De dubbele afkomst van Jezus


Wanneer je Matteüs 1 openslaat, lijkt het een bekend verhaal: een lijst met voorouders en daarna het begin van het kerstverhaal. Toch staat er in vers 18 iets opvallends: ‘De afkomst van Jezus Christus was als volgt.’ Die afkomst was toch net met die hele lijst uitgelegd? Wordt Jezus nu niet geboren?
Maar juist dat woord ‘afkomst’ geeft precies aan waar Matteüs op uit is. Het gaat hem niet in de eerste plaats om de geboorte van Jezus. Lees Matteüs 1 maar eens rustig door. De eigenlijke geboorte van Jezus wordt in één korte bijzin genoemd (1:25). De echte vraag die Matteüs wil beantwoorden, is: Hoe kan Jezus tegelijk erfgenaam zijn van de koninklijke lijn van David én door de heilige Geest bij Maria verwekt zijn?
Het dilemma van Jozef
Jozef staat voor een dilemma. Hij is verloofd met Maria, maar zij blijkt zwanger. Voor Jozef is duidelijk: het kind kan niet van hem zijn. Als rechtvaardige man zoekt hij de nette, wettige oplossing: Maria in stilte verstoten om een schandaal te voorkomen.
Maar precies op dat moment grijpt God in. Een engel brengt Jozef een boodschap die alles verandert: het kind dat Maria draagt, is ontvangen dankzij het werk van de heilige Geest. Jozef moet haar juist bij zich nemen, zodat Jezus wettig zijn zoon wordt. Daardoor wordt Jezus door adoptie erfgenaam van de Davidslijn.
Jezus’ afkomst is dus dubbel:
- door Jozefs adoptie staat Hij in de lijn van David,
- door zijn conceptie is Hij Zoon van God.
Matteüs gebruikt het woord ‘afkomst’ daarom heel bewust: Jezus heeft een dubbele oorsprong.
Een subtiele woordspeling
Matteüs gebruikt het Griekse woord dat met ‘afkomst’ is vertaald (genesis) nog een keer, namelijk in 1:1: ‘boek van de genesis van Jezus Christus’. De NBV21 vertaalt dat met ‘overzicht van de afstamming’. Daarmee laat Matteüs meteen iets belangrijks zien: Jezus staat in de geschiedenis van Israël, in de lijn van Abraham en David.
Maar in de laatste schakel gaat het ineens anders dan bij al die generaties ervoor. Niet Jozef verwekt Jezus, maar God zelf werkt iets nieuws. Als Matteüs in vers 18 opnieuw genesis gebruikt, brengt hij die spanning opnieuw in beeld. Jezus komt van David én van God. Hij heeft een oorsprong in de geschiedenis én een oorsprong in Gods eigen handelen.
De verbinding met Jesaja: vertrouwen of controle
In dit verhaal citeert de engel die aan Jozef verschijnt een profetie van Jesaja. Jesaja 7 gaat over een meisje dat een zoon zal baren en zo een nieuwe tijd laat beginnen. In de tijd van Jesaja 7 staat koning Achaz onder grote druk. Hij moet vertrouwen op Gods hulp, maar blijft vasthouden aan zijn eigen politieke plannen. Zelfs als God hem een teken aanbiedt, weigert hij. Dat doet hij uit schijnbare vroomheid, maar eigenlijk uit angst om de controle te verliezen.
Jozef komt in een vergelijkbare situatie terecht, ook al is Jozef een goed mens. Ook hij staat voor iets wat zijn leven overhoophaalt. Ook hij bedenkt eerst zelf een oplossing. Maar anders dan Achaz laat Jozef zich wel overtuigen door Gods woord. Hij kiest voor vertrouwen boven controle.
Een uitnodiging tot openheid
Het verhaal over Jezus’ afkomst is dus een uitleg van zijn dubbele oorsprong. Maar het is tegelijk een uitnodiging aan de lezer. God werkt vaak door de gewone gang van het leven heen. Hij neemt ons daarbij in dienst. Maar dat vraagt wel om openheid. Openheid voor verrassingen van Gods kant en vertrouwen om af te stappen van zorgvuldig uitgestippelde paadjes.
Jezus’ dubbele afkomst laat zien dat God geschiedenis maakt op manieren die wij niet zouden bedenken. En dat vertrouwen op Gods onverwachte wegen meer vrucht kan dragen dan vasthouden aan eigen plannen.
Cor Hoogerwerf is Specialist Vertalen en Exegese Nieuwe Testament bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
