Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

In de tuin van God – van paradijs tot paasochtend

De tuin van Eden

De twee gezichten van de natuur

7Straks brengt de HEER, uw God, u naar een goed land, een land van beken, bronnen en waterstromen, die ontspringen in de valleien en op de bergen, 8een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelbomen, een land van olijven en honing, 9een land waar u niet slechts schamel brood zult eten, maar waar het u aan niets zal ontbreken, een land waar u ijzer vindt in het gesteente en waar u koper delft uit de bergen.

Deuteronomium 8:7-9NBV21Open in de Bijbel

17En dan zou u bij uzelf denken: Al die voorspoed hebben we op eigen kracht verworven!? 18Nee, u moet beseffen dat het de HEER, uw God, is die u in staat stelt om die welvaart te verwerven, omdat Hij zijn verbond gestand wil doen, alles wat Hij uw voorouders onder ede heeft beloofd. Zo heeft Hij dat gedaan, tot op de dag van vandaag.

Deuteronomium 8:17-18NBV21Open in de Bijbel

10Want het land dat u in bezit zult nemen is heel anders dan Egypte, waar u vandaan komt. Daar moest u de akkers na het zaaien kunstmatig bevloeien als een groentetuin. 11Maar het land aan de overkant is een land met bergen en dalen, dat zijn dorst lest met het water uit de hemel. 12Het is een land waaraan de HEER, uw God, veel zorg besteedt en waarover Hij waakt, het hele jaar door, van de eerste tot de laatste dag. 13Als u de geboden gehoorzaamt die ik u vandaag voorhoud, en de HEER, uw God, liefhebt en Hem met hart en ziel dient, 14belooft de HEER: ‘Ik zal jullie land op de juiste tijd regen geven, in het najaar en in het voorjaar. Je zult je oogst binnenhalen, graan, wijn en olie, 15en Ik zal groene weiden geven voor je vee. Je zult er volop te eten hebben.’

Deuteronomium 11:10-15NBV21Open in de Bijbel

6Wat er in dat jaar op het land groeit is voor jullie allen. Je mag er zelf van eten, maar ook je slaven en slavinnen, je loonarbeiders en de vreemdelingen die bij je te gast zijn; 7ook voor je veestapel en voor de in het wild levende dieren kan het als voedsel dienen.

Leviticus 25:6-7NBV21Open in de Bijbel

33Hij maakt van rivieren woestijn,

van waterbronnen dorstig land,

34van vruchtbare aarde zilte grond,

vanwege het kwaad van de bewoners.

35Hij maakt van woestijnen waterland,

van dor gebied een bronrijke streek.

36Hij laat daar wonen wie honger leden,

zij stichten een stad, een woonplaats,

37zaaien akkers in, planten wijngaarden,

met een rijke oogst aan vruchten.

Psalmen 107:33-37NBV21Open in de Bijbel

Vernietiging en bevrijding

3Voor hen uit gaat een verterend vuur,

een verzengende vlam volgt hen op de voet;

als de tuin van Eden ligt het land voor hen,

achter hen blijft een kale woestijn.

Niets en niemand kan ontkomen.

Joël 2:3NBV21Open in de Bijbel

3De HEER troost Sion,

Hij biedt troost aan haar ruïnes.

Hij maakt haar woestenij aan Eden gelijk,

haar wildernis wordt als de tuin van de HEER.

Het zal een oord zijn van vreugde en gejuich,

waar muziek en lofzang klinken.

Jesaja 51:3NBV21Open in de Bijbel

35Ze zullen zeggen: ‘Dit land hier, dat een woestenij was, is nu als de tuin van Eden, en de steden die in puin lagen, die verlaten waren en verwoest, zijn weer versterkt en bewoond.’

Ezechiël 36:35NBV21Open in de Bijbel

Bevrijding en terugkeer

1De woestijn zal zich verheugen,

de dorre vlakte vrolijk zijn,

de wildernis zal jubelen en bloeien,

2welig bloeien als een lelie,

jubelen en juichen van vreugde.

De woestijn tooit zich met de luister van de Libanon,

met de schoonheid van de Karmel en de Saron.

Allen aanschouwen de luister van de HEER,

de schoonheid van onze God.

Jesaja 35:1-2NBV21Open in de Bijbel

6Verlamden zullen springen als herten,

de mond van stommen zal jubelen:

waterstromen zullen de woestijn splijten,

beken de dorre vlakte doorsnijden.

7Het verzengde land wordt een waterplas,

dorstige grond een bronrijk gebied;

waar eenmaal jakhalzen huisden,

maakt dor gras plaats voor riet en biezen.

Jesaja 35:6-7NBV21Open in de Bijbel

18Ik laat op kale heuvels rivieren ontspringen

en bronnen in de valleien.

De woestijn maak Ik tot een waterplas,

dor gebied tot een bronrijke streek.

19Ik plant in de woestijn

ceder en acacia, mirte en olijfwilg,

en Ik laat in de wildernis

den, sneeuwbal en cipres opschieten.

20Dan zullen zij zien en beseffen,

begrijpen en erkennen

dat de hand van de HEER dit heeft verricht,

dat de Heilige van Israël dit alles schiep.

Jesaja 41:18-20NBV21Open in de Bijbel

13De luister van de Libanon,

den, sneeuwbal en cipres,

ze zullen bij je komen,

om mijn heiligdom luister bij te zetten;

zo eer Ik de plaats waar mijn voeten rusten.

Jesaja 60:13NBV21Open in de Bijbel

25Wolf en lam zullen samen weiden,

een leeuw eet stro, net als een rund,

en een slang zal zich voeden met stof.

Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil

op heel mijn heilige berg – zegt de HEER.

Jesaja 65:25NBV21Open in de Bijbel

Bevrijding door Jezus als de tuin die tot bloei komt

In het Evangelie volgens Johannes

Conclusie

Bronvermelding

Geraadpleegde literatuur

Vakblad Met andere woorden

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.44.0
Volg ons