10Verschuil je tussen de rotsen, verberg je onder de grond,
vlucht voor de vreselijke macht van de HEER,
voor zijn geduchte majesteit.
11Wie hoogmoedig was, slaat de ogen neer,
wie trots was, buigt het hoofd.
Want de dag komt
dat alleen de HEER hoogverheven is.
12Op die dag zal de HEER van de hemelse machten
zich keren tegen ieder die hoogmoedig is en trots,
tegen ieder die zich verheven acht – ze worden vernederd! –,
13tegen alle ceders van de Libanon
die zich zo trots verheffen,
tegen de eiken van Basan,
14tegen de bergen met hun trotse hoogte
en de heuvels die zich hoog verheffen,
15tegen iedere hoge toren,
tegen elke machtige muur,
16tegen alle trotse handelsschepen,
schepen met kostbare lading.
17Wie hoogmoedig was, buigt het hoofd,
wie trots was, bijt in het stof.
Want de dag komt
dat alleen de HEER hoogverheven is.
18Dan zullen de afgoden in het niets verdwijnen.
19Men schuilt weg in rotsspelonken,
in holen in de grond,
op de vlucht voor de vreselijke macht van de HEER,
voor zijn geduchte majesteit,
als Hij komt om de aarde te doen beven.