13Twee wandaden heeft mijn volk begaan:
het heeft Mij verlaten, de bron van levend water,
en het heeft waterkelders uitgehouwen,
kelders vol scheuren, waarin het water niet blijft staan.
6moet jij ernaartoe gaan. Ga op een vastendag en lees in het openbaar de woorden van de HEER voor die ik je gedicteerd heb; aan iedereen, ook aan de Judeeërs die uit andere steden zijn gekomen.