Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

“Op de derde dag” – op zoek naar een alternatieve vertaling

Op Pasen viert de christelijke kerk het feest van Jezus’ opstanding. Van oudsher belijdt de kerk dat Jezus is opgestaan ‘op de derde dag’. Vanuit een vertaalinteresse kan men de vraag opwerpen of de woordgroep ‘op de derde dag’ wel gezien kan worden als natuurlijk taalgebruik. 

Alternatieven als ‘na twee dagen’ of ‘twee dagen later’ klinken een stuk natuurlijker. De vraag is of ‘op de derde dag’ niet een biblicisme is, een letterlijk vertaalde bijbelse frase, die in het gewone taalgebruik niet of nauwelijks voorkomt. In het Nederlands is de aanduiding ‘op de xe dag’ wel gebruikelijk als deel van een tijdsaanduiding (bijvoorbeeld ‘op de derde dag van de vakantie…’), maar niet als een opzichzelfstaande tijdsaanduiding. Daarom zou het zinvol kunnen zijn te zoeken naar een alternatieve vertaling. Vanzelfsprekend keert deze zoektocht naar een alternatieve vertaling zich niet tegen de christelijke belijdenis van Jezus’ opstanding ‘op de derde dag’. Het gaat hier strikt om vragen rond het vertalen van de bijbeltekst. 

Opstanding ‘na twee dagen’ 

In het evangelie naar Marcus, het oudste evangelie, worden Jezus’ dood en begrafenis gesitueerd op de vrijdag (‘de dag voor de sabbat’, Marcus 15:42) en vindt de ontdekking van het lege graf plaats op de zondag (Marcus 16:1-6). De drie andere evangeliën stemmen in dit opzicht met Marcus overeen. De tijdsduur tussen beide momenten, hoewel minder dan twee volle etmalen, is aan te duiden als twee dagen. Jezus stierf en werd begraven op vrijdag en twee dagen later, op zondag, bleek zijn graf leeg te zijn. Dát is het verhaal dat de vier evangeliën vertellen. De meest gebruikte tijdsaanduiding voor Jezus’ opstanding in het Nieuwe Testament is ‘op de derde dag’ of ‘ten derden dage’. Deze formulering komt voor in 1 Korintiërs 15:4; Matteüs 16:21; 17:23; 20:19; Lucas 9:22; 18:33; 24:7 en Handelingen 10:40. De aanduiding van de opstanding ‘op de derde dag’ stemt overeen met de voorstelling van het lijdensverhaal. De evangeliën impliceren dat de opstanding plaatshad op de vroege zondagochtend. 

Volgens een inclusieve telling is vrijdag dus de eerste, zaterdag de tweede, en zondag de derde dag. Op deze manier correspondeert de situering van Jezus’ dood en opstanding in de evangelieverhalen met de aankondiging van Jezus’ opstanding ‘op de derde dag’. De frase ‘op de derde dag’ betekent hier feitelijk ‘na twee dagen’ of ‘twee dagen later’. Voor wat betreft de aankondiging van de opstanding in het Nieuwe Testament is de Griekse frase die traditioneel met ‘op de derde dag’ wordt vertaald functioneel equivalent met ‘na twee dagen’. In het vervolg zullen we bekijken hoe ver we met deze alternatieve vertaling komen. 

Een bijbelse frase 

De uitdrukking ‘op de derde dag’ treffen we door de hele Bijbel aan. In de Hebreeuwse Bijbel is het bajjom hasjelisji, in de Septuagint en het Nieuwe Testament têi tritêi hêmerâi of têi hêmerâi têi tritêi. Ik bespreek hier een aantal voorbeelden die een indruk geven van de uiteenlopende betekenissen die deze uitdrukking in diverse contexten kan krijgen. In sommige gevallen is het duidelijk dat ‘op de derde dag’ equivalent is met ‘na twee dagen’ of ‘twee dagen later’. Maar in andere gevallen kom je daarmee niet uit. 

Er ging helaas iets mis.
Er ging helaas iets mis.
Er ging helaas iets mis.

Net als in de evangeliën wordt ook in deze passage ‘de derde dag’ inclusief geteld, en is de betekenis dus ‘twee dagen later’. Binnen het ‘verhalende nu’ krijgt het volk de opdracht zich ‘vandaag en morgen’ voor te bereiden, opdat het ‘op de derde dag’ gereed is. De ‘derde dag’ is hier dus de dag na morgen. Om dit expliciet te maken, vertalen de Willibrordvertaling in vers 11 en De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) in vers 15 de frase ‘op de derde dag’ als ‘overmorgen’. In vers 16 keert de NBV weer terug naar de traditionele vertaling ‘op de derde dag’. Men zou de vraag kunnen opwerpen of hier niet evengoed ‘twee dagen later’ vertaald kan worden. 

In de NBV wordt 2 Samuël 1:1-2 als volgt vertaald: 

David rouwt over Saul en Jonatan

1Saul was gesneuveld en David had de Amalekieten verslagen en was al weer twee dagen terug in Siklag. 2Op de derde dag liet zich iemand uit het legerkamp van Saul aandienen. Hij had zijn kleren gescheurd en stof over zijn hoofd geworpen. Bij David gekomen, boog hij diep voorover.

2 Samuel 1:1-2NBVOpen in de Bijbel

In vers 2 komen we de aanduiding ‘op de derde dag’ tegen. Vanaf welk moment wordt hier gerekend? Waarschijnlijk vanaf het moment dat David terugkwam in Siklag. Daar was hij twee dagen (zie vers 1), waarna er ‘op de derde dag’ iemand bij hem kwam met nieuws over koning Saul. 

Direct volgend op de tijdsaanduiding dat David alweer twee dagen terug was, betekent ‘op de derde dag’ feitelijk ‘de volgende dag’. Men zou 1:2 probleemloos als volgt kunnen vertalen: ‘De volgende dag liet zich iemand uit het legerkamp van Saul aandienen.’ Dat was dus op de dag die volgde op de twee dagen die David al in Siklag had doorgebracht. 

Er ging helaas iets mis.
Er ging helaas iets mis.

5‘Ga weer naar binnen en zeg tegen Hizkia, de vorst van mijn volk: “Dit zegt de HEER, de God van je voorvader David: Ik heb je gebed gehoord en je tranen gezien. Welnu, ik zal je genezen. Over drie dagen zul je in staat zijn naar mijn tempel te gaan. 6Ik geef je nog vijftien jaar te leven, en ik zal jou en deze stad redden uit de handen van de koning van Assyrië. Omwille van mijzelf en omwille van mijn dienaar David zal ik deze stad beschermen.”’ 7Jesaja beval de dienaren van de koning een plak gedroogde vijgen te nemen. Dat deden ze, en ze legden de vijgen op de ontstoken plek, waarop Hizkia nieuwe krachten kreeg. 8Hij vroeg aan Jesaja: ‘Krijg ik van de HEER ook een teken dat hij me zal genezen en ik over drie dagen naar de tempel zal kunnen gaan?’

