12Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten.
3Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij heeft verworven,
al zijn moeizaam gezwoeg onder de zon?
5De zon komt op, de zon gaat onder,
en altijd snelt ze naar de plaats waar ze weer op zal gaan.
6De wind waait naar het zuiden,
dan draait hij naar het noorden.
Hij draait en waait en draait,
en al draaiend waait de wind weer terug.
8Niemand heeft macht over zijn adem, geen mens kan tegenhouden dat zijn adem vergaat. Niemand heeft macht over de dag waarop hij sterft, geen mens ontvlucht het slagveld van de dood. En ook het kwaad – het zal zijn dienaren niet redden.
7Het licht is een genot. Wat een weldaad voor de ogen om de zon te zien!
Jobs tegenspoed is spreekwoordelijk. Zijn kinderen kwamen om, zijn knechten waren dood, zijn vrouw riep ten einde raad: ‘Vervloek God, en sterf!’ Zittend in stof en vuil, probeert hij met een potscherf de ellende van zich af te schrapen. Wat Job krombuigt tot een vraagteken, is het raadsel: 'Waarom moet juist míj, een goed en rechtvaardig mens, dit allemaal overkomen?'
God is niet fair. Hij steekt een spaak in het almaar tollende wiel van ons voor-wat-hoort-wat denken. Hij is onuitputtelijk en wil niets liever dan dat we Hem beroven en zijn goedheid uitdelen. Dat is wat die frauderende rentmeester ons leert.
Ben je vandaag met het verkeerde been uit bed gestapt? Lijkt het alsof iedereen je vooral het leven zuur probeert te maken? Zelfs de meest positief ingestelde mensen zijn weleens chagrijnig. De vraag is wat je daar vervolgens mee doet. Blijf je erin hangen, of heb je manieren om er weer uit te komen?
Op weg naar mijn werk kom ik 's morgens onder een viaduct door. Op een van de pilaren staat groot geschilderd: All you need is less. Het raakt me elke keer hoe deze uitspraak uit de toon valt te midden van het razende verkeer, de stroom vrachtschepen door het Amsterdam-Rijnkanaal en de mensen die zich met een koptelefoon op naar hun werk haasten.