Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Context en aantekeningen bij Job 3:20-26

Het boek Job als geheel

Plek van deze passage in het geheel

Opbouw en kern van de passage

hand-swipe-horizontalSwipe om alle gegevens te zien

Uitgelicht

Job klaagt dat God hem de weg verspert (3:23), dat is de weg naar de dood. Dezelfde Hebreeuwse uitdrukking werd in 1:10 wordt gebruikt voor Gods bescherming van Job. Ooit stond Gods beschermende omheining rondom Job en zijn familie en zijn bezit, tot de satan van God de vrije hand kreeg om Job te gronde te richten. Alleen Jobs leven bleef onder Gods bescherming staan. Hier roept Job uit hoe hij die bescherming ervaart: als een gevangenis, een blokkade op weg naar verlossing.

Aantekeningen

20Waarom geeft God het licht aan ongelukkigen,

het leven aan verbitterden?

Job 3:20NBV21Open in de Bijbel

21Zij wachten op de dood die uitblijft,

ze zoeken naar hem, meer dan naar schatten;

Job 3:21NBV21Open in de Bijbel

22hun vreugde kent geen grenzen,

ze jubelen als ze hun graf gevonden hebben.

23Waarom geeft God het licht aan hem

voor wie de weg verborgen blijft,

wie Hij de weg verspert?

Job 3:22-23NBV21Open in de Bijbel

24Ik heb geen ander voedsel dan verdriet,

mijn klachten stromen in een vloed van tranen.

Job 3:24NBV21Open in de Bijbel

25Wat ik vreesde, komt nu over me,

wat mij angst aanjoeg, heeft me getroffen.

Job 3:25NBV21Open in de Bijbel

26Ik vind geen vrede, vind geen kalmte,

mijn rust is weg – onrust bevangt mij.’

Job 3:26NBV21Open in de Bijbel

Achtergrondinformatie

Toelichting bij kernwoorden en begrippen

Verdieping bij thema’s (bij dit hoofdstuk en de hele serie)

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.45.0
Volg ons