Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Hoe bezweer je doodsangst? De deuterocanonieke boeken over het leven na de dood

We zullen nooit zeker weten wat ons wacht na de onvermijdelijke dood. Dat boezemt bij de meesten van ons angst in. Misschien dat mensen vaak juist daarom – om de moeilijk te verdragen doodsangst te bezweren – met grote stelligheid uitspraken doen over het leven na de dood. De Bijbel is daarbij slechts ten dele behulpzaam. In het Oude Testament krijgt het thema weinig aandacht. In de deuterocanonieke boeken krijgen we meer te horen over het leven na de dood. Wat levert dat op? 

Samenvatting

Wat gebeurt er na de dood? Deze eeuwenoude vraag brengt verrassend verschillende antwoorden voort in de deuterocanonieke boeken. Sirach klinkt somber: alleen een goede naam blijft over. Het dramatische verhaal in 2 Makkabeeën daarentegen belooft directe lichamelijke opstanding voor martelaren. En het boek Wijsheid introduceert het idee van een onsterfelijke ziel. Deze diversiteit blijkt de kracht van het Bijbelse denken te zijn: verschillende omstandigheden vragen om verschillende voorstellingen, maar alle wortelen in hetzelfde vertrouwen op de blijvende band met God. 

Het Oude Testament spreekt alleen in Daniël 12 van een opstanding van de doden, in een visioen over de eindtijd. Dat geloof wordt in het Nieuwe Testament bevestigd door Jezus en het wordt door Paulus en in het boek Openbaring gekoppeld aan de wederkomst van Jezus. Dat laat veel vragen open, met name over de toestand van de doden tussen sterven en opstanding. In de deuterocanonieke boeken is meer te vinden, maar het is de vraag of we daar veel wijzer van worden. We worden er eerder door in verwarring gebracht. Het boek Jezus Sirach, dat net als het boek Daniël stamt uit het begin van de tweede eeuw voor Christus, biedt weinig hoop op een leven na de dood. Net als Prediker raadt hij (in hoofdstuk 41) de lezer aan om nuchter de doorgaans bittere gedachte aan de dood te accepteren. Wat er van een mens overblijft is hopelijk een goede naam. 

Iets heel anders lezen we in het boek 2 Makkabeeën, dat ongeveer een halve eeuw jonger is. In hoofdstuk 7 wordt het gruwelijke verhaal verteld van de marteldood van een Joodse vrouw en haar zeven zonen. Zij ondergaan de vreselijkste pijnigingen, die hen ertoe moeten bewegen de Joodse voedselwetten te overtreden. Ze geven niet toe en worden daarbij gemotiveerd door hun rotsvaste overtuiging dat ze na hun dood door God zullen worden opgewekt tot een nieuw, eeuwig leven. Dat lijkt niet zoals bij Daniël iets te zijn aan het eind van de tijd. Ze verwachten het direct na hun dood. Dat van hun lichaam na de executie weinig meer over is, doet daar niets aan af. God zal hen vanuit het niets herscheppen. De koning die verantwoordelijk is voor hun dood zal door God worden gestraft. Hoe precies, wordt niet onthuld. Er zal in ieder geval voor hem geen opstanding tot nieuw leven zijn. Het zal zoiets zijn zoals in het loflied aan het slot van het boek Judit wordt bezongen: de lichamen der goddelozen worden prijsgegeven aan vuur en wormen en ze zullen weeklagen tot in eeuwigheid ( Judit 16:17). De belangrijkste boodschap van het verhaal is dat het recht zal zegevieren. Als het gaat om het geloof in de opstanding staat 2 Makkabeeën 7 tegenover Sirach 41, zoals later de farizeeën tegenover de sadduceeën (zie Handelingen 23:8). 

Het boek Wijsheid van Salomo uit de eerste eeuw voor Christus maakt het nog ingewikkelder. Net als in 2 Makkabeeën 7 wordt de lezer uitzicht geboden op het grote verschil tussen het uiteindelijke lot van de rechtvaardigen en dat van de goddelozen. Daarbij krijgen we meer, maar ook afwijkende informatie over het leven na de dood. Er is geen sprake van een lichamelijke opstanding, maar van de onsterfelijke ziel van de rechtvaardigen. Zij zijn ‘in Gods hand’ (Wijsheid 3:1) en zullen ‘wanneer de tijd aanbreekt dat Hij zich over hen ontfermt, opvlammen en als vuur door een stoppelveld razen’ (Wijsheid 3:7). Wanneer dat precies is en wat er na die kennelijke loutering gebeurt, wordt ons niet onthuld; evenmin wat de aangekondigde straf van de goddelozen inhoudt. Het belangrijkste is dat hier voor het eerst in een Joods geschrift sprake is van een onsterfelijke ziel en dus van een scheiding van lichaam en ziel. Zo vinden we dat ook in het Nieuwe Testament (zie bijv. Matteüs 10:28). 

De verschillen in de visie op het leven na de dood worden mede veroorzaakt door dit veranderde mensbeeld. De toenemende invloed van het Griekse denken zal hierbij een rol hebben gespeeld. Juist daartegen hebben schrijvers zoals Prediker en Sirach zich verzet. Zij hielden het liever bij het oude. Nieuwere generaties stonden er meer voor open. Heel mooi is dat te zien in hoe de kleinzoon van Sirach het door zijn grootvader in het Hebreeuws geschreven werk in het Grieks vertaalde en zich daarbij ook kind van zijn tijd betoonde. In de Bijbelvertalingen (ook in de NBV21) wordt meestal de langere, latere Griekse tekst gebruikt. Voor een vergelijking is men aangewezen op de commentaren of op uitgaven met kanttekeningen zoals de NBV Studiebijbel. In hoofdstuk 7:16-17 wordt ervoor gewaarschuwd dat het kwaad niet ongestraft blijft: ‘Voorkom dat je tot de zondaars wordt gerekend, bedenk dat de toorn niet op zich laat wachten. Wees uiterst nederig.’ In de Griekse vertaling is daaraan toegevoegd: ‘want vuur en wormen wachten de goddeloze’. Daarmee schaart Sirachs kleinzoon zich in het gezelschap van de schrijvers van 2 Makkabeeën 7 en Judit 16. Iets soortgelijks, maar dan in positieve zin, zien we in Sirach 48:11. Daar lezen we: ‘Gelukkig zijn zij die U gezien hebben en in liefde zijn gestorven.’ De kleinzoon voegde eraan toe: ‘ook wij zullen zeker leven’. Daarmee wilde hij kennelijk duidelijk maken dat de gelukzalige toestand van Gods nabijheid ook het leven na de dood betreft. 

Dit laatste raakt wat mij betreft de kern van de zaak, die ook heel deze verwarring over wat er precies gebeurt na de dood relativeert. Waar het om gaat is de blijvende relatie met de levende God. Wie die ervaart hoeft niet bang te zijn voor de dood en krijgt de vrijmoedigheid om het nadenken over de onverbiddelijke dood niet uit de weg te gaan. Dat dit heel verschillende ideeën en verwachtingen oproept is niet te vermijden. Dat heeft gewoon te maken met de verschillen in de omstandigheden waarin men op dat moment verkeert. Het getuigt van geloofsmoed om vanuit het vertrouwen op de blijvende band met God te speculeren over het leven na de dood; en van wijsheid om daarbij af te zien van absolute waarheidsclaims. Aan dat relativeringsvermogen heeft het in het verleden nogal eens ontbroken en ook nu worden er met stelligheid allerlei elkaar tegensprekende beweringen over het leven na de dood gedaan. Het mooie van het spreken over het leven na de dood in de canonieke en deuterocanonieke boeken van de Bijbel is nu juist de ruimte voor verschillende voorstellingen. 

We zouden daar nog aan toe kunnen voegen wat we vaak tegenkomen in de boeken vernoemd naar Henoch, die volgens Genesis 5:24 ‘wandelde met God’ (NBG-1951). In deze boeken, die men rekent tot de (nog iets minder canonieke) pseudepigrafen, wordt verteld wat Henoch op die wandeling met God allemaal zag in de hemelse gewesten. Het doet denken aan de moderne berichten van mensen met een bijna-doodervaring. Gesprekken hierover ontaarden vaak in een welles-nietesdiscussie over het werkelijkheidsgehalte of over de vraag of die ervaringen in overeenstemming zijn met het christelijk belijden. Dat zou goed te maken kunnen hebben met het feit dat mensen in hun doodsangst geen genoegen durven nemen met de blijvende onzekerheid over wat ons precies te wachten staat na de dood. Wellicht dat lezers van de Bijbel en de deuterocanonieke en pseudepigrafische geschriften daar beter mee om kunnen gaan. 

Prof. dr. Klaas Spronk is emeritus hoogleraar Oude Testament aan de Protestantse Theologische Universiteit. 

Bronvermelding

Klaas Spronk, ‘Hoe bezweer je doodsangst? De deuterocanonieke boeken over het leven na de dood’ in: Met Andere Woorden 44/2 (oktober 2025), 36-45.

Afbeelding: De hemelvaart van Henoch. Ets van Joseph Mulder naar een tekening van
Gerard Hoet. Illustratie uit: Pieter de Hondt, Figures de la Bible. Den Haag 1728.

Vakblad Met andere woorden

Met Andere woorden is hét tijdschrift dat je up-to-date houdt over het vertalen van de Bijbel. Ook biedt Met Andere Woorden inspirerende artikelen op het snijvlak van vertalen en Bijbeluitleg.

Lees meer

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons