15‘Ach luister, heer, een stuk grond van vierhonderd sjekel zilver, wat betekent dat nu voor mij of voor u? U kunt er gerust uw vrouw begraven.’ 16Abraham ging hierop in en woog de hoeveelheid zilver af die Efron in het bijzijn van de andere Hethieten had genoemd: vierhonderd sjekel zilver naar de gangbare handelswaarde.
22Toen de kamelen genoeg gedronken hadden, haalde hij een gouden neusring tevoorschijn die een halve sjekel woog, en twee gouden armbanden, die tien sjekel zwaar waren.