2 Koningen 20:5-8NBVOpen in de Bijbel

Terwijl de NBG-vertaling 1951 de Hebreeuwse uitdrukking bajjom hasjelisji eenvoudigweg overzet als ‘op de derde dag’, kiezen de Groot Nieuws Bijbel en de NBV beide voor een vertaling in natuurlijk Nederlands. Maar er is tussen deze twee vertalingen een opvallend verschil. In de Groot Nieuws Bijbel kan Hizkia over twee dagen weer naar de tempel (‘overmorgen’, vanuit het perspectief van Hizkia, zoals in 20:8 ook wordt vertaald), terwijl hij volgens de NBV over drie dagen weer naar de tempel kan gaan. Hoelang moet Hizkia op zijn genezing wachten? Als we de formule ‘op de xe dag = na (x-1) dagen’ volgen (zie noot 3), heeft de Groot Nieuws Bijbel gelijk. Maar het is de vraag of deze formule zo strikt kan worden toegepast. Wat is hier het belangrijkste: het precieze aantal dagen of het feit dat het herstel spoedig zal plaatsvinden? De profeet Jesaja doet koning Hizkia de toezegging dat hij zal herstellen van zijn ernstige ziekte. Een belangrijk aspect van de toezegging is dat het herstel spoedig zal plaatsvinden. De tijdsaanduiding heeft de functie van een limiet. Het stellen van een tijdslimiet heeft een heilvolle betekenis, want Hizkia krijgt daarmee de garantie dat hij zeer spoedig genezen zal zijn. Tegen deze achtergrond is de vertaling ‘over twee dagen’ (Groot Nieuws Bijbel) te strikt. De nadruk ligt niet op het precieze aantal dagen maar op het spoedige karakter van het herstel. Om dit tot uitdrukking te brengen, zou men kunnen vertalen: ‘binnen drie dagen’. 

Er zijn diverse gevallen waar ‘op de derde dag’ niet letterlijk ‘twee dagen later’ lijkt te betekenen, maar ‘een paar dagen later’. Bijvoorbeeld in Genesis 31:22, waar verteld wordt dat Laban ‘op de derde dag’ te horen krijgt dat Jakob ervandoor is gegaan. De bedoeling van deze mededeling is duidelijk te maken dat Jakob een voorsprong heeft van ‘een paar dagen’; Laban heeft een week nodig om hem in te halen (31:23). Hier zou de vertaling ‘een paar dagen later’ goed passen. 

In 1 Koningen 3:16-28 leggen twee hoeren een probleem aan koning Salomo voor. De ene vrouw zegt tegen de koning: ‘deze vrouw en ik wonen in hetzelfde huis. In dat huis heb ik in haar bijzijn een kind ter wereld gebracht. Drie dagen later kreeg ook zij een kind’ (NBV). Wat betekent de frase ‘op de derde dag’ (bajjom hasjelisji) hier? Twee dagen later? Drie dagen later? Of misschien beter: ‘een paar dagen later’? Waar het om gaat is immers dat beide kinderen vlak na elkaar geboren zijn. 

Een vergelijkbare kwestie speelt in Johannes 2:1: ‘Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea’ (NBV). Hier is de frase têi hêmerâi têi tritêi weer overgezet als ‘op de derde dag’. Vaak wil men in het getal ‘drie’, en dus ook in de uitdrukking ‘de derde dag’, een symbolische betekenis zien. Het zou een motief zijn dat verwijst naar Jezus’ opstanding ‘op de derde dag’. Maar dan is het vreemd dat juist in het evangelie naar Johannes de lijdensaankondigingen met het motief ‘op de derde dag’ ontbreken. De uitdrukking têi hêmerâi têi tritêi (dan wel têi tritêi hêmerâi) komt in het hele boek verder niet voor. In zijn commentaar op Johannes stelt M. de Jonge dan ook dat het onnodig is om iets bijzonders achter deze tijdsaanduiding te zoeken. Daarom zou de variant ‘twee dagen later’, of wellicht ‘een paar dagen later’, als vertaling overwogen kunnen worden.

(5) Hosea 6:2 

In de NBV wordt dit vers als volgt vertaald: 

2Hij redt ons na twee dagen van de dood,

de derde dag doet hij ons opstaan:

in zijn nabijheid zullen wij leven.

Hosea 6:2NBVOpen in de Bijbel

Volgens veel onderzoekers zijn de aanduidingen ‘na twee dagen’ en ‘(op) de derde dag’ strikt synoniem, omdat het laatste eveneens ‘na twee dagen’ kan betekenen. Maar het gaat hier waarschijnlijk niet om een precieze tijdsaanduiding, maar om een aanduiding van het spoedige karakter van de redding (vergelijk 2 Koningen 20:5 en 8, hierboven). Om deze reden zijn de tijdsaanduidingen in Hosea 6:2 wel aangeduid als een retorisch middel, bedoeld om de kortheid en afzienbaarheid van de ellende en de nabijheid van de redding tot uitdrukking te brengen. Als de bedoeling is te benadrukken dat de redding spoedig zal plaatsvinden, dan zou ook hier ‘binnen drie dagen’ vertaald kunnen worden (‘binnen drie dagen doet hij ons opstaan’), net als in 2 Koningen 20:5 en 8

Hosea 6:2 is een goede opstap om terug te keren naar het Nieuwe Testament. Veel onderzoekers zijn namelijk van mening dat Hosea 6:2 een grote rol heeft gespeeld in de gedachtevorming van de vroege christenen. 

Het was met name dit vers waarop de vroege christenen zich naar alle waarschijnlijkheid beriepen om aan te tonen dat Jezus ‘op de derde dag’ was opgestaan ‘overeenkomstig de Schriften’ (zie 1 Korintiërs 15:4).

De uitdrukking ‘op de derde dag’ in het Nieuwe Testament 

Er zijn een paar redenen te noemen waarom de uitdrukking têi hêmerâi têi tritêi / têi tritêi hêmerâi in het Nieuwe Testament vertaald zou kunnen worden als ‘na twee dagen’. Ten eerste past het goed bij het verhaal dat de vier evangeliën vertellen: Jezus’ dood op vrijdag en opstanding op zondag betekent een periode van twee dagen. Ten tweede is de Nederlandse frase ‘na twee dagen’ (of ‘twee dagen later’) functioneel equivalent aan het Griekse têi hêmerâi têi tritêi (of têi tritêi hêmerâi). Toch schiet deze alternatieve vertaling tekort. In de eerste plaats is er weinig kans dat een dergelijke vertaling breed geaccepteerd zal worden, aangezien de christelijke traditie leert dat Jezus ‘op de derde dag’ is opgestaan. Maar er speelt nog iets mee, dat de vertaler dwingt tot terughoudendheid. De aanduiding ‘op de derde dag’ is niet de enige tijdsaanduiding van Jezus’ opstanding die gebruikt wordt in het Nieuwe Testament. De drie lijdensaankondigingen in het evangelie naar Marcus hebben een iets andere formulering: Jezus’ opstanding zal plaatsvinden meta treis hêmeras ‘na drie dagen’ (Marcus 8:31; 9:31; 10:34). 

Terwijl sommige auteurs menen dat meta treis hêmeras ‘na drie dagen’ volstrekt synoniem is aan têi tritêi hêmerâi / têi hêmerâi têi tritêi ‘op de derde dag’, zien anderen hier een essentieel verschil, omdat het laatste ‘na twee dagen’ kan betekenen, maar het eerste niet. Het lijkt duidelijk dat Marcus’ manier van uitdrukken hier niet al te gelukkig is. Zowel Matteüs als Lucas neemt de lijdensaankondigingen van Marcus over, maar verandert meta treis hêmeras ‘na drie dagen’ in têi tritêi hêmerâi / têi hêmerâi têi tritêi ‘op de derde dag’. Echter, omdat Marcus duidelijk vertelt dat Jezus op vrijdag stierf en op (uiterlijk) zondagochtend opstond, kan men bezwaarlijk menen dat Marcus zelf in de lijdensaankondigingen iets anders bedoelde dan ‘op de derde dag’ in een inclusieve telling. Als verklaring voor de afwijkende aanduiding kan men wijzen op het feit dat Marcus wel vaker onnauwkeurig formuleert.

Maar er speelt nog iets mee dat misschien wel belangrijker is: de ontwikkeling van de vroegchristelijke geloofsvoorstelling rond Jezus’ opstanding. Een zeer vroege voorstelling van Jezus’ opstanding was, dat Jezus direct na zijn dood in de hemel werd opgewekt. Van deze voorstelling treffen we sporen in het Nieuwe Testament, zoals in Lucas 23:43, Matteüs 27:52-53, en in de brief aan de Hebreeën. Deze voorstelling sluit aan bij de martelaarstraditie zoals we die vinden in bijvoorbeeld 2 Makkabeeën 7. Een volgende stap betrof de nadere precisering van het moment van Jezus’ opstanding. Zoals bekend gebruikten de vroege christenen het (Griekse) Oude Testament voor hun getuigenis over Jezus’ leven, dood en opstanding. Daarbij is Hosea 6:2 de vermoedelijke aanleiding voor de traditie van de opstanding ‘op de derde dag’ (zie noot 11). Paulus, wiens brieven de oudste geschriften van het Nieuwe Testament zijn, verwijst duidelijk naar het Oude Testament, en waarschijnlijk naar Hosea 6:2, als hij in 1 Korintiërs 15:4 schrijft over Jezus ‘dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat’ (NBV). Let wel, op het moment dat Paulus dit schrijft, circa 55 na Christus, zijn er nog geen evangeliën (Marcus, het oudste evangelie, is kort na 70 na Christus geschreven). Paulus verwijst dan ook niet naar het lijdensverhaal over Jezus’ dood op vrijdag en opstanding op zondag, zoals we dat kennen uit de evangeliën, maar hij verwijst naar ‘de 

Schriften’, dus het Oude Testament. Volgens Paulus bewijzen de Schriften (en met name Hosea 6:2) dat Jezus ‘op de derde dag’ is opgewekt. Als dat het geval is, dan is het goed mogelijk dat de uitdrukking ‘op de derde dag’ in 1 Korintiërs 15:4 net zo moet worden opgevat als in Hosea 6:2. Dan betekent ‘op de derde dag’ in 1 Korintiërs 15:4 niet zozeer heel precies ‘na twee dagen’, maar eerder ‘na een paar dagen’, met dezelfde connotatie van ‘snel, spoedig’ als in Hosea 6:2 (zie boven).

Het lijdensverhaal zoals dat wordt verteld in de evangeliën betekende een nieuwe stap in de hier geschetste ontwikkeling. Het lijdensverhaal van Jezus’ dood op vrijdag en opstanding op zondag correspondeert, via een inclusieve telling, met de tijdsaanduiding ‘op de derde dag’. Op die manier werd de aanduiding ‘op de derde dag’ (die voorkomt in de evangeliën naar Matteüs en Lucas) letterlijk en feitelijk ‘na twee dagen’. Toch keken ook de auteurs van de evangeliën nog niet al te strikt naar het precieze tijdsverloop. Dat blijkt al uit de wat onhandige formulering van Marcus ‘na drie dagen’. Nog duidelijker blijkt dat uit Matteüs 12:40, waar staat: ‘Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven’ (NBV). In onze ogen valt dit moeilijk te rijmen met de aanduiding van Jezus’ opstanding ‘op de derde dag’. Maar in de eerste eeuw was die tijdsperiode minder precies gefixeerd; er was een zekere speling. En dat is goed te begrijpen omdat de aanduiding ‘op de derde dag’ aanvankelijk de gevoelswaarde had van ‘een paar dagen later’ of ‘kort daarop’. 

De hierboven geschetste ontwikkeling is van belang voor een weging van de verschillende alternatieve vertalingen van de uitdrukking ‘op de derde dag’. De vertaling ‘twee dagen later’ klopt weliswaar feitelijk met het lijdensverhaal in de evangeliën, maar is te strikt en doet geen recht aan de speling die er was in de eerste eeuw in de voorstellingen rond Jezus’ opstanding. De vertaling ‘een paar dagen later’ is weliswaar overeenkomstig de betekenis van Hosea 6:2, en vermoedelijk ook overeenkomstig die van 1 Korintiërs 15:4. Maar deze vertaling is te vaag in het licht van de in de evangeliën vastgelegde traditie van Jezus’ dood op vrijdag en opstanding op zondag, die een preciezer tijdsverloop veronderstelt. 

Een mogelijke oplossing dient zich aan via het zijspoor van een laatste te noemen tijdsaanduiding in het Nieuwe Testament. In Marcus 14:58, Matteüs 26:61 en Johannes 2:19-20 komen we, op verschillende manieren, de uitspraak tegen dat Jezus de tempel zou afbreken en ‘in drie dagen’ weer opbouwen. De NBG-vertaling 1951 vertaalt in alle drie de gevallen: ‘binnen drie dagen’. Als voorbeeld noem ik Marcus 14:58, waar leugenachtige lieden over Jezus beweren: ‘Wij hebben Hem horen zeggen: “Ik zal deze tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en binnen drie dagen een andere, niet met handen gemaakt, bouwen”.’ Deze vertaling heeft twee voordelen. Ten eerste correspondeert ze met het lijdensverhaal zoals dat wordt verteld in de evangeliën en ten tweede brengt ze de connotatie van spoed tot uitdrukking (vergelijk Hosea 6:2 en 2 Koningen 20:5, 8). In overeenstemming met deze vertaling zou ook de aanduiding têi tritêi hêmerâi / têi hêmerâi têi tritêi in het Nieuwe Testament vertaald kunnen worden met ‘binnen drie dagen’. 

Enkele overwegingen ter afsluiting 

De uitdrukking ‘op de derde dag’ kan al naargelang de context verschillende betekenissen hebben: ‘overmorgen’ (de derde dag vanaf nu), ‘kort daarop’ of ‘een paar dagen later’ (als aanduiding van een korte periode), of ‘twee dagen later’. Wanneer het gaat om nadruk op een spoedig herstel, om redding die nabij is, kan de aanduiding fungeren als een tijdslimiet met als gevoelswaarde ‘snel’, ‘binnen enkele dagen’. Ten aanzien van de woordgroep têi tritêi hêmerâi / têi hêmerâi têi tritêi in het Nieuwe Testament houden vrijwel alle Nederlandse vertalingen vast aan de vertaling ‘op de derde dag’. Deze traditionele vertaling is echter geen fraai of natuurlijk Nederlands. Verschillende alternatieven vallen bij nader inzien af. ‘Na drie dagen’ kan niet, omdat het niet klopt met het verhaal dat de evangeliën vertellen. ‘Na twee dagen’ vormt een al te scherp contrast met de traditionele vertaling en met de iets afwijkende voorstelling van Matteüs 12:40. ‘Na enkele dagen’ is weer te vaag in het licht van de traditie die de overhand kreeg. Als alternatief wordt daarom voorgesteld: ‘binnen drie dagen’. Niet alleen is dit natuurlijk taalgebruik, ook klopt het met een strikte telling. En bovendien, de vroegchristelijke overtuiging dat God Jezus na zijn dood spoedig eerherstel verleende en deed opstaan, klinkt hierin krachtig door. 

Drs. M.J. de Jong is werkzaam als nieuwtestamenticus bij de afdeling Vertalen en Uitgeven van het Nederlands Bijbelgenootschap. 

Bronvermelding

Matthijs J. de Jong, ‘"Op de derde dag" – op zoek naar een alternatieve vertaling"’ in: Met Andere Woorden 25/3 (2006), 14-23.

Vakblad Met andere woorden

Met Andere woorden is hét tijdschrift dat je up-to-date houdt over het vertalen van de Bijbel. Ook biedt Met Andere Woorden inspirerende artikelen op het snijvlak van vertalen en Bijbeluitleg.

Lees meer

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.1
Volg ons