Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Zweren in het Oude Testament

In alle genres van het Oude Testament komen eden voor. God wordt er als getuige aangeroepen voor de waarheid van wat men verklaart of belooft. 

Omstandigheden voor een eed

Een eed kon onder heel verschillende omstandigheden uitgesproken worden. Mensen konden zowel bij formele als bij meer informele momenten zweren. En zowel het hele volk, als individuele mensen deden plechtige beloften.
Dus de Israëlieten als volk zwoeren in Mispa dat niemand zijn dochter aan een Benjaminiet zal geven (Rechters 21:1), en Esau zwoer aan Jakob dat die zijn eerstgeboorterecht mocht hebben in ruil voor een pan soep in Genesis 25:33.

Gevolgen van een eed

Bij alle formuleringen was het aanroepen van God (of een andere macht) bedoeld als bekrachtiging. God zou ervoor zorgen dat iemand die zich niet aan zijn eed hield, gestraft zou worden.

Handelingen bij het afleggen van een eed

Het afleggen van een eed was vaak een combinatie van het uitspreken van een vaste formule en een bepaalde handeling. 

  • Wie een eed aflegt en daarbij zijn hand opheft, zweert bij God: Deuteronomium 32:40.
  • Wie bij een eed de hand legt in de lies van een ander, betrekt diens kinderen en kleinkinderen bij de eed: Genesis 24:2.

Verschillende formules

Er bestonden verschillende formuleringen voor een eed:

  • Zo waar de HEER leeft … zweren bij God betekende dat God als getuige aangeroepen werd. Maar ook God kon zweren bij zichzelf of bij zijn heiligheid.
  • Zo waar … leeft. Bij deze formule werd dus meestal (de naam van) God gebruikt, maar er zijn ook formuleringen waarbij de farao van Egypte genoemd werd. Ook kon er op het leven van iemand anders gezworen worden. De formulering ‘zo waar … leeft’ is één van de meest gebruikte eden in het Oude Testament. 
  • Zo moge God mij doen… Deze formulering was een zelfvervloeking. Mensen konden een vloek over zichzelf uitspreken voor het geval men zich niet aan een belofte hield.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.1
Volg ons