomming gebeurt op een moment waarin het goddelijke plan reeds voor hun ogen voltrokken wordt, maar waarbij ze nog niet begrijpen wat er gebeurd is en wat het betekent. In de NBV uit 2004 was gekozen voor de formulering ‘hierdoor raakten ze helemaal van streek’, maar dat heeft een verkeerde toon.
- twee mannen: Ook in Lucas 9:30, 32 en Handelingen 1:10 worden ‘twee mannen’ als hemelse boodschappers beschreven.
- stralende: Astraptousa in het Grieks. Dit woord komt nog één keer elders voor, namelijk in Lucas 17:24, waar sprake is van bliksem die uit de hemel flitst. Door dit woord te gebruiken is het duidelijk voor de lezers van Lucas dat de twee mannen boodschappers zijn van God.
Bij vers 5
- bogen het hoofd: Op dit moment beseffen de vrouwen wat er aan het gebeuren is. Ze herkennen dat de mannen engelen zijn en buigen hun hoofd als teken van eerbied.
- Waarom zoeken jullie de levende bij de doden: Elders in Lucas wordt gezegd dat God de God van de levenden is en niet van de doden (zie Luc. 20:38).
Bij vers 6-7
- Hier wordt verwezen naar woorden van Jezus die eerder in het evangelie aan bod kwamen, namelijk in Lucas 9:22 en 44.
Bij vers 8
- Toen herinnerden ze zich: In Lucas 9:44 zei Jezus expliciet ‘Onthoud wat Ik tegen jullie zeg’. De vrouwen herinnerden zich deze woorden toen de engelen ze in vers 7 tegen hen uitspraken.
Bij vers 9
- aan de elf en aan alle anderen: In Lucas 24 wordt benadrukt dat de kerngroep niet alleen de apostelen omvat, maar een groter aantal personen telt (vergelijk vs. 13 en 33). Dit is van belang in verband met Handelingen 1
, waar uit die grotere kring een opvolger van Judas wordt aangewezen.
Bij vers 10
- Johanna: De vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes. Zij wordt vermeld in Lucas 8:3.
- Maria, de moeder van Jakobus: In tegenstelling tot de andere vrouwen wordt Maria, de moeder van Jakobus, niet eerder vermeld in het Lucas-evangelie. Jakobus was een van de leerlingen van Jezus.
- de apostelen: Wat vaker dan Marcus en Matteüs gebruikt Lucas de term ‘de apostelen’ voor de leerlingen van Jezus. Dat doet hij ook in 17:5 en 22:14. Met name 17:5 (‘Toen zeiden de apostelen tegen de Heer: “Geef ons meer geloof!”’) is een veelzeggende parallel hier.
Bij vers 11
- kletspraat: Lēros in het Grieks. Het woord komt enkel in dit vers voor in het Nieuwe Testament. Wanneer het in een medische context gebruikt wordt, duidt het op delirium.
- en geloofden hen niet: De vraag is waarom de elf en de anderen de vrouwen niet geloofden. In de wetenschappelijke literatuur worden er doorgaans twee mogelijkheden voorgesteld. Een eerste is dat het verhaal van de verrijzenis zo hallucinant en wonderbaarlijk was dat het onmogelijk was om het te geloven. Een tweede stelt dat ze het niet geloofden omdat de getuigenis van vrouwen kwam, wat niet ongebruikelijk was in die tijd. Allicht is het een combinatie van de twee.
Bij vers 12
- Dit vers ontbreekt in een aantal handschriften, vermoedelijk vanwege de spanning die het vertoont met vers 24. Daar vertellen de Emmaüsgangers hun medereiziger (Jezus) over het gebeuren: ‘Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’
- vol verwondering: In tegenstelling tot in vers 11, waar Petrus de getuigenis van de vrouwen nog niet gelooft, is hij nu verwonderd. Er wordt niet gezegd dat Petrus op dit moment ook daadwerkelijk gelooft dat Jezus opgestaan is. Maar verwondering is het begin van geloof.
Achtergrondinformatie
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
Inspiratie in video en tekst
Ter inspiratie
[volgt]
