19Ik voer u dwars door Judea naar Jeruzalem; midden in de stad zal ik uw troon plaatsen. Dan jaagt u hen op als schapen zonder herder, en geen hond zal zijn tanden tegen u ontbloten. Dat het zo zal gaan is mij tevoren onthuld, en ik ben gezonden om u te vertellen wat mij is verteld.’
4Wie van de familie van Basa in de stad sterft, zal door de honden worden opgevreten, en wie sterft in het open veld, zal worden opgevreten door de roofvogels.’
38De strijdwagen werd schoongespoeld bij het waterbekken van de stad, waar de hoeren zich baadden, en de honden likten zijn bloed op zoals de HEER had voorzegd.
13Hazaël wierp tegen: ‘Maar heer, hoe zou een nietswaardige hond als ik tot zulke indrukwekkende daden in staat zijn?’ Maar Elisa antwoordde: ‘De HEER heeft mij u getoond als koning van Aram.’
10Daarom zal Ik nu onheil brengen over het huis van Jerobeam. Alle mannelijke leden van je familie zal Ik uitroeien, van hoog tot laag, Ik zal je koningshuis wegvegen als straatvuil, tot er niets meer van over is.