De vier ruiters


In mijn vorige bericht keken we al even naar Openbaring 6. Dit is het hoofdstuk waarmee het middendeel van het boek Openbaring begint, het dramatische deel waaraan veel mensen in de populaire cultuur het eerst denken als het over Openbaring gaat. Ik heb toen een positieve uitleg gegeven van de eerste ruiter in Openbaring 6. Nu meer over de andere drie ruiters en het visioen als geheel.
De eerste zes zegels
De boekrol in Openbaring 5, waarvan de zegels nu worden geopend, is het boek van de geschiedenis, het boek van Gods verbond. Het lam heeft dit boek van God gekregen (5:7), wat symboliseert dat Jezus Christus Heer is van de geschiedenis.
Vervolgens begint het lam de zegels te openen. Dit is nog niet de opening van de boekrol zelf, want een boekrol kan alleen worden uitgerold en gelezen nadat alle zegels zijn verbroken. Zo bezien is Openbaring 6 een soort ouverture tot de gebeurtenissen die volgen, een ouverture waarin de thema’s van het vervolg al opduiken. Het verbreken van de zegels stelt alvast de krachten voor die op aarde werkzaam zijn.
De eerste ruiter staat volgens mij voor de voortzetting van het werk van Jezus door zijn volgelingen, de verkondiging en de activiteit van de christelijke gemeente (zie mijn vorige blog over dit onderwerp
Het Oude Testament in Openbaring
Ik benadruk op deze plaats steeds dat het Oude Testament overal in Openbaring aanwezig is, ook al citeert Johannes er niet uit. De symboliek van het verzegelde boek komt uit Daniël 12:1, 4 en 9. In Daniël blijven de zegels van het boek dicht, in Openbaring gaan ze open. Dit betekent dat met de komst van Jezus Messias de eindtijd is begonnen.
Waar is God?
Al met al geeft Openbaring 6 ons geen rooskleurig beeld van de wereld, van onze wereld.
Waar is God dan? In vers 4 staat tweemaal ‘hij kreeg’ en in vers 8b ‘zij kregen’. Het Grieks heeft daar een passieve vorm: aan hen werd gegeven. De macht wordt aan de ruiters gegeven. Door wie? Dat moet God zijn, die de geschiedenis in handen heeft. Ook de stem in vers 6 komt van Gods troon. Dit is een moeilijke en impopulaire gedachte, maar wel een hoofdlijn in Openbaring: ook het kwaad in de geschiedenis gaat niet buiten Gods controle om. Als je dit niet ziet, blijft Openbaring onbegrijpelijk.
De dood is in Openbaring zowel Gods vijand als zijn dienaar. God laat hem toe, gebruikt hem in zijn oordelen, geeft hem ruimte. Tussen de eerste en tweede komst van Christus rijden zowel het evangelie als de dood (het zwaard, de honger en de pest) over de aarde. De vraag is aan welke kant wij staan.
Dr. Pieter J. Lalleman



