3Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die zich over ons ontfermt, de God die ons altijd troost 4en ons in al onze ellende moed geeft, zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven.
16-17God, onze Vader, houdt van ons. Hij is goed voor ons. Hij troost ons voor altijd, en hij geeft ons het vertrouwen dat het goed komt. Ik bid dat hij, en onze Heer Jezus Christus, jullie moed en kracht zullen geven. Dan kunnen jullie goede dingen blijven doen en zeggen.
3Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. 4Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’