Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
10 juni 2024Jean-Jacques Suurmond

Huidhonger

22Een van de leiders van de synagoge, die Jaïrus heette, kwam naar Hem toe, en toen hij Jezus zag viel hij aan zijn voeten neer. 23Hij smeekte Hem dringend: ‘Mijn dochter ligt op sterven; kom haar de handen opleggen om haar te redden en te zorgen dat ze in leven blijft.’ 24Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde Hem en verdrong zich om Hem heen. 25Onder hen was ook een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. 26Ze had veel ellende doorgemaakt door de behandeling van allerlei artsen, aan wie ze haar hele vermogen had uitgegeven zonder dat ze ergens baat bij had gehad; integendeel, ze was alleen maar achteruitgegaan. 27Ze had gehoord over Jezus, en ze begaf zich tussen de menigte en raakte zijn mantel van achteren aan, 28want ze dacht: Als ik alleen zijn kleren maar kan aanraken, zal ik genezen. 29En meteen hield het bloed op te vloeien en merkte ze aan haar lichaam dat ze van de kwaal genezen was. 30Op hetzelfde ogenblik werd Jezus zich ervan bewust dat er kracht van Hem was uitgegaan. Midden in de menigte draaide Hij zich om en vroeg: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’ 31Zijn leerlingen zeiden tegen Hem: ‘U ziet dat de menigte zich om U verdringt en dan vraagt U: “Wie heeft Mij aangeraakt?”’ 32Maar Hij keek om zich heen om te zien wie het gedaan had. 33De vrouw, die bang was geworden en stond te trillen omdat ze wist wat er met haar was gebeurd, kwam naar Hem toe en viel voor Hem neer en vertelde Hem de hele waarheid. 34Toen zei Hij tegen haar: ‘Uw geloof heeft u gered, mijn dochter; ga in vrede, u bent van uw kwaal genezen.’

35Nog voor Hij uitgesproken was, kwamen enkele mensen tegen de leider van de synagoge zeggen: ‘Uw dochter is gestorven, waarom valt u de meester nog lastig?’ 36Maar Jezus hoorde dat en zei tegen de leider van de synagoge: ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’ 37Hij stond niemand toe om met Hem mee te gaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus. 38Ze kwamen bij het huis van de leider van de synagoge en zagen daar een groep mensen die luid stonden te huilen en te weeklagen. 39Hij ging naar binnen en zei tegen hen: ‘Waarom maken jullie zo’n misbaar en huilen jullie? Het kind is niet gestorven, het slaapt.’ 40Ze lachten Hem uit. Maar Hij stuurde hen allemaal naar buiten en ging met de vader en moeder van het kind en de leerlingen die bij Hem waren de kamer binnen waar het kind lag. 41Hij pakte de hand van het kind vast en zei tegen haar: ‘Talita koem!’ In onze taal betekent dat: ‘Meisje, Ik zeg je, sta op!’ 42Meteen stond het meisje op en begon heen en weer te lopen. Ze was twaalf jaar. Iedereen was met stomheid geslagen. 43Hij drukte hun op het hart dat niemand dit te weten mocht komen, en zei dat ze haar iets te eten moesten geven.

Marcus 5:22-43NBV21Open in de Bijbel

Met de wind van het meer dat hij is overgestoken nog in zijn haar, ontmoet Jezus twee mensen. Ze zijn met elkaar verbonden door het getal twaalf. De ene is een oudere vrouw die al twaalf jaar aan bloedvloeiingen lijdt. De andere is de doodzieke dochter van Jaïrus, twaalf jaar oud. Haar verhaal krult zich als het ware om dat van de oudere vrouw heen, als om te zeggen: hoewel ze erg van elkaar verschillen, maken ze ten diepste hetzelfde mee.

Overgangssituaties

Beiden schuren tegen een grens in hun leven aan. Ze zijn toe aan een nieuwe levensfase, maar iets weerhoudt hen om daarmee te beginnen.

De oudere vrouw is toe aan wat wij vandaag de overgang noemen. Dat is het proces waarin je een rijpe vrouw wordt die op een nieuwe manier vruchtbaar is: een symbool van wijsheid en humor. Maar de gang van haar leven is tot stilstand gekomen. Ze blijft bloed vloeien.

De dochter van Jairus is daarentegen op de leeftijd om haar eerste menstruatie te krijgen. Wij noemen dat de tienertijd, de fase waarin je de wereld gaat onderzoeken en je op eigen benen komt te staan. Maar ook zij is gestrand, ze groeit niet door. Ze kan geen jonge vrouw worden die ‘het land waar grote mensen wonen’ binnengaat, om het met Annie M.G. Schmidt te zeggen. Haar  ontwikkeling stokt en het leven begint haar te verlaten.

In het Grieks staat dat haar vader haar nog steeds ‘dochtertje’ noemt. Dat helpt niet. Ook ouders moeten de overgang maken: afscheid nemen van de fase van touwtjespringen en je kind loslaten in het proces van volwassenwording. Zoals iemand eens zei: het beste dat we onze kinderen kunnen geven is hen helpen aan ons te ontsnappen. Zodat ze mee kunnen gaan met die man uit Galilea, met de wind in zijn haren.

Levensopgave

Beide vrouwen laten zien hoe de overgang van de ene levensfase naar de andere een grote opgave kan zijn. Hoe het oude ons vast kan houden en hoe fnuikend dat is voor onze gezondheid. Dan ga je levend dood. Je verliest je levensbloed, je levenslust. En geen dokter die helpen kan.

Het plezier, de inspiratie, de creativiteit en uitdaging van een nieuwe fase in het leven, gaan dan aan onze neus voorbij. Zoals haar toekomst als jonge vrouw aan de dochter van Jaïrus voorbij dreigde te gaan. Totdat Jezus binnenkomt, haar hand vastpakt en zegt: ‘Sta op.’ Een nieuw begin.

De oudere vrouw had al vaak geprobeerd om genezing te vinden, om door te kunnen groeien. In de joodse visie is een menstruerende vrouw onrein en mag niet worden aangeraakt. Dat moet betekenen dat deze vrouw al twaalf jaar lang nooit een hand in de hare had gevoeld, nooit een streling over haar wang, nooit een arm om haar schouder had gehad. Ze leefde als het ware in het luchtledige, in een vacuüm. Huidhongerig en met de moed der wanhoop neemt ze een drastische stap: dwars door de menigte heen raakt ze het kleed van Jezus aan. En ook zij ontvangt een nieuw begin.

Aangeraakt

Twee vrouwen, één verhaal: ze raken Jezus aan of worden door hem aangeraakt. Hun leven dat stilstond wordt losgetrokken. Ook vandaag zijn er mensen met spirituele huidhonger. In de drukke menigte van dingen die elke dag aandacht vragen, verlangen ook zij naar een aanraking van God en een nieuw begin. Moet je daarvoor net als die vrouwen Jezus lijfelijk ontmoeten of als de grote mystici een indringende godservaring krijgen? Dat hoeft niet. Het is voldoende om zijn kleed aan te raken. Gelukkig heeft God, zou je kunnen zeggen, een uitgebreide garderobe.

Want Christus wandelt onder ons in een psalm of gebed; Hij hult zich in een lied of in iemand die vraagt hoe het met ons gaat; Hij kleedt zich met het groen van de natuur of het blauw van de hemel; ja, Hij kijkt je soms aan in de ogen van je hond of kat. En we worden geraakt. Je kunt het niet uitleggen, maar het leven voelt als nieuw. Terwijl alles hetzelfde blijft, is alles anders.

Is daarmee onze huidhonger voor eens en altijd gestild? Nee, het verlangen om aangeraakt te worden door God, wordt alleen maar groter en dieper. Totdat eens, op de laatste dag van de wereld, God zelf onze hand vastpakt en zegt: Sta op.

Jean-Jacques Suurmond is emeritus-predikant van de Protestantse Kerk in Nederland en coach.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.20.14
Volg ons