8Allereerst dank ik door Jezus Christus mijn God voor u allen, omdat er in de hele wereld over uw geloof gesproken wordt. 9God, die ik door de verkondiging van het evangelie over zijn Zoon vol overgave dien, is mijn getuige dat ik u onophoudelijk in mijn gebeden noem. 10En altijd vraag ik dan of ik door Gods wil in de gelegenheid zal zijn om eindelijk naar u toe te komen. 11Want ik verlang ernaar u te ontmoeten en u te laten delen in een geestelijke gave, om u te sterken, 12of liever, om door elkaar bemoedigd te worden: ik door uw geloof en u door het mijne.