

Nog een derde blog mag ik over Openbaring 7 schrijven, want ik heb nog niets gezegd over het slot van dit prachtige visioen. In de verzen 13-17 vragen twee dingen om aandacht, allebei in vers 14.
‘De grote verdrukking’
In de eerste plaats vraagt een van de oudsten aan Johannes niet alleen wie de mensen in de ontelbare menigte zijn, maar ook waar zij vandaan komen. Johannes weet het niet, dus de oudste geeft zelf het antwoord: 'Dat zijn degenen die de grote verdrukking hebben doorstaan.' Dit heeft veel misverstanden opgeroepen. Jezus spreekt over een grote verdrukking in Matteüs 24:9, 21 en 29, maar ook in Johannes 16:33 (zie HSV).
Het woord verdrukking (Grieks thlipsis) komt in Openbaring vijfmaal voor, en de vermelding hier is niet de eerste maar de laatste. In 1:9, 2:9 en 2:22 wordt het vertaald als ‘ellende’ en in 2:10 als ‘zwaar te verduren’. Steeds slaat het op verdrukking in het heden of de nabije toekomst van de lezers. Het gaat dus over de vervolging die de volgelingen van Jezus altijd en overal kan overkomen, zoals we ook zagen bij het openen van de zegels in hoofdstuk 6. De wereld haat Jezus en dus haat ze zijn mensen. Om Jezus’ wil zullen wij ‘vanwege de gerechtigheid vervolgd worden' (Matteüs 5:10), zoals ook Paulus schrijft in Handelingen 14:22, waar thlipsis is vertaald als ‘beproevingen’.
De dienaren van God in Openbaring 7 zijn dus door de verzegeling beschermd tegen het uiteindelijke oordeel, niemand kan ze uit Jezus’ hand roven (Johannes 10:28). Maar zij zijn wel door de realiteit van de wereld om hen heen heengegaan. Door het lijden dat behoort bij deze gevallen, gestoorde wereld. Als beloning mogen ze nu dicht bij God wonen en God zelf zal met een teder gebaar alle tranen van hun ogen afwissen (7:15-17).
Knalrood wasmiddel
In de tweede plaats hoort Johannes, dat deze mensen hun kleren hebben ‘witgewassen met het bloed van het lam’. Dit is een van de meest krasse beelden in de hele Bijbel. Denk voor een moment aan reclame voor een wasmiddel. Stralend wit wordt je wasgoed met X. Het is onvoorstelbaar dat je iets wit zou wassen in bloed! Toch is dit wat de oudste tegen Johannes zegt in Openbaring 7:14. Het bloed van Jezus, het lam, reinigt ons van zonde. Deze beeldspraak sluit aan bij wat we horen over het offer van Jezus in onder andere Jesaja 53, bij de instelling van het Avondmaal (1 Korintiërs 15:25) en in Openbaring 5:9. Wit is in de Bijbel de kleur van reinheid en vergeving. In de Grieks-Romeinse wereld was het de kleur van de overwinning, en ook in Openbaring 6:2, 19:11, 14.
Overigens kunnen we de zalige situatie van de gelovigen, die hier wordt beschreven, ook aanduiden als: ze zijn door de Rietzee getrokken, ze zijn door de Jordaan gegaan, ze zijn de doodsrivier overgestoken. Dankzij het offer van Jezus is zijn gemeente veilig bij Hem. Zij staan voor Gods troon, zegt vers 15, en die uitdrukking doet denken aan de manier waarop Hebreeën zich uitdrukt (4:14; 10:19-22).
Pieter Lalleman